Submenu:
Nieuws-items bij Kabinetsformatie 2010
-
23-11-2011Boek over formatie 2010: toevalligheden volgden elkaar op
-
17-02-2011Expert seminar kabinetsformatie: verschuivende regels voor een verruwd spel
-
28-10-2010Staatshoofd, regering en kabinetsformatie aan de orde bij debat over regeringsverklaring
-
28-10-2010Rutte goed door debat regeringsverklaring heen
-
14-10-2010Nieuwe bewindslieden kabinet-Rutte benoemd
-
14-10-2010Nieuwe bewindslieden kabinet-Rutte beëdigd
-
12-10-2010CDA'ers Atsma en Veldhuijzen van Zanten laatste kandidaten voor nieuwe kabinet.
-
12-10-2010Van Haersma Buma nieuwe fractievoorzitter CDA
-
11-10-2010Steeds meer namen bekend: Rosenthal naar Buitenlandse Zaken, Hillen op Defensie
-
08-10-2010Formateur Rutte ontvangt eerste kandidaat-ministers; Kamp naar SZW
-
07-10-2010Mark Rutte benoemd tot formateur
-
06-10-2010VVD en CDA akkoord over verdeling van de twaalf ministersposten
-
05-10-2010CDA-fractie zegt unaniem steun toe aan uitvoering regeerakkoord
-
02-10-2010Twee derde van CDA-congres achter regeer- en gedoogakkoord
-
30-09-2010Concept-regeerakkoord: snijden in aantal volksvertegenwoordigers
-
30-09-2010CDA-fractie schort eindoordeel over akkoorden op tot na congres
-
29-09-2010VVD- en PVV-fracties unaniem achter akkoorden
-
29-09-2010Fractievoorzitters bereiken overeenstemming over regeer- en gedoogakkoord
-
28-09-2010Besprekingen over regeer- en gedoogakkoord in afrondende fase
-
24-09-2010'Onderhandelende partijen hopen dinsdag plannen te presenteren'
Kabinetsformatie 2010 - Hoofdinhoud
De kabinetsformatie van 2010 leidde tot een samenwerking van VVD en CDA in het minderheidskabinet-Rutte I. Naast een regeerakkoord werd er een gedoogakkoord gesloten met de PVV. De grote interne verdeeldheid van het CDA over een toekomstige samenwerking met de PVV was bepalend voor het gezicht van de formatie en in eerste instantie zetten de christendemocraten zich in voor een samenwerking tussen de VVD, PvdA D66 en GroenLinks. Nadat onderhandelingen over deze coalitie op niets uitliepen, kwam het kabinet-Rutte I tot stand. Tijdens de formatie werd de Koningin steeds voor voldongen feiten geplaatst.
Op 9 juni werden er Tweede Kamerverkiezingen gehouden. De VVD werd de grootste partij en behaalde 31 zetels. Opvallender was misschien nog de enorme winst van de PVV. Deze partij ging van 9 naar 24 zetels. Het CDA verloor fors; 20 zetels. Lijsttrekker Balkenende kondigde op de verkiezingsavond aan het partijleiderschap neer te leggen en de politiek te verlaten, waarna Maxime Verhagen fractievoorzitter werd.
VVD-PvdA-CDA
Op 10 juni ontving koningin Beatrix haar vaste adviseurs. Op 11 juni benoemde zij de VVD'er Uri Rosenthal tot informateur. Rosenthal kwam vier dagen later met een voorstel om een kabinet te vormen met een minimale meerderheid (76 zetels), bestaande uit de grootste partij (VVD), de grootste winnaar (PVV) en het CDA als 'lijmpartij'. Verhagen ging hier echter niet mee akkoord, omdat hij niet vond dat een CDA-deelname gepast was. Informateur Rosenthal probeerde na het mislukken van deze coalitie een 'Paars-plus-coalitie' te smeden, waarin de VVD, PvdA, GroenLinks en D66 zitting zouden nemen. Mark Rutte zag echter geen heil in Paars-plus. PvdA-fractievoorzitter Job Cohen wilde geen midden-kabinet van VVD, CDA en PvdA.
Informatieronde Tjeenk Willink
Op 24 juni bracht informateur Rosenthal zijn eindverslag uit. Zijn opties (VVD/PvdA/CDA; Paars-plus, VVD/PvdA/CDA) om een meerderheidskabinet te vormen, bleken op niets uit te lopen. Koningin Beatrix benoemde daarna Herman Tjeenk Willink tot informateur. Hij moest overzicht brengen in de moeizame formatie. Tijdens het Tweede Kamerdebat van 30 juni 2010 bleek dat een hernieuwde poging van Mark Rutte om een kabinet over rechts te vormen, mislukte. Het CDA herhaalde namens Verhagen wederom dat de verkiezingsuitslag het CDA dwong tot een bescheiden positie en dat VVD en PVV er samen uit moesten komen. Tjeenk Willink zette intussen in op een nieuwe formatiepoging met de VVD, PvdA, D66 en GroenLinks. Op 5 juli adviseerde hij de koningin in zijn eindverslag om twee informateurs, een van de VVD (Rosenthal) en een van de PvdA (oud-fractievoorzitter Jacques Wallage) aan te wijzen.
Paars-Plus
Tjeenk Willink wist de vastgelopen onderhandelingen uit het slop te trekken en op 5 juli startten Rosenthal en Wallage met de formatie van een meerderheidskabinet bestaande uit de VVD, PvdA, GroenLinks en D66. Vijftien dagen later constateerden Rutte en Cohen dat de VVD en de PvdA elkaar niet konden vinden op het gebied van het financieel-economische beleid. Beide partijen konden het niet eens worden over de hoogte van de te voeren bezuinigingen. D66 en GroenLinks sloten zich bij dat oordeel aan.
Informatieronde Lubbers
Rutte wierp zich op om, net als Kok in 1994, een conceptregeerakkoord te schrijven op basis waarvan een coalitie kon worden gevormd. Koningin Beatrix besliste echter anders en benoemde op 22 juli oud-premier Ruud Lubbers tot informateur. Het was zijn taak om 'haar op zeer korte termijn te informeren over de mogelijkheden die thans reëel aanwezig zijn voor de vorming van een kabinet dat mag rekenen op een vruchtbare samenwerking met de Staten-Generaal en die daarom inhoudelijk nader onderzocht dienen te worden en daarbij aan te geven op welke wijze deze mogelijkheden worden beproefd'. Lubbers had daarmee de vrijheid om alle meerderheidsvarianten na te gaan waarvoor steun zou bestaan.
VVD-CDA met gedoogsteun van PVV
Informateur Lubbers gaf aan dat partijen onderling met elkaar moesten gaan praten over de formaties. Nadat Paars-plus mislukte, stelden de fractievoorzitters voor om het wederom over rechts te proberen. Op 28 juli voegde Rutte, Verhagen en PVV-leider Geert Wilders de daad bij het woord en spraken informeel met elkaar. Lubbers drong daarbij aan om een rechtskabinet of een minderheidskabinet te overwegen. De informele gesprekken verliepen voorspoedig en op 30 juli werd bekend dat VVD, PvdA en CDA wilden onderhandelen over de vorming van een minderheidskabinet van VVD en CDA, met gedoogsteun van PVV. Op deze manier zou het meningsverschil over de islam van de partijen geen grote invloed op het gevoerde beleid hebben. Op 3 augustus bracht Lubbers eindverslag uit, waarin hij de Koningin adviseerde om VVD-voorzitter Ivo Opstelten te benoemen tot informateur. De fractievoorzitters van VVD, CDA en PVV hadden laten weten tot een globaal akkoord te zijn gekomen.
Op 4 augustus werd Opstelten benoemd tot informateur. Hij moest 'komen tot een stabiel kabinet van VVD en CDA dat met steun van de PVV kon rekenen op een vruchtbare samenwerking met de Staten-Generaal'. De officiële onderhandelingen over dit kabinet begonnen op 9 augustus. Na deze onderhandelingen begonnen partijprominenten van het CDA zich te roeren. Op 26 augustus sprak Lubbers zich uit tegen een samenwerking van het CDA met de PVV. Vier dagen later sprak CDA'er Jan Schinkelshoek zich uit tegen een samenwerking met de PVV. Ook Cees Veerman vroeg om de voorgestelde samenwerking met de PVV te heroverwegen. Hierdoor zag de CDA-fractie zich begin september 2012 genoodzaakt om tot een standpuntbepaling te komen. Van de CDA-fractie werd duidelijk dat Kathleen Ferrier en Ad Koppejan twijfelden aan de samenwerking.
Op 4 september liet Wilders weten onvoldoende zekerheid te hebben over de volledige medewerking van de CDA-fractie aan het minderheidskabinet. Op 1 september had mede-onderhandelaar Ab Klink aangegeven een samenwerking met de PVV als onwenselijk te zien. Deze kritiek deed Wilders eraan twijfelen of het CDA wel helemaal achter de samenwerking met het CDA stond. Hij wilde van Verhagen weten of alle fractieleden zich onvoorwaardelijk zouden binden aan de samenwerking. Dit was een garantie die niet gegeven kon worden, waarmee een breuk ontstond. Hierna ontstond een hernieuwde poging van andere partijen om opnieuw te komen tot een Paars-pluskabinet. Op 6 september 2010 liet Klink weten met 'onmiddellijk ingang' uit de Tweede Kamer te stappen. Dezelfde dag begon een nieuwe consultatieronde. De dag erna gaf Wilders aan om de afgebroken onderhandelingen weer op te pakken. Op 13 september werd Opstelten door de Koningin wederom tot informateur benoemd met de opdracht om de onderhandelingen tussen de VVD, CDA en PVV te leiden.
Op 30 september bereikten VVD, CDA en PVV onder leiding van informateur Opstelten een akkoord over een ontwerp-regeer- en gedoogakkoord. In het gedoogakkoord stonden afspraken tussen de drie partijen over een totaal bezuinigingspakket van 18 miljard euro en afspraken over zorg, veiligheid en asielbeleid. Bovendien zou het aantal Kamerleden moeten worden teruggebracht. De CDA-fractie gaf wel aan het eindoordeel over de akkoorden op te zullen schorten na het raadplegen van het CDA-congres. Op 2 oktober gaf het CDA-congres de fractie het advies mee om de formatie op basis van de gesloten akkoorden voort te zetten. Toch bleven veel partijcoryfeeën moeite houden met de deelname van het CDA aan een coalitie met daarin de PVV. Onder anderen de oud-premiers Piet de Jong en Dries van Agt waren tegen, evenals minister Hirsch Ballin. Drie dagen later, op 5 oktober, besloot de CDA-fractie unaniem in te stemmen met het regeer- en gedoogakkoord. Wilders had andermaal de verzekering nodig van Verhagen dat de gehele CDA-fractie achter de akkoorden stond. Rutte werd op 7 oktober benoemd tot formateur. Een dag later ontving hij de eerste kandidaat-ministers. Op 14 oktober was het minderheidskabinet- Rutte I een feit. Rutte was de eerste liberale premier sinds Cort van der Linden.
Het regeerakkoord van VVD en CDA, de basis voor het kabinet-Rutte I, legde de nadruk op de gelijkwaardigheid en vrijheid van alle burgers, versterking van de Nederlandse concurrentiepositie en investeren in 'de kenniseconomie'. Ook de verbetering van ouderenzorg kwam veelvuldig aan bod in het akkoord. Er moest meer blauw op straat komen (3000 extra agenten) en er werd zelfs een dierenpolitie ingevoerd.
Het regeerakkoord stond los van het gedoogakkoord, waarin de bezuinigingen van de onderwerpen waarover alledrie de partijen tot consensus konden komen, werden benoemd en toegelicht. In dit akkoord stonden voornamelijk de afspraken op het gebied van immigratie, integratie, asiel en veiligheid centraal. De PVV kon, als gedoogpartner, wel tegen andere voorstellen uit het regeerakkoord van de VVD en CDA stemmen.
De informateurs
![]() |
-
Ivo Opstelten, VVD
Ivo Opstelten (1944) is sinds 14 oktober 2010 minister van Veiligheid en Justitie. Hij was in 2008-2010 voorzitter van de VVD en in 2010 als informateur 'architect' van het kabinet-Rutte I. De heer Opstelten was eerder onder meer burgemeester van Doorn, Delfzijl, Utrecht en Rotterdam en directeur-generaal openbare orde en veiligheid. In 2009-2010 was hij waarnemend burgemeester van Tilburg.
![]() |
-
Herman Tjeenk Willink, PvdA
Politicus van PvdA-huize met veel gezag als topadviseur en kritisch beschouwer van het bestuur. Topambtenaar ministerie van Algemene Zaken, die optrad als secretaris van achtereenvolgende kabinetsformateurs en jarenlang adviseur was van de minister-president. Regeringscommissaris reorganisatie rijksdienst. Hoogleraar bestuurswetenschappen. Als PvdA'er lid en voorzitter van de Eerste Kamer. Bepleitte een actievere rol voor de Eerste Kamer bij de bewaking van de kwaliteit van de wetgeving. Bijna vijftien jaar vicepresident Raad van State en in die positie de voornaamste adviseur van de koningin bij kabinetsformaties. Zelf informateur in 1994, 1999 en 2010.
![]() |
-
Uri Rosenthal, VVD
Uri Rosenthal (1945) was van 14 oktober 2010 tot 5 november 2012 minister van Buitenlandse Zaken in het kabinet-Rutte I. Van 8 juni 1999 tot 14 oktober 2010 was hij Eerste Kamerlid voor de VVD en in de periode 1 mei 2005-14 oktober 2010 fractievoorzitter. De heer Rosenthal was hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Leiden en voorzitter van COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement BV. In de Eerste Kamer hield hij zich bezig met het algemene regeringsbeleid. Daarnaast was hij onder meer lid van de vaste commissies voor buitenlandse zaken/defensie.
![]() |
-
Jacques Wallage, PvdA
PvdA-bestuurder en politicus die van jongs af aan politiek actief was. Socioloog uit een joods middenstandsgezin. Werd al op jonge leeftijd wethouder van Groningen. In de Tweede Kamer aanvankelijk onderwijsspecialist en woordvoerder Zuid-Afrikabeleid. Goed, spreekvaardig debater. Als staatssecretaris in het derde kabinet-Lubbers, eerst van onderwijs en daarna van sociale zaken, bracht hij belangrijke wetgeving in het Staatsblad, zoals de Wet op de basisvorming en de Wet voorzieningen gehandicapten. Na een vierjarige periode fractievoorzitter te zijn geweest, werd hij burgemeester van Groningen. Stond als zodanig ruim tien jaar goed aangeschreven. Is nu bijzonder hoogleraar.
-
Ruud Lubbers, CDA
Christendemocraat die twaalf jaar minister-president was en daarmee de langstzittende premier. Werd in 1973 als jonge ondernemer minister van Economische Zaken in het kabinet-Den Uyl. Na zijn ministerschap en een jaar 'gewoon' Kamerlid voorzitter van de CDA-fractie. Was vier jaar steunpilaar van het kabinet-Van Agt/Wiegel. Na het mislukte kabinet-Van Agt/Den Uyl werd hij in 1982 premier en CDA-leider. Voerde in kabinetten met de VVD een 'no-nonsense'-beleid dat zorgde voor economisch herstel en vermindering van de staatsschuld. Leidde het CDA in 1986 naar verkiezingswinst en wist die in 1989 te consolideren. Werd daarna premier van een kabinet met de PvdA. Een meester in het vinden van compromissteksten, die vaak tot stand kwamen op zijn werkkamer, het torentje. Na zijn premierschap ontging hem het voorzitterschap van de Europese Commissie en de functie secretaris-generaal van de NAVO. Werd later wel onverwacht Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen, maar trad in 2005 voortijdig terug. Harde werker, manager.
De formateur
![]() |
-
Mark Rutte, VVD
Mark Rutte (1967) is sinds 14 oktober 2010 minister-president en minister van Algemene Zaken. Hij is sinds 2006 politiek leider van de VVD. Hij was lijsttrekker van zijn partij bij de verkiezingen van 2006, 2010 en 2012. Van 29 juni 2006 tot 8 oktober 2010 was hij fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer. De heer Rutte was van 17 juni 2004 tot 28 juni 2006 staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap belast met wetenschapsbeleid, beroepsonderwijs en studiefinanciering. Daarvoor was hij bijna twee jaar staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid belast met onder andere volksverzekeringen, bijstand en arbeidsomstandigheden. De heer Rutte was eerder voorzitter van de JOVD en manager bij een werkmaatschappij van Unilever.
De fractievoorzitters bij de onderhandelingen
![]() |
-
Mark Rutte, VVD
Mark Rutte (1967) is sinds 14 oktober 2010 minister-president en minister van Algemene Zaken. Hij is sinds 2006 politiek leider van de VVD. Hij was lijsttrekker van zijn partij bij de verkiezingen van 2006, 2010 en 2012. Van 29 juni 2006 tot 8 oktober 2010 was hij fractievoorzitter van de VVD in de Tweede Kamer. De heer Rutte was van 17 juni 2004 tot 28 juni 2006 staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap belast met wetenschapsbeleid, beroepsonderwijs en studiefinanciering. Daarvoor was hij bijna twee jaar staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid belast met onder andere volksverzekeringen, bijstand en arbeidsomstandigheden. De heer Rutte was eerder voorzitter van de JOVD en manager bij een werkmaatschappij van Unilever.
![]() |
-
Geert Wilders, PVV
Geert Wilders (1963) is sinds november 2006 politiek leider van de PVV. Hij is sinds 25 augustus 1998 (met een korte onderbreking in 2002) Tweede Kamerlid. Aanvankelijk was hij dat voor de VVD, maar op 2 september 2004 werd hij een onafhankelijk Kamerlid. De heer Wilders was medewerker van de afdeling Verdragen bij de Ziekenfondsraad, wetstechnisch medewerker van de Sociale Verzekeringsraad en beleidsmedewerker en speechschrijver van de VVD-Tweede Kamerfractie. Hij houdt zich behalve met het algemene regeringsbeleid bezig met buitenlandse zaken en het asielbeleid. In 2010 zat hij enige tijd in de gemeenteraad van Den Haag.
![]() |
-
Maxime Verhagen, CDA
Maxime Verhagen (1956) was van 14 oktober 2010 tot 5 november 2012 minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en tevens vicepremier in het kabinet-Rutte I. Eerder was hij 22 februari 2007 tot 14 oktober 2010 minister van Buitenlandse Zaken in het kabinet-Balkenende IV. Van 23 februari 2010 tot 14 oktober 2010 behartigde hij tevens het beleid ontwikkelingssamenwerking. De heer Verhagen was in 2002-2006 (met een onderbreking) en in juni-oktober 2010 fractievoorzitter en was van 17 mei 1994 en 22 februari 2007 lid van de CDA-Tweede Kamerfractie, waar hij met name het woord voerde over buitenlandse zaken en vreemdelingebeleid. Hij was in de periode 1989-1994 lid van het Europees Parlement. Daarvoor was hij beleidsmedewerker van de CDA-Tweede Kamerfractie.
Hun secondanten
![]() |
-
Edith Schipper, VVD
Edith Schippers (1964) is vanaf 14 oktober 2010 minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. In 2003-2010 en in 2012 was zij Tweede Kamerlid voor de VVD. Mevrouw Schippers was daarvoor secretaris gezondheidszorg en arbeidsmarkt en secretaris ruimtelijke ordening van VNO-NCW en daarvoor fractiemedewerker. In de Kamer was zij woordvoerster en volksgezondheid en ontwikkelingssamenwerking. Van maart 2006 tot oktober 2010 was mevrouw Schippers vicefractievoorzitter. Zij was tevens lid van de parlementaire onderzoekscommissie financieel stelsel.
![]() |
-
Barry Madlener, PVV
Barry Madlener (1969) is vanaf 20 september 2012 lid van de Tweede Kamer voor de PVV. Hij was van 14 juli 2009 tot 20 september 2012 lid van het Europees Parlement voor de PVV. In de periode 30 november 2006-14 juli 2009 was hij al eerder Tweede Kamerlid. De heer Madlener is makelaar en was in de periode 2002-2007 gemeenteraadslid van Leefbaar Rotterdam. Bij de Europese verkiezingen van 2009 was hij lijsttrekker van de PVV. In de Tweede Kamer houdt hij zich bezig met Europese zaken, pensioenen en AOW. Eerder was hij woordvoerder verkeer en milieu.
![]() |
-
Ab Klink, CDA
Ab Klink (1958) was van 22 februari 2007 tot 14 oktober 2010 minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Van 17 juni tot en met 6 september 2010 was hij Tweede Kamerlid voor het CDA. Hij was eerder ambtenaar op het ministerie van Justitie en directeur van het wetenschappelijk instituut van het CDA. In de periode 10 juni 2003 tot 22 februari 2007 was hij Eerste Kamerlid. Hij was toen onder meer voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs. Sinds mei 2011 is hij deeltijd-hoogleraar Zorg, arbeid en politieke sturing aan de VU en werkzaam bij adviesbureau Booz & Company.
![]() |
-
Ank Bijleveld-Schouten, CDA
Ank Bijleveld (1962) is sinds 1 januari 2011 Commissaris van de Koning(in) in Overijssel. Zij was van 22 februari 2007 tot 14 oktober 2010 staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het vierde kabinet-Balkenende. Mevrouw Bijleveld was Tweede Kamerlid in de periode 1989-2001 en in 2010. Daarvoor werkte zij bij de gemeente Hengelo (Ov.), was zij raadslid in Enschede en was zij actief bij het dekenaat van Enschede. Van 1 januari 2001 tot 22 februari 2007 was zij burgemeester van Hof van Twente. Zij was enige jaren vicefractievoorzitter en in 2010 betrokken bij de onderhandelingen tijdens de kabinetsformatie.
Overige fractievoorzitters
![]() |
-
Job Cohen, PvdA
Job Cohen (1947) was in 2010-2012 politiek leider van de PvdA. Hij was van 10 juni 2010 tot 20 februari 2012 fractievoorzitter in de Tweede Kamer. De heer Cohen was in 2001-2010 burgemeester van Amsterdam. Hij begon zijn loopbaan als wetenschapper en werd in 1983 hoogleraar juridisch onderwijs in Maastricht. In 1993-1994 was hij staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen in het derde kabinet-Lubbers. Daarna keerde hij terug als hoogleraar en werd hij Eerste Kamerlid. In 1996-1998 was hij voorzitter van de PvdA-senaatsfractie. In het tweede kabinet-Kok was de heer Cohen staatssecretaris van Justitie.
![]() |
-
Alexander Pechtold, D66
Alexander Pechtold (1965) is sinds 30 november 2006 lid van de Tweede Kamerfractie van D66. Hij is fractievoorzitter en politiek leider van D66. De heer Pechtold was van 31 maart 2005 tot 3 juli 2006 minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties. Hij was in de periode 2003-2005 burgemeester van Wageningen. Hij is opgeleid als kunsthistoricus en werkte onder andere bij een veilinghuis. Van 1997 tot 2002 was hij wethouder in Leiden. De heer Pechtold was vanaf eind 2002 tot 2005 voorzitter van D66. Behalve met de algemene politieke vraagstukken houdt hij zich bezig met Europese zaken.
![]() |
-
Femke Halsema, GroenLinks
Femke Halsema (1966) was in 2002-2010 politiek leider en fractievoorzitter van GroenLinks. Zij was Tweede Kamerlid van 19 mei 1998 tot 12 januari 2011. Sinds 1 februari 2011 is zij bijzonder hoogleraar politiek in de 21e eeuw in Tilburg. Mevrouw Halsema was eerder belast met de leiding van het project Res Publica, een samenwerkingsverband van het ministerie van Binnenlandse Zaken en politiek-cultureel centrum 'De Balie' over de grondwet. Daarvoor werkte zij bij de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA. Zij was gasthoogleraar en is nu onder meer publiciste.
De vaste adviseurs van de Koningin
![]() |
-
René van der Linden, voorzitter van de Eerste Kamer
René van der Linden (1943) is sinds juni 1999 Eerste Kamerlid voor het CDA. Van 6 oktober 2009 tot 28 juni 2011 was hij voorzitter van de Eerste Kamer. De heer Van der Linden begon zijn loopbaan als ambtenaar in Brussel en was in 1977-1986 en 1988-1998 Tweede Kamerlid. In het tweede kabinet-Lubbers was hij twee jaar staatssecretaris voor Europese Zaken. Ook in beide Kamers hield hij zich veelal met Europese aangelegenheden bezig en daarnaast was hij woordvoerder landbouw. In de periode 2005-2009 was hij voorzitter van de parlementaire vergadering van de Raad van Europa.
![]() |
-
Gerdi Verbeet, voorzitter van de Tweede Kamer
Gerdi Verbeet (1951) was van 6 december 2006 tot 20 september 2012 voorzitter van de Tweede Kamer. Zij was vanaf 11 december 2001 (met een korte onderbreking in 2002) Tweede Kamerlid voor de PvdA. Mevrouw Verbeet was voor zij Kamerlid werd politiek adviseur van staatssecretaris Netelenbos en van PvdA-fractievoorzitter Melkert. Daarvoor was zij werkzaam in het onderwijs, met name in het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie. Verder organiseerde zij voorlichtingscampagnes voor de overheid, die gericht waren op vergroting van het aantal vrouwen in leidinggevende functies in het onderwijs. In de Tweede Kamer hield zij zich voor zij Voorzitter werd vooral bezig met sport, ouderenbeleid, de AOW, en beleid voor oorlogsgetroffenen. Zij was voorts ondervoorzitter van de vaste commissie voor Justitie en van de themacommissie ouderenbeleid.
![]() |
-
Herman Tjeenk Willink, vice-voorzitter van de Raad van State
Politicus van PvdA-huize met veel gezag als topadviseur en kritisch beschouwer van het bestuur. Topambtenaar ministerie van Algemene Zaken, die optrad als secretaris van achtereenvolgende kabinetsformateurs en jarenlang adviseur was van de minister-president. Regeringscommissaris reorganisatie rijksdienst. Hoogleraar bestuurswetenschappen. Als PvdA'er lid en voorzitter van de Eerste Kamer. Bepleitte een actievere rol voor de Eerste Kamer bij de bewaking van de kwaliteit van de wetgeving. Bijna vijftien jaar vicepresident Raad van State en in die positie de voornaamste adviseur van de koningin bij kabinetsformaties. Zelf informateur in 1994, 1999 en 2010.















