Voorzitterschap Europese Unie - Hoofdinhoud
Elk half jaar (van januari t/m juni en van juli t/m december) wordt de Europese Unie voorgezeten door een lidstaat. Het land dat voorzitter is, leidt de vergaderingen van de Raad van de Europese Unie. Uitzondering hierop is de Raad Buitenlandse Zaken die wordt voorgezeten door de Hoge Vertegenwoordiger voor het buitenlands- en defensiebeleid.
De Europese Raad wordt voorgezeten door de Vaste Voorzitter van de Europese Raad.
Het Voorzitterschap van de Raad speelt een essentiële rol bij de sturing van het wetgevend en politiek besluitvormingsproces. De voorzittende lidstaat heeft hierbij de vrijheid om prioriteiten te stellen. De voorzitter heeft een belangrijke functie van het op één lijn krijgen van de verschillende lidstaten en bij het sluiten van compromissen. Het voorzitterschap vormt een bijdrage van elke lidstaat aan de goede werking van de Europese instellingen.
Elk voorzitterschap werkt nauw samen met twee andere landen die daarvoor of daarna voorzitter zijn. Deze groep, de trojka genoemd, stemt onderling de prioriteiten af. Ze kunnen zelfs besluiten dat elke lidstaat gedurende anderhalf jaar een deel van de raadsformaties voorzit.
Bijeenkomsten van de raadsvergaderingen vinden plaats in Brussel en Luxemburg. De voorzittende lidstaat kan ook (informele) raden organiseren in de lidstaat zelf.
Sinds 1 januari 2013 vervult Ierland het voorzitterschap. Vanaf 1 juli 2013 is Litouwen voorzitter.
Het voorzitterschap leidt de Raad van de Europese Unie en het Comité van Permanente Vertegenwoordigers (Coreper), en zorgt voor een goede verstandhouding tussen de lidstaten in deze organen.
Daarnaast is de voorzitter de vertegenwoordiger van de Raad in andere Europese instituten, met name in het Europees Parlement en de Europese Commissie.
Ook spelen de vakministers uit het voorzittende land een rol in contacten met en vergaderingen van internationale organisaties, en in de relaties met derde landen. Dit geldt niet voor het buitenlands en veiligheidsbeleid, waar de Hoge Vertegenwoordiger namens de Europese Unie spreekt, of op het niveau van regeringsleiders en staatshoofden, waar de vaste voorzitter van de Europese Raad de Unie vertegenwoordigt.
Sinds 1958 heeft Nederland tien keer het voorzitterschap bekleed: in de tweede helft van 1960, 1963, 1966, 1969, 1972, 1976, de eerste helft van 1986 en 1997, de tweede helft van 1991 en ten slotte de tweede helft van 2004.
Het Nederlandse voorzitterschap heeft de Europese Unie door de jaren heen diverse mijlpalen opgeleverd. De laatste vier voorzitterschappen mondden uit in:
-
-
-
-opening toetredingsonderhandelingen voor lidmaatschap van Turkije tot de Europese Unie (2004)
Van januari tot en met juni 2016 zal Nederland voor de elfde keer het Voorzitterschap vervullen.
Jaar |
januari-juni |
juli-december |
|---|---|---|
2013 |
Litouwen |
|
2014 |
Griekenland |
Italië |
2015 |
Letland |
Luxemburg |
2016 |
Nederland |
Slowakije |
2017 |
Malta |
Verenigd Koninkrijk |
2018 |
Estland |
Bulgarije |
2019 |
Oostenrijk |
Roemenië |
2020 |
Finland |
. |
Jaar |
januari-juni |
juli-december |
|---|---|---|
2006 |
||
2007 |
||
2008 |
||
2009 |
||
2010 |
||
2011 |
||
2012 |
Het voorzitterschap van de Raad van Ministers vindt haar basis in het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU).
-
-VEU titel III art. 16 lid 9
-
-trojka van voorzitterschappen: verklaring ad art. 16 lid 9 VEU