RAAD VANBrussel, 25 november 2009 (27.11)
(OR. en)
DE EUROPESE UNIEPUBLIC
16474/1/09 REV 1
LIMITE
Interinstitutioneel dossier:
2003/0091 (CNS)
FISC 171
NOTA
van:
het voorzitterschap
aan: het Coreper / de Raad
Betreft: Btw-behandeling van postdiensten
-
-Politieke richtsnoeren
I. Achtergrond
Teneinde de Raad Concurrentievermogen te ondersteunen bij zijn inspanningen om de postmarkten
in de EU open te stellen heeft de Commissie in 2003, in haar voorstel COM (2003) 234 def.,
voorgesteld om de Zesde BTW-richtlijn (77/338/EEG)1 te wijzigen ten aanzien van de btw-
Naar aanleiding van het recente arrest betreffende TNT (C-357/07, TNT Post tegen UK Ltd) en de
ontwikkeling van de postmarkten in de EG heeft het Zweedse voorzitterschap op 16 juli 2009 een
vergadering van de Groep belastingvraagstukken belegd en gepolst of de lidstaten geïnteresseerd
zouden zijn om de onderhandelingen over de btw-behandeling van postdiensten te hervatten. De
standpunten van de lidstaten liepen ook toen nog aanzienlijk uiteen. De btw-behandeling voor
postdiensten is ook besproken in de vergadering van het Coreper op 4 november 2009, maar de
lidstaten konden het niet eens worden over een politiek richtsnoer voor de toekomstige btw-
behandeling van postdiensten. In het licht van die discussie, die gebaseerd was op een nota van het
voorzitterschap (14981/09 FISC 137), heeft het voorzitterschap een aantal wijzigingen aangebracht
in de voorgestelde richtsnoeren. De nieuwe richtsnoervoorstellen staan in onderhavige nota.
II. Onverenigbaarheid tussen de postregelgeving en de btw-regeling
Een centrale doelstelling van de drie postrichtlijnen is de concurrentie op de postmarkten in de EG
te vergroten, ongeacht de status van de postbedrijven. Indien de btw-vrijstelling voor sommige
postbedrijven evenwel in voege blijft, kunnen er geen gelijke concurrentievoorwaarden binnen de
EG ontstaan. Als gevolg daarvan kan het doel van de postrichtlijnen niet worden bereikt. In plaats
daarvan zal de postmarkt in twee delen uiteenvallen: een voor klanten die de betaalde btw niet
kunnen aftrekken en een andere voor diegenen die dat wel kunnen. Deze twee soorten klanten
zullen kiezen voor verschillende bedrijven, hetgeen een dubbele concurrentieverstoring zal
III. Oplossing voor de toekomstige btw-behandeling van de postdiensten
Zoals de zaken nu liggen, hebben sommige lidstaten politieke problemen met de invoering van de
btw op postdiensten, terwijl andere, die hun postmarkt al geliberaliseerd hebben, politieke
problemen hebben met de wederinvoering van de btw-vrijstelling voor bepaalde postbedrijven. Er
bestaat echter een afdoende oplossing voor deze politieke problemen. Indien de diensten van de
post beschouwd worden als vrijgesteld van btw overeenkomstig de bestaande regelgeving als
uitgelegd door het Europese Hof van Justitie, maar met voor de lidstaten de optie om postdiensten
te belasten, dan kunnen de lidstaten die de vrijstelling wensen te handhaven dat inderdaad doen.
Daarnaast kunnen alle lidstaten door blijven gaan met de openstelling van hun postmarkt
overeenkomstig de postrichtlijnen en kunnen zij, wanneer zij zulks wenselijk achten, de door alle
postbedrijven verleende postdiensten belasten.
Het Zweedse voorzitterschap is van mening dat de voorgestelde oplossing niet de mogelijkheid
dient in te houden om, zoals volgens COM (2003) 234 def. het geval was, een verlaagde btw op
postdiensten in te stellen. Een nieuwe discussie betreffende verlaagde btw-tarieven is voor vele
lidstaten onaanvaardbaar, aangezien zulks in strijd zou zijn met de resultaten van het overleg van de
laatste tijd over dit onderwerp.
IV. Zitting van de Raad Ecofin op 2 december
De vraag hoe, met inachtneming van de bijzondere politieke problemen van sommige lidstaten, de
btw-richtlijn in overeenstemming kan worden gebracht met de postrichtlijnen, wordt op 2 december
besproken door de Ecofinraad. Doel van het Zweedse voorzitterschap is tot een akkoord te komen
· Met het oog hierop acht de Raad het van groot belang dat alle noodzakelijke maatregelen
worden genomen om de politieke problemen die uit de btw-behandeling van de postdiensten
voortvloeien, op te lossen voordat de derde postrichtlijn in werking treedt en de
liberalisering van de postmarkt een feit is.
· De Raad is het eens over een politiek richtsnoer aan het Coreper en de Groep belasting-
vraagstukken volgens hetwelk deze instanties een oplossing zullen voorleggen waarin
postdiensten zijn vrijgesteld van btw overeenkomstig de bestaande regelgeving als uitgelegd
door het Europese Hof van Justitie, maar de lidstaten ervoor kunnen kiezen postdiensten te
belasten.
· De Raad verzoekt het Coreper de werkzaamheden aan de noodzakelijke wetgevingstekst
waarin deze oplossing vervat is, voort te zetten zodat de Raad in 2010 tot een akkoord kan
komen.
______________
| publicatiedatum | 25-11-2009 |
|---|---|
| kenmerk | 16474/1/09 REV 1 |
