Submenu:
Nieuws-items bij CIA-activiteiten in Europa
-
12-09-2012'EU-lidstaten moeten CIA-activiteit in Europa onderzoeken' (en)
-
11-09-2012Leden Europees Parlement willen duidelijkheid over CIA-activiteiten in Europa
-
11-09-2012EP: onderzoek vermeende bestaan CIA-gevangenissen in EU (en)
-
10-09-2012Europees Parlement bespreekt Staat van de Unie, begroting en de bankenunie
-
30-04-2012Leden Europees Parlement: Litouwen moet onderzoek naar vervoer en plaatsing gevangenen door CIA herstarten (en)
-
13-04-2012EP-hoorzitting over geheime CIA-locaties in Europa
-
10-04-2012Commissie EP bespreekt CIA-activiteiten in Europa en verhouding mensenrechten en terrorisme
-
27-03-2012EP onderzoekt betrokkenheid van Europese regeringen bij geheime CIA-gevangenissen (en)
-
26-03-2012Debat over vermeende illegale detentie en overdracht van gevangenen in Europa door CIA (en)
-
09-12-2011SP wil VN-onderzoek naar CIA-gevangenis
-
02-05-2011EU verheugd over bericht dood Osama Bin Laden (en)
-
02-05-2011Obama: Osama bin Laden is dood
-
26-01-2011Europees Parlement wil meer onderzoek naar illegaal vasthouden van gevangenen door CIA in EU-landen
-
05-08-2010Voormalige Poolse leiders mogelijk vervolgd vanwege CIA-gevangenissen (en)
-
22-01-2010Litouwse minister neemt ontslag na CIA-gevangenisschandaal (en)
-
20-11-2009Geheime CIA gevangenis ontdekt in Litouwen (en)
-
25-08-2009Litouwse president betreurt vermoedelijke rol van haar land bij geheime CIA-gevangenissen (en)
-
25-08-2009Litouwen betreurt aantijging CIA-gevangenissen
-
23-06-2009Mensenrechtenorganisaties verwachten veel van Zweeds EU-voorzitterschap (en)
-
23-06-2009'EU moet meer doen tegen marteling'
CIA-activiteiten in Europa - Hoofdinhoud
Kathalijne Buitenweg: CIA-activiteiten in Europa: wegkijken is toestaan.
In november 2005 kwamen er berichten in het nieuws over vermeende geheime CIA-detentiecentra in Oost-Europa: plaatsen waar verdachten van terrorisme zouden worden vastgehouden. Die berichten waren o.a. gebaseerd op onderzoek van de onafhankelijke internationale mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch. Dit leidde o.a. tot parlementair onderzoek zowel in Duitsland en Italië als door de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa.
Begin december 2005 stelde de parlementaire commissie voor Burgerlijke vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken aan het Europees Parlement voor om zelf ook een onderzoek in te stellen. Op 14 december 2005 werd besloten tot het instellen van de tijdelijke commissie 'verondersteld gebruik door de CIA van Europese landen voor het vervoer en illegaal vasthouden van gevangenen'.
De tijdelijke commissie had tot doel te onderzoeken of de CIA zich in Europa schuldig maakte aan 'extraordinary rendition', het oppakken van verdachten om ze in een andere land te laten berechten, het vasthouden, martelen of het anderzijds onmenselijk behandelen van verdachten. Bovendien onderzocht de commissie of deze activiteiten in strijd zijn met de fundamentele rechten van de Europese Unie, of onder de slachtoffers ook Europese burgers waren en of lidstaten hebben meegewerkt.
De Raad van Europa publiceerde in juni 2007 een tweede rapport over CIA-activiteiten in Europa. Volgens dit rapport hebben Poolse en Roemeense oud-veiligheidsbeambten bevestigd dat zich in de twee landen wel degelijk illegale CIA-gevangenissen bevonden. In deze gevangenissen werden Amerikaanse gevangenen vastgehouden die werden verdacht van betrokkenheid bij de aanslagen van 11 september 2001 in New York. De regeringen van Polen en Roemenië hebben altijd ontkend dat zulke gevangenissen bestonden.
In het rapport werd bovendien gewezen op een afspraak tussen de NAVO en de Verenigde Staten. In deze afspraak werd toestemming gegeven voor het gebruik van het luchtruim van de NAVO-listaten voor 'extraordinary rendition'. De schrijver van het rapport, de Zwitser Dick Marty, stelde dat de hoogste autoriteiten zich bewust waren van de illegale CIA-activiteiten op hun grondgebied.
Het Europees Parlement had naast lof ook kritiek op rapporteur Marty van de Raad van Europa. Deze had zijn beweringen dat twee Europarlementariërs volledig op de hoogte zouden zijn geweest van alle CIA-activiteiten, niet met bewijs ondersteund. De Europese Commissie toonde zich erg bezorgd over de conclusies van het rapport.
VVD-Europarlementslid Jeanine Hennis-Plasschaert noemde het bestaan van CIA-kampen in Polen en Roemenië een grof schandaal. Hennis-Plasschaert: 'De regeringen hebben steeds ontkend. Nu blijkt dat ze hebben gelogen, als de bewijzen kloppen. Ik ga ervan uit dat EU-voorzitter Duitsland nu Polen en Roemenië opheldering vraagt.'
Europarlementslid Sophie in 't Veld (D66) vond dat de Europese Unie nu echt 'met de billen bloot' moest en openheid moest geven. 'Het is bezopen dat we de VS vertellen dat ze Guantanamo moeten sluiten, terwijl onze eigen regeringen eraan meewerken.'
Het Europees Parlement startte in december 2005 zelf een onderzoek naar CIA-activiteiten in Europa.
Het eindrapport van de commissie werd in januari 2007 gepresenteerd door rapporteur Claudio Fava. De stemming in de parlementaire commissie over het rapport liep uit op een harde ideologische strijd in het Europees Parlement. Uiteindelijk stemden 28 leden voor, 17 tegen en onthielden 3 leden zich van stemming. Het Europees Parlement nam het rapport op 14 februari 2007 in enigszins afgezwakte vorm aan.
De conclusies van het eindrapport lieten weinig aan de verbeelding over. Tussen eind 2001 en eind 2005 heeft de CIA ten minste 1245 vluchten uitgevoerd via Europese luchthavens of Europees luchtruim. Volgens het rapport hebben Europese lidstaten hun ogen gesloten voor dergelijke vluchten. De CIA-vluchten hadden als doel het vervoeren van verdachten om ze in een ander land te laten berechten. In de betrokken andere landen, zoals Egypte, zou minder streng de hand worden gehouden aan het verbod op 'incommunicado detentie' (gevangenschap zonder contact met de buitenwereld) en op martelen. Wat betreft het gebruik van martelpraktijken tijdens verhoren, dienen de verklaringen van talloze getuigen en betrokkenen als bewijs.
Drie van de voorstemmers in die tijdelijke commissie waren de Nederlandse Europarlementariërs Jan Marinus Wiersma (PvdA), Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD) en Kathalijne Buitenweg (GroenLinks). 'We hebben ernstige schendingen van de mensenrechten onthuld', zei Wiersma. Hennis-Plasschaert merkte op: 'De strijd tegen terrorisme is een belangrijke, maar we moeten ervoor waken dat deze strijd niet als excuus wordt gebruikt om de fundamentele rechten aan de kant te zetten'. 'Het was natuurlijk mooi geweest als er een foto was ontdekt van een gevangene die in Syrië aan boord ging van een vliegtuig om via Europa naar Guantánamo Bay te worden vervoerd. Maar eerlijk gezegd, had ik dat niet verwacht', zei Buitenweg.
Wat keiharde bewijzen betreft, schoot het rapport tekort. Het is zeer waarschijnlijk dat Europese landen informatie hebben ontvangen die is verkregen door middel van marteling. Het leek onmogelijk om te bewijzen dat er geheime detentiecentra in Polen zijn geweest. Ook werd er geen overtuigend bewijs gevonden om beschuldigingen te ontkrachten dat er dergelijke centra in Roemenië zijn geweest.
Ondanks de kritiek van verschillende Europarlementariërs, zei Buitenweg trots te zijn op het eindresultaat. Volgens haar was de grootste verdienste de belangstelling voor het onderwerp in leven houden, want regeringen dachten: laten we maar stil blijven, dan waait het misschien over, aldus Buitenweg.
De tijdelijke commissie van het Europees Parlement hadt veel kritiek op de regeringen van een aantal EU-lidstaten. Oostenrijk, Italië, Polen, Portugal en Groot-Brittannië hadden volgens de commissie onvoldoende meegewerkt aan het onderzoek. Het is mogelijk op basis van het EU-Verdrag dat de EU bijvoorbeeld het stemrecht afneemt van een lidstaat die stelselmatig mensenrechten schendt. De Pools-Italiaanse Christen-Democraat Jas Gawronski vond het evenwel 'belachelijk om met straffen te dreigen terwijl het onderzoek slechts speculaties had opgeleverd'.
Op 17 april 2007 heeft een groep Europarlementariërs met leden van het Amerikaanse Congres gesproken over het verbeteren van het toezicht op activiteiten van de CIA die in het rapport van het Europees Parlement genoemd werden. Van Amerikaanse zijde waren de reacties verdeeld over de vraag in hoeverre acties in verband met terrorismebestrijding aan banden moesten worden gelegd.