-
20-05Parlementaire Commissie vergadering: Landbouw en plattelandsontwikkeling
-
20-05Mr Dacian CIOLOS speaks at the conference "Viitoarea Politica agricola comuna europeana
-
22-05SCFCAH - Biological Safety
-
22-05SCFCAH - Animal Health and Welfare
-
22-05SCFCAH - Controls and Import Conditions
-
22-05SCFCAH - Toxicological Safety
-
23-05413th Meeting of the Management Committee for the Common Organisation of Agricultural Markets
-
23-05Standing Committee on Plant Health
-
23-05Comité van Permanente Vertegenwoordigers II, Brussel
-
23-05The Dwarfing of Europe?
-
24-05Mr Dacian CIOLOS attends the award ceremony of 2013 Forest drawing competition
-
24-05Comité van Permanente Vertegenwoordigers I, Brussel
-
24-05Comité van Permanente Vertegenwoordigers II (poss.), Brussel
Landbouwbeleid - Hoofdinhoud
Het Europese landbouwbeleid streeft naar een stabiele voedselproductie. Consumenten moeten voor redelijke prijzen landbouwproducten kunnen kopen; agrariërs moeten een behoorlijk inkomen hebben.
Landbouw is een belangrijk beleidsterrein van de EU: 30 procent van de begroting van de Europese Unie wordt eraan besteed. Als de kosten voor plattelandsontwikkeling worden meegerekend gaat het om 41 procent.
Het ontstaan van landbouwoverschotten (de 'boterberg', de 'melkplas') en incidenten met de voedselveiligheid (zoals de gekkekoeienziekte) zijn mede aanleiding geweest om hervormingen door te voeren. Een andere aanjager van hervormingen zijn akkoorden in het kader van de Wereldhandelsorganisatie. Europese productie- en exportsubsidies leidden tot oneerlijke handel met landen buiten de EU (bijvoorbeeld in de derde wereld); de akkoorden dwingen de EU deze ongerechtvaardigde handelsbelemmeringen weg te nemen.
Het huidige landbouwbeleid richt zich op de voedselproductie en op het regelen van de inkomenssteun aan de agrarische sector, maar moet ook rekening houden met andere belangen, zoals plattelandsontwikkeling, voedselveiligheid, het milieu, dierenwelzijn en eerlijker handel met andere landen.
Het landbouwbeleid gaat terug tot de jaren '50 van de vorige eeuw. Aanleiding waren de voedseltekorten tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog. De Europese Unie moest zelf in haar voedselvoorziening kunnen voorzien, en zo min mogelijk afhankelijk zijn van de import uit andere landen. De Nederlandse eurocommissaris Sicco Mansholt was een van de grondleggers van dit beleid.
Interne handelsbarrières werden geslecht. Er kwam een systeem dat agrariërs een minimumprijs en afzet van producten garandeerde. Het gebruik van productieverhogende technieken en bedrijfsontwikkeling kon vaak rekenen op subsidies. Dit leidde tot een enorme stijging van de productie ongeacht of er vraag naar was. Dit maakte het landbouwbeleid erg kostbaar.
Door de subsidies bleef de voedselprijs laag en hadden de boeren voldoende inkomsten. Het beleid had ook negatieve gevolgen. Er ontstonden grote overschotten, van onder andere boter, melk, wijn en graan. Deze overschotten dumpte men soms goedkoop op de wereldmarkt. Derdewereldlanden konden met hun prijzen niet op tegen deze gesubsidieerde producten uit de EU. Dit leidde tot oneerlijke concurrentie. Er ontstonden mestoverschotten, en het gebruik van giftige bestrijdingsmiddelen nam toe. In de steeds intensievere landbouw konden dierziekten gemakkelijker om zich heen grijpen. Mensen vroegen zich af of hun voedsel nog wel veilig was.
Vanwege al die problemen zijn sinds de jaren '90 een aantal hervormingen doorgevoerd. Eerst werden vooral de subsidies verminderd, heden ten dage is het Europese landbouwbeleid meer een integraal beleid dat zich ook richt op voedselveiligheid en plattelandsontwikkeling.
Het huidige landbouwbeleid
Het Europees landbouwbeleid is onder te verdelen in een aantal deelterreinen.
Marktregulering
Voor vrijwel elk agrarisch product of groep producten bestaat een gemeenschappelijke marktordening (GMO). Deze GMO's zijn het raamwerk voor het jaarlijks vaststellen van de geldende richtprijs en de gegarandeerde prijs in de interne markt, ze bepalen de productiequota, en ze stellen de regels en de toeslagen en heffingen op voor de import en export. Voor de handel geldt dat voor de minst ontwikkelde landen en oud-koloniën geen quota of invoerrechten gelden.
Met de hervormingen worden de GMO's op steeds minder punten ingezet om de markt te reguleren. Het varieert per product of productgroep in welke mate er reeds is gedereguleerd. De vermindering van productie werd verder afgedwongen door de verplichte braaklegging van 10 procent van het landbouwareaal van elk bedrijf. Deze zogenaamde braakleggingsregeling werd echter in 2007 opgeschort en in november 2008 afgeschaft wegens de stijgende vraag naar voedsel en enkele slechte oogsten. Daarnaast is de speelruimte van de GMO's onder druk van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) steeds meer beperkt.
Voedselveiligheid en -kwaliteit
De kwaliteit van de agrarische producten in de Europese Unie is een steeds prominentere rol gaan spelen. Naast voedselveiligheid is er meer aandacht voor etikettering en de herkomst van producten. Unieke streek- of ingrediëntgebonden producten genieten Europese bescherming. Hiermee worden landbouwtradities als cultureel erfgoed gewaardeerd.
Plattelandsontwikkeling en zorg voor het milieu
In de reguliere bedrijfsvoering moet aandacht worden besteed aan het milieu, het dierenwelzijn, en aan het aanzicht van de natuurlijke en cultuurhistorische omgeving. Boeren die aanvullende inspanningen leveren voor het behoud en ontwikkeling van natuur en landschap, bijvoorbeeld door het verminderen van het aantal dieren dat zij per hectare houden, of door de aanleg van meer groen, kunnen rekenen op extra financiële steun.
De ontwikkeling van plattelandsgebieden is naast onderdeel van het landbouwbeleid met daarbij behorende fondsen ook een belangrijk component van het Europese beleid aangaande regionale ontwikkeling. De gelden die in dat kader worden vrijgemaakt zijn gericht op een structurele versterking van armere plattelandsgebieden. De EU streeft ernaar deze beleidspoten zoveel mogelijk te integreren.
Directe inkomenssteun
Bedrijven die aan alle gestelde voorwaarden en regels voor milieubescherming, dierenwelzijn en duurzaamheid voldoen, komen in aanmerking voor de zogenoemde 'bedrijfstoeslag'. Dit om een duurzame landbouw te bevorderen, en om agrariërs te compenseren voor hun verlies van inkomsten door verlaging van subsidies en productie. Voorheen werd steun gegeven op basis van productie, dat werd betaald uit het Europees Garantiefonds voor de Landbouw, maar vanaf 2005 werd inkomenssteun sector voor sector losgekoppeld van productie.
De hervorming van het landbouwbeleid is nog steeds gaande. Het aandeel van het gemeenschappelijk landbouwbeleid op de begroting zal steeds verder dalen omdat in de periode 2007-2013 de reële uitgaven voor marktondersteunende en rechtstreekse steun aan de agrarische sector worden bevroren en zelfs afgebouwd. Uitgaven in het kader van plattelandsontwikkeling mogen stijgen, zij het in beperkte mate.
Voor de lidstaten die in 2004 en 2007 tot de Europese Unie zijn toegetreden, werden extra middelen gereserveerd en overgangstermijnen ingesteld om ze de ruimte te geven zich aan te passen aan het Europese beleid.
Nieuwste ontwikkelingen
De gehele financiering en inrichting van het landbouwbeleid onderging in 2008 een grondige evaluatie. Deze afspraak was in 2005 gemaakt toen de regeringsleiders onderhandelden over het nieuwe budget. Dit moet leiden tot een ingrijpende verandering in 2014, als het nieuwe budgettaire meerjarenkader ingaat. Onder president Sarkozy is ook Frankrijk - decennia lang fel tegenstander van fundamentele hervormingen - eindelijk bereid het gemeenschappelijk landbouwbeleid te herzien.
Een tussenstap was de zogenaamde "health check", uitgevoerd eind 2007. Op basis hiervan heeft de Europese Commissie in november 2010 haar eerste voorstellen gedaan en zijn in oktober 2011 de volledige hervormingsplannen gepresenteerd.
De Nederlandse regering steunt in principe alle hervormingen die leiden tot een landbouwbeleid dat meer aandacht schenkt aan duurzaamheid, en dat directe steun gekoppeld aan productie afschaft. Daarnaast wil Nederland minder complexe regelgeving en een versimpeling van controles op grote landbouwbedrijven.
Vooruitlopend hierop heeft voormalig eurocommissaris voor landbouw Mariann Fischer Boel voorgesteld boeren die subsidies van meer dan 100.000 euro ontvangen te korten. Dit voorstel haalde echter geen meerderheid in de Raad; ook niet bij een plafond van 300.000 euro. Wel wordt de melk- en zuivelsector verder geliberaliseerd en worden de melkquota verhoogd. Sinds 2009 wordt daarom het melkquotum ieder jaar met 1 procent verhoogd, om in 2015 volledig te worden afgeschaft. Daardoor zullen de melkprijzen langzamerhand meer marktconform worden. Verder moet ook de wijnsector meer marktgericht gaan opereren. Dit komt bovenop de geplande aanpassingen en hervormingen die in elke sector worden doorgevoerd, met uitzondering van de biologische landbouw, die op extra steun kan blijven rekenen.
In de aanloop naar de landbouwhervorming heeft de Europese Commissie in 2008 tevens de verplichte braakleggingsregeling opgeschort. Hiertoe werd besloten naar aanleiding van de stijgende welvaart en de toenemende vraag naar voedsel en biobrandstoffen die daarmee gepaard ging. Ook tegenvallende oogsten speelden een rol bij deze beslissing. Boeren mogen nu hun volledige landbouwareaal weer benutten. De Nederlandse regering spoort boeren echter aan delen van hun grond tijdelijk braak te laten liggen om weidevogels te laten broeden.
Verder wilden de Europese landbouwministers de administratieve lasten voor zowel boeren als overheden verminderen. Naar aanleiding hiervan heeft toenmalig Eurocommissaris Mariann Fischer Boel besloten om de meeste import- en exportvergunningen voor landbouwproducten af te schaffen.
Lees meer
Bron |
Taal |
Soort Informatie |
|---|---|---|
Europese Unie |
NL |
Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad van Ministers en het Europees Parlement een rol.
Eerst verantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Landbouw en plattelandsontwikkeling:
Invloed nationale parlementen
Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.
Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:
Besluitvorming door Raad en Europees Parlement
De raadsformatie die beslist over landbouwaangelegenheden is de Raad Landbouw, die formeel één keer per maand bijeenkomt. Ook informele of buitengewone bijeenkomsten zijn mogelijk. Vertegenwoordiger voor Nederland in deze Raad is:
Voor het Europees Parlement beoordeelt meestal de parlementaire commissie Landbouw en Plattelandsontwikkeling de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland zijn geen Europarlementariërs lid van deze commissie.
De volgende Europarlementariërs zijn plaatsvervangend lid in deze commissie:
Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 345. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.
Relatie met andere terreinen
De voedselveiligheid en daarmee samenhangend het bestrijden van uitbreken van epidemieën als de varkenspest of de gekkekoeienziekte valt onder het beleid voedselveiligheid.
Een deel van de structurele economische ontwikkeling van het platteland valt onder het regionaal beleid.
Het Europese landbouwbeleid vindt zijn basis in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU):
-
-landbouwbeleid: derde deel VwEU titel III (artikelen 38 t/m 44)
-
-dierenwelzijn: eerste deel VwEU titel II art. 13
-
-producten waar het landbouwbeleid voor geldt: VwEU bijlage 1
Hot issues
- Hedwigepolder behouden of teruggeven aan de zee?
- Biotechnologie
- Europa moet zuiniger met zijn bodem omgaan
- Diergezondheid
- Europees Parlement steunt 'zachte landing' voor zuivelsector
- Gekloond vlees; verbieden of niet?
- Hervorming van het Europees landbouwbeleid
- Hervorming wijnsector
- Duurzaam gebruik van pesticiden
- Stijgende voedselprijzen
Nederland
Activiteitendossier
Factsheet Europees Parlement
- Het gemeenschappelijk landbouwbeleid en het Verdrag van Lissabon (pdf, en)
- Het gemeenschappelijk landbouwbeleid in cijfers (pdf, en)
- De Doha-ronde en landbouw (pdf, en)
- Eerste pijler van het gemeenschappelijk landbouwbeleid: De gemeenschappelijke marktorganisatie (pdf, en)
- Eerste pijler van het gemeenschappelijk landbouwbeleid II: Directe steun boerderijen (pdf, en)
- Externe aspecten van het gemeenschappelijk landbouwbeleid: afspraken WTO (pdf, en)
- Financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (pdf, en)
- Hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (pdf, en)
- Het Verdrag van Rome en oprichting van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (pdf, en)
- Tweede pijler van het gemeenschappelijk landbouwbeleid: Landelijk ontwikkelingsbeleid (pdf, en)
Betrokken instanties
Statistiek
Food and Agriculture Organization of the United Nations