-
22-05Rapid Expert Assistance and Co-operation for Conflict Prevention Operations, Crisis Management and Post-Conflict Rehabilitation (REACT Course) - Secretariat - Training Section
-
22-05Meeting of Directors General for Vocational Education and Training
-
22-05EURES Working Group
-
22-05Communicating Food Science in Athens
-
22-05Baanbrekend. Jonge oplossingen voor jeugdwerkloosheid
-
23-05European e-Justice and Practical Solutions (Beginners level)
-
23-05From Challenges to Opportunities - EU High Level Conference on Education and Development
-
23-05Ms Androulla VASSILIOU receives Ms Laura GEORGESCU, President of the National Audiovisual Council of Romania (NAC)
-
24-05Ms Androulla VASSILIOU takes part at the European Book Fair for Young People (Saarbrücken)
-
27-05Communicating Food Science in Paris
-
27-05Healthy Brain: Healthy Europe -A new horizon for brain research and healthcare
-
27-05Relaunching Europe - Jobs through Industry, Culture & Art
-
28-05Parlementaire Commissie vergadering: Cultuur en Onderwijs
Onderwijs- en jeugdbeleid - Hoofdinhoud
Alle Europese landen vinden onderwijs erg belangrijk, maar de onderwijsstelsels van de landen verschillen. De Europese Unie heeft een terughoudend onderwijsbeleid: in essentie blijft onderwijs een nationale aangelegenheid.
De EU wil vooral de samenwerking tussen lidstaten bevorderen en de lidstaten aanvullen. De lidstaten wisselen kennis en ervaringen uit op het gebied van onderwijs.
De EU wil graag iedereen de mogelijkheid geven om een opleiding te volgen of om zijn kennis tijdens zijn hele beroepsleven te verbeteren. Vooral voor jongeren boven de 15 jaar bestaan er veel uitwisselingsprogramma's. De Europese Unie probeert in het bijzonder kansarme jongeren te bereiken. Ook ondersteunt ze onderwijsprojecten in onder meer Noord-Afrika en Centraal-Azië.
Europese Unie
De Europese Unie voert sinds de jaren '70 beleid op het gebied van onderwijs, beroepsopleiding, jeugd en sport. De doelen van dit beleid, waaronder levenslange kennisvergaring voor iedereen, zijn vastgelegd in de verdragen van Maastricht (1992) en Amsterdam (1997).
De Europese Commissie wil alle positieve elementen van de verschillende onderwijssystemen in Europa behouden, en tegelijk bijdragen aan een verbetering van het onderwijsniveau. Factoren die de deelname aan het onderwijs belemmeren moeten worden bestreden. Verder moet het onderwijs kunnen voldoen aan de eisen die de 21ste eeuw stelt.
Onderwijsprogramma's van de EU
In 2007 is het overkoepelende onderwijsprogramma Leven Lang Leren van start gegaan. Het programma, dat loopt tot en met 2013, beoogt de totstandkoming van een moderne kennismaatschappij in de hele Europese Unie te bevorderen. Leven Lang Leren moet zorgen voor meer uitwisseling, samenwerking en mobiliteit tussen de onderwijs- en beroepsopleidingstelsels. Dit programma is de opvolger van het Socrates programma.
De volgende programma's maken onder andere deel uit van Leven Lang Leren:
-
-Leonardo da Vinci: dit programma biedt subsidies voor mobiliteit en innovatie in het beroepsonderwijs.
-
-Erasmus: dit programma stimuleert de Europese dimensie van het hoger onderwijs door middel van uitwisselingsbeurzen voor studenten en docenten in het hoger onderwijs.
-
-Comenius: dit programma bevordert transnationale samenwerking tussen scholen in het primair en voortgezet onderwijs, en draagt bij aan het verbeteren van de professionele ontwikkeling van het onderwijspersoneel op scholen.
-
-Grundtvig: dit programma stimuleert onderwijs en educatieve activiteiten voor volwassenen door middel van subsidies voor initiatieven en projecten.
-
-Transversaal programma: dit programma heeft tot doel het aanmoedigen en faciliteren van, en informeren over de mobiliteit van individuen in een alternatieve structuur voor beroepsopleiding.
-
-Jean Monnet: dit programma verleent steun aan instellingen van hoger onderwijs en verenigingen van docenten en onderzoekers die actief zijn op het gebied van onderwijs en opleiding in de Europese integratie.
Voor de periode van 2014-2020 heeft de Europese Commissie een nieuw onderwijsprogramma voorgesteld: Erasmus for All. Dit programma moet zeven andere onderwijsprogramma's vervangen waaronder de programma's die onder Leven Lang Leren vallen. Ook heeft Erasmus for All een nieuwe dimensie, sport.
Jeugdbeleid EU
Het jeugdbeleid beperkt zich niet tot onderwijs. In maart 2005 keurden de staatshoofden en regeringsleiders van de EU een Europees pact voor de jeugd goed. Daarin werden de algemene beginselen vastgesteld, zoals het creëren van banen voor jongeren, het bijbrengen van een aantal basisvaardigheden tijdens hun opleiding en het totstandbrengen van een evenwicht tussen werk en privé-leven zodra ze een baan hebben.
Om jongeren meer betrokken te laten zijn bij de EU, wordt er jaarlijks 75 miljoen euro beschikbaar gesteld om jongeren te steunen bij vrijwilligerswerk in het buitenland en andere projecten die niet onder het Leven Lang Leren programma vallen.
In april 2009 heeft de Europese Commissie een nieuwe EU-jeugdstrategie voor de komende tien jaar vastgesteld. Deze strategie heet "Jongeren - Investeringen en empowerment" en benadrukt dat jongeren in de huidige economische crisis een van de kwetsbaarste groepen in de samenleving zijn en van groot belang zijn in de vergrijzende samenleving.
De nieuwe strategie is gericht op zowel de korte als lange termijn en omvat alle beleidsterreinen die voor jongeren van belang zijn. Dit zijn met name onderwijs, werkgelegenheid, creativiteit en ondernemerschap, gezondheid en sport en vrijwilligerswerk. Ook wordt een betere en vereenvoudigde methode voor de coördinatie van het jeugdbeleid tussen de lidstaten voorgesteld. De strategie maakt deel uit van het Europees economisch herstelplan en sluit aan op de Lissabonstrategie en de opvolger daarvan, de Europa 2020-strategie.
Sinds enkele jaren heeft de Commissie aandacht voor de educatieve waarden van sport en sportbeoefening voor jongeren. Daarbij kan gedacht worden aan zaken als het leren samenwerken in een team, de principes van fair play en het leren accepteren van minderheden. Ook stimuleert de EU jonge talentvolle sporters om naast sporttrainingen een beroepsopleiding te volgen.
Initiatief tegen werkloosheid
In december 2011 maakte de Commissie bekend hoe ze de toenemende jeugdwerkloosheid aan wil pakken. Met het nieuwe "Kansen voor jongeren-initiatief" wil de Commissie onder andere vermijden dat jongeren voortijdig school verlaten, ze helpen om een goede eerste baan te vinden en ze helpen om voor de arbeidsmarkt relevante kwaliteiten te ontwikkelen. De Commissie neemt hiertoe verschillende maatregelen, waaronder:
-
-Het aanwenden van 4 miljoen euro om lidstaten te helpen een "jongeren garantie" systeem op te zetten. Hiermee willen ze verzekeren dat elke jongere binnen vier maanden na het verlaten van school, aan het werk is of vervolgonderwijs krijgt.
-
-Er wordt 1,3 miljoen euro van het Sociaal Fonds besteed om stages op te zetten, waarbij ingezet wordt op een toename van 10% tegen eind 2013.
-
-3 miljoen euro van het Sociaal Fonds wordt gebruikt om lidstaten te ondersteunen bij het opzetten van ondersteuning voor startende en maatschappelijk verantwoorde ondernemers.
-
-Zoveel mogelijk fondsen bij elkaar te krijgen voor stageplaatsen bij ondernemingen en in 2012 minstens 130.000 plaatsen creëren bij de Erasmus- en Leonardo da Vinci-programma's.
-
-Tussen 2012 en 2015 aan 5.000 jonge mensen financiële hulp bieden bij het vinden van een baan in een andere Europese lidstaat.
-
-Versterken van de budgetverdeling voor de Europese Vrijwilligers Dienst zodat er minstens 10.000 vrijwilligersmogelijkheden ontstaan.
-
-In 2012 moet er een raamwerk voor hoogstaande EU-traineeships gepresenteerd kunnen worden.
-
-Er moet verzekerd worden dat er ongeveer 600 uitwisselingen plaatsvinden binnen Erasmus voor ondernemers.
Rethinking Education strategie
In november 2012 bracht de Commissie een rapport uit waarin wordt aangegeven dat er radicale veranderingen nodig zijn in hoe educatiesystemen jongeren vaardigheden aanleren die nodig zijn op de arbeidsmarkt. De gemiddelde werkloosheid onder jongeren in de EU bedroeg op dat moment bijna 23 procent. Er werd een nieuwe strategie uitgezet, Rethinking Education, waarin EU-lidstaten worden gestimuleerd te investeren in deze vaardigheden.
De strategie bevat de volgende kernpunten:
-
-Basisvaardigheden moeten worden aangeleerd op alle niveaus, dit geldt vooral voor ondernemers- en IT-vaardigheden
-
-Er komt een benchmark voor het leren van vreemde talen, in 2020 moet ten minste vijftig procent van de vijftienjarigen kennis hebben van een vreemde taal.
-
-Er zijn investeringen nodig om beroepsonderwijs tot wereldniveau te tillen.
-
-Lidstaten moeten de erkenning van vaardigheden en kwalificaties verbeteren, inclusief vaardigheden die zijn opgedaan buiten formele opleidingsinstituten.
-
-Technologie, met name het internet, moet ten volste worden benut. Scholen, universiteiten en beroepsopleidingen moeten hiertoe toegang hebben.
-
-De hervormingen moeten worden ondersteund door goed opgeleide, gemotiveerde en ondernemende docenten.
-
-Debat over de financiering van het onderwijs - vooral in het beroepsonderwijs en het hoger onderwijs - is nodig op zowel nationaal als EU-niveau.
-
-Een partnerschapsbenadering is van cruciaal belang. Zowel publieke- als private financiering is noodzakelijk om innovatie en verhoging van kruisbestuiving tussen de academische wereld en het bedrijfsleven te stimuleren.
Raad van Europa
Ook binnen het kader van de Raad van Europa voeren Europese ministers regelmatig overleg over onderwijsaspecten en sport.
Thema's die aan bod komen zijn onder meer het geschiedenis- en talenonderwijs in Zuidoost-Europa; aandacht voor interculturele aspecten en democratie binnen het onderwijs; en een 'good governance' beleid in sport. Bij dergelijke vergaderingen zijn organisaties als de Unesco en de OESO vaak aanwezig als waarnemer.
Lees meer
Bron |
Taal |
Soort Informatie |
|---|---|---|
Europese Unie |
NL |
inleiding + samenvatting van de EU Onderwijs-, en Jeugdwetgeving |
Raad van Europa |
EN |
|
Raad van Europa |
EN |
|
Raad van Europa |
EN |
Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement een rol.
Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie
Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor onderwijs, cultuur, meertaligheid en jeugdzaken:
Invloed nationale parlementen
Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.
Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:
Besluitvorming door Raad en Europees Parlement
De besluitvorming verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure.
Bij onderwerpen waar de lidstaten op dit terrein wel Europees samenwerken, maar niet direct op basis van de Europese verdragen, vindt besluitvorming plaats volgens de open coördinatiemethode.
De raadsformatie die beslist over het beleid inzake onderwijs, beroepsopleiding en jeugd is de Raad Onderwijszaken, Jeugd, Cultuur en Sport, die formeel vier keer per jaar bijeenkomt. Ook informele bijeenkomsten zijn mogelijk. Besluiten op basis van de gewone wetgevingsprocedure worden genomen met gekwalificeerde meerderheid.
Nederland wordt in deze Raad vertegenwoordigd door:
Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Cultuur en Onderwijs de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland is de volgende Europarlementariër lid:
Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 345. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.
Onderwijs- en jeugdbeleid vindt haar basis in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU):
-
-onderwijs- en jeugdbeleid: derde deel VwEU titel XII art. 165
-
-beroepsopleidingen: derde deel VwEU titel XII art. 166
-
-erkenning diploma's: derde deel VwEU titel IV hoofdstuk 2 art. 53
-
-uitwisselingen jeugdige werknemers: derde deel VwEU titel IV hoofdstuk 1 art. 47
Hot issues
Nederland
Europese Unie
Activiteitendossier
Factsheet Europees Parlement
Betrokken instanties
Statistiek