Bijlagen bij Vorm van het door de lidstaten overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn 1999/94/EG over te leggen verslag - Hoofdinhoud
| dossier | Vorm van het door de lidstaten overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn 1999/94/EG over te leggen verslag. |
|---|---|
| document | Beschikking of Besluit nr. 2001/677/EG |
| datum | 10 augustus 2001 |
Vorm van het verslag dat door de lidstaten moet worden overgelegd overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn 1999/94/EG
LIJST VAN DE GEBRUIKTE TERMEN
Onderstaande definities gelden alleen als leidraad bij de opstelling van het verslag.
Systeem voor de indeling van voertuigen: Een systeem voor de indeling van auto's, bijvoorbeeld aan de hand van hun type of marktcategorie (bijv. gezinswagen, mini, compact, toermodel, sportwagen, bedrijfsvoertuig of andere).
Commerciële consument: Een handelsbedrijf dat of een particulier die betaalt voor het leasen of de aankoop van een voertuig dat voornamelijk voor zakelijke doeleinden zal worden gebruikt.
Dealer: Een persoon die het autodealerbedrijf vertegenwoordigt waarbij de consument het voertuig koopt of least.
Autodealerbedrijf: Het handelsbedrijf waarbij de consument het voertuig koopt of least.
Meervoudige franchise: Een autodealerbedrijf met meer dan één franchise (d.w.z. dat meer dan één merk verkoopt).
Verkooppunt: Een plaats, zoals een autotoonzaal of een terrein buiten, waar nieuwe personenauto's te zien zijn of aan potentiële klanten voor verkoop of leasing worden aangeboden. Beurzen waar nieuwe personenwagens aan het publiek worden gepresenteerd, vallen ook onder deze definitie.
Particuliere consument: Een particulier die betaalt voor de leasing of aankoop van een voertuig dat niet voor zakelijke doeleinden zal worden gebruikt.
Enkelvoudige franchise: Een autodealerbedrijf met één enkele franchise (d.w.z. dat slechts één merk verkoopt).
Afkortingen:
(V) Verplicht.
(F) Facultatief.
A. NADERE GEGEVENS BETREFFENDE DE INSTELLING(EN) DIE HET VERSLAG INDIENT (INDIENEN)(1)
ALLE VRAGEN MOETEN WORDEN BEANTWOORD
1. Naam van de persoon die het formulier invult:
2. Officiële titel van de persoon die het formulier invult:
3. Naam van de organisatie en afdeling van de organisatie:
4. Type organisatie:
5. Adres:
6. Internationaal telefoonnummer:
7. Internationaal faxnummer:
8. E-mail:
9. Is uw instelling aangewezen uit hoofde van artikel 8 van de richtlijn?
B. ACHTERGRONDINFORMATIE
1. Gelieve bijzonderheden te verschaffen over voorschriften of marktregelingen die van invloed zijn op de keuze van nieuwe personenauto's of die de respons op de in de richtlijn aangegeven informatie anderszins kunnen beïnvloeden. (V)
1.1. Gelieve een korte beschrijving te geven van eventuele in uw lidstaat gehanteerde economische beleidsmaatregelen ten aanzien van personenauto's of brandstof. U wordt verzocht bijzonderheden te verschaffen over deze maatregelen en de wijze waarop zij worden toegepast. Wilt u hierbij duidelijk aangeven of en in welk opzicht één of meer van deze economische maatregelen verschillen in de wijze waarop deze worden toegepast op handelsorganisaties en particuliere consumenten die nieuwe personenauto's leasen of kopen (bijv. belastingverlaging voor een wagen van de zaak)? (V)
1.2. Bestaat er een verband tussen één of meer van de in het antwoord op vraag 1.1 beschreven economischebeleidsmaatregelen en het etiket, de gids of de affiche? Zo ja, gelieve bijzonderheden te verschaffen. (V)
1.3. Zijn er naast bovengenoemde nog andere, met personenauto's samenhangende, van overheidswege opgelegde voorschriften of marktregelingen die van invloed kunnen zijn op de keuze van nieuwe personenauto's of die de in de richtlijn gegeven informatie anderszins kunnen beïnvloeden? Zo ja, gelieve bijzonderheden te verschaffen. (V)
1.4. Bent u op de hoogte van enigerlei met personenauto's samenhangende, niet van overheidswege opgelegde andere marktregelingen die van invloed kunnen zijn op de keuze van nieuwe personenauto's of die de respons op de in de richtlijn verschafte informatie anderszins kunnen beïnvloeden? Zo ja, gelieve bijzonderheden te verschaffen. (V)
2. Bijzonderheden omtrent gelijkaardige of eerdere voorlichtingsinitiatieven om de bevolking meer bewust te maken van de noodzaak om het brandstofverbruik van voertuigen te verminderen. (V)
2.1. Gelieve een korte beschrijving te geven van eventuele initiatieven of programma's die dateren van vóór het tijdstip waarop de bepalingen van de richtlijn in uw lidstaat van kracht zijn geworden, en die ten doel hadden de automobilist te attenderen op de brandstofbezuinigingsproblematiek (bijv. etiketteringssystemen ter aanduiding van het brandstofrendement, tv- en radiocampagnes). (V)
2.1.1. Gelieve steeds aan te geven gedurende welke periode deze initiatieven of programma's hebben plaatsgevonden. (V)
2.1.2. Gelieve voor elk van deze initiatieven of programma's een korte samenvatting bij te voegen waarin u aangeeft of deze initiatieven of programma's al dan niet effect hebben gesorteerd en welke conclusies kunnen worden getrokken ten aanzien van de vraag waarom deze initiatieven of programma's al dan niet effect hebben gesorteerd (zie hierboven). In plaats daarvan kunt u ook eventuele evaluatierapporten bijsluiten waarin de verlangde informatie wordt verschaft. (V)
2.2. Is er gebruikgemaakt van enige bijkomende voorlichtingsmiddelen ter aanvulling van hetgeen in Richtlijn 1999/94/EG wordt bepaald (bijv. tv-, radio- of perscampagnes; voorlichtingsdagen; conferenties)? Voor elk geval gaarne aangeven van welk middel gebruik is gemaakt, welke media hierbij zijn betrokken, hoe lang een en ander heeft geduurd, wat de kosten zijn geweest en hoeveel mensen er naar schatting zijn bereikt. (V)
3. Geef een korte beschrijving van de structuur van de personenautomarkt. (V)
3.1. Het aantal in uw lidstaat geregistreerde autodealerbedrijven. (V)
3.2. Het percentage autodealerbedrijven dat onafhankelijk is (d.w.z. dat niet het eigendom van een fabrikant is) en het percentage niet-onafhankelijke autodealerbedrijven (d.w.z. dat het eigendom van een fabrikant is). (V)
3.3. Het percentage autodealerbedrijven met een enkelvoudige franchise en het percentage autodealerbedrijven met een meervoudige franchise. (V)
3.4. Het percentage nieuwe auto's dat gekocht of geleasd wordt door particuliere consumenten. (F)
3.5. Het percentage nieuwe auto's dat gekocht of geleasd wordt door commerciële consumenten. (F)
C. BEOORDELINGVANDEDOELTREFFENDHEIDVANDERICHTLIJNENDEUITVOERINGERVAN
1. Heeft u studies verricht betreffende de doeltreffendheid van Richtlijn 1999/94/EG op het stuk van een eventuele vermindering van de totale CO2-uitstoot of specifieke CO2-emissies van personenauto's? Gelieve de resultaten te vermelden en nadere bijzonderheden omtrent de studies te verschaffen. (F)
2. Heeft u studies verricht betreffende de aan de uitvoering van deze richtlijn verbonden kosten en baten (bijv. voor dealers, overheid of autofabrikanten) op het stuk van de productie en verspreiding van de gids, het etiket en de affiche? (F)
2.1. Gelieve de resultaten van de kostenramingen of de kosten-batenanalyses over te leggen en duidelijk aan te geven van welke veronderstellingen is uitgegaan en welke methodes zijn gehanteerd. De geraamde kosten mogen uitsluitend als aanvulling worden gezien op hetgeen bij ontstentenis van de richtlijn zou zijn uitgegeven. (F)
2.2. Worden de kosten door alle partijen aanvaardbaar geacht? Zo niet, gelieve bijzonderheden te geven. (F)
2.3. Op welke manier zouden de kosten, in voorkomend geval, omlaag kunnen worden gebracht? (F)
3. Beoordeling van de doeltreffendheid van de richtlijn op het stuk van de voorlichting en beïnvloeding van de consument. (V)
Beoordelingsmethoden
3.1. Heeft uw lidstaat, vóór de inwerkingtreding van de richtlijn, geprobeerd te beoordelen hoe bewust de consument zich was van de brandstofbezuinigingsproblematiek? Zo ja, gelieve opgave te doen van de resultaten en de getrokken conclusies, bijzonderheden te verschaffen over de gehanteerde evaluatiemethoden en een schatting te geven van de nauwkeurigheid van de verkregen resultaten. Indien er enquêtes hebben plaatsgevonden, wordt u verzocht nadere gegevens te verstrekken over het aantal ondervraagden alsmede de geschatte nauwkeurigheid en de geschatte mate van representativiteit van het onderzoek. Gelieve ook de periode te vermelden gedurende welke de beoordeling heeft plaatsgevonden. (V)
3.2. Heeft u verschillende versies van de gids, het etiket of de affiche in praktijkomstandigheden uitgetest? Zo ja, gelieve details over de testmethoden en condities te verschaffen, alsook de testresultaten mee te delen. (V)
3.3. Heeft uw lidstaat onderzocht hoe doeltreffend de bepalingen van de richtlijn (d.i. met betrekking tot het etiket, de gids, de affiche en het reclamemateriaal) zijn wanneer het erop aankomt de consument tot het maken van een geïnformeerde keuze in staat te stellen? Heeft uw lidstaat de visie van de consument en diens respons op de door de richtlijn verschafte brandstofrendementsinformatie beoordeeld? Zo ja, gelieve bijzonderheden te verschaffen over eventuele uitgevoerde beoordelingen, over de gehanteerde methoden en de geschatte nauwkeurigheid van de resultaten. Indien er enquêtes hebben plaatsgevonden, wordt u verzocht nadere gegevens te verstrekken over het aantal ondervraagden alsmede de geschatte nauwkeurigheid en de geschatte mate van representativiteit van het onderzoek. Gelieve ook de periode te vermelden gedurende welke de beoordeling heeft plaatsgevonden. (V)
Bekendheid van de consument met de brandstofbezuinigingsproblematiek en diens inzicht in deze zaken
3.4. Hoe staat het met de bekendheid van de consument met de brandstofbezuinigingsproblematiek en diens inzicht in deze zaken? (F)
3.4.1. Hoe staan particuliere en commerciële consumenten tegenover de verschillende in overweging te nemen factoren, waaronder het brandstofrendement, bij de keuze van een nieuwe lease- of koopauto? (F)
3.4.2. Hoe significant kunnen, volgens de particuliere en de commerciële consument, de verschillen in brandstofverbruik tussen auto's van hetzelfde formaat zijn? (F)
3.4.3. Hoe varieert de betekenis die de commerciële consument toekent aan het brandstofrendement van een auto naar gelang van het beoogde gebruik van het voertuig, de bestuurder, andere economische factoren dan de brandstofkosten, het milieubeleid van de organisatie of eventuele andere belangrijke factoren? (F)
3.4.4. Hoe staat het met de bewustheid van particuliere en commerciële consumenten van de problemen in verband met het wereldwijde opwarmingsproces en de klimaatverandering en het verband tussen deze problematiek en het gebruik van brandstof (fossiele brandstoffen)? (F)
3.4.5. Hoe variëren de bekendheid van de consument met de brandstofbezuinigingsproblematiek en zijn inzicht in deze vraagstukken met de sociaal-economische categorie waartoe hij behoort, met zijn leeftijd en geslacht en met de betekenis die hij toekent aan brandstofkosten en voertuigbelastingen, alsmede met andere van belang geachte factoren? (F)
3.4.6. In hoeverre is het bezuinigen op brandstof, naar het oordeel van de dealers, een prioriteit voor particuliere en commerciële consumenten? (F)
3.4.7. Hoe vaak stellen particuliere en commerciële consumenten volgens de dealers vragen over een laag brandstofverbruik? (F)
Houding van de consument ten aanzien van informatiebronnen betreffende het brandstofrendement
3.5. Hoe staan particuliere en commerciële consumenten tegenover informatiebronnen betreffende het brandstofrendement van voertuigen? (F)
3.5.1. Welke informatiebronnen zijn volgens de particuliere en commerciële consument van belang bij de keuze van een nieuwe lease- of koopauto, met inbegrip van de door de richtlijn genoemde bronnen van informatie over het brandstofrendement? (F)
3.5.2. Hoe gemakkelijk konden particuliere en commerciële consumenten aan gegevens over het brandstofrendement komen en de gegevens voor verschillende auto's met elkaar vergelijken? (F)
3.5.3. Hoe gemakkelijk konden particuliere en commerciële consumenten aan milieueffectgegevens komen en de gegevens voor verschillende auto's met elkaar vergelijken? (F)
Doeltreffendheid van de richtlijn in het algemeen
3.6. Hoe effectief zijn de bepalingen van de richtlijn (met betrekking tot etiketten, gidsen, affiches en reclamemateriaal) als geheel, wanneer het erop aankomt de consument een geïnformeerde keuze te laten maken? (V)
3.6.1. Hoe informatief achten particuliere en commerciële consumenten (en dealers) het systeem van voorlichting over het brandstofrendement (d.i. etiketten, gidsen, affiches en reclamemateriaal) als geheel? Hoe varieert een en ander met de bewustheid van de consument van de brandstofbezuinigingsproblematiek, met de sociaal-economische categorie waartoe hij behoort, met zijn leeftijd en geslacht en met de betekenis die hij toekent aan brandstofkosten en voertuigbelastingen, alsmede met andere van belang geachte factoren? (F)
3.7. In hoeverre zijn de bepalingen van de richtlijn in hun geheel van invloed op het gedrag van de consument? (V)
3.7.1. Welke mate van invloed kennen particuliere en commerciële consumenten (en dealers) toe aan het systeem van voorlichting over het brandstofrendement (d.i. etiketten, gidsen, affiches en reclamemateriaal) als geheel? Hoe varieert de respons van de consument met zijn bewustheid van de brandstofbezuinigingsproblematiek, met de sociaal-economische categorie waartoe hij behoort, met zijn leeftijd en geslacht en met de betekenis die hij toekent aan brandstofkosten en voertuigbelastingen, alsmede met andere van belang geachte factoren? (F)
3.7.2. Op welke manier laten particuliere consumenten zich bij de keuze van een auto beïnvloeden door de informatie verkregen door middel van het systeem van voorlichting over het brandstofrendement zoals voorgeschreven bij de richtlijn? Hoe varieert de respons van de consument met zijn bekendheid met de brandstofbezuinigingsproblematiek, met zijn mening over de vraag hoeveel invloed de bepalingen van de richtlijn hebben, met de sociaal-economische categorie waartoe hij behoort, met zijn leeftijd en geslacht en met de betekenis die hij toekent aan brandstofkosten en voertuigbelastingen, alsmede met andere van belang geachte factoren? (F)
Doeltreffendheid van de gids
3.8. In hoeverre laat de consument zich bij het maken van een geïnformeerde keuze door de gids leiden? (V)
3.8.1. Welk percentage particuliere en commerciële consumenten is bekend met deze gids en op welke manier worden zij op deze gids geattendeerd? (F)
3.8.2. Hoe krijgen particuliere en commerciële consumenten de gids in hun bezit? Hoe komt het dat particuliere en commerciële consumenten die wel van het bestaan van de gids op de hoogte zijn, deze gids toch niet in handen krijgen? Welk percentage particuliere en commerciële consumenten zegt dat hun op het verkooppunt geen gids ter hand werd gesteld? (F)
3.8.3. Welk percentage particuliere en commerciële consumenten neemt de in de gids verstrekte informatie ter harte? (F)
3.8.4. Hoe duidelijk en begrijpelijk vinden de particuliere en commerciële consumenten (en dealers) de gids? (F)
3.8.5. Vinden particuliere en commerciële consumenten (en dealers) de gids nuttig? (F)
3.8.6. Is de gids volgens de particuliere en commerciële consumenten (en dealers) voor verbetering vatbaar? Welke verbeteringen bevelen zij aan? (F)
3.9. Hoeveel invloed heeft de gids? (V)
3.9.1. In hoeverre draagt de gids volgens de particuliere en commerciële consumenten (en dealers) bij tot de bevordering van het gebruik van brandstofefficiënte auto's? (F)
Doeltreffendheid van het etiket
3.10. In hoeverre laat de consument zich bij het maken van een geïnformeerde keuze door het etiket leiden? (V)
3.10.1. Welk percentage particuliere en commerciële consumenten ziet het etiket op of nabij de auto's die zij bekijken? (F)
3.10.2. Welk percentage particuliere en commerciële consumenten zegt dat de verkoper hen op het etiket attent heeft gemaakt? Welke percentage particuliere en commerciële consumenten zegt dat de verkoper hun nadere uitleg over het etiket heeft verschaft? Welk percentage van deze consumenten heeft de verkoper gevraagd hun de betekenis van het etiket uit te leggen? (F)
3.10.3. Welk percentage particuliere en commerciële consumenten heeft het etiket gelezen? (F)
3.10.4. Hoe duidelijk en begrijpelijk vinden particuliere en commerciële consumenten (en dealers) het etiket? (F)
3.10.5. Wat denken particuliere en commerciële consumenten (en dealers) aan het etiket te hebben? (F)
3.10.6. Zouden particuliere en commerciële consumenten graag willen dat op het etiket het brandstofrendement van de auto in kwestie met dat van andere auto's wordt vergeleken? Welke vergelijkingsmethode zouden de consumenten prefereren? (F)
3.10.7. Is de particuliere consument zich bewust van het bestaan van het Europees energie-etiket? Welke vorm verkiest de particuliere consument, die van het Europees energie-etiket voor elektrische apparaten of die van het brandstofverbruiksetiket? Zou de particuliere consument de voorkeur geven aan één en dezelfde vorm voor alle etiketten die worden aangebracht op energieverbruikende producten? (F)
3.10.8. Is het etiket volgens de particuliere en commerciële consumenten (en dealers) voor verbetering vatbaar? Welke verbeteringen bevelen zij aan? (F)
3.11. Hoeveel invloed heeft het etiket? (V)
3.11.1. In hoeverre draagt het etiket volgens de particuliere en commerciële consumenten (en dealers) bij tot de bevordering van het gebruik van brandstofefficiënte auto's? (F)
Doeltreffendheid van de affiche (display)
3.12. Hoe doeltreffend is de affiche (display) wanneer het erop aankomt de consument een geïnformeerde keuze te laten maken? (V)
3.12.1. Welk percentage particuliere en commerciële consumenten ziet de affiches (displays)? (F)
3.12.2. Welke kennis ontlenen particuliere en commerciële consumenten aan de affiche (display)? (F)
3.12.3. Hoe duidelijk en begrijpelijk vinden particuliere en commerciële consumenten (en dealers) de affiche (display)? (F)
3.12.4. Wat denken particuliere en commerciële consumenten (en dealers) aan de affiche (display) te hebben? (F)
3.12.5. Achten de particuliere en commerciële consumenten (en dealers) de affiche (display) voor verbetering vatbaar? Welke verbeteringen bevelen zij aan? (F)
3.13. Hoeveel invloed heeft de affiche (display)? (V)
3.13.1. In hoeverre draagt de affiche (display) volgens de particuliere en commerciële consumenten (en dealers) bij tot de bevordering van het gebruik van brandstofefficiënte auto's? (F)
Doeltreffendheid van andere reclameteksten
3.14. Hoe doeltreffend zijn de bepalingen van de richtlijn voor andere reclameteksten wanneer het erop aankomt de consument een geïnformeerde keuze te laten maken? (V)
3.14.1. Hoezeer zijn particuliere en commerciële consumenten zich bewust van brandstofverbruiksinformatie in andere reclameteksten? (F)
3.14.2. Hoe nuttig is het volgens de particuliere en commerciële consumenten dat de brandstofverbruiksgegevens duidelijk in alle reclameteksten worden opgegeven? (F)
3.15. Hoe doeltreffend zijn de bepalingen van de richtlijn voor andere reclameteksten? (V)
3.15.1. In hoeverre dragen de bepalingen van de richtlijn inzake andere reclameteksten volgens de particuliere en commerciële consumenten (en dealers) bij tot de bevordering van het gebruik van brandstofefficiënte auto's? (F)
3.16. Gelieve ons uw conclusies te doen geworden betreffende de doeltreffendheid van de richtlijn met betrekking tot de voorlichting van de consument en de beïnvloeding van diens keuze. (V)
D. VORM EN TOEPASSING VAN DE VOORLICHTINGSMIDDELEN
Vorm van het etiket
1. Hoe ziet het in uw lidstaat gebruikte etiket eruit? Gelieve voorbeelden te tonen. (V)
1.1. Wordt er op het etiket een vergelijking gemaakt tussen het brandstofverbruik van de auto in kwestie en dat van andere auto's? Zo ja, wilt u dan uitleggen hoe deze vergelijking wordt gemaakt (bijv. vergelijking op basis van genormaliseerd brandstofverbruik; indeling van de auto's volgens een systeem waarbij de auto in kwestie met andere auto's binnen dezelfde categorie wordt vergeleken)? (V)
1.2. Indien de auto's op basis van hun brandstofrendement worden geordend, wordt u verzocht uit te leggen hoe dit rangordesysteem op de gehele reeks van verkrijgbare automodellen wordt toegepast. Hoe vaak wordt deze rangschikking bijgewerkt? Welke plaats neemt het gemiddelde brandstofverbruik van het gehele wagenpark binnen deze rangschikking in? (V)
1.3. Indien de brandstofkosten op het etiket worden aangegeven, wordt u verzocht de hiertoe gehanteerde berekeningsgrondslag te vermelden (d.i. de standaardafstand, de brandstofkosten per liter of gallon voor ieder brandstoftype, het aantal jaren, enz.). (V)
1.4. Indien er op het etiket sprake is van een "milieu-index of -klasse" ter vergelijking van het milieueffect van het voertuig met dat van andere voertuigen, gelieve aan te geven hoe de gegevens zijn verkregen en worden uitgedrukt. (V)
1.5. Bij vermelding van geluidsgegevens op het etiket, gelieve te vermelden hoe deze gegevens zijn verkregen en worden uitgedrukt. Worden de geluidsgegevens met die van andere auto's vergeleken, dan moet u aangeven hoe dit in zijn werk gaat. (V)
1.6. Bij vermelding van gegevens over toxische emissies op het etiket, gelieve te vermelden hoe de gegevens zijn verkregen en worden uitgedrukt. Worden deze gegevens met die voor andere auto's vergeleken, dan moet u aangeven hoe dit in zijn werk gaat. (V)
1.7. Is er in uw lidstaat een systeem voor de indeling van personenauto's in bepaalde klassen uitgewerkt met het oog op de vermelding van deze informatie op het etiket? Zo ja, gelieve nader aan te geven hoe dit systeem werkt. (V)
1.8. Wordt er op het etiket tevens melding gemaakt van aan het voertuig verbonden economische voor- of nadelen, zoals belastingen, welke van invloed kunnen zijn op de door de consument te maken keuze en aldus met het brandstofverbruik verband houden? Gelieve uit te leggen hoe deze informatie wordt gepresenteerd. (V)
1.9. Zijn er, naast bovengenoemde aspecten, nog andere manieren waarop uw brandstofverbruiksetiket verdergaat dan de in bijlage I van Richtlijn 1999/94/EG genoemde minimumspecificaties? Gelieve aan te geven hoe deze gegevens worden verzameld. Vermeld ook de redenen waarom het etiket op deze wijze is ontworpen. (V)
1.10. Bestaan er plannen om de vorm van het etiket in de toekomst te wijzigen? Zo ja, gelieve bijzonderheden te verschaffen, met inbegrip van de geplande data, de manier waarop eventuele extra gegevens worden/werden verkregen en de redenen voor de geplande veranderingen. (V)
Vorm van de gids
2. Hoe ziet de in uw lidstaat gebruikte gids eruit? Gelieve (een) voorbeeld(en) te tonen. (V)
2.1. Wordt er in uw lidstaat slechts één enkele versie van de brandstofverbruiksgids gehanteerd (verschillende taalversies daargelaten)? (V)
2.2. Indien de brandstofkosten in de gids worden aangegeven, wordt u verzocht de hiertoe gehanteerde berekeningsgrondslag te vermelden (d.i. de standaardafstand, de brandstofkosten per liter of gallon voor ieder brandstoftype, het aantal jaren, enz.). (Als het antwoord op deze vraag hetzelfde is als in het geval van het etiket, gelieve dit aan te geven.) (V)
2.3. Indien er in de gids sprake is van een "milieu-index of -klasse" ter vergelijking van het milieueffect van het voertuig met dat van andere voertuigen, gelieve aan te geven hoe de gegevens zijn verkregen en worden uitgedrukt. (Als het antwoord op deze vraag hetzelfde is als in het geval van het etiket, gelieve dit aan te geven.) (V)
2.4. Bij vermelding van geluidsgegevens in de gids, gelieve te vermelden hoe deze gegevens zijn verkregen en worden uitgedrukt. Worden de geluidsgegevens met die van andere auto's vergeleken, dan moet u aangeven hoe dit in zijn werk gaat. (Als het antwoord op deze vraag hetzelfde is als in het geval van het etiket, gelieve dit aan te geven.) (V)
2.5. Bij vermelding van gegevens over toxische emissies in de gids, gelieve te vermelden hoe de gegevens zijn verkregen en worden uitgedrukt. Worden deze gegevens met die voor andere auto's vergeleken, dan moet u aangeven hoe dit in zijn werk gaat. (V)
2.6. Is er in uw lidstaat een systeem voor de indeling van personenauto's in bepaalde klassen uitgewerkt met het oog op de vermelding van deze informatie in de gids? Zo ja, gelieve nader aan te geven hoe dit systeem werkt. (Als het antwoord op deze vraag hetzelfde is als in het geval van het etiket, gelieve dit aan te geven.) (V)
2.7. Wordt er in de gids tevens melding gemaakt van aan het voertuig verbonden economische voor- of nadelen, zoals belastingen, welke van invloed kunnen zijn op de door de consument te maken keuze en aldus met het brandstofverbruik verband houden? Gelieve uit te leggen hoe deze informatie wordt gepresenteerd. (V)
2.8. Bevat de gids ook brandstofverbruikscijfers? Gelieve te vermelden hoe de informatie wordt gepresenteerd. (V)
2.9. Zijn er nog andere manieren, naast bovengenoemde aspecten, waarop uw gids verder gaat dan de in bijlage II van Richtlijn 1999/94/EG genoemde minimumspecificaties? Zo ja, gelieve te beschrijven in welk opzicht de gids verder gaat dan deze specificaties en de redenen voor de extra bepalingen op te geven. (V)
2.10. Bestaat er een elektronische versie van de gids? Gelieve het internetadres te vermelden, aan te geven sinds wanneer de site in gebruik is en hoeveel mensen de site tot dusver hebben bezocht. Zijn er sorteer- en zoekprogramma's? Hoe vaak wordt de elektronische gids bijgewerkt? Gelieve een korte beschrijving van vorm en inhoud te geven. (V)
2.11. Bestaan er plannen om de vorm van de gedrukte of elektronische gids in de toekomst aan te passen? Zo ja, gelieve bijzonderheden te verschaffen, Zo ja, gelieve bijzonderheden te verschaffen, met inbegrip van de geplande data, de manier waarop eventuele extra gegevens worden/werden verkregen en de redenen voor de geplande veranderingen. (V)
Vorm van de affiche (display)
3. Hoe ziet de in uw lidstaat gebruikte affiche (display) eruit? Gelieve voorbeelden te tonen. (V)
3.1. Heeft uw lidstaat enige voorschriften vastgesteld in aanvulling op hetgeen in Richtlijn 1999/94/EG met betrekking tot de brandstofverbruiksaffïches (-displays) wordt bepaald? Zo ja, gelieve ons in kennis te stellen van de aanvullende bepalingen zoals deze in uw wetgeving of beleidsmaatregelen worden gespecificeerd, en redenen voor deze aanvullende bepalingen op te geven. (V)
3.2. Bestaan er plannen om de vorm van de affiche (display) in de toekomst aan te passen? Zo ja, gelieve bijzonderheden te verschaffen, met inbegrip van de geplande data, de manier waarop eventuele extra gegevens worden/werden verkregen en de redenen voor de geplande veranderingen. (V)
Vorm van de reclameteksten
4. Hoe zien de reclameteksten er in uw lidstaat uit? (V)
4.1. Heeft uw lidstaat enige voorschriften vastgesteld in aanvulling op het bepaalde in Richtlijn 1999/94/EG voor "ander reclamemateriaal"? Zo ja, gelieve ons in kennis te stellen van de aanvullende bepalingen zoals deze in uw wetgeving of beleidsmaatregelen worden gespecificeerd, en redenen voor deze aanvullende bepalingen op te geven. (V)
4.2. Zijn er in uw lidstaat enige voorschriften betreffende andere voor reclame gebruikte media (dus niet in gedrukte vorm) (bijvoorbeeld internet, televisie, radio). Zo ja, gelieve nadere bijzonderheden te verschaffen. (V)
4.3. Bestaan er plannen om de huidige voorschriften voor reclameteksten of reclame via andere media in de toekomst aan te passen? Zo ja, gelieve bijzonderheden te verschaffen, met inbegrip van de geplande data, de manier waarop eventuele extra gegevens worden/werden verkregen en de redenen voor de geplande veranderingen. (V)
Vormaanpassingen sedert de tenuitvoerlegging van de richtlijn
5. Hebben enige van de in uw lidstaat geïmplementeerde bepalingen van de richtlijn (bijvoorbeeld met betrekking tot de affiche, de gids, het etiket) gedurende de beoordelingsperiode (d.i. sinds de bepalingen van de richtlijn voor het eerst in uw land ten uitvoer zijn gelegd) wijzigingen ondergaan? (V)
5.1. Wilt u aangeven welke bepalingen van Richtlijn 1999/94/EG die sinds 18 januari 2001 ten uitvoer zijn gelegd, wijzigingen hebben ondergaan. Toon zo mogelijk voorbeelden (bijv. etiket, gids). (V)
5.2. Gelieve redenen voor de verschillende wijzigingen op te geven. (V)
E. UITVOERINGSVRAAGSTUKKEN
Algemeen
1. Hoe zijn de verantwoordelijkheden verdeeld tussen regering, dealers, fabrikanten en importeurs? (V)
1.1. Wie is verantwoordelijk voor het toezicht op het ontwerp, de productie en de distributie van de gids? (V)
1.2. Wie is verantwoordelijk voor het toezicht op het ontwerp, de productie en de distributie van de etiketten? (V)
1.3. Wie betaalt voor de productie en distributie van de gids, het etiket en de affiche? (V)
2. Welke systemen zijn ingevoerd om de informatie te verzamelen, te beheren en te verspreiden? (V)
2.1. Hoeveel gidsen worden er elk jaar gedrukt? Hoe worden deze gidsen gedistribueerd en bij wie komen ze terecht? (V)
2.2. Hoe komen de dealers aan etiketten? (V)
2.3. Hoe komen de dealers aan affiches? (V)
2.4. Wat is volgens de dealers de meest efficiënte manier om de benodigde etiketten, gidsen en affiches (displays) te verkrijgen en wat staat volgens hen de invoering van dit door hen geprefereerde systeem in de weg? (F)
3. Bent u voornemens uw huidige systeem voor productie en distributie van gidsen, etiketten en affiches te blijven gebruiken? Zo niet, gelieve nadere bijzonderheden te verstrekken en de redenen op te geven voor uw voornemen om veranderingen aan te brengen; u wordt verzocht tevens te vermelden wanneer de geplande wijzigingen van kracht zouden moeten worden. (V)
4. Op welke datum heeft uw lidstaat de bepalingen van Richtlijn 1999/94/EG in werking doen treden? Zijn er bepalingen die op verschillende tijdstippen van kracht zijn geworden? (V)
5. Is nagegaan in hoeverre uw voorschriften met het bepaalde in de richtlijn in overeenstemming zijn? Zo ja, gelieve bijzonderheden te verschaffen omtrent eventueel gebruikte beoordelingsmethoden, alsmede aan te geven hoe nauwkeurig deze methoden bij benadering zijn. Wilt u duidelijk aangeven of en waar de beoordelingen voor etiketten, affiches, gidsen en reclamemateriaal uiteenlopen. Indien er enquêtes hebben plaatsgevonden, wordt u verzocht nadere gegevens te verstrekken over het aantal ondervraagden alsmede de geschatte nauwkeurigheid en de geschatte mate van representativiteit van het onderzoek. Gelieve ook de periode te vermelden gedurende welke de beoordeling heeft plaatsgevonden. (V)
6. In hoeverre zijn uw voorschriften met het bepaalde in de richtlijn in overeenstemming? (V)
Conformiteit van het etiket
6.1. Zijn de vorm en de inhoud van het etiket in overeenstemming met het bepaalde in de richtlijn en wordt het etiket ook in overeenstemming met deze bepalingen aangebracht? (V)
6.1.1. Zijn de etiketten qua vorm genormaliseerd, om zo gemakkelijker door de consument te worden herkend? (V)
6.1.2. Zijn alle etiketten van het formaat A 4 (d.i. 297 mm bij 210 mm)? (V)
6.1.3. Vermelden de etiketten brandstofverbruiks- en CO2-emissiegegevens, dit in overeenstemming met bijlage I van de richtlijn? (V)
6.1.4. Bevatten de etiketten, in overeenstemming met bijlage I van de richtlijn, een verwijzing naar het bestaan van de gids en de CO2-uitstoot? (V)
6.1.5. Welk percentage auto's heeft een bijbehorend etiket dat aan alle bepalingen van de richtlijn voldoet? (F)
6.1.6. Welk percentage auto's heeft een etiket dat op de auto is aangebracht? (F)
6.1.7. Welk percentage auto's heeft een etiket dat zich niet te ver van de auto bevindt? (F)
6.1.8. Welk percentage auto's heeft geen etiket dat op of nabij de auto is aangebracht? Wat zijn volgens de dealers de redenen waarom de etiketten niet op of nabij de auto's worden aangebracht? (F)
6.1.9. Welk percentage auto's heeft een etiket dat aan het zicht wordt onttrokken? (F)
6.1.10. Welk percentage auto's heeft een etiket dat beschadigd is? (F)
6.1.11. Welk percentage auto's heeft een etiket met informatie die niet met de gegevens voor het voertuig overeenkomt? (F)
6.1.12. Welk percentage auto's heeft een etiket waarvan de inhoud niet met de richtlijn strookt, en om welke redenen? (F)
6.1.13. Welk percentage auto's heeft een etiket waarvan de vorm niet met het bepaalde in de richtlijn strookt? Welke redenen zijn hiervoor aan te wijzen? (F)
6.1.14. Gelieve bijzonderheden te verschaffen omtrent gevallen van etiketten met verwarrende merktekens, symbolen of opschriften betreffende brandstofverbruik of CO2-emissies, die niet met de vereisten van de richtlijn conform zijn. (V)
6.1.15. Zijn er gevallen van andere, naast het officiële etiket op de auto aangebrachte etiketten met informatie betreffende het brandstofrendement waarvan de inhoud met die van het officiële etiket in tegenspraak is? Zo ja, gelieve nadere bijzonderheden te geven. (F)
6.2. Gelieve ons uw conclusies te doen geworden betreffende het etiket en de conformiteit daarvan met het bepaalde in de richtlijn. (V)
Conformiteit van de gids
6.3. Is de gids qua vorm en inhoud conform met de bepalingen van de richtlijn en wordt de gids in overeenstemming met deze bepalingen gedistribueerd? (V)
6.3.1. Welk formaat heeft de gids en hoeveel bladzijden telt hij? (V)
6.3.2. Worden de auto's per merk en in alfabetische volgorde ingedeeld? (V)
6.3.3. Worden de auto's, afgezien van de rangschikking in alfabetische volgorde, nog op andere manieren ingedeeld? Gelieve de wijze van indeling te beschrijven. (V)
6.3.4. Hoe vaak wordt de gids bijgewerkt? (V)
6.3.5. Wordt er in iedere bijgewerkte gids een lijst afgedrukt van alle nieuwe personenautomodellen zoals deze ten tijde van de publicatie van de bijgewerkte gids verkrijgbaar waren? (V)
6.3.6. Worden voor ieder op de lijst voorkomend model het brandstoftype, de numerieke waarde van het officiële brandstofverbruik en de officiële specifieke CO2-emissies steeds volledig in overeenstemming met de bepalingen van de richtlijn vermeld? (V)
6.3.7. Worden voor ieder op de lijst voorkomend model, in aanvulling op hetgeen in de richtlijn wordt bepaald, nog andere gegevens verstrekt? Zo ja, gelieve nadere details te verschaffen en de redenen voor de vermelding van deze gegevens op te geven. (V)
6.3.8. Worden in de gids andere merktekens, symbolen of opschriften betreffende het brandstofverbruik of de CO2-uitstoot gebruikt die niet met het bepaalde in de richtlijn in overeenstemming zijn en verwarring kunnen stichten? Zo ja, gelieve nadere bijzonderheden te verstrekken. (V)
6.3.9. Zijn er gevallen van andere gidsen in showrooms met informatie over het brandstofrendement, welke met de gegevens in de officiële gids in tegenspraak zijn? Zo ja, gelieve deze gevallen nader te omschrijven. (F)
6.3.10. Welk percentage autodealerbedrijven biedt op het verkooppunt gratis gidsen aan en welk percentage doet dit niet? Wat zijn de redenen voor het ontbreken van gratis gidsen op het verkooppunt? (F)
6.3.11. Ondervinden de autodealerbedrijven problemen bij de levering van de gidsen? (F)
6.3.12. Worden de gidsen op het verkooppunt zichtbaar uitgestald? Zo niet, waarom niet? (F)
6.4. Gelieve ons uw conclusies te doen geworden betreffende de gids en de conformiteit daarvan met de bepalingen van de richtlijn. (V)
Conformiteit van de affiche (display)
6.5. Zijn vorm en inhoud van de affiche (display) in overeenstemming met het bepaalde in de richtlijn en wordt deze ook in overeenstemming met deze bepalingen aangebracht? (V)
6.5.1. Welk percentage dealers zorgt niet voor een affiche (display) op het verkooppunt? (F)
6.5.2. Welk percentage dealers zorgt niet voor een duidelijk zichtbare affiche (display) op het verkooppunt? (F)
6.5.3. In welk opzicht voldoen de op het verkooppunt aangebrachte affiches (displays) niet aan de bepalingen van de richtlijn? (F)
6.5.4. Welke redenen voeren dealers aan voor het niet aanbrengen van een affiche (display) met informatie over het brandstofverbruik? (F)
6.5.5. Welke redenen voeren dealers aan voor het niet duidelijk zichtbaar aanbrengen van een affiche (display) met informatie over het brandstofverbruik? (F)
6.5.6. Welke redenen voeren dealers aan voor gevallen waarin de vorm of de inhoud van de affiche (display) niet met het bepaalde in de richtlijn in overeenstemming is? (F)
6.6. Gelieve ons uw conclusies te doen geworden betreffende de affiche (display) en de conformiteit daarvan met de bepalingen van de richtlijn. (V)
Conformiteit van andere reclameteksten
6.7. Is het reclamemateriaal met het bepaalde in de richtlijn in overeenstemming? (V)
6.8. Gelieve voorbeelden te geven van gevallen waarin het reclamemateriaal niet in overeenstemming met de richtlijn bleek te zijn. (V)
6.9. Gelieve ons uw conclusies te doen geworden betreffende het reclamemateriaal en de conformiteit daarvan met de bepalingen van de richtlijn. (V)
Beoordeling van de conformiteit in het algemeen
6.10. Hoe varieert de mate waarin autodealerbedrijven zich aan het bepaalde in de richtlijn houden bij het aanbrengen van het etiket en de affiche en de verspreiding van de gids, per regio en type autodealerbedrijf (d.i. onafhankelijk of niet-onafhankelijk, enkelvoudige franchise of meervoudige franchise; per fabrikant)? (F)
6.11. Hoe varieert de mate waarin autodealerbedrijven zich aan het bepaalde in de richtlijn houden bij het aanbrengen van het etiket en de affiche en de verspreiding van de gids, met de gebruikte bonus- of commissiesystemen ter beloning van het verkooppersoneel? (F)
6.12. Hoe varieert de mate van conformiteit in uw lidstaat met de bekendheid van de consument met de brandstofrendementsproblematiek en de geschatte invloed van de richtlijn op het koop- en leasegedrag van de consument? (F)
Sanctiesysteem
6.13. Wat voor sanctiesysteem hanteert uw lidstaat om inbreuken op de uit hoofde van deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen te bestraffen? (V)
6.13.1. Heeft uw lidstaat sancties vastgesteld ter bestraffing van inbreuken op de uit hoofde van deze richtlijn ingevoerde nationale bepalingen? (V)
6.13.2. Gelieve bijzonderheden omtrent het sanctiesysteem te verschaffen. (V)
6.13.3. Zijn er reeds sancties getroffen ten aanzien van bepaalde overtreders? Zo ja, om wie ging het en welke vorm nam (namen) deze sanctie(s) aan? (V)
Groeperingssysteem
7. Overeenkomstig artikel 2, punten 5 en 6, van de richtlijn mogen verscheidene uitvoeringen en/of versies van een voertuigtype onder één model worden gegroepeerd. Werd in uw lidstaat een dergelijk groeperingssysteem uitgewerkt? Zo ja, op welke grondslag? Gelieve te preciseren hoe het groeperingssysteem wordt toegepast in het licht van de bepalingen van de richtlijn. (F)
F. UITBREIDING TOT ANDERE MEDIA
1. Heeft u het informatiesysteem reeds verder ontwikkeld en, bijvoorbeeld, tot andere media uitgebreid en/of bent u voornemens dit alsnog te doen? Zo ja, op welke manier en voor welk doel? (F)
2. Heeft u eventuele alternatieve mediavormen in de praktijk uitgetest? Zo ja, gelieve nadere bijzonderheden over de gebruikte testmethoden en -condities alsmede over de testresultaten te verschaffen. (F)
3. Bent u, wat betreft de uitbreiding van de vereisten inzake het reclamemateriaal tot andere media, op wettelijke en institutionele belemmeringen gestuit? Zo ja, gelieve bijzonderheden te geven. (F)
G. ALGEMENE BEOORDELING
1. Gelieve de voornaamste lessen te vermelden die u uit de implementatie van de richtlijn (en uw aanvullende nationale bepalingen) heeft getrokken. (F)
2. Gelieve ons te laten weten welke maatregelen volgens u het meest dringend noodzakelijk zijn om de doeltreffendheid van de richtlijn, zowel in uw lidstaat als in de Europese Unie te vergroten. (F)
(1) Ingeval het formulier door meer dan één persoon (of organisatie/afdeling) wordt ingevuld, gelieve bovengenoemde gegevens voor ieder geval afzonderlijk te vermelden.