Mr. Y. (Ynso) Scholten - Hoofdinhoud

CHU
in de periode 1959-1965: staatssecretaris, minister
Amsterdam, 1 februari 1918
overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 13 juni 1984
levensbeschouwing
Hervormd: midden-orthodoxpartij(en)
CHU (Christelijk-Historische Unie), vanaf juni 1959 (nadat hij staatssecretaris was geworden)
partij waarop werd gestemd
CHU, tot 1959
- -medewerker juridische afdeling, HaKa (Handelskamer) te Rotterdam, van 1943 tot mei 1944 (later Co-op)
- -advocaat, advocatenkantoor "Van der Feltz & Riechelmann" (later advocatenmaatschap "Van der Feltz, Voûte, Riechelmann, Scholten, Sluyter en Van Sandick") te Amsterdam, van 1942 tot 1 juli 1959
- -staatssecretaris van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen (belast met jeugdvorming en volksontwikkeling, lichamelijke opvoeding en sport, pers, radio en tv en kunsten, oudheidkunde en natuurbescherming), van 16 juni 1959 tot 24 juli 1963
- -minister van Justitie, van 24 juli 1963 tot 14 april 1965
- -advocaat (partner), advocatenkantoor "De Brauw en Helbach" te 's-Gravenhage, vanaf 1965
- -voorzitter commissie onderzoek verkiezingsnederlaag CHU, 1967
- -voorzitter CHU-commissie over samenwerking met ARP en KVP, 1967
- -lid Unieraad CHU, tot 1980
- -voorzitter AMJV (Amsterdamse Jonge-Mannen Vereniging), van 1949 tot 1955
- -voorzitter Landelijke Hervormde Jeugdraad, van 1949 tot 1955
- -secretaris-penningmeester Nederlandse Vereniging voor Zeerecht (vóór 1959)
- -redacteur tijdschrift "Schip en Schade"
- -voorzitter curatorium "Kerk en Wereld" te Driebergen
- -voorzitter Stichting Socutera, vanaf oktober 1965
- -(vice)voorzitter Centraal Overleg Fondsenwerving, vanaf oktober 1965
- -lid commissie honorering huisartsen (Commissie-Van de Ven), van november 1966 tot januari 1967
- -lid Staatscommissie van advies inzake de Grondwet en de Kieswet (Staatscommissie-Cals/Donner), van 26 augustus 1967 tot 1971
- -lid dagelijks bestuur Prins Bernhardfonds
- -voorzitter Fondation Européenne de la Culture
- -lid Raad van Commissarissen AKZO N.V., van 1967 tot 13 juni 1984
- -lid Raad van Commissarissen SHV Holdings N.V., van 1971 tot 13 juni 1984
- -lid Raad van Commissarissen Koninklijke Nederlansche Hoogovens en Staalfabrieken N.V., van 21 april 1972 tot 13 juni 1984
- -adviseur formateur Biesheuvel (lijmpoging breuk kabinet-Biesheuvel I), van 28 juli 1972 tot 4 augustus 1972
- -voorzitter Raad van Commissarissen SHV Holdings N.V., van 1980 tot 13 juni 1984
- -plaatsvervangend voorzitter Raad van Commissarissen AKZO N.V., tot 13 juni 1984
- -lid Commissie Vennootschapsrecht, omstreeks 1984
- -voorzitter Europese Culturele Stichting, tot 13 juni 1984
- -raadsheer-plaatsvervanger Gerechtshof te 's-Gravenhage
- -lid Raad van Commissarissen Kas-Associatie, omstreeks 1984
- -lid Raad van Commissarissen N.V. "het Nederlandse sportpark Olympisch Stadion", omstreeks 1984
- -lid Raad van Commissarissen Koninklijke Volker Stevin N.V., omstreeks 1984
- -voorzitter dagelijks bestuur Stichting "Praemium Erasmianum", omstreeks 1984
erefuncties, comité's van aanbeveling etc.
erelid Amsterdamsch Studentencorpsvoortgezet onderwijs
- -gymnasium-b te Amsterdam, 1936
academische studie
- -Nederlands recht (niet voltooid), Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam
- -Nederlands recht, Vrije Universiteit te Amsterdam, 1942
- -Bracht in 1960 samen met minister Cals de eerste sportnota uit. Daarin wordt uitgesproken dat verbetering van de lichamelijke opvoeding wenselijk is, dat het vooral een gemeentelijke taak is om te zorgen voor sportaccommodaties, dat het Nederlands Olympisch Comité jaarlijks subsidie krijgt en dat de opbrengst van een eventuele voetbaltoto ten goede van de sport moet komen.
- -Bracht in 1961 samen met staatssecretaris Veldkamp de Nota inzake reclametelevisie uit, waarin de weg voor invoering van commerciële omroep werd geopend. De Tweede Kamer wees in maart 1963 deze door hem en minister De Pous verdedigde nota af. Een motie-Van Someren-Downer ter ondersteuning van de nota werd met 96 tegen 41 stemmen verworpen.
- -Vormde in 1964 met zijn collega's Marijnen, Toxopeus en Biesheuvel het zgn. 'Irene-kwartet': de vier ministers die zich direct bezighielden met de perikelen rond het (voorgenomen) huwelijk van prinses Irene
als bewindspersoon (wetgeving)
- -Bracht in 1961 samen met de ministers Beerman, Marijnen en Van Rooy de Wet op de dierenbescherming (Stb. 19) tot stand, die bepalingen wijzigt in het Wetboek van Strafrecht over dierenmishandeling. Er komen regels voor dierententoonstellingen en over de handel in en het africhten van honden en katten. Het wetsvoorstel was in 1955 ingediend door de ministers Donker, Mansholt en Suurhoff en staatssecretaris Höppener.
- -Bracht in 1961 de Monumentenwet (Stb. 200) tot stand, die een register invoert van beschermde monumenten en stads- en dorpsgezichten, de waarde van kerkelijke monumenten vastlegt en provincies en gemeenten mogelijkheden geeft om monumenten in stand te houden. Het wetsvoorstel was in 1955 ingediend door minister Cals.
- -Bracht in 1962 een nieuwe Archiefwet (Stb. 313) tot stand, die de Archiefwet 1918 vervangt. De wet moet een deskundig beheer van archieven garanderen, ook voor de bescheiden van na 1813. Voor alle overheidslichamen worden archiefbewaarplaatsen aangewezen. Overheidsbescheiden moeten na vijftig jaar worden overgebracht naar een archiefbewaarplaats. Particulieren die in het bezit zijn van uit overheidsarchieven afkomstige documenten worden verplicht deze desgewenst tijdelijk ter reproductie af te staan.
- -Bracht in 1962 een wet tot stand waardoor de Staat een subsidie van f. 18,5 miljoen geeft aan de Stichting Vincent van Gogh en zich verplicht tot de bouw van een Van Gogh-museum
- -Bracht in 1964 als minister van Justitie samen met staatssecretaris Van den Berge de Algemene Termijnenwet (Stb. 162) tot stand. Deze bepaalt dat als regel een in een wet gestelde termijn die op zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag eindigt, wordt verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is.
- -Bracht in 1964 samen met de ministers Luns en Bot de Wet installaties Noordzee (anti-REM-wet) (Stb. 447) tot stand, waardoor installaties op kunstmatige eilanden die gebouwd zijn op het Continentale Plat onder het vigerende recht worden gebracht. Met de wet kan worden opgetreden tegen uitzending door de commerciële zender TV-Noordzee vanaf het REM-eiland, hetgeen ook gebeurt.
- -Bracht in 1964 samen met de staatssecretarissen Van den Berge en Van de Laar de Wet op de kansspelen (Stb. 483) tot stand, die de Loterijwet en de Totalisatorwet vervangt. Kansspelen worden toegestaan, indien daarvoor vergunning is verleend. De Staatsloterij, sportprijsvragen en de totalisator voor paardenrennen komen onder de wet te vallen. Het uitloven van geldprijzen wordt toegestaan.
- -Bracht in 1965 een nieuwe Vreemdelingenwet (Stb. 40) tot stand. 'Vreemdeling' is iedereen die niet de Nederlandse nationaliteit bezit (incl. staatlozen). Voor het verblijf in Nederland hebben vreemdelingen in beginsel een vergunning nodig: hetzij een vergunning tot verblijf, hetzij een vergunning tot vestiging. De vergunningplicht geldt niet voor toeristen, vluchtelingen en buitenlandse gezinsleden van een Nederlander. De wet regelt de grensbewaking, toelating, vestiging en uitzetting. Voorts regelt de wet de toelating van vluchtelingen, waarvoor overeenstemming nodig is tussen de ministers van Buitenlandse Zaken en Justitie. Het wetsvoorstel was in 1963 door zijn voorganger Beerman ingediend.
- -Bracht in 1965 de Wet tot wering van ongewenste handwapenen (Stb. 141) tot stand. Hierdoor worden stiletto's verboden.
- -Hij trachtte in 1965 tevergeefs samen met minister Veldkamp in het kabinet-Marijnen een compromis te vinden in de omroepkwestie
- -Na de val van het kabinet-Biesheuvel (breuk met DS'70) verzocht formateur Biesheuvel hem, mede op aandrang van VVD-fractieleider Wiegel, alsnog een lijmpoging te doen met DS'70. Formateur Biesheuvel vroeg hem op 28 juli 1972 daarom advies uit te brengen over de mogelijkheden om de kabinetscrisis op te lossen. Op 4 augustus werd geconcludeerd dat die mogelijkheden er niet waren.
uit de privésfeer
- -juridisch adviseur Prins Bernhard inzake de Lockheed-affaire
- -Zijn broer, G.J. Scholten, was hoogleraar
- -Zijn echtgenote was een dochter van de Leidse hoogleraar volkenkunde F.M. baron van Asbeck
niet-aanvaarde politieke functies
- -lid Eerste Kamer, december 1968 (tussentijdse benoeming in vacature-Kranenburg)
woonplaats(en)/adres(sen)
Amsterdam, omstreeks 1945 en nog in 1965
ridderorden
Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, 27 april 1965
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
- -lid Amsterdamsch Studentencorps
- -rector Amsterdamse Studenten Corps, van 1940 tot 1941
- -lid NCSV (Nederlandse Christen-Studenten Vereniging)
- -lid NGIZ (Nederlands Genootschap voor Internationale Zaken) (vóór 1959)
hobby's
- -sport (tennis, hockey, wintersport)
- -schaken
diverse pre-adviezen op juridisch gebied
literatuur/documentatie
Ned. Patriciaat, 1962
archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archiefhuwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te 's-Gravenhage, 6 mei 1943
echtgeno(o)t(e)/partner
P.A. barones van Asbeck, Petronella Anna
kinderen
3 dochters en 1 zoon
vader
Mr. P. Scholten, Paul
geboorteplaats en/of -datum
Amsterdam, 26 augustus 1875
moeder
G. Fockema, Grietje
geboorteplaats en/of -datum
Dokkum, 8 juni 1876
broers en zusters
1 broer en 1 zus
beroep grootvader (vaderskant)
makelaar
familierelaties
- -Zoon van P. Scholten, Eerste Kamerlid
- -Vader van M.C. Scholten, Eerste Kamerlid