-
22-05Rapid Expert Assistance and Co-operation for Conflict Prevention Operations, Crisis Management and Post-Conflict Rehabilitation (REACT Course) - Secretariat - Training Section
-
22-05Regional seminar on Vienna Document 2011 - OSCE Centre in Astana
-
22-05SIS Tech (Schengen Information System) Schengen Working Group
-
22-05Ms Catherine ASHTON in Paris
-
23-05From Challenges to Opportunities - EU High Level Conference on Education and Development
-
23-05Inaugural conference on tracing illicit small arms and light weapons in the OSCE area
-
23-05The Atlantic - A Shared Resource
-
23-0511th Bureau meeting of the Assembly of Euro-Mediterranean regions and cities (ARLEM)
-
23-05Stakeholder consultation by rapporteur Gábor BIHARY (HU/PES - EDUC)
-
23-05Committee on Foreign Affairs
-
23-05Architecture and the interior
-
23-05Raadswerkgroep Ontwikkelingssamenwerking, Brussel
-
23-05Raadswerkgroep Nicolaidis, Brussel
Buitenlands Beleid - Hoofdinhoud
Europese landen voeren in diverse samenwerkingsverbanden gezamenlijk een buitenlands beleid, dat gericht is op het wereldwijd bevorderen van democratie en mensenrechten. Daarvoor vinden regelmatig bijeenkomsten plaats tussen de ministers van Buitenlandse Zaken van Europese landen.
Door de grote omvang van de Europese economie is de Europese Unie een factor van betekenis in de wereld. De Unie is voor tal van landen en regio's de belangrijkste handelspartner. Bovendien is zij de grootste hulpverstrekker als het gaat om ontwikkelingssamenwerking. De EU en de lidstaten leveren ongeveer de helft van alle officiële internationale ontwikkelingshulp (ODA) die op wereldschaal wordt verstrekt. Ieder jaar geeft de Europese Commissie 6 miljard euro aan steun.
Het is een oud idee dat de Europese Unie in mondiale aangelegenheden met één stem moet spreken. Toch heeft de Unie op het gebied van een gemeenschappelijk buitenlands beleid in de afgelopen jaren minder vooruitgang geboekt dan bij het totstandbrengen van een interne markt en een enkele munteenheid.
Ook ontwikkelen Europese organisaties programma's ter ondersteuning van de gemeenschappelijke waarden.
Europese Unie
Door de jaren heen zijn er verschillende pogingen gedaan om een gezamenlijk buitenlands en veiligheidsbeleid te ontwikkelen. Zo probeerde men in 1954 een Europese Defensiegemeenschap op te richten. Dit mislukte echter op het laatste moment. Vervolgens werd in 1970 begonnen met de zogenaamde Europees Politieke Samenwerking. Dit hield in dat de EU-lidstaten probeerden om hun standpunten over buitenlandse beleidskwesties te coördineren.
De EU-landen legden gezamenlijke verklaringen af waarin agressie en terreur in de wereld werden veroordeeld of steun werd betuigd aan de Verenigde Naties of aan vredesinitiatieven. Het kwam alleen niet verder dan gezamenlijke verklaringen, de landen namen elk afzonderlijke maatregelen. Bij bijzonder gevoelige vraagstukken, of wanneer bepaalde EU-landen bijzondere belangen hadden, lukte het niet om met één stem te spreken.
De afgelopen vijftien jaar heeft de EU zich opnieuw ingespannen om haar buitenlands beleid meer in overeenstemming te brengen met haar commerciële en economische macht. Eén van de vragen hierbij was welke bevoegdheden konden worden overgedragen aan de EU en haar instellingen, en welke bevoegdheden de lidstaten moesten behouden.
De lidstaten hebben hun belangrijkste bevoegdheden uiteindelijk behouden, hoewel de Europese Commissie, en in mindere mate het Europees Parlement, bij het proces worden betrokken. Bij belangrijke zaken is het nog steeds vereist dat alle lidstaten het met elkaar eens zijn, hoe moeilijk dit met 27 lidstaten ook is. Het beginsel van een gemeenschappelijk buitenlands beleid en het daarbij behorende veiligheidsbeleid staat in het Verdrag van Maastricht van 1992.
Sinds de oorlogen in de Balkan neemt de EU niet alleen meer diplomatieke stappen, maar ook maatregelen op veiligheidsgebied.
De EU had destijds geen Europese interventiecapaciteit en kon alleen optreden binnen de VN-vredesmacht en onder leiding van de VS als onderdeel van de NAVO.
De belangrijke rol van de Europese Unie op wereldniveau is gedeeltelijk gebaseerd op haar uitgebreide programma's voor buitenlandse hulp. De Europese Commissie verstrekt jaarlijks circa 6 miljard euro aan steun. Dit geld gaat naar alle werelddelen en wordt niet alleen gebruikt voor economische ontwikkelingsprojecten maar ook voor de opbouw van democratische instellingen, het uitvoeren van wederopbouwwerkzaamheden, ontwerp-economische programma's en de bevordering van mensenrechten.
De EU dringt er nu op aan dat in alle handels- en samenwerkingsovereenkomsten met partners over de hele wereld een mensenrechtenclausule wordt opgenomen. Dit stelt de Unie in staat om een overeenkomst deels of volledig op te schorten wanneer een partnerland de mensenrechten heeft geschonden.
Vertegenwoordiging van de Europese Unie naar buiten toe
Om de diplomatieke invloed en zichtbaarheid uit te breiden heeft de Unie in 2009 de post van Hoge Vertegenwoordiger voor het Buitenlands Beleid en het Veiligheidsbeleid in het leven geroepen. Deze vertegenwoordigt de Europese Unie in contacten met ministers van buitenlandse zaken van andere landen. Sinds 1 december 2009 is dit:
De Hoge Vertegenwoordiger werkt nauw samen met het interimcomité voor politieke en veiligheidsvraagstukken, dat is samengesteld uit nationale vertegenwoordigers op hoog niveau. Samen bereiden ze aanbevelingen voor inzake het buitenlands beleid, waar de Raad van de Europese Unie over kan beslissen.
Op het niveau van staatshoofden en regeringsleiders vertegenwoordigt de vaste voorzitter van de Europese Raad de Europese Raad in het buitenland. Sinds 1 december 2009 is dit:
Raad van Europa en OVSE
De Raad van Europa wil de eenheid tussen de 45 Europese lidstaten versterken, met name door onderlinge verdragen te sluiten. Het belangrijkste daarvan is het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM), dat door alle lidstaten is getekend. Ook bewaakt deze organisatie de uitvoering van verdragen die martelingen moeten voorkomen.
De Raad van Europa zet verder programma's op die zijn gericht op versterking van democratische structuren en de rechtsstaat in met name Oost- en Zuidoost-Europa.
De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) verenigt 55 landen in Europa, Centraal-Azië en Noord-Amerika. De lidstaten onderschrijven de beginselen van democratie, economische vrijheid, sociale rechtvaardigheid en het recht op veiligheid. Hierdoor is de OVSE in staat om lidstaten aan te spreken op (mogelijke) schendingen van mensenrechten.
Verder gebruikt de OVSE preventieve diplomatie als instrument om conflicten te voorkomen of te beperken. Na een conflict verleent de organisatie bijstand bij de (weder)opbouw van democratie en rechtsorde. Voor het beheersen en oplossen van conflicten vestigt de OVSE kantoren in de gebieden ter plekke.
Lees meer
Bron |
Taal |
Soort Informatie |
|---|---|---|
Europese Unie |
NL |
|
Europese Unie |
NL |
|
Raad van Europa |
EN |
|
OVSE |
EN |
Bij de besluitvorming op dit terrein spelen de Europese Commissie, de Raad, de Europese Raad, de Hoge Vertegenwoordiger voor het Buitenlands en Veiligheidsbeleid en het Europees Parlement een rol.
Initiatief voor nieuw beleid: Raad
Voor voorstellen van algemene richtsnoeren geldt dat de Raad Buitenlandse Zaken deze opstelt. Vertegenwoordiger voor Nederland in deze Raad is:
Initiatief voor nieuw beleid: Commissie of Hoge vertegenwoordiger
De Europese Commissie of de Hoge vertegenwoordiger voor het buitenlandse en veiligheidsbeleid stelt voorstellen voor het externe optreden van de EU op. De Hoge Vertegenwoordiger en eerstverantwoordelijke in de Commissie is:
Invloed nationale parlementen
Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden i.
Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:
Besluitvorming door de Europese Raad
Voor het vaststellen van algemene richtsnoeren geldt dat de Europese Raad besluit met eenparigheid van stemmen.
Vertegenwoordiger van Nederland in de Europese Raad is:
Besluitvorming door Raad of door Raad en Europees Parlement
Voor het vaststellen van besluiten waar de EU moet optreden geldt dat de Raad besluit met eenparigheid van stemmen.
Voor het vaststellen van standpunten of strategieën gebaseerd op de richtsnoeren van de Europese Raad geldt dat de Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen. In deze gevallen kan in de Raad een noodremprocedure (zie hieronder) worden ingezet.
Voor het sluiten van internationale overeenkomsten geldt dat de Raad de Europese Commissie machtigt om te onderhandelen. Bij overeenkomsten op het terrein van buitenlands en veiligheidsbeleid beslist de Raad, bij overeenkomsten op andere terreinen beslist de Raad, met goedkeuring van het Europees Parlement.
De raadsformatie die beslist over optredens van de Unie en het uitwerken van standpunten en strategieën is de Raad Buitenlandse Zaken.
De noodremprocedure houdt in dat, wanneer een lidstaat meent dat fundamentele aspecten van zijn buitenlands beleid worden aangetast, de wetgevingsprocedure wordt stilgelegd. De Europese Raad bespreekt het voorstel en besluit met eenparigheid van stemmen of de wetgevingsprocedure wordt hervat.
Voor het Europees Parlement beoordeelt de commissie Buitenlandse Zaken de voorstellen van de Raad, Europese Commissie en Hoge vertegenwoordiger, en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs lid:
Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs plaatsvervangend lid:
Als het Europees Parlement, wanneer het beslissingsbevoegdheid heeft, het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Wanneer het Europees Parlement geen beslissingsbevoegdheid heeft, sluit overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 345. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.
Relatie met andere terreinen
Onder buitenlands beleid vallen een aantal specifieke deelgebieden, te weten ontwikkelingssamenwerking, humanitaire hulp, het nabuurschapsbeleid (de buurlanden van de Unie) en de externe handelspolitiek. Voor maatregelen op die terreinen gelden de besluitvormingsprocedures die daar vermeld staan.
Relatie met andere samenwerkingsverbanden
Raad van Europa
De ministers van buitenlandse zaken van de lidstaten van de Raad van Europa komen twee keer per jaar bijeen. Tijdens deze bijeenkomsten legt de Raad van Europa de koers vast in jaarlijkse Activiteitenprogramma's. De ministers bewaken of de lidstaten fundamentele mensenrechten hebben nageleefd en stellen diverse hulp- en samenwerkingsovereenkomsten vast.
OVSE
De ministers van Buitenlandse Zaken van de landen die lid zijn van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) komen eens per jaar bijeen. In het kader van de OVSE worden slechts politieke afspraken gemaakt, waarvan het aan de betrokken lidstaten zelf is om deze uit te voeren.
Het buitenlands beleid vindt haar basis in het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU):
-
-beginselen en basis: VEU titel V (artikelen 21 t/m 46)
-
-internationale overeenkomsten en organisaties: vijfde deel VwEU titel V (artikelen 216-219), vijfde deel VwEU titel VI (artikelen 220-221)
Hot issues
- China steeds belangrijker voor de Europese Unie
- Europa en de onrust in de Arabische wereld
- Europees Parlement pleit voor nauwere banden met de Zuidelijke Kaukasus
- EU op zoek naar gelijkwaardige relatie met Afrikaanse landen
- Israëlisch-Palestijns conflict
- Mensenrechten buiten de Europese Unie
- Relatie Europese Unie met Iran
- Relatie EU-Rusland
- Afghanistan: op weg naar een stabiele democratie?
- Rol van de EU in Irak
- Totstandkoming diplomatieke dienst voor de Europese Unie (EDEO)
- Turkije en de Europese Unie
Dossier Clingendael
Europese Unie
Activiteitendossier
Factsheet Europees Parlement
Betrokken instanties
Verenigde Naties
Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa
Overig