Mr. J.B. (Jan) Kan - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

bij J.B. (Jan) Kan

Mr. J.B. (Jan) Kan

foto Mr. J.B. (Jan) Kanvergrootglas Topambtenaar, die als secretaris-generaal vele minister-presidenten diende. Verzorgde na 1918 de contacten met de naar Nederland uitgeweken Duitse keizer. In 1926 aangezocht als formateur van een ambtenarenkabinet, wat hij weigerde. Werd wel minister van Binnenlandse Zaken en Landbouw in het eerste kabinet-De Geer, een functie die hij combineerde met die van secretaris-generaal. Bracht onder meer een wijziging van de Kieswet tot stand die stemmen bij volmacht mogelijk maakte. Viel op door zijn sportiviteit (hij was oud-voetballer en voetballiefhebber) en kleding (droeg als enige vrij zelden een hoed). Populairste minister van zijn tijd. Later staatsraad. Zijn vader was rector en kwam uit een oorspronkelijk joodse familie. Vader van de cabaretier Wim Kan.

partijloze liberaal
in de periode 1908-1947: minister, lid Raad van State

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

voornamen (roepnaam)

Johannes Benedictus (Jan)

2.

personalia

geboorteplaats en -datum
Nijmegen, 18 mei 1873

overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 8 mei 1947

3.

partij/stroming

stroming(en)
liberaal (links-liberaal)

partij(en)
partijloos

4.

loopbaan

  • commies-redacteur ter secretarie, gemeente Rotterdam, van 1896 tot 1897 
  • ambtenaar ministerie van Financiën, van 1897 tot 1899 
  • commies administratie der generale thesaurie, ministerie van Financiën, van 1899 tot januari 1901 
  • inspecteur in algemene dienst, ministerie van Financiën, van 17 januari 1901 tot juli 1905 
  • hoofd afdeling algemene zaken en comptabiliteit (rang: referendaris), ministerie van Binnenlandse Zaken, van 16 juli 1905 tot 1 april 1908 
  • secretaris-generaal ministerie van Binnenlandse Zaken, van 1 april 1908 tot 1 januari 1931 (onbezoldigd voortgezet tijdens ministerschap) 
  • secretaris-generaal in algemene dienst, tot bijstand van de (tijdelijke) voorzitter van de raad van ministers, van 1 januari 1919 tot 1 januari 1931 (onbezoldigd voortgezet tijdens ministerschap) 
  • minister van Binnenlandse Zaken en Landbouw, van 8 maart 1926 tot 10 augustus 1929 
  • waarnemend minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, van 19 november 1927 tot 10 februari 1928 (in verband met ziekte van Waszink) 
  • lid Raad van State, van 10 februari 1931 tot 8 mei 1947 (benoeming bij K.B. van 19 december 1930, nr. 2) 

5.

nevenfuncties

  • secretaris-lid Staatscommissie onderzoek naar de financiële toestand van de gemeenten (Staatscommissie-Van Nierop), van juli 1906 tot december 1906 
  • secretaris Staatscommissie inzake de Grondwetsherziening (Staatscommissie-De Beaufort), van 2 mei 1910 tot 1912 
  • commissaris Pensioenfonds voor gemeente-ambtenaren, vanaf 1 oktober 1913 (nog in 1919) 
  • secretaris Staatscommissie inzake de Grondwetsherziening (Staatscommissie-Ruys de Beerenbrouck), van 20 december 1918 tot 27 december 1920 
  • voorzitter Staatscommissie inzake het luchtverkeer, vanaf 26 november 1919 
  • lid Raad van Commissarissen Koninklijke Luchtvaartmaatschappij voor Nederland en Koloniën, omstreeks 1931 
  • lid Raad van Commissarissen N.V. Hollandsche IJzeren-Spoorweg Maatschappij en N.V. Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, omstreeks 1931 tot 1938 
  • adviseur honorair ministerie van Binnenlandse Zaken, vanaf 1 januari 1931 (i.v.m. contacten met de Duitse ex-keizer) 
  • voorzitter Commissie medische studies, vanaf januari 1932 
  • voorzitter commissie inzake eventuele uitbreiding luchtmacht, omstreeks 1933 
  • voorzitter interdepartementale commissie Staatsnoodrecht, 1937 
  • lid Raad van Commissarissen N.V. Nederlandsche Spoorwegen, vanaf 1938 
  • adviseur voor algemene zaken van de regeringscommissaris voor de wederopbouw, vanaf september 1940 

afgeleide functies, presidia etc.
  • secretaris van de ministerraad, van maart 1926 tot augustus 1929 
  • lid afdeling Binnenlandse Zaken (Raad van State) 
  • lid afdeling Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen (Raad van State) 
  • lid afdeling geschillen van bestuur (Raad van State) 

6.

opleiding

voortgezet onderwijs
  • Erasmiaansch Gymnasium te Rotterdam 

academische studie
  • rechtsgeleerdheid (gepromoveerd op dissertatie), Rijksuniversiteit Leiden, van 26 september 1892 tot 18 februari 1896 (cum laude) 

7.

activiteiten

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Ontwierp een herziening van de Gemeentewet en nieuwe Pachtwet 
  • Belangrijkste benoemingen tijdens zijn ministerschap: F.A.C. graaf van Lynden van Sandenburg (arp, vicepresident Raad van State), jhr. A.B.G.M. van Rijckevorsel (rk, Commissaris der Koningin in Nood-Brabant), jhr. H.A. van Karnebeek (lib., Commissaris der Koningin in Zuid-Holland), P. Droogleever Fortuyn (lib., burgemeester van Rotterdam), 

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1927 een wet tot stand waarbij de gemeenten Zijpe en Petten werden verenigd tot een nieuwe gemeente Zijpe 
  • Bracht in 1927 een herziening van de Provinciale Wet tot stand. Deze wijziging betrof onder meer de benoembaarheid van vrouwen tot griffier, de mogelijkheid van het totstandbrengen van provinciale bedrijven en invoering van politiedwang bij de uitvoering van provinciale verordeningen. 
  • Bracht in 1927 een wet tot stand waarbij het grondgebied van de gemeente Haarlem werd uitgebreid met dat van de op te heffen gemeente Schoten en met gedeelten van Bloemendaal, Heemstede en Haarlemmerliede en Spaarnwoude 
  • Bracht in 1928 een wijziging van de Kieswet tot stand. Hierdoor werd het ook bij de Statenverkiezingen mogelijk de stem uit te brengen buiten de woonplaats (mits binnen de eigen woonprovincie). Verder konden voortaan kiezers die vanwege beroep of werkzaamheden op de dag van de stemming afwezig waren vóór 1 januari van het verkiezingsjaar een volmacht afgeven. 
  • Bracht in 1929 samen met minister De Geer de Financiële-Verhoudingswet tot stand, waarbij onder meer het Gemeentefonds wordt ingesteld. De gemeentelijke inkomstenbelasting werd vervangen door een Gemeentefondsbelasting waaruit het Gemeentefonds werd gevoed. Daarnaast werden er 50 opcenten op de vermogensbelasting geheven. De gelden uit het Gemeentefonds werden verdeeld op basis van vijfjaarlijks vast te stellen uitgaven voor onderwijs, politie en armenzorg en het gemiddelde inkomen per inwoner in een gemeente. 

8.

wetenswaardigheden

algemeen
  • Onderhield na de Eerste Wereldoorlog in de hoedanigheid van secretaris-generaal in algemene dienst namens de regering de contacten met de ex-keizer van Duitsland die in Doorn verbleef 
  • Speelde een belangrijke rol bij de formatie in 1926; werd zelf genoemd als formateur van een ambtenarenkabinet 

uit de privésfeer
  • De familie was oorspronkelijk Joods en ging in 1831 te Groningen over naar de Nederlandse Hervormde Kerk 
  • Liefhebber van de voetbalsport. Was in zijn jeugdjaren actief en maakte deel uit van het eerste officieuze Nederlands Elftal. Was de eerste Nederlandse voetballer die voor zijn club een strafschop mocht nemen. 
  • Werd op dezelfde dag als H.J. Knottenbelt ingeschreven als student in Leiden en was tevens een jaargenoot van Ch. Ruijs de Beerenbrouck en J.A.N. Patijn 
  • Zijn vader was rector van het Gymnasium Erasmianum te Rotterdam 
  • Vader van Wim Kan, cabaretier 

anekdotes en citaten
  • Als hij een zwembad moest openen, deed hij dat door een duik in het water te nemen; als er ijs lag, ging hij met prinses Juliana schaatsen. 

niet-aanvaarde politieke functies
  • secretaris-generaal ministerie van Binnenlandse Zaken, mei 1940 (gevraagd door generaal Winkelman) 

woonplaats(en)/adres(sen)
Scheveningen, Cornelis Jolstraat 66, omstreeks 1928

ridderorden
  • Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw 
  • Grootofficier in de Orde van Oranje-Nassau, 29 augustus 1925 

buitenlandse onderscheidingen
3 buitenlandse onderscheidingen

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
  • lid Football Club "Victoria" te Rotterdam 
  • lid tennisclub "Leimonidas" te Scheveningen 

hobby's
all-round sportman (m.n. hockey, voetbal tennis en schaatsen)

9.

publicaties/bronnen

publicaties
  • "De comptabiliteit in het staatsbestuur" (dissertatie, 1896) 
  • Verscheidene opstellen in "Het Rechtsgeleerd Magazijn" 
  • Verscheidene opstellen in "De Gids" 

literatuur/documentatie
  • H.P.H. Nusteling, "Kan (jr.), Johannes Benedictus (1873-1947)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel II, 282 
  • D. Hillenius, "Mr. J.B. Kan", in: VNG-Magazine, 14 en 28 april 2000 
  • Pieter van den Broeke, "Minister Kan", in rubriek "Door het leven", AD/Haagsche Courant, 26 janauri 2013 
  • P.J. Oud, "Het Jongste Verleden", deel III, 84 e.v. 
  • Ned. Patriciaat, 1978 

Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland

archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief

10.

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te 's-Gravenhage, 12 juni 1902

echtgeno(o)t(e)/partner
H.C. Schalkwijk, Helena Cornelia

kinderen
2 zoons en 1 dochter

vader
Mr. J.B. Kan, Johannes Benedictus

geboorteplaats en/of -datum
Groningen, 31 augustus 1831

moeder
M.A. Masman, Madelaine Anne (tweede echtgenote van vader)

geboorteplaats en/of -datum
Oosterhout, 23 januari 1844

beroep grootvader (vaderskant)
preceptor gymnasium te Groningen

familierelaties
Vader van J.M. Kan, staatsraad