-
18-05European Solar Days
-
22-05European Commission-India Workshop
-
22-05Mr Günther H. OETTINGER delivers a speech at an event on policies for SMEs in Europe, together with Mr Rainer BRÜDERLE (Saarbrücken)
-
23-05Stakeholder consultation by rapporteur Gábor BIHARY (HU/PES - EDUC)
-
24-05Mr Günther H. OETTINGER delivers a keynote speech at the 11th Gas Infrastructure Europe (GIE) Annual Conference (Venice)
-
24-05Keynote presentation by Mr. Constâncio at Panel 3 “Implications of the SSM on the ESFS” at Public Hearing on Financial Supervision in the EU jointly organised by DG Internal Market and Services and DG Economic and Financial Affairs of the European Commission in Brussels, Belgium.
-
28-05High-level seminar on the implications of shale gas for Europe’s competitiveness
-
29-05Three parallel green-energy events in South East Europe
-
29-05Parlementaire Commissie vergadering: Industrie, onderzoek en energie, Brussel
-
29-05Parlementaire Commissie vergadering: Industrie, onderzoek en energie, Brussel
-
30-05Parlementaire Commissie vergadering: Industrie, onderzoek en energie, Brussel
-
30-05Parlementaire Commissie vergadering: Industrie, onderzoek en energie, Brussel
-
31-05"Establishing a framework for maritime and integrated coastal management"
Energiebeleid - Hoofdinhoud
|
|
De Europese Unie streeft naar een constante en veilige aanvoer van energie. Meer marktwerking op de Europese interne markt moet de prijs van energie verlagen.
Verder zijn de lidstaten in EU-verband verplichtingen aangegaan inzake klimaatbeleid en bestrijding van luchtvervuiling. In dat kader stimuleert de Europese Unie duurzame manieren om energie op te wekken en de beperking van de uitstoot van schadelijke stoffen.
Het energiebeleid van de Europese Unie gaat terug tot de oprichting van de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal in 1952 en het Euratom-verdrag in 1958 (samenwerking op het gebied van kernenergie). Sinds die tijd heeft het beleid zich ontwikkeld tot een beleid dat zich nu vooral richt op verdere liberalisering van de energiemarkt, het veiligstellen van de Europese energievoorziening en op ontwikkeling van duurzame energiebronnen.
Liberalisering van de energiemarkt
De Europese Unie stimuleert concurrentie tussen energiebedrijven en streeft naar de totstandkoming van een Europese interne energiemarkt. Mede onder druk van Europese regelgeving zijn nationale monopolies op het gebied van energiedistributie sinds de jaren 1990 opengebroken.
De leveranciers moeten daardoor meer met elkaar concurreren. Dat moet leiden tot scherpere prijzen en meer keuzevrijheid voor consumenten. Per 1 juli 2007 heeft de Europese consument de vrijheid gekregen om zelf een gas- of elektriciteitsleverancier te kiezen. In Nederland kon dat al eerder.
De eerste richtlijn voor liberalisering van de energiemarkt werd aan het eind van de jaren 1990 aangenomen. Het doel van deze richtlijn was om de elektriciteit- en gasmarkt open te breken en concurrentie tussen bedrijven te introduceren. Tot op dat moment waren de meeste energiebedrijven in handen van overheden.
Een tweede pakket richtlijnen werd aangenomen in 2003. De onderdelen van energiebedrijven die het netwerk beheerden en de onderdelen die de energie produceerden en verspreidden, moesten nu meer onafhankelijk van elkaar gaan opereren.
In 2009 zijn de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie het eens geworden over een nieuw pakket regelgeving voor verdere liberalisering van de energiemarkt.
In het oorspronkelijke voorstel van de Commissie voor deze nieuwe richtlijn, moesten energiebedrijven rigoureus worden opgesplitst in een infrabedrijf dat netwerken onderhoudt en een bedrijf dat energie produceert en levert. Op die manier moesten monopolies van bedrijven voorkomen worden. Onder druk van Frankrijk en Duitsland werd dit echter afgezwakt. Energiebedrijven kunnen nu ook intern de afdelingen voor productie en levering scheiden.
Een ander onderdeel van het nieuwe pakket maatregelen is de oprichting van een EU-agentschap voor samenwerking tussen nationale energieregulators, ACER. Dit agentschap is op 4 maart 2011 operationeel geworden. ACER coördineert en ondersteunt het werk van de nationale toezichthouders op de energiemarkt, zodat er meer samenhang komt tussen het energiebeleid in de verschillende lidstaten van de EU.
Veiligstellen van de energievoorziening in Europa
Ruim 50 procent van de energie die in de Europese Unie wordt verbruikt, is afkomstig van leveranciers van buiten de Unie (bijvoorbeeld uit Rusland of het Midden-Oosten). De leveranties van gas en olie uit andere landen zijn niet altijd betrouwbaar. Zo draaide Rusland in januari 2009 de gaskraan naar Europa dicht, na een conflict met Oekraïne. Omdat de pijplijn die het gas naar de lidstaten van de EU aanvoert door Oekraïne loopt, ontvingen ook sommige EU-lidstaten geen gas meer.
De Europese unie streeft er daarom naar om verschillende wegen te gebruiken voor de aanvoer van gas en olie naar Europa. Het aantal aanvoermogelijkheden wordt daarvoor uitgebreid. Een goed voorbeeld van nieuwe aanvoerkanalen zijn de in de 2011 geopende Nord Stream-pijpleiding en de aan te leggen Nabucco-pijplijn.
Ook is de EU een samenwerkingsverband aangegaan met de Verenigde Staten. In 2009 vond de eerste vergadering plaats van de Energieraad, waarin beide grootmachten vertegenwoordigd zijn. Het doel van de raad is om het Europese en Amerikaanse energiebeleid op elkaar af te stemmen, zodat gezamenlijk kan worden opgetrokken in internationale onderhandelingen.
In het Verdrag van Lissabon staat bovendien een speciale solidariteitsclausule die stelt dat de EU-lidstaten elkaar dienen te helpen bij energiecrises. Zo wordt de olievoorraad binnen de EU bijvoorbeeld streng gereguleerd door het inbouwen van buffervoorraden en het opstellen van regels voor (solidair) oliegebruik in crisissituaties.
Duurzame energie
Deze energie biedt een goed alternatief voor meer traditionele energiesoorten zoals fossiele brandstoffen. Het gebruik van duurzame energie leidt niet alleen tot een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen en dus een schoner milieu, maar ook tot een Europese Unie die minder afhankelijk is van ingevoerde fossiele brandstoffen (met name gas en aardolie). Voorbeelden van duurzame energie zijn:
-
-windenergie
-
-zonne-energie
-
-energie uit waterkracht
-
-energie uit biomassa
In 2007 zijn de regeringsleiders van de EU-lidstaten overeengekomen om een ambitieus klimaatplan te starten. Het doel is om het broeikaseffect te bestrijden en de afhankelijkheid van energieleveranciers te verminderen. De doelstellingen voor 2020 zijn:
-
-het energieverbruik in de hele EU met 20% terugdringen. In juni 2012 is deze maatregel verplicht gesteld voor alle lidstaten
-
-de uitstoot van kooldioxide (CO2) met 20% verminderen
-
-het aandeel van de Europese verbruikte energie dat afkomstig is uit hernieuwbare energiebronnen als zon, wind, water en aardwarmte vergroten tot 20%
-
-het aandeel biobrandstoffen in brandstof voor transport vergroten tot 10%
Concrete voorbeelden van Europese initiatieven op het gebied van energiebesparing zijn het verbod op de verkoop van energieverslindende gloeilampen en subsidies voor windmolenparken.
Kernenergie: onderzoek en veiligheid
In Europa wordt veel gebruik gemaakt van kernenergie. De Europese Unie ziet toe op de veiligheid van centrales. In Oost-Europa zijn verschillende oude kerncentrales gesloten, omdat ze niet aan de Europese veiligheidsnormen voldeden. Bij de toetreding van veel landen in Oost-Europa was de sluiting van verouderde energiecentrales een harde voorwaarde voor EU-lidmaatschap.
Verder ondersteunt de Europese Unie onderzoek naar de mogelijkheden van het opwekken en gebruiken van kernenergie. Er is een samenwerkingsverband met China, Japan, Zuid-Korea, Rusland en de VS in het project ITER, waarin onderzoek wordt gedaan naar de toepassing van kernfusie.
De Unie hoopt de afhankelijkheid van externe energiebronnen op termijn te kunnen terugdringen door het (veilig) gebruik van kernenergie.
Door de gebeurtenissen in Japan in maart 2011 is de discussie in de EU over het veilige gebruik van kernenergie opnieuw opgelaaid. Tegenstanders van kernenergie wijzen op de ontwikkelingen in Japan om aan te geven dat kernenergie niet veilig is.
De Raad Vervoer, Telecommunicatie en Energie besloot op 21 maart 2011 dat alle 143 kerncentrales in de Europese Unie onderworpen moesten worden aan een stresstest. In oktober 2012 verklaarde EU-commissaris Günther Oettinger dat de stresstests hebben aangetoond dat in het algemeen de situatie bevredigend is.
De tests hebben echter ook tal van aanbevelingen opgeleverd voor technische verbeteringen van specifieke installaties. Ook is gebleken dat de internationale veiligheidsnormen en internationale 'beste praktijken' voor installaties niet overal worden toegepast. Afgesproken is dat de nationale regelgevende instanties nationale actieplannen opstellen met consequente en transparante tijdschema's voor de uitvoering van de aanbevelingen. De Commissie is van plan in juni 2014 hierover verslag uit te brengen.
Strategie Energie 2020
De Europese Commissie heeft in november 2010 de strategie Energie 2020 bekendgemaakt. Deze bevat de prioriteiten op het gebied van Europees energiebeleid voor de periode 2010-2020:
-
-energiebesparing, met name in de sectoren vervoer en gebouwen
-
-een vrije markt voor energie, waaraan alle lidstaten meedoen; voor investeringen in infrastructuur is 1 biljoen euro nodig
-
-coördinatie van het energiebeleid tegenover andere landen: één stem op het wereldtoneel
-
-een toonaangevende rol van Europa op het gebied van energietechnologie en -innovatie
-
-continu geleverde en betaalbare energie; consumenten moeten makkelijk tarieven kunnen vergelijken en eenvoudig naar een andere leverancier kunnen overstappen en begrijpelijke facturen ontvangen
Energie-Stappenplan 2050
Om de CO2-uitstoot in 2050 met 80% verminderd te hebben, presenteerde de Europese Commissie in december 2011 het Energie-stappenplan 2050. Dit stappenplan bevat verschillende scenario's waarbij energieproductie koolstofvrij zou moeten worden. Ook worden van deze scenario's de consequenties beschreven. Aan de hand van deze scenario's kunnen lidstaten keuzes maken voor hun eigen beleid.
Het stappenplan concludeert wel dat de volgende vijf elementen van belang zijn voor de werking van alle scenario's:
-
1.Ontkoling van het energiesysteem
-
2.Energie-efficiëntie en hernieuwbare energie
-
3.Vroege investeringen
-
4.Prijsstijgingen in de hand houden
-
5.Gezamenlijk actie ondernemen
Lees meer
Bron |
Taal |
Soort informatie |
|---|---|---|
Europese Unie |
NL |
Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement een rol.
Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie
Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Energie:
Invloed nationale parlementen
Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.
Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:
Besluitvorming door Raad en Europees Parlement
De besluitvorming verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure. Fiscale maatregelen worden besloten volgens de procedures die gelden voor fiscaal beleid.
De raadsformatie die beslist over het Europese Energiebeleid is de Raad Vervoersbeleid, Telecommunicatie en Energie. Besluiten worden genomen met gekwalificeerde meerderheid. Nederland wordt in deze raad vertegenwoordigd door:
Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Industrie, externe handel, onderzoek en energie de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland is de volgende Europarlementariër lid:
De volgende Europarlementariërs zijn plaatsvervangend lid in deze commissie:
Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 345. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.
Het energiebeleid vindt haar basis in het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU):
-
-beleid: derde deel VwEU titel XXI (art. 194)
-
-solidariteitsclausule: derde deel VwEU titel VIII hoofdstuk 1 art. 122
-
-kernenergie: Euratom-verdrag
Hot issues
Nederland
Europese Unie
Activiteitendossier
Factsheet Europees Parlement
Betrokken instanties
- Commissie Industrie, externe handel, onderzoek en energie van het Europees Parlement
- Europese Atoomenergie Gemeenschap (EURATOM)
- Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie (Fusion for Energy)
- Raad Vervoersbeleid, Telecommunicatie en Energie
- Uitvoerend Agentschap voor Concurrentievermogen en Innovatie
Statistiek
Organisatie van Olie Exporterende Landen (OPEC)