Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft een facultatieve en tijdelijke toepassing van de verleggingsregeling voor leveringen van bepaalde fraudegevoelige goederen en diensten - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Tekst

 

RAAD VANBrussel, 17 november 2009 (19.11)

(OR. en)

DE EUROPESE UNIEPUBLIC

16143/09

LIMITE

Interinstitutioneel dossier:

2009/0139 (CNS)

FISC 162

NOTA

van:

het voorzitterschap

aan: de delegaties

nr. Comv.: 13868/09 FISC 121 - COM(2009) 511 def.

Betreft : Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft een facultatieve en tijdelijke toepassing van de verleggingsregeling voor leveringen van bepaalde fraudegevoelige goederen en diensten

Ter bevordering van de Coreper-besprekingen op 20 november 2009 en een akkoord in de zitting

van de Raad ECOFIN op 2 december 2009 gaat voor de delegaties hierbij een nieuwe compromis

tekst van het voorzitterschap waarin rekening is gehouden met het overleg in de Groep

belastingvraagstukken (indirecte belastingen).

BIJLAGE

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN DE RAAD

tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft een facultatieve en tijdelijke toepassing

van de verleggingsregeling voor leveringen van bepaalde fraudegevoelige goederen en

diensten

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 93,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Parlement,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) In Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeen-

(2) Gelet op de ernst van de btw-fraude [....] moet het de lidstaten worden toegestaan om voor

bepaalde categorieën van goederen en diensten, ook als deze categorieën niet zijn

opgenomen in artikel 199 van Richtlijn 2006/112/EG of het voorwerp uitmaken van een

specifieke, aan een lidstaat verleende derogatie, een regeling toe te passen waarbij de

verplichting tot betaling van de btw op tijdelijke basis wordt verlegd naar de persoon voor

wie de belastbare levering van de goederen of de diensten wordt verricht.

(3) De invoering van een dergelijke regeling die niet van algemene toepassing is maar specifiek

geldt voor leveringen van bepaalde categorieën van goederen of diensten, mag geen afbreuk

doen aan de basisbeginselen van het btw-stelsel, zoals de gespreide betaling, en moet

daarom tot een vooraf vastgestelde lijst van goederen en diensten worden beperkt.

(4) De vooraf vastgestelde lijst waaruit de lidstaten kunnen kiezen, moet worden beperkt tot

leveringen van goederen en diensten die volgens recente ervaringen bijzonder fraude-

gevoelig zijn.

(5) De lidstaten die de regeling voor goederen willen toepassen, dienen passende controle-

maatregelen en rapportageverplichtingen voor de leveranciers en dienstverrichters vast te

stellen, teneinde een doeltreffende werking en monitoring van de toepassing van de regeling

te garanderen en [...] btw-fraude op te sporen en te voorkomen.

(8) Elke lidstaat die op zijn grondgebied een trendverschuiving in de frauduleuze

activiteiten in verband met de onder deze richtlijn vallende categorieën constateert,

moet daarover een verslag opstellen.

(9) Teneinde alle lidstaten de keuzemogelijkheid te bieden om een dergelijke regeling toe te

passen, is het passend een specifieke wijziging in Richtlijn 2006/112/EG aan te brengen.

(10) Daar de doelstelling van het overwogen optreden erin bestaat de btw-fraude aan te pakken

met tijdelijke maatregelen die afwijken van de bestaande communautaire voorschriften, kan

deze alleen op het niveau van de Gemeenschap worden verwezenlijkt. De vaststelling van

een maatregel op het niveau van de Gemeenschap is derhalve in overeenstemming met het in

artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in

hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan wat

nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(11) Richtlijn 2006/112/EG moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

(a) het verstrekken van broeikasgasemissierechten als omschreven in artikel 3 van

Richtlijn 2003/87/EG(*), die overdraagbaar zijn overeenkomstig artikel 12 van die

richtlijn, evenals andere [...] eenheden die door exploitanten kunnen worden gebruikt om

die richtlijn na te leven.

  • b) 
    de levering van mobiele telefoons, dat wil zeggen toestellen die zijn vervaardigd

of aangepast voor gebruik in een netwerk waarvoor een vergunning is afgegeven en die op

gespecificeerde frequenties werken, ongeacht of zij nog een ander gebruiksdoel hebben, en

geïntegreerde schakelingen zoals microprocessoren en centrale verwerkingseenheden,

vóórdat deze in een eindproduct zijn ingebouwd.

  • 2. 
    Een lidstaat die de in lid 1, onder b) bedoelde regeling toepast, legt aan iedere

belastingplichtige die onder de regeling vallende goederenleveringen of diensten verricht,

passende en effectieve controlemaatregelen en rapportageverplichtingen op.

  • 3. 
    De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de toepassing van de in lid 1

bedoelde regeling wanneer deze wordt ingevoerd, en verstrekken haar daarbij de volgende

informatie:

  • a) 
    een verklaring over het toepassingsgebied van de maatregel waarbij de regeling ten

uitvoer wordt gelegd, en een omstandige uiteenzetting van de flankerende maat-

regelen, inclusief de rapportageverplichtingen voor de belastingplichtigen en de

  • 4. 
    De lidstaten die de in lid 1 bedoelde regeling toepassen, leggen op basis van de in

lid 3, onder b), bedoelde evaluatiecriteria de Commissie uiterlijk 30 juni 2014 een verslag

voor. In het verslag dient duidelijk te zijn aangegeven welke gegevens als vertrouwelijk

moeten worden behandeld en welke gegevens mogen worden gepubliceerd.

In het verslag dient een uitvoerige beoordeling te worden gegeven van de algehele

effectiviteit en efficiency van de maatregel, met name wat betreft:

  • a) 
    het effect op frauduleuze activiteiten met betrekking tot onder de maatregel vallende

goederenleveringen of diensten;

  • b) 
    de eventuele verschuiving van frauduleuze activiteiten naar andere goederen of

diensten of naar de detailhandel;

  • c) 
    de uit de maatregel voortvloeiende nalevingskosten voor de belastingplichtigen.
  • 5. 
    Elke lidstaat die, na de inwerkingtreding van dit artikel, op zijn grondgebied

een trendverschuiving in de frauduleuze activiteiten in verband met de in lid 1

genoemde categorieën constateert, dient daarover uiterlijk op 30 juni 2014 een

verslag in bij de Commissie.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het

Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Deze richtlijn is van toepassing tot en met 30 juni 2015.

Artikel 5

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De voorzitter

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

29 sep
'09
COM(2009)511 - Wijziging van richtlijn 2006/112/EG wat betreft een facultatieve en tijdelijke toepassing van de verleggingsregeling voor leveringen van bepaalde fraudegevoelige goederen en diensten


15 apr
'04
COM(2004)246 - Gemeenschappelijke stelsel van btw


23 okt
'01
COM(2001)581 - Regeling voor de handel in broeikasgasuitstootrechten binnen de EG


 
publicatiedatum 17-11-2009
kenmerk 16143/09

Inhoud