De Anti-Counterfeiting Trade Agreement (ACTA) - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

laptop

Op 4 juli 2012 verwierp het Europees Parlement met grote meerderheid de omstreden Anti-Counterfeiting Trade Agreement (ACTA). Hiermee lijkt een definitief einde te zijn gekomen aan jaren van onderhandelingen en discussies over de invoering van het verdrag.

Het beoogde verdrag had als doel het beschermen van het intellectueel eigendomsrecht. Daarbij moet gedacht worden aan het beschermen van patenten, het weren van namaakproducten (zoals kleding en medicijnen) en het voorkomen van illegaal kopiëren van onder andere software, games en muziek. Al in 2007 maakten de Europese Unie, de Verenigde Staten, Japan en Zwitserland bekend dat onderhandelingen op dit terrein waren begonnen.  

Vanuit de maatschappij en het Europees Parlement kwamen veel kritische geluiden over het ACTA-verdrag. Men was ontevreden over het feit dat de besluitvorming achter gesloten deuren plaatsvond. Ook inhoudelijk bestonden bezwaren, het verdrag zou op verschillende manieren rechten van burgers schenden. Toch werd het verdrag in januari 2012 ondertekend door EU-lidstaten. Hierop gingen duizenden mensen in Europa de straat op om te protesteren. De Commissie maakte vervolgens in februari 2012 bekend dat ACTA voorgelegd zou worden aan het Europees Hof van Justitie om te beoordelen of ACTA de grondrechten van burgers schendt.

Het Europees Parlement gaf in eerste instantie aan het oordeel van het Europees Hof van Justitie af te wachten alvorens een definitief besluit te nemen, maar heeft daar toch van afgezien. Verschillende parlementaire commissies adviseerden in juni 2012 om tegen het verdrag te stemmen. De Europese Commissie wilde nog altijd het advies van de rechters afwachten, maar kwam hier in december 2012 op terug. Volgens de Commissie bestond er geen "reële kans'' dat het Europees Parlement en de Europese lidstaten ooit zullen instemmen met het voorstel.

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Onderhandelingsproces

Om tot een verdrag te komen hebben verscheidene onderhandelingsrondes plaatsgevonden. Hierbij vertegenwoordigde de Europese Commissie de EU. Er werd vooral achter gesloten deuren onderhandeld, al lekte in maart 2010 wel een concepttekst uit over een clausule. Daarin stond dat internetproviders zonder een rechterlijk bevel gedwongen zouden kunnen worden om gegevens van internetgebruikers die verdacht worden van schending van auteursrecht, over te dragen aan justitie. Daarnaast werd in deze concepttekst de indruk gewekt dat douanemedewerkers in de toekomst laptops en mp3-spelers van reizigers op illegaal gedownload materiaal zouden mogen controleren. Vooral dit laatste punt riep veel publieke weerstand op tegen de plannen.

Tegenstanders van ACTA vreesden bovendien dat Brussel bij het sluiten van ACTA een oplossing overnam van de Verenigde Staten waarop het Europees Parlement nauwelijks toezicht kon uitoefenen. Het zou niet eenvoudig te controleren zijn of de censuur zich alleen tot het illegaal downloaden beperkte. Een ander punt van kritiek was dat de geschatte verliezen van de entertainmentindustrie door diezelfde industrie berekend zijn. Er waren geen cijfers afkomstig van onafhankelijke bronnen.

Dankzij de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009 werd het besluitvormingsproces rond ACTA democratischer. Sinds deze datum heeft het Europees Parlement namelijk inspraak in het handelsverdrag. Het Parlement kreeg ook de bevoegdheid om het plan tegen te houden als er niet openlijker zou worden geopereerd. Daarnaast kon het verdrag ook naar de prullenmand worden verwezen als het Europarlement van mening zou zijn dat de privacy van Europese burgers onvoldoende gewaarborgd zou zijn. Op 21 april 2010 werd, na grote druk vanuit het Europees Parlement, de concepttekst van het verdrag vrijgegeven. Het eerste oordeel van het Europees Parlement over de plannen was gematigd positief. Wel wilde het EP de verzekering krijgen dat de grondrechten en de privacy van de de burger niet zouden worden aangetast.

In het najaar van 2010 waren de onderhandelingen min of meer afgerond, wat restte was de uitwerking van enkele technische details. Voordat het verdrag in werking kon treden moest het echter door alle verdragspartijen én het Europees Parlement formeel worden goedgekeurd. Op 24 november 2010 debatteerde het Europees Parlement over het verdrag. Het Parlement wilde nog steeds dat het verdrag de rechten en privacy van de burger op geen enkele wijze zou aantasten. Ook moest het verdrag bestaande en in ontwikkeling zijnde Europese regelgeving op het gebied van intellectueel eigendom en handel op internet ongemoeid laten. Een resolutie vóór het verdrag werd met 331 tegen 294 aangenomen.

Na die tijd kwam er echter vanuit verschillende hoeken van de samenleving steeds meer protest op over de bedreiging van burgerlijke vrijheden, wat ook zijn weerklank kreeg in het Parlement. Uiteindelijk is de tekst van het ACTA-verdrag door het Europees Parlement verworpen op 4 juli 2012. Het Parlement was hiermee de eerste Europese instelling die officieel een negatief signaal afgaf over ACTA. De zaak werd niet voorgelegd aan het Europees Hof van Justitie. Volgens de Commissie was de kans klein dat het Europees Parlement en de EU-lidstaten ooit zouden instemmen met het voorstel.

2.

Deelnemende partijen

In eerste instantie waren alleen de EU, de VS, Japan en Zwitserland betrokken bij de officiële gesprekken over ACTA. De Fransman Luc Pierre Devigne was de voorzitter van de Europese onderhandelingsgroep. De Commissie heeft gezegd dat het Europees Parlement voortdurend zou worden geraadpleegd en geïnformeerd. Daarnaast raadpleegde ze ook andere belanghebbende partijen, zoals het bedrijfsleven, internetproviders, consumenten- en niet-gouvernementele organisaties.

Het gezelschap werd later uitgebreid met de landen Australië, Jordanië, Marokko, Mexico, Nieuw-Zeeland, Singapore, de Verenigde Arabische Emiraten en Zuid-Korea. Deze landen zijn in minstens acht onderhandelingsrondes bijeen gekomen.

Volgens de Europese Commissie was het uiteindelijk ook de bedoeling dat de grote opkomende economieën, zoals China en Rusland, zich bij het verdrag zouden aansluiten. In deze landen laat handhaving van het intellectueel eigendomsrecht vaak veel te wensen over. Overigens was er geen tijdsbestek aangegeven waarbinnen de onderhandelingen moesten zijn afgesloten. De Commissie vond kwaliteit en evenwichtigheid namelijk belangrijker dan timing.

3.

De noodzaak van het verdrag

Een internationaal verdrag was en is volgens de Europese Commissie nodig omdat de Europese concurrentiepositie erg afhankelijk is van economische activiteiten die leunen op de bescherming van het intellectuele eigendom. Voorbeelden zijn het waarborgen van kwaliteitsproducten en -merken, patenten in innovatieve industrieën en auteursrechten in de entertainmentindustrie. Voorstanders van ACTA wijzen op de gigantische financiële verliezen die bedrijven lijden doordat intellectuele eigendomsrechten zowel online als met fysieke namaakproducten op grote schaal worden geschonden. Dit heeft nadelige gevolgen voor zowel de economische groei als voor de werkgelegenheid. Zo berichtten verschillende media over de toekomst van de muziekindustrie, waarbij een negatief scenario werd geschetst omdat het illegaal downloaden van muziek ervoor zou zorgen dat platenmaatschappijen failliet zouden gaan.

Daarnaast vrezen de bedrijven achter merkproducten dat vervalsing hen imagoschade oplevert. Ook vinden de onderhandelingspartners dat consumenten moeten worden beschermd tegen de mogelijk schadelijke gevolgen van namaakmedicijnen. Volgens schattingen zou tien procent van de wereldhandel in medicijnen vervalsingen betreffen. De Europese Commissie zegt ook dat de bendes die achter deze illegale activiteiten zitten zich veelal ook bezighouden met drugssmokkel en het witwassen van geld. Het was de bedoeling dat ACTA al deze kwalijke zaken tegenging.

4.

Een nieuw juridisch kader

Om de genoemde doelstellingen te kunnen bereiken moest er een nieuw juridisch systeem opgezet worden. In januari 2009 gaf het Directoraat-Generaal Handel van de Europese Commissie aan dat met het ACTA-verdrag een nieuw internationaal juridisch kader opgezet werd om zo de handhaving van bestaande wetgeving te verbeteren. Met andere woorden: er werden dus louter nieuwe internationale standaarden bepaald en geen nieuwe wetten vastgesteld.

Dit hebben de onderhandelingspartners proberen te bereiken via de drie hoofdonderdelen van het verdrag: internationale samenwerking (informatie-uitwisseling en samenwerking opsporingsdiensten en douanes), handhaving van de bestaande wettelijke bepalingen en het opzetten van een internationaal juridisch kader. Of ACTA een succes zou worden hing volgens de Commissie echter vooral af van het op één lijn brengen van de strafrechtelijke aanpak van namaakproducten en piraterij binnen de EU.

5.

De Tweede Kamer

Verschillende partijen in de Tweede Kamer reageerden ongerust op het nieuws dat hen vanuit Brussel bereikte. Omdat het onderhandelingsmandaat geheel bij de Europese Commissie lag hadden de parlementen van de lidstaten, waaronder dus de Tweede Kamer, waarschijnlijk geen inspraak meer. In plaats daarvan was de goedkeuring van het Europees Parlement nodig. Een aantal Tweede Kamerleden vond het onverantwoord dat Nederland zo aan mogelijke invloed verloor.

In februari 2012 werd bekend dat Nederland voorlopig afzag van ondertekening van het verdrag. De Tweede Kamer was van mening dat eerst bekeken moest worden of het verdrag grondrechten aantast. Minister Maxime Verhagen (Economische Zaken) beloofde bij het voorleggen van het ontwerp-verdrag aan de Raad van State, de twijfels van de Kamer door te geven. De Raad van State gaf vervolgens aan geen ruimte te zien om zich uit te spreken over of het ACTA-verdrag in strijd is met de grondrechten van burgers, omdat het Europees Hof van Justitie nog geen oordeel had gegeven.

Op 29 mei 2012 nam de Tweede Kamer een motie van Kees Verhoeven (D66) en Afke Schaart (VVD) aan waarin werd gepleit voor stemmen tégen het ACTA-verdrag. Het kabinet volgde op 29 juni 2012; demissionair staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Fred Teeven en demissionair minister van Economische Zaken Maxime Verhagen verklaarden in een brief aan de Tweede Kamer dat het ACTA-verdrag niet door Nederland ondertekend zou worden.

6.

Tegengeluiden in het Europees Parlement

Ook in het Europees Parlement waren veel kritische geluiden over ACTA te horen.

  • Qua inhoud vielen Europarlementariërs erover dat ACTA ervoor gebruikt zou kunnen worden om de harmonisering van auteursrechten in de EU te omzeilen. Het verdrag zou namelijk zowel nationale wetten als Europese richtlijnen kunnen overrulen. Bovendien werd gevreesd voor de privacy van internetgebruikers en het vrije verkeer van informatie.
  • Een belangrijk struikelblok voor de Europese volksvertegenwoordiging was ook de zogenaamde 'three strikes'-maatregel naar Amerikaans concept. Deze maatregel zou ertoe leiden dat internetgebruikers die na drie waarschuwingen nog steeds illegaal muziek of auteursrechtelijk beschermde bestanden downloaden, automatisch en zonder tussenkomst van een rechter de toegang tot internet kan worden ontzegd. Dit zag het parlement als een onacceptabele vorm van privacyschending. 

Om te toetsen of deze vermoedens kloppen, eiste het Europees Parlement meer inzage in de onderhandelingsstukken. De inhoudelijke kanttekeningen van het EP waren namelijk grotendeels gebaseerd op uitgelekte conceptstukken en de beperkte informatie die het had doorgekregen. Het democratisch gehalte van het verdrag werd dan ook in twijfel getrokken en de Europese Commissie werd beticht van het voeren van achterkamertjespolitiek.

Op 10 maart 2010 nam het Europees Parlement met overgrote meerderheid een motie aan waarin de Europese Commissie werd opgedragen om alle ACTA-documenten onmiddellijk openbaar te maken. Het was weinig verrassend dat deze motie brede steun kreeg. De tekst was namelijk opgesteld door vertegenwoordigers van zes fracties, verdeeld over het politieke spectrum. Hiertoe behoorden ook de Nederlandse Europarlementariërs Sophie in 't Veld (D66), Judith Sargentini (GroenLinks) en Dennis de Jong (SP). De motie werd in eerste instantie met 663 stemmen voor en 13 tegen aangenomen.

In de loop van 2012 begon de animo voor het ACTA-verdrag steeds meer af te zwakken. Zo nam het Europees Parlement op 28 februari 2012 een petitie in ontvangst met 2,4 miljoen handtekeningen van internetgebruikers die vrezen dat ACTA het vrije en open internet zou bedreigen. Eerder die maand waren er grote protestacties tegen het verdrag in München, Berlijn en Praag.

De Liberale fractie (ALDE) in het Europees Parlement gaf op 25 april 2012 aan dat zij tegen ACTA zou gaan stemmen. Dit zei fractievoorzitter Guy Verhofstadt. Volgens hem bevat ACTA geen goede balans tussen de bescherming van intellectuele eigendomsrechten en fundamentele vrijheden. Ook EP-voorzitter Martin Schulz liet zijn sterke twijfels doorschemeren over het handelsverdrag. Enkele weken daarna werd bekend dat een zeer belangrijke parlementaire commissie, die voor Internationale handel, het advies had uitgebracht om tegen het ACTA-verdrag te stemmen. Dit was, na de commissies voor Burgerlijke vrijheden, Industrie, Ontwikkelingssamenwerking en Juridische zaken, de vijfde commissie op rij die een negatief advies uitbracht.

Deze negatieve adviezen bleken een voorbode van de stemming binnen het Parlement. Op 4 juli 2012 is tijdens de plenaire vergadering in Straatsburg met 478 stemmen het ACTA-verdrag verworpen. Rapporteur David Martin was naar eigen zeggen ´heel blij dat het Parlement zijn aanbeveling heeft gevolgd`. Wel wees hij erop dat er moet worden gezocht naar alternatieven om de intellectuele eigendomsrechten te beschermen.

Europarlementariër Emine Bozkurt (PvdA) zag de verwerping van ACTA als een overwinning voor burgers en privacy. 'Het is een duidelijke rode kaart voor de Europese Commissie'. Ook andere Nederlandse Europarlementariërs, zoals Sophie in het Veld en Marietje Schaake, reageerden verheugd op het bericht. Peter van Dalen (ChristenUnie) was minder enthousiast. Hij had willen wachten op het oordeel van het Europees Hof. Ook de grootste fractie in het Parlement, de Europese Volkspartij (EVP), had daar een voorkeur voor.

7.

Reactie van de Europese Commissie

De Europese Commissie wees de kritiek dat de onderhandelingen in het geheim zouden worden gehouden van de hand. Vanuit het oogpunt van efficiëntie achtte zij het 'alleen maar natuurlijk' dat onderhandelingen tussen verschillende partijen over onderwerpen die van groot economisch belang zijn niet in het openbaar plaatsvonden.

Bovendien vond de Commissie dat tegenstanders van ACTA een scheve interpretatie van het verdrag hadden. ACTA gaat namelijk over het aanpakken van grootschalige criminele activiteiten, en niet om het beperken van burgerlijke vrijheden of het lastigvallen van consumenten. Volgens Commissiewoordvoerder Devigne is van criminalisering van 'de spreekwoordelijke huisvrouw die wat gekopieerde mp3'tjes downloadt' dus geen sprake. De bescherming van persoonsgegevens komt ook niet in het geding.

Op 21 april 2010 gaven de onderhandelaars de conceptteksten van het ACTA-verdrag vrij. Bijna een jaar later maakte de Commissie bekend het ACTA-verdrag ook voor te leggen aan het Europees Hof van Justitie. Met beide handelingen probeerde de Commissie duidelijkheid te geven over de regels en de angst weg te nemen.

Eurocommissaris Neelie Kroes was op 3 mei 2012 de eerste binnen de Europese Commissie die publiekelijk uitsprak dat ACTA nog maar weinig kans van slagen had. Karel de Gucht bleef echter achter het ACTA-verdrag staan; op 21 juni 2012 herhaalde hij dat het handelsverdrag geen aanval op burgerlijke vrijheden is maar juist een bescherming van ieders levensonderhoud. Hij wees erop dat een afwijzing door het Europees Parlement niets af zou doen aan de procedure bij het Europees Hof van Justitie. De Gucht vond dat het Europees Parlement had moeten wachten met de stemming tot na de uitspraak van het Hof. Toch besloot de Commissie het verdrag niet voor te leggen aan het Europees Hof van Justitie.

8.

Argumenten in de discussie

Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt een oordeel niet eenvoudig. Europa is wikken en wegen.

Tip: na het lezen van de argumenten kunt U zelf Uw reactie geven.

  • De gang van zaken rond ACTA was logisch en nodig

    De onderwerpen waar ACTA betrekking op heeft zijn van te groot economisch en politiek belang om in het openbaar te bespreken. De informatie is zo gevoelig dat het onverstandig zou zijn voor de Europese Commissie om al haar kaarten op tafel te leggen; hiermee zou de Commissie zich eigenlijk alleen maar in de vingers snijden. Uiteraard moeten het Europarlement, de nationale parlementen en de burgers weten dat er onderhandeld wordt, en wat de uiteindelijke doelstellingen zijn, maar als ook de details worden bekendgemaakt, verslechtert de Europese onderhandelingspositie. Omdat economische groei en werkgelegenheid op het spel staan, moeten deze afspraken simpelweg deels achter gesloten deuren worden gemaakt.

  • De onderhandelingen rondom ACTA hadden transparanter gemoeten

    Van duidelijkheid, openheid en democratische inspraak is geen sprake. De Europese Commissie heeft van de lidstaten de bevoegdheid gekregen om namens de EU te onderhandelen, maar de Commissie informeert de nationale parlementen en het Europees Parlement niet of slechts op gebrekkige wijze. Zo wordt de volksvertegenwoordiging buitenspel gezet. Bovendien voedt deze geheimzinnige aanpak geruchten over vergaande privacyschendende maatregelen die misschien ongegrond zijn. Omdat het hier niet om terrorismegevoelige informatie gaat, moet de Commissie een einde maken aan dit stiekeme gedoe.

  • ACTA moet van tafel omdat het afbreuk doet aan de privacy van burgers

    Zelfs al zou de besluitvorming rondom ACTA nog zo transparant zijn, het verdrag moet van tafel omdat het op onacceptabele wijze afbreuk doet aan de privacy van EU-burgers. Dit blijkt in ieder geval uit de stukken die tot nu toe zijn uitgelekt. De 'three-strikes'-procedure waarover wordt gerept is hier een voorbeeld van. Straks kunnen burgers zomaar de toegang tot internet worden ontzegd en kunnen gegevensdragers als laptops en mp3-spelers worden doorzocht op illegale bestanden. De overheid kijkt straks continu over de schouders van burgers mee, en dat mogen volksvertegenwoordigers niet toelaten.

Uw reactie

Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.

9.

Meer informatie