Recht van amendement - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Recht van amendement

Het recht van amendement zorgt ervoor dat de Tweede Kamer de tekst van een wetsvoorstel kan wijzigen. Op deze manier bepaalt uiteindelijk de rechtstreeks gekozen Tweede Kamer wat de wettekst zal zijn. Als de meerderheid van de Tweede Kamer vóór een amendement heeft gestemd, wordt het wetsvoorstel gewijzigd.

Formeel leidt aanneming overigens niet direct tot wijziging van het wetsartikel en van het wetsvoorstel. Nadat is beslist over het amendement wordt namelijk ook nog gestemd over het aldus gewijzigde artikel en ten slotte nog over het (gewijzigde) wetsvoorstel. Een amendement kan worden aangenomen, terwijl het betreffende artikel of het wetsvoorstel uiteindelijk wordt verworpen.

Het is eveneens mogelijk dat aanneming van een - door de regering onaanvaardbaar verklaard - amendement tot intrekking van het wetsvoorstel leidt.

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Historie

Het recht van amendement bestaat sinds 1848. Het recht komt slechts de Tweede Kamer (sinds 1848) en de Verenigde Vergadering (sinds 1887) toe. Het is nooit serieus overwogen om de Eerste Kamer ook het recht van amendement te geven.

Het amendementsrecht is niet zonder slag of stoot aan het parlement gegeven. De koning en de ministers voelden er niet voor dit machtsmiddel aan de Tweede Kamer te geven. Tot 1848 kon de Tweede Kamer alleen indirect invloed uitoefenen, door bij de regering aan te dringen met een wijzigingsvoorstel te komen. De Grondwetsherziening in 1848 onder leiding van Thorbecke leidde uiteindelijk wel tot opneming van het recht.

Daarbij speelde ook een praktisch voordeel. Tot 1848 kon de Tweede Kamer als de regering weigerde een voorstel te wijzigen alleen maar 'ja' of 'nee' zeggen. Indien er bezwaar bestond tegen een onderdeel van het wetsvoorstel, kon dit tot verwerping van het gehele voorstel leiden.

Omdat een wetsvoorstel door de regering kan worden ingetrokken, kan zij een door haar niet gewenste wijziging altijd alsnog tegenhouden. Een absoluut machtsmiddel is het amendementsrecht dus niet.

2.

Wettelijke basis

Het recht van amendement is vastgelegd in artikel 84 van de Grondwet. Het recht is toegekend aan de Tweede Kamer en de Verenigde Vergadering. De Eerste Kamer mag echter niets meer veranderen in het voorstel. Zij heeft niet het amendementsrecht en kan het voorstel dus alleen aannemen of verwerpen. Dit maakt dat de Tweede Kamer een veel grotere invloed heeft dan de Eerste Kamer.

Zowel wetsvoorstellen van de regering als initiatiefwetsvoorstellen kunnen worden geamendeerd. Een amendement indienen op een wetsvoorstel tot Grondwetswijziging in de tweede lezing is echter niet mogelijk. Dit geldt ook voor goedkeuringswetten. Deze kan het parlement slechts goedkeuren of verwerpen. In goedkeuringswetten van een internationaal verdrag kan de Kamer een voorbehoud in het wetsvoorstel opnemen.

Een amendement mag er niet toe leiden dat een wetsvoorstel een totaal andere strekking krijgt. Zo mag een voorstel tot verlaging van belastingen niet worden gewijzigd in verhoging van belastingen.

3.

In de praktijk

In het Reglement van Orde van de Tweede Kamer (artt. 96-100) is vastgelegd hoe de Kamer van het amendementsrecht gebruik kan maken.

Elk Tweede Kamerlid kan een amendement indienen over een wetsvoorstel. Dit kan direct nadat het wetsvoorstel in handen van een commissie is gesteld.

Degene die het wetsvoorstel heeft ingediend (vaak een minister of staatssecretaris) geeft altijd zijn of haar mening over de voorgestelde amendementen. Het kan voorkomen dat de indiener het voorstel overneemt. Soms is de indiener het absoluut niet eens met een amendement en probeert hij of zij het amendement tegen te houden. Als de Kamer zo'n amendement toch aanvaardt, loopt zij het risico dat de indiener het hele voorstel intrekt of dat hij aftreedt. Vandaar dat de Kamer in het algemeen het oordeel van de indiener laat meewegen bij de stemming.

4.

Ontoelaatbaar/destructief

De Tweede Kamer kan een amendement ontoelaatbaar of destructief verklaren. Dat komt overigens niet vaak voor. Een amendement is toelaatbaar, totdat het tegendeel bij een stemming daarover blijkt. Een voorstel om een amendement ontoelaatbaar te verklaren, kan door de Voorzitter of door vijf in de vergaderzaal aanwezige leden worden gedaan.