Consumentenrechtenbeleid - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut

Markt

In de Europese Unie leven op dit moment ruim 450 miljoen consumenten. De EU streeft naar het waarborgen van de rechten en de belangen van deze consumenten. Zij moeten de garantie hebben dat producten in supermarkten gezond en veilig zijn en dat zij bij klachten een redelijke schadevergoeding kunnen krijgen.

Alle lidstaten beschermden de rechten van de consumenten op hun eigen wijze. Om aan deze verschillen een einde te maken was Europees beleid noodzakelijk.

Wetgeving is niet het enige middel om dit doel te bereiken. Andere methoden zijn onder meer co-regulering tussen organisaties van consumenten en bedrijven, en richtsnoeren voor goede praktijken. Ook is een belangrijke rol weggelegd voor sterke consumentenorganisaties die zich bewust zijn van de individuele consumentenrechten en deze in de praktijk ook kunnen doen gelden. Vooral in de nieuwe lidstaten is daar grote behoefte aan.

 

1.

In vogelvlucht

Het idee van een Europees consumentenbeleid is ontstaan halverwege de jaren zeventig. Op de top van Parijs in 1972 hebben de staatshoofden en regeringsleiders hier voor het eerst over gesproken. Snel daarna heeft de Europese Commissie haar eerste actieprogramma voor de bescherming van de consument ontworpen.

In dit programma worden vijf soorten rechten genoemd die de basis zijn voor de Europese wetgeving:

  • het recht op bescherming van de gezondheid en de veiligheid
  • het recht op bescherming van de economische belangen
  • het recht op schadeloosstelling
  • het recht op informatie en educatie
  • het recht op vertegenwoordiging

Met de ratificatie de Europese Akte van 1986 wordt ook het begrip consument in het Europese Verdrag opgenomen. Dit artikel legt de basis voor de juridische erkenning van het consumentenbeleid. In latere actieprogramma's ligt onder meer de nadruk op:

  • de vertegenwoordiging van de consument (het Raadgevend Consumentencomité zal worden aangepast om de vertegenwoordiging uit te breiden)
  • consumentenvoorlichting
  • productveiligheid

Op het gebied van productveiligheid heeft de Europese Unie gezorgd voor uniforme regels voor speelgoed, elektrische apparaten, cosmetica, medicijnen, machines en pleziervaartuigen.

Speerpunten van het huidige Europese consumentenrechtenbeleid zijn onder meer:

  • regels tegen misleidende reclame en agressieve verkooppraktijken
  • voedselveiligheid (bijvoorbeeld tijdens een uitbraak van een epidemie die vee treft)
  • de etikettering van producten die genetisch gemodificeerde ingrediënten bevatten

Nieuwe Richtlijn

In oktober 2008 stelde de Europese Commissie een nieuwe richtlijn met betrekking tot het consumentenrecht voor. Deze richtlijn moet de bestaande vier richtlijnen voor consumentenrechten vervangen. Met name aan het kopen via internet en in winkels wordt in de voorgestelde richtlijn veel aandacht besteed. In juli 2009 kondigde de Commissie een pakket maatregelen aan om de naleving van de rechten van consumenten beter af te dwingen in de dagelijkse praktijk. Alleen wetgeving op papier is niet voldoende, aldus toenmalig eurocommissaris Meglena Kuneva. Eerder waarschuwen voor gevaarlijke producten en betere samenwerking tussen nationale instanties die toezien op de naleving van consumentenwetten zijn voorbeelden van dergelijke maatregelen.

In een rapport van juni 2009 is de Sociaal Economische Raad (SER) het grotendeels eens met de voorgestelde nieuwe richtlijn, maar stelde zij ook enkele aanpassingen voor. Zo wordt er in de conceptrichtlijn gesproken over het begrip non-conformiteit. Dit houdt in dat een product niet voldoet aan de voorwaarden waaronder het verkocht is. De SER is van mening dat rechten waarop zowel de consument als de verkoper in dergelijke gevallen aanspraak kunnen maken beter moeten worden verdeeld. Ook vindt de SER dat de gezondheidszorg niet zou moeten worden meegenomen in de nieuwe richtlijn. Het adviesrapport dient ter ondersteuning voor de vervolgonderhandelingen.

In maart 2010 maakte eurocommissaris Vivianne Reding bekend een minder verstrekkende richtlijn voor te bereiden. In dit voorstel zal volledige harmonisatie van consumentenrechten in de verschillende lidstaten komen te vervallen. In de praktijk zou volledige harmonisatie namelijk voor de burgers van veel lidstaten een verslechtering van hun rechten inhouden.

Het CE-keurmerk

Er zijn in de lidstaten vele keurmerken die bijvoorbeeld aangeven of producten veilig of milieuvriendelijk zijn. Voldoet een product aan de minimumeisen gesteld in de Europese richtlijnen, dan krijgt een product het CE-keurmerk.

Producten zonder CE-keurmerk worden niet toegelaten tot de Europese markt.

Producenten zijn zelf verantwoordelijk voor het veiligheidsonderzoek naar hun producten, en daarmee voor het aanbrengen van het CE-keurmerk. Producenten mogen hun producten ook bij daartoe bevoegde instanties laten onderzoeken en keuren. 

Het Europees Parlement wilde dat de Europese Commissie strengere eisen stelde aan de veiligheid van producten. In de nieuwe Speelgoedrichtlijn, die in 2011 in werking treedt, staat nu dat bepaalde (gevaarlijke) chemicaliën niet meer mogen worden gebruikt bij het maken van speelgoed. Naast het CE-keurmerk wil het Europees Parlement verder dat er een veiligheidskeurmerk komt dat aangeeft dat een product veilig te gebruiken is. Producenten kunnen vrijwillig voor dit nieuwe keurmerk kiezen, dat dan in de plaats komt van de nationale etiketten over veiligheid die op producten staan.

Verbeterde informatie-uitwisseling

Sinds 2004 kent de Europese Unie RAPEX; het Europees waarschuwingssysteem voor gevaarlijke niet-voedingsproducten. Dit systeem faciliteert de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten over producten die een gevaar vormen voor de volksgezondheid. Hieronder vallen ook producten waar nog geen specifieke richtlijnen voor bestaan.

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

Inleiding + samenvatting van de EU wetgeving

 

2.

Wie doet wat?

De activiteiten die de Europese Unie ontwikkelt op het terrein van de consumentenrechten worden ontplooit in het kader van de gewone wetgevingsprocedure. Dit houdt in dat de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement alle een grote rol spelen in het besluitvormingsproces.

Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Gezondheid en Consumentenbescherming:

De Europese Commissie betrekt adviezen bij het Economisch en Sociaal Comité, een adviesorgaan waar bijvoorbeeld de Nederlandse Consumentenbond in is vertegenwoordigd.

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel bekend heeft gemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

De raadsformatie die beslist over Consumentenzaken is de Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken, die formeel vier keer per jaar bijeenkomt. Ook informele of buitengewone bijeenkomsten zijn mogelijk. Besluiten worden genomen met gekwalificeerde meerderheid. Vertegenwoordiger voor Nederland in deze Raad is:

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Interne Markt en Consumentenbescherming de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs lid:

Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 345. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

3.

Juridisch kader

Consumentenrechtenbeleid vindt haar basis in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Gemeenschap (VwEU):

 

4.

Meer informatie

Hot issues

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Eurobarometer

5.

Tip voor informatie op maat

Via onderstaande symbolen kunt u de omvang van de informatie over dit beleidsterrein op uw behoefte van dit moment afstemmen:

 
  Niveau Rubrieken
niveau 1: kort In vogelvlucht, Wie doet wat?
niveau 2: uitgebreid Niveau 1 + Juridisch kader

Afhankelijk van het niveau kunnen ook de teksten van de rubrieken uitgebreider en specialistischer zijn.

Tip

Deze icoontjes treft u ook aan boven de inhoudsopgave aan de rechterkant van deze pagina.

Documentatiecentrum voor Nederlandse Politieke Partijen, verbonden aan de Rijksuniversiteit GroningenFaculteit der Rechtsgeleerdheid, Capaciteitsgroep Publiekrecht van de Universiteit van MaastrichtCampus Den Haag Universiteit LeidenCentrum voor Parlementaire Geschiedenis van de Radboud Universiteit NijmegenParlementair Documentatie Centrum van de Universiteit Leiden
  • Contact
  • Home