-
21-05CECODHAS Housing Europe General Assembly
-
22-05Introduction to ECC-Net Cooperation Day
-
22-05Europese Raad
-
23-05European Consumer Centres Network (ECC-Net) Cooperation Day
-
30-056th European Cervical Cancer Summit Meeting (ECCSM2013)
-
27-06Europese Raad, Brussel
-
27-06Europese Raad, Brussel
-
28-06Europese Raad, Brussel
-
28-06Europese Raad, Brussel
-
01-07Croatia joins the EU
Europese Raad - Hoofdinhoud
Dit orgaan bestaat uit de regeringsleiders van de 27 lidstaten van de Europese Unie, de vaste voorzitter en de voorzitter van de Europese Commissie. De Hoge Vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid woont de bijeenkomsten van de Europese Raad ook bij. Alleen de regeringsleiders hebben stemrecht tijdens de vergaderingen. De Europese Raad komt minstens vier keer per jaar bijeen om de algemene politieke beleidslijnen vast te stellen.
Bijeenkomsten van de Europese Raad zijn belangrijk en worden ook vaak 'Europese top' genoemd: de regeringsleiders stellen dan namelijk de prioriteiten vast die voor de Europese Commissie vaak het startpunt zijn bij het formuleren van nieuwe initiatieven. De Europese Raad moet niet verward worden met de Raad van Europa (een internationale organisatie) noch met de Raad van de Europese Unie (ook wel Raad van Ministers genoemd).
Vaste voorzitter |
|
|---|---|
Grondslag |
|
Aard organisatie |
Orgaan van de Europese Unie |
Bijeenkomsten van de Europese Raad vormen mijlpalen in het politieke leven en de ontwikkeling van de Europese Unie. De besluiten tijdens de bijeenkomsten van de Europese Raad zijn een belangrijke stimulans bij het bepalen van de algemene politieke richtsnoeren. De vaste voorzitter kan hierbij accenten leggen, door bepaalde onderwerpen te agenderen.
Fundamentele hervormingen: aanpassing van de Europese Verdragen
De Europese Raad mag als enig orgaan van de Europese Unie besluiten dat de EU-verdragen moeten worden herzien. De Europese Raad roept dan een Conventie bijeen.
In die Conventie zitten de Europese Raad en vertegenwoordigers van de Europese Commissie en het Europees Parlement. Elk land heeft hier een vetorecht. Er wordt besloten met unanimiteit, dat wil zeggen dat er pas besluiten worden genomen als alle landen het met elkaar eens zijn.
Voor minder ingrijpende verdragswijzigingen kan de Europese Raad er ook voor kiezen om de passerelle-procedure te gebruiken. Hiermee wordt voorkomen dat voor relatief kleine wijzigingen een heel nieuw verdrag moet worden gesloten.
Voor het Verdrag van Lissabon was de Europese Raad het enige orgaan van de Europese Unie dat besluiten nam over verdragswijzigingen. Dat deden ze in de vorm van een Intergouvernementele Conferentie (IGC). Er zijn zeven IGC's georganiseerd:
Lissabon (2007): grootschalige institutionele hervormingen, waaronder:
-
-Opheffen van de pijlerstructuur; alleen defensie en buitenlands beleid staan enigszins apart van de standaard procedures. Verdere verschuiving naar stemmen met gekwalificeerde meerderheid in de Raad en vooral een uitbreiding van de bevoegdheden van het Europees Parlement
-
-Kleine rol voor nationale parlementen; zij zien er mede op toe dat regelgeving op het Europese niveau een meerwaarde heeft, en anders moet het worden overgelaten aan het nationale of lokale niveau (het subsidiariteitsbeginsel)
-
-Europese Raad wordt formeel erkend als instelling, en krijgt een vaste voorzitter
Rome (2003): Het opstellen van een Grondwet voor de Europese Unie [niet geratificeerd]
-
-Alle verdragen in één overzichtelijk document
-
-Duidelijke afbakening van bevoegdheden van de Europese Unie
-
-Democratisering; een grotere rol voor het Europees Parlement, nationale parlement en de burger
Nice (2000): grootschalige institutionele hervormingen om toetreding van tien nieuwe lidstaten mogelijk te maken, waaronder:
-
-Een herziening van de zetelverdeling in het Europees Parlement en de stemmenweging in de Raad van de Europese Unie
-
-Beperking van het vetorecht ten gunste van besluitvorming met meerderheid (nodig om de Europese besluitvorming niet te laten dichtslibben door veto's in een Unie van 27 lidstaten).
Amsterdam (1997): grootschalige institutionele hervormingen, waaronder:
-
-Een forse uitbreiding van de bevoegdheden van het Europees Parlement. Amsterdam stelde de medebeslissingsprocedure in op veel meer beleidsterreinen en gaf het Parlement uitgebreide mede-wetgevende bevoegdheden.
-
-Wijziging van de stemprocedures in de Raad van de Europese Unie (verfijning van de gekwalificeerde meerderheid)
-
-Instelling van de 'Unie van meerdere snelheden', waarmee nauwe samenwerkingsverbanden zijn toegestaan tussen een beperkte groep lidstaten. Zo kan de Unie blijven bestaan, terwijl niet alle lidstaten deelnemen aan de euro of aan (bijvoorbeeld) gezamenlijke defensie-operaties.
Maastricht (1991) combineerde twee IGC's:
-
-de oprichting van de politieke Europese Unie, en
-
-instelling van de Economische en Monetaire Unie, die de invoering van de euro voorbereidde
-
-invoering van een een pijlerstructuur, die bestond uit:
-
-de communautaire (eerste) pijler, die alle tot dan toe bestaande besluitvorming omvatte,
-
-de tweede pijler (Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid) en
-
-de derde pijler (Justitie en Binnenlandse Zaken).
-
-
-Bij stemmingen in de tweede pijler hadden alle lidstaten een veto, terwijl in de eerste pijler besloten werd met gekwalificeerde meerderheid. In de tweede pijler gold gekwalificeerde meerderheid voor praktische/uitvoerende zaken en unanimiteit bij andere (met name meer controversiële) zaken
Brussel (1986), waar de Europese Akte werd getekend die de instelling van een gemeenschappelijke interne markt regelde.
De Europese Raad komt minimaal twee keer per half jaar bijeen in Brussel. In juni en december vindt doorgaans een bijeenkomst plaats. De vergadering wordt bijeengeroepen door de vaste voorzitter van de Europese Raad. De bijeenkomsten - ook wel Europese toppen genoemd - duren meestal twee dagen.
Rol vaste voorzitter
De vaste voorzitter van de Europese Raad wordt voor een termijn van tweeënhalf jaar benoemd. Hij bereidt de vergaderingen van de Europese Raad voor en leidt deze. Daarnaast onderhoudt de vaste voorzitter namens de Europese Raad de contacten met staatshoofden en regeringsleiders op het gebied van buitenlands beleid.
IGC's
Intergouvernementele Conferenties (IGC's) duren in de regel langer dan de 'reguliere' Europese Raad. Een IGC wordt voorbereid door vertegenwoordigers uit alle regeringen van de lidstaten. Ook de Europese Commissie en het Europees Parlement zijn betrokken bij de voorbereidingen. De politieke verantwoordelijkheid voor deze conferentie berust bij de Raad Algemene Zaken (Raad AZ). Besluitvorming over verdragswijzigingen gebeurt altijd met unanimiteit.
Op de Europese Raad komen staatshoofden en regeringsleiders van alle EU-lidstaten bijeen. In de praktijk zijn dat 24 ministers-presidenten en drie presidenten (die van Frankrijk, Letland en Litouwen).
In de Europese Raad wordt Nederland vertegenwoordigd door de minister-president. Sinds 14 oktober 2010 is dat Mark Rutte.
De premier krijgt tijdens de Europese Raad assistentie van de minister van Buitenlandse Zaken, Frans Timmermans. Met de invoering van het Verdrag van Lissabon is de toegang van andere bewindslieden beperkt.
De Europese Raad vindt haar basis in het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU).
-
-Stemverhoudingen: zesde deel VwEU hoofdstuk I tweede afdeling (artikelen 235 t/m 236)
Van alle Europese instellingen is de Europese Raad de jongste. In de originele verdragen was er nog geen Europese Raad of iets dat er mee te vergelijken viel. Hij is ontstaan als gevolg van een bestuurlijke crisis.
In 1965 besloot Frankrijk uit onvrede weg te blijven uit vergaderingen van de Raad van Ministers. Het gevolg hiervan was, aangezien besluiten met unanimiteit genomen moesten worden, dat het werk stil lag. Deze gebeurtenis wordt ook wel 'de legestoelcrisis' genoemd. Een half jaar later werden de problemen gladgestreken en sloten de lidstaten het 'Compromis van Luxemburg'. Hierin werd vastgesteld dat het mogelijk is dat voor een van de lidstaten een fundamenteel nationaal belang geschonden wordt bij besluiten met gekwalificeerde meerderheid. In dat geval gaan de lidstaten samen binnen een redelijke termijn op zoek naar een voor alle landen aanvaardbare oplossing. De crisis in 1965 leidde ertoe dat de Europese Raad daarna vaker bijeenkwam Dat ging ten koste van de positie van de Raad van de Europese Unie, waar de lidstaten op ministerieel niveau worden vertegenwoordigd.
In 1974 werd de Europese Raad daadwerkelijk opgericht. Vanaf dat moment zouden de regeringsleiders elk half jaar bijeenkomen, of vaker indien dat nodig was. De voorzitter van de Europese Commissie mocht bij die toppen aanwezig zijn.
De invloed van de Europese Raad was en is groot, omdat daarbij regeringsleiders aanwezig zijn. Hoe goed die regeringsleiders met elkaar konden samenwerken is een belangrijke factor. Zo was de samenwerking tussen de Duitse kanselier Kohl en de Franse president Mitterrand eind jaren '80 uitstekend, wat de verdere Europese integratie ten goede kwam. Daarentegen wist De Gaulle eerder, in de jaren '60, juist iedereen tegen zich in het harnas te jagen.
In het Verdrag van Maastricht kreeg de Europese Raad een officiële status binnen de institutionele structuur van de Europese Unie. De Europese Raad maakte geen onderdeel uit van het normale wetgevingsproces; daar worden de lidstaten vertegenwoordigd door de Raad van Ministers.
Toch lijkt het erop dat de Europese Raad zich in de loop der jaren meer is gaan bezighouden met actuele specifieke beleidsonderwerpen, en niet alleen meer met de algemene politieke lijn. Zo doet de Europese Raad bijvoorbeeld steeds vaker uitspraken over actuele internationale kwesties. Ook komt de Europese Raad tegenwoordig vaker bijeen, vier in plaats van twee keer per jaar, en bij bepaalde crises komen daar nog extra vergaderingen bij.
De groeiende rol van de Europese Raad vond zijn weerslag in het Verdrag van Lissabon. Op een beperkt aantal punten - voornamelijk het buitenlands- en veiligheidsbeleid - is de Europese Raad aangewezen om de grote lijnen uit te zetten.
Tot halverwege de jaren negentig was de Europese Commissie een grote kracht in het proces van steeds verdere integratie. Wanneer de Europese Commissie het voortouw niet neemt, ligt het initiatief bij de Europese Raad. In de recente Europese verdragen staat dat de Europese Raad moet bepalen hoe de Europese Unie er uit komt te zien. Het lijkt erop dat hij dit meer dan voorheen alleen doet.
| internet | website inlichtingen |
|---|---|
| tel. | +32-2 281 56 50 |
| adres | Wetstraat 175 B-1048 - Brussel |