Spanje - Hoofdinhoud
Het koninkrijk Spanje kent een bewogen geschiedenis. Sinds de dood van dictator Franco in 1975 maakte het land echter een democratische en economisch gunstige ontwikkeling door. Spanje werd in 1986 lid van de Europese Unie.
De Spaanse natie werd in belangrijke mate gevormd door de strijd tegen de Moren, die na een aanwezigheid van zeven eeuwen op het Iberisch schiereiland werden verdreven in 1492. In dat jaar had Columbus, in dienst van het Spaanse koningshuis, ook Amerika ontdekt. Tochten van avonturiers als Cortes en Pizarro spekten vervolgens de schatkist van de vorsten Karel V en Philips II met het goud van de Azteken en de Inca's, waarmee oorlogen tegen het Ottomaanse rijk, Frankrijk, Engeland en de Lage Landen werden gefinancierd. In de zestiende eeuw was Spanje één van de machtigste mogendheden ter wereld.
In Europa verloor Spanje geleidelijk zijn prominente politieke betekenis, maar een grote en voortdurende migratiestroom naar Zuid- en Midden-Amerika schraagde de Spaanse culturele invloed. IJkpunten uit de recente Spaanse geschiedenis zijn de bloedige burgeroorlog van 1936 tot 1939, gevolgd door de dictatuur van Franco.
Grote namen uit de Spaanse schilderkunst zijn El Greco, Diego Velazques, Francesco de Goya, Salvador Dali, Pablo Picasso en Joan Miró. Cervantes schonk de wereldliteratuur Don Quichot. De architect Antoni Gaudi drukte een belangrijk stempel op Barcelona.
Prominenten uit de recente Spaanse sportgeschiedenis zijn de wielrenners Federico Bahamontes, Luis Ocaña, Miguel Indurain, Alberto Contador en Oscar Freire, de tennissers Rafael Nadal, Carlos Moya en Juan-Carlos Ferrero, de autocoureur Alonso, en de golfers Severiano Ballesteros en José Maria Olazabal. Real Madrid en Barcelona zijn toonaangevende Europese voetbalclubs. Bij hen speelden (Spaanse) spelers als Gento, Di Stefano, Zubizareta en Butragueño. Het nationale elftal werd in 2008 Europees kampioen en in 2010 wereldkampioen.
Op 20 december 2011 kwam in Spanje een centrumrechts kabinet onder leiding van Mariano Rajoy Brey aan het bewind. Zijn conservatief/christendemocratische Volkspartij won op 20 november 2011 de parlementsverkiezingen, waardoor er een einde kwam aan zeven jaar sociaaldemocratisch bewind onder leiding van José Luis Rodriguez Zapatero.
De sociaaldemocratische partij PSOE was in 2004 aan de macht gekomen, en bleef dat na de verkiezingenm van 2008. De regering-Zapatero kwam met name vanaf 2010 onder druk te staan door de economische crisis. Spanje kampt met een werkloosheid van 20%. Dat leidde tot vervroegde verkiezingen.
Na het herstel van de democratie in 1976 regeerden aanvankelijk centrumrechtse kabinetten onder leiding van Adolfo Suárez van de centrumpartij UCD (Unión de Centro Democrático). In 1981 werd hij opgevolgd door zijn partijgenoot Leopoldo Calvo-Sotelo. Sinds de verkiezingen van 1982 regeerden veertien jaar kabinetten onder leiding van de sociaaldemocraat Felipe González. Daarna volgde vanaf 1996 een achtjarig centrumrechts bewind van de Volkspartij (Partido Popular) van José Maria Aznar. Enkele keren hadden kabinetten steun nodig van regionale partijen om te kunnen regeren.
Tussen 1936 en 12 december 1975 was Spanje een dictatuur met als leider (caudillo) generaal Francisco Franco. Na diens dood werd de monarchie hersteld en kwam Juan Carlos op de Spaanse troon. Hij herstelde in 1976-1977 de democratie, wat werd vastgelegd in de Grondwet van december 1978. In februari 1982 mislukte een militaire staatsgreep, vooral door het optreden van koning Juan Carlos.
Spanje is een parlementaire monarchie, met ministeriële verantwoordelijkheid. De uitvoerende macht berust bij het kabinet, dat formeel wordt benoemd door de koning. Een kabinet kan alleen regeren als het over het vertrouwen beschikt van de Kamer van Afgevaardigden.
Het parlement (Cortes Generales) bestaat uit twee Kamers, de Kamer van Afgevaardigden (Congreso de los Diputados) en de Senaat (Senado), die beide een vierjarige termijn hebben. De Kamer telt 350 leden, de Senaat 264. De macht van de Kamer is groter dan van de Senaat. De vertrouwenskwestie kan alleen in de Kamer worden gesteld. Wel hebben beide het recht van initiatief en heeft de Senaat een terugzendrecht, maar de Kamer heeft het laatste woord.
De Senaat heeft daarnaast specifieke bevoegdheden bij de aanstelling van rechters voor het Constitutioneel Hof en van de Hoge Raad en heeft een toezichthoudende functie op het regionaal bestuur. Spanje kent een grote mate van regionale autonomie. Alle regio's hebben een eigen parlement en bestuur en sommige regio's (onder meer Baskenland en Catalonië) hebben ook eigen financiële middelen en waarborgen voor eigen taal en cultuur.
kiesstelsel
De Kamer wordt gekozen via evenredige vertegenwoordiging in een beperkt districtenstelsel. De districten komen overeen met de provincies. De provincie Sevilla kiest bijvoorbeeld negen afgevaardigden en de provincie Tarragona zes. Madrid heeft 35 afgevaardigden.
Van de 264 senatoren worden er 208 direct gekozen in de regio's (Andalusië heeft bijvoorbeeld negen senatoren en Extramadura twee). De overige 56 worden benoemd door de regionale besturen.
partijen
Twee partijen domineren de Spaanse politiek: de sociaaldemocratische PSOE (Partido Socialista Obrero Español, de Spaanse socialistische arbeiderspartij) en de PP (Partido Popular, Volkspartij), die centrumrechts en christendemocratisch is. Twee Catalaanse partijen vormen samen CiU (Convergència i Unió, Samen en verenigd). Daarnaast zijn er onder meer Baskische partijen en een partij van de Canarische Eilanden. De communistische partij (PC) speelt geen rol meer.
Het kabinet bestaat volledig uit ministers van PP. Belangrijkste ministers naast premier Rajoy zijn de minister van Financiën Cristonal Montoro Romero, minister van Buitenlandse Zaken José Manuel Garcia Margallo en vicepremier Maria de Santamaria Anton.
jaar |
PSOE |
PC |
Links |
PP |
UCD |
CD |
CiU |
Reg. |
verkiezings- datum |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1977 |
118 |
19 |
6 |
16 |
166 |
25 |
15 juni |
||
1979 |
121 |
23 |
168 |
9 |
8 |
21 |
1 maart |
||
1982 |
202 |
4 |
107 |
11 |
12 |
14 |
28 oktober |
||
1986 |
184 |
7 |
105 |
19 |
18 |
17 |
23 juni |
||
1989 |
175 |
14 |
101 |
14 |
18 |
28 |
24 november |
||
1993 |
141 |
15 |
138 |
17 |
39 |
17 februari |
|||
1996 |
141 |
21 |
156 |
16 |
16 |
15 juni |
|||
2000 |
125 |
8 |
183 |
15 |
19 |
25 november |
|||
2004 |
164 |
5 |
148 |
10 |
23 |
6 juni |
|||
2008 |
169 |
2 |
154 |
10 |
15 |
17 mei |
|||
2011 |
110 |
11 |
186 |
16 |
24 |
20 november |
naam |
periode |
kleur |
partijen |
belangrijke ministers |
|---|---|---|---|---|
Suárez I |
5 juli 1976-6 april 1979 |
centrumrechts |
UCD |
BuZa: Oreja Aguirre |
Suárez II |
6 april 1979-29 januari 1981 |
centrumrechts |
UCD |
BuZa: Oreja Aguirre, 1980 Perez-Llorca |
Calvo Sotelo |
29 januari 1981-3 december 1982 |
centrumrechts |
UCD |
BuZa: Perez-Llorca |
González I |
3 december 1982-25 juli 1986 |
sociaaldem. |
PSOE |
BuZa: Moran Lopez EZ en Fin: Boyer, 1985 Solchaga |
González II |
25 juli 1986-7 december 1989 |
sociaaldem. |
PSOE |
BuZa: Fernández Ordonez EZ en Fin: Solchaga |
González III |
7 december 1989-14 juli 1993 |
sociaaldem. |
PSOE |
BuZa: Fernández Ordonez, 1992 Solana EZ en Fin: Solchaga |
González IV |
14 juli 1993-6 mei 1996 |
sociaaldem. |
PSOE |
BuZa: Solana, dec. 1995 Westendorp EZ en Fin: Solbes Mira |
Aznar I |
6 mei 1996-28 april 2000 |
centrumrechts |
PP |
BuZa: Matutes EZ en Fin: Rato Figaredo Land. Viss. en Voedsel: Palacio del Valle |
Aznar II |
28 april 2000-18 april 2004 |
centrumrechts |
PP |
BuZa: Piqué y Camps, 2002 De Palacia Vallerlersundi Fin: Montoro Romero |
Zapatero I |
18 april 2004-14 april 2008 |
sociaaldem. |
PSOE |
BuZa: Moratinos EZ en Fin: Solbes Mira |
Zapatero II |
14 april 2008-20 december 2011 |
sociaaldem. |
PSOE |
BuZa: Moratinos 2010: Jiménez EZ en Fin: Solbes Mira, 2009 Salgado |
Rajoy |
20 december 2011-heden |
centrumrechts |
PP |
BuZa: Garcia-Margallo Fin: Montoro Romero |
hoofdstad |
Madrid |
|---|---|
staatshoofd |
Koning Juan Carlos I (vanaf 22 november 1975); Kroonprins Felipe, zoon van de monarch, geboren op 30 januari 1968 |
regeringsleider |
Premier Mariano Rajoy (vanaf 20 december 2011); Vice-premier Soraya Saenz de Santamaria (vanaf 22 december 2011) |
aantal inwoners |
47.370.542 |
9,4% van de EU |
|---|---|---|
% van de bevolking jonger dan 15 |
15.4% (mannen: 3.747.028/vrouwen: 3.531.247) |
|
% van de bevolking van 15 t/m 24 |
9.7% (mannen: 2.377.992/vrouwen: 2.215.742) |
|
% van de bevolking van 25 t/m 54 |
46.2% (mannen: 11.141.726/vrouwen: 10.749.877) |
|
% van de bevolking van 55 t/m 64 |
11.3% (mannen: 2.600.682/vrouwen: 2.738.559) |
|
% van de bevolking ouder dan 65 |
17.5% (mannen: 3.514.051/vrouwen: 4.753.638) |
|
gemiddelde levensverwachting |
81.37 jaar |
|
geletterdheid |
97.7% |
|
bruto binnenlands product (bbp) |
$1,409 biljoen |
8,8% van de EU |
|---|---|---|
bijdrage van landbouw aan bbp |
3.3% |
|
bijdrage van industrie aan bbp |
24.2% |
|
bijdrage van dienstensector aan bbp |
72.6% |
|
werkloosheid |
26% |
|
oppervlakte |
505.370 km² |
11,4% van de EU |
|---|---|---|
laagste punt |
Atlantic Ocean 0 m |
|
hoogste punt |
Pico de Teide (Tenerife) on Canary Islands 3718 m |
|
aantal zetels in het |
54 van de 754 zetels |
||||
|---|---|---|---|---|---|
stemgewicht in de |
27 van de 345 stemmen |
||||
gastland Europese |
Agentschap Europese Unie: |
||||
prominenten in |
Europese Commissie:
vicevoorzitter Europese Commissie:
|