Beleid rechtspraak - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Beleid rechtspraak

 

Rechtspraak 1

De lidstaten binnen de Europese Unie zijn nauw met elkaar verbonden. Zo is er binnen de Unie bijvoorbeeld vrij verkeer van personen en goederen. Toch heeft elke lidstaat zijn eigen wetgeving en rechtspraak.

 

De rechtsstelsels en gerechtelijke apparaten van de lidstaten zijn verschillend. De behoefte om op dit gebied samen te gaan werken groeit. Als mensen vrij door de EU kunnen reizen, moeten zij immers in een andere lidstaat net zo makkelijk bij de rechter terecht kunnen als in hun eigen land.

De Europese Unie streeft er daarom naar om de verschillende rechtssystemen zo goed mogelijk op elkaar te laten aansluiten.

Het principe is dat iedere lidstaat zijn eigen rechtssysteem behoudt, maar dat er wel gemeenschappelijk regelingen komen voor bijvoorbeeld het familierecht. Te denken valt aan een gelijkluidende regeling voor echtscheidingen. Vanaf juni 2012 kunnen echtparen waarvan de echtelieden een verschillende nationaliteit hebben, kiezen volgens welk nationaal recht zij scheiden. Deze regels zijn toepasbaar op burgers van veertien EU-landen. Landen die niet meedoen aan de bepaling, gaan door met het toepassen van hun eigen nationale wetten.

Een ander punt is dat een deel van het Europees beleid directe invloed heeft op lidstaten, bedrijven en personen. In het uiterste geval kunnen lidstaten, burgers en bedrijven naar het Europese Hof van Justitie gaan om daar Europese regels en rechten die zij genieten, af te dwingen. Het Europees Hof van Justitie heeft ooit besloten dat Europees recht vóór het nationale recht gaat, omdat anders elk land zijn eigen interpretatie kan geven aan Europese regels, en de regels dan niet overal gelijk zijn.

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Ontwikkeling in vogelvlucht

Het is niet de bedoeling dat mensen in een andere lidstaat aan een veroordeling kunnen ontkomen. Daarom krijgt de samenwerking tussen nationale gerechtelijke autoriteiten veel aandacht. In april 2009 heeft de Europese Commissie in een groenboek aangegeven uiteindelijk te willen komen tot een systeem waarbij de lidstaten elkaars gerechtelijke uitspraken erkennen. De uitspraken zouden dan ook in elke lidstaat uitvoerbaar moeten zijn.

Hierbij gaat het zowel om civiel- als strafrecht. De afstemming is in civiele procedures van belang bij echtscheiding, voogdijschap, alimentatie en faillissementen of onbetaalde rekeningen, wanneer de betrokkenen in verschillende landen wonen.

Aanpassingen in nationale regelgeving

Sommige delen van het burgerrecht in de EU-lidstaten worden aangepast aan de nauwe Europese samenwerking, zoals bijvoorbeeld de al hierboven genoemde regels voor echtscheidingen als partners een verschillende nationaliteit hebben. Het gaat dan om boedelscheiding, erkenning ouderlijke bevoegdheid, alimentatie enzovoorts. Actueel discussiepunt is ook de status van erfgenamen die in het buitenland leven; hoe regel je dit goed in het testament.

Een ander punt waarop de rechtssystemen van de individuele landen op elkaar worden afgestemd, betreft het claimen van een schadevergoeding als EU-burgers in een andere lidstaat slachtoffer worden van een misdrijf. Verder denkt de Europese Unie na over het versoepelen van de uitwisseling van strafbladen en aan het instellen van uniforme regels voor bewijsmateriaal en bescherming van verdachten.

Sinds een uitspraak van het Europees Hof van Justitie in 2005 heeft de Europese Unie ook directe invloed gekregen op een onderdeel van het strafrecht. Indien nodig voor effectieve toepassing van Gemeenschapswetgeving mag de Europese Unie strafrechtelijke maatregelen treffen. In april 2007 werd dit principe voor het eerst toegepast voor enkele delicten op het gebied van schending van intellectuele eigendomsrechten.

Het Hof van Justitie heeft in 2007 bevestigd dat de Europese Unie als wetgever lidstaten kan dwingen straffen op te leggen als dat nodig is om de doeltreffendheid van Europese regelgeving te garanderen. Tegelijkertijd mag de Europese Unie de lidstaten echter niet voorschrijven bepaalde sancties op te leggen. Het bepalen van de aard en hoogte van de strafrechtelijke sancties blijft voorbehouden aan de lidstaten.

Het Europees aanhoudingsbevel

De nationale autoriteiten hebben sinds 2002 met het Europees aanhoudingsbevel een wapen in handen gekregen in de strijd tegen de criminaliteit. Dit aanhoudingsbevel maakt langdurige uitleveringsprocedures overbodig. Het zorgt ervoor dat verdachte personen of veroordeelde criminelen die naar het buitenland zijn gevlucht om hun straf te ontlopen, snel kunnen worden teruggebracht naar het land waar zij berecht zijn of zullen worden.

Om ervoor te zorgen dat de berechting voor iedereen eerlijk verloopt, heeft de Europese Commissie in maart 2010 een wetsvoorstel ingediend. Hier staat onder andere in dat een verdachte die in een ander land berecht wordt, recht heeft op een tolk en schriftelijke vertaling van alle documenten die bij de rechtsgang een rol spelen.

In het Verdrag van Lissabon voor de EU staat ook het voorstel om een Europees openbaar ministerie op te richten. Dit Europese openbaar ministerie zal alleen bevoegd zijn om te bemiddelen in zaken waarbij het financiële belang van de EU is geschaad. Een uitbreiding van dit takenpakket is alleen mogelijk wanneer zowel de Raad, de Europese Commissie als het Europees Parlement het hiermee eens zijn.

Procesrecht

De Europese Unie is ook bezig met het verankeren van enkele grondrechten van verdachten. Een voorbeeld daarvan is een in mei 2012 aangenomen richtlijn over het recht van verdachten op informatie over fundamentele procedurele rechten. Dit betekent onder andere dat verdachte in een taal die hij of zij begrijpt, gewezen wordt op:

  • het recht op een advocaat
  • het recht om te zwijgen
  • het recht op informatie over de aanklacht
  • het recht op inzage in de dossiers over zijn of haar zaak.

Rechten voor slachtoffers

Op 4 oktober 2012 is een Europese richtlijn in werking getreden die de slachtoffers van misdrijven bepaalde minimumrechten verschaft, ongeacht waar zij zich in de Europese Unie bevinden. In alle 27 EU-lidstaten geldt dat slachtoffers gedurende het politieonderzoek en het strafproces worden beschermd. Ook hebben kwetsbare slachtoffers, zoals kinderen en personen met een handicap, recht op passende bescherming.

De slachtoffers moeten te allen tijde met respect behandeld worden door de autoriteiten, en slachtofferhulp moet overal beschikbaar zijn. Volgens de richtlijn hebben slachtoffers ook recht op begrijpelijke informatie over hun rechten en de zaak waar zij bij betrokken zijn.

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

Justitie: inleidingen samenvatting van de EU wetgeving

2.

Wie doet wat

Bij besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad, het Europees Parlement en de Europese Raad een rol.

Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Justitie, grondrechten en burgerschap:

Bij justitiële samenwerking in strafzaken kunnen de lidstaten van de Europese Unie ook initiatief-voorstellen indienen. Voorwaarde is dat een initiatief ten minste door een kwart van de lidstaten wordt ingediend.

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

Besluitvorming op dit terrein, met uitzondering van het familierecht, verloopt volgens de gewone wetgevingsprocedure. Op het terrein van justitiële samenwerking in strafzaken kan in de Raad een noodremprocedure (zie hieronder) worden ingezet.

Voor familierecht geldt dat de Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement.

De raadsformatie die beslist over justitiële zaken is de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken. Vertegenwoordigers voor Nederland in deze Raad zijn:

De noodremprocedure houdt in dat, wanneer een lidstaat meent dat fundamentele aspecten van zijn strafrechtstelsel worden aangetast, de wetgevingsprocedure wordt stilgelegd. De Europese Raad bespreekt het voorstel en besluit met eenparigheid van stemmen  of de wetgevingsprocedure wordt hervat. 

Vertegenwoordiger voor Nederland in de Europese Raad is:

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Burgerlijke vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs lid:

Voor voorstellen volgens de gewone wetgevingsprocedure geldt dat als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure afsluit. Bij raadpleging van het Europees Parlement sluit overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 345. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt doorgevoerd.

3.

Juridisch kader

De samenwerking in de rechtspraak vindt haar basis in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

4.

Meer informatie

Hot issues

Nederland

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties