Buitenlands Beleid - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Buitenlands Beleid

 

Wereldleiders voor vlaggen van EU en Verenigde Staten

Europese landen voeren in diverse samenwerkingsverbanden gezamenlijk een buitenlands beleid, dat gericht is op het wereldwijd bevorderen van democratie en mensenrechten. Daarvoor vinden regelmatig bijeenkomsten plaats tussen de ministers van Buitenlandse Zaken van Europese landen.

Door de grote omvang van de Europese economie is de Europese Unie een factor van betekenis in de wereld. De Unie is voor tal van landen en regio's de belangrijkste handelspartner. Bovendien is zij de grootste hulpverstrekker als het gaat om ontwikkelingssamenwerking. De EU en de lidstaten leveren ongeveer de helft van alle officiële internationale ontwikkelingshulp (ODA) die op wereldschaal wordt verstrekt. Ieder jaar geeft de Europese Commissie 6 miljard euro aan steun.

Het is een oud idee dat de Europese Unie in mondiale aangelegenheden met één stem moet spreken. Toch heeft de Unie op het gebied van een gemeenschappelijk buitenlands beleid in de afgelopen jaren minder vooruitgang geboekt dan bij het totstandbrengen van een interne markt en een enkele munteenheid.

Ook ontwikkelen Europese organisaties programma's ter ondersteuning van de gemeenschappelijke waarden.

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

In vogelvlucht

Europese Unie

Door de jaren heen zijn er verschillende pogingen gedaan om een gezamenlijk buitenlands en veiligheidsbeleid te ontwikkelen. Zo probeerde men in 1954 een Europese Defensiegemeenschap op te richten. Dit mislukte echter op het laatste moment. Vervolgens werd in 1970 begonnen met de zogenaamde Europees Politieke Samenwerking. Dit hield in dat de EU-lidstaten probeerden om hun standpunten over buitenlandse beleidskwesties te coördineren.

De EU-landen legden gezamenlijke verklaringen af waarin agressie en terreur in de wereld werden veroordeeld of steun werd betuigd aan de Verenigde Naties of aan vredesinitiatieven. Het kwam alleen niet verder dan gezamenlijke verklaringen, de landen namen elk afzonderlijke maatregelen. Bij bijzonder gevoelige vraagstukken, of wanneer bepaalde EU-landen bijzondere belangen hadden, lukte het niet om met één stem te spreken.

De afgelopen vijftien jaar heeft de EU zich opnieuw ingespannen om haar buitenlands beleid meer in overeenstemming te brengen met haar commerciële en economische macht. Eén van de vragen hierbij was welke bevoegdheden konden worden overgedragen aan de EU en haar instellingen, en welke bevoegdheden de lidstaten moesten behouden.

De lidstaten hebben hun belangrijkste bevoegdheden uiteindelijk behouden, hoewel de Europese Commissie, en in mindere mate het Europees Parlement, bij het proces worden betrokken. Bij belangrijke zaken is het nog steeds vereist dat alle lidstaten het met elkaar eens zijn, hoe moeilijk dit met 27 lidstaten ook is. Het beginsel van een gemeenschappelijk buitenlands beleid en het daarbij behorende veiligheidsbeleid staat in het Verdrag van Maastricht van 1992.

Sinds de oorlogen in de Balkan neemt de EU niet alleen meer diplomatieke stappen, maar ook maatregelen op veiligheidsgebied.

De EU had destijds geen Europese interventiecapaciteit en kon alleen optreden binnen de VN-vredesmacht en onder leiding van de VS als onderdeel van de NAVO.

De belangrijke rol van de Europese Unie op wereldniveau is gedeeltelijk gebaseerd op haar uitgebreide programma's voor buitenlandse hulp. De Europese Commissie verstrekt jaarlijks circa 6 miljard euro aan steun. Dit geld gaat naar alle werelddelen en wordt niet alleen gebruikt voor economische ontwikkelingsprojecten maar ook voor de opbouw van democratische instellingen, het uitvoeren van wederopbouwwerkzaamheden, ontwerp-economische programma's en de bevordering van mensenrechten.

De EU dringt er nu op aan dat in alle handels- en samenwerkingsovereenkomsten met partners over de hele wereld een mensenrechtenclausule wordt opgenomen. Dit stelt de Unie in staat om een overeenkomst deels of volledig op te schorten wanneer een partnerland de mensenrechten heeft geschonden.

Vertegenwoordiging van de Europese Unie naar buiten toe

Om de diplomatieke invloed en zichtbaarheid uit te breiden heeft de Unie in 2009 de post van Hoge Vertegenwoordiger voor het Buitenlands Beleid en het Veiligheidsbeleid in het leven geroepen. Deze vertegenwoordigt de Europese Unie in contacten met ministers van buitenlandse zaken van andere landen. Sinds 1 december 2009 is dit:

De Hoge Vertegenwoordiger werkt nauw samen met het interimcomité voor politieke en veiligheidsvraagstukken, dat is samengesteld uit nationale vertegenwoordigers op hoog niveau. Samen bereiden ze aanbevelingen voor inzake het buitenlands beleid, waar de Raad van de Europese Unie over kan beslissen.

Op het niveau van staatshoofden en regeringsleiders vertegenwoordigt de vaste voorzitter van de Europese Raad  de Europese Raad in het buitenland. Sinds 1 december 2009 is dit:

Raad van Europa en OVSE

De Raad van Europa wil de eenheid tussen de 45 Europese lidstaten versterken, met name door onderlinge verdragen te sluiten. Het belangrijkste daarvan is het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM), dat door alle lidstaten is getekend. Ook bewaakt deze organisatie de uitvoering van verdragen die martelingen moeten voorkomen.

De Raad van Europa zet verder programma's op die zijn gericht op versterking van democratische structuren en de rechtsstaat in met name Oost- en Zuidoost-Europa.

De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) verenigt 55 landen in Europa, Centraal-Azië en Noord-Amerika. De lidstaten onderschrijven de beginselen van democratie, economische vrijheid, sociale rechtvaardigheid en het recht op veiligheid. Hierdoor is de OVSE in staat om lidstaten aan te spreken op (mogelijke) schendingen van mensenrechten.

Verder gebruikt de OVSE preventieve diplomatie als instrument om conflicten te voorkomen of te beperken. Na een conflict verleent de organisatie bijstand bij de (weder)opbouw van democratie en rechtsorde. Voor het beheersen en oplossen van conflicten vestigt de OVSE kantoren in de gebieden ter plekke.

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

portaal: Buitenlands en Veiligheidsbeleid

Europese Unie

NL

portaal: Buitenlandse Betrekkingen

Raad van Europa

EN

Officiële homepage

OVSE

EN

Officiële homepage

2.

Wie doet wat?

Bij de besluitvorming op dit terrein spelen de Europese Commissie, de Raad, de Europese Raad, de Hoge Vertegenwoordiger voor het Buitenlands en Veiligheidsbeleid en het Europees Parlement een rol.

Initiatief voor nieuw beleid: Raad

Voor voorstellen van algemene richtsnoeren geldt dat de Raad Buitenlandse Zaken deze opstelt. Vertegenwoordiger voor Nederland in deze Raad is:

Initiatief voor nieuw beleid: Commissie of Hoge vertegenwoordiger

De Europese Commissie of de Hoge vertegenwoordiger voor het buitenlandse en veiligheidsbeleid stelt voorstellen voor het externe optreden van de EU op. De Hoge Vertegenwoordiger en eerstverantwoordelijke in de Commissie is:

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden  i.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door de Europese Raad

Voor het vaststellen van algemene richtsnoeren geldt dat de Europese Raad besluit met eenparigheid van stemmen.

Vertegenwoordiger van Nederland in de Europese Raad is:

Besluitvorming door Raad of door Raad en Europees Parlement  

Voor het vaststellen van besluiten waar de EU moet optreden geldt dat de Raad besluit met eenparigheid van stemmen.

Voor het vaststellen van standpunten of strategieën gebaseerd op de richtsnoeren van de Europese Raad geldt dat de Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen. In deze gevallen kan in de Raad een noodremprocedure (zie hieronder) worden ingezet.

Voor het sluiten van internationale overeenkomsten geldt dat de Raad de Europese Commissie machtigt om te onderhandelen. Bij overeenkomsten op het terrein van buitenlands en veiligheidsbeleid beslist de Raad, bij overeenkomsten op andere terreinen beslist de Raad, met goedkeuring van het Europees Parlement.

De raadsformatie die beslist over optredens van de Unie en het uitwerken van standpunten en strategieën is de Raad Buitenlandse Zaken.

De noodremprocedure houdt in dat, wanneer een lidstaat meent dat fundamentele aspecten van zijn buitenlands beleid worden aangetast, de wetgevingsprocedure wordt stilgelegd. De Europese Raad bespreekt het voorstel en besluit met eenparigheid van stemmen  of de wetgevingsprocedure wordt hervat.

Voor het Europees Parlement beoordeelt de commissie Buitenlandse Zaken de voorstellen van de Raad, Europese Commissie en Hoge vertegenwoordiger, en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs lid:

Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs plaatsvervangend lid:

Als het Europees Parlement, wanneer het beslissingsbevoegdheid heeft, het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Wanneer het Europees Parlement geen beslissingsbevoegdheid heeft, sluit overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 345. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

Relatie met andere terreinen

Onder buitenlands beleid vallen een aantal specifieke deelgebieden, te weten ontwikkelingssamenwerking, humanitaire hulp, het nabuurschapsbeleid (de buurlanden van de Unie) en de externe handelspolitiek. Voor maatregelen op die terreinen gelden de besluitvormingsprocedures die daar vermeld staan.

Relatie met andere samenwerkingsverbanden

Raad van Europa

De ministers van buitenlandse zaken van de lidstaten van de Raad van Europa komen twee keer per jaar bijeen. Tijdens deze bijeenkomsten legt de Raad van Europa de koers vast in jaarlijkse Activiteitenprogramma's. De ministers bewaken of de lidstaten fundamentele mensenrechten hebben nageleefd en stellen diverse hulp- en samenwerkingsovereenkomsten vast.

OVSE

De ministers van Buitenlandse Zaken van de landen die lid zijn van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) komen eens per jaar bijeen. In het kader van de OVSE worden slechts politieke afspraken gemaakt, waarvan het aan de betrokken lidstaten zelf is om deze uit te voeren.

3.

Juridisch kader

Het buitenlands beleid vindt haar basis in het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU)  en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU):

  • beginselen en basis: VEU titel V (artikelen 21 t/m 46)
  • internationale overeenkomsten en organisaties: vijfde deel VwEU titel V (artikelen 216-219), vijfde deel VwEU titel VI (artikelen 220-221)
 

4.

Wat komt er aan?

Datum Titel
01.03.2005  Verslag van 2003 over PHARE en de pretoetredingsinstrumenten voor Cyprus, Malta en Turkije.
Verslag com(2005)64
 
28.01.2005  Vervanging van de tabellen III en IV b) van Protocol nr. 2 - Ontwerp gemeenschappelijk standpunt van de EG.
Beschikking sec(2005)96
 
07.01.2005  Sluiting van een protocol bij de interimovereenkomst met Libanon in verband met de toetreding van Tsjechië, Estland, Cyprus, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, ...
Handelsovereenkomst com(2004)862
 
05.01.2005  Jaarverslag SAPARD - 2003.
Verslag com(2004)851
 
17.12.2004  Ondertekening en voorlopige toepassing van enkele bepalingen van de associatieovereenkomst met Syrië.
Internationale overeenkomst com(2004)808
 
17.12.2004  Sluiting van de associatieovereenkomst met Syrië.
Internationale overeenkomst com(2004)808
 
15.12.2004  Tenuitvoerlegging van Verordening 382/2001 betreffende de tenuitvoerlegging van projecten ter bevordering van de samenwerking en de handelsbetrekkingen tussen de EU en ...
Verslag com(2004)803
 
13.12.2004  Energiedialoog tussen de EU en Rusland in de periode 2000 - 2004.
Mededeling com(2004)777
 
10.12.2004  Buitengewone financiële bijstand aan Armenië, Georgië en Tadzjikistan.
Verslag com(2004)793
 
10.12.2004  Voorstellen van de Commissie voor actieplannen in het kader van het europese nabuurschapsbeleid (ENB).
Mededeling com(2004)795
 

5.

Meer informatie

Hot issues

Dossier Clingendael

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Verenigde Naties

Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa

Overig