RAAD VAN Brussel, 10 mei 2011 (11.05)
(OR. en)
DE EUROPESE UNIE
9964/11
Interinstitutioneel dossier:
2011/0104 (NLE)
FISC 52
VOORSTEL
van:
de Europese Commissie
d.d.: 4 mei 2011
Nr. Comdoc.: COM(2011) 235 definitief
Betreft: Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD waarbij Roemenië wordt gemachtigd een bijzondere maatregel toe te passen die afwijkt van artikel 193 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde
Hierbij gaat voor de delegaties het voorstel van de Commissie dat bij brief van de heer
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 4.5.2011 COM(2011) 235 definitief
2011/0104 (NLE)
Voorstel voor een
UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD
waarbij Roemenië wordt gemachtigd een bijzondere maatregel toe te passen die afwijkt
van artikel 193 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel
van belasting over de toegevoegde waarde
TOELICHTING
-
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
Overeenkomstig artikel 395 van Richtlijn 2006/112/EG van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (hierna "de btw- richtlijn" genoemd) kan de Raad op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen elke lidstaat machtigen bijzondere, van de bepalingen van deze richtlijn afwijkende maatregelen te treffen, teneinde de belastinginning te vereenvoudigen of bepaalde vormen van belastingfraude of -ontwijking te voorkomen.
Bij brief, ingekomen bij de Commissie op 4 november 2009, heeft Roemenië verzocht om een bijzondere maatregel te mogen toepassen die afwijkt van artikel 193 van de btw-richtlijn, teneinde bij leveringen van tarwe, rogge, gerst, maïs, soja, koolzaad en zonnebloempitten de belastingplichtige afnemer in plaats van de leverancier te kunnen aanwijzen als de tot voldoening van de belasting gehouden persoon.
Bij brief, ingekomen bij de Commissie op 2 juli 2010, heeft Roemenië een aanvullend verzoek ingediend om het toepassingsgebied van de derogatie uit te breiden tot een reeks andere producten.
Bij brief, ingekomen bij de Commissie op 26 juli 2010, heeft Roemenië verzocht om de gevraagde machtiging te krijgen voor een periode van twee jaar en heeft het zich ertoe verbonden om geen verlenging te vragen.
Bij brief, ingekomen bij de Commissie op 20 december 2010, heeft Roemenië zijn derogatieverzoek opnieuw beperkt tot leveringen van tarwe, rogge, gerst en brouwgerst, maïs, soja, koolzaad, zonnebloempitten en suikerbieten.
Overeenkomstig artikel 395, lid 2, van de btw-richtlijn heeft de Commissie de overige lidstaten bij brief van 15 maart 2011 van de verzoeken van Roemenië in kennis gesteld. Bij brief van 22 maart 2011 heeft de Commissie Roemenië meegedeeld dat zij over alle gegevens beschikte die zij nodig achtte voor haar beoordeling.
persoon, die zijn recht op aftrek volgens de gewone regels behoudt. Op die manier kan de leverancier niet langer de btw innen bij zijn belastingplichtige afnemer zonder deze aan de schatkist af te dragen. Deze maatregel zal onmiddellijk een einde maken aan deze specifieke vorm van belastingfraude.
Roemenië zal tijdens de looptijd van de maatregel bovendien de mogelijkheid hebben om klassieke, met de btw-richtlijn verenigbare maatregelen te nemen, zodat het deze fraude- praktijk ook na afloop van de machtiging zal kunnen voorkomen en bestrijden.
Het gaat desalniettemin om een ingrijpende maatregel die afbreuk doet aan het beginsel van de gespreide afdrachten dat inherent is aan het btw-stelsel en die bijgevolg het risico inhoudt dat de fraude zich verplaatst naar het stadium waarin de goederen worden verwerkt tot levensmiddelen of industrieproducten of ook naar andere sectoren.
Om te voorkomen dat die risico's zich ook nog na de beperkte toepassingsduur van de maatregel voordoen, is het zaak dat Roemenië tegelijkertijd passende maatregelen neemt op het gebied van aangifte en controle. De betrokken belastingplichtigen moeten met name verifiëren of hun afnemers de hoedanigheid van btw-plichtige hebben voordat zij de maatregel toepassen, de transacties in kwestie afzonderlijk op hun btw-aangifte vermelden en een lijst van afnemers bij wie de maatregel is toegepast, ter beschikking houden van de Roemeense belastingdienst.
De Roemeense belastingdienst moet ook de controles verscherpen op de belastingplichtigen die deze producten verwerken. Aangezien zij immers geen btw meer moeten betalen op de grondstoffen die ze aankopen, zouden ze in de verleiding kunnen komen om de verkoop van de door hen verwerkte producten niet meer aan te geven.
Tot slot moet de Roemeense belastingdienst zich ervan vergewissen dat de personen die betrokken zijn bij de fraude met de producten waarop de bijzondere maatregel ziet, hun fraudepraktijken niet verplaatsen naar andere landbouwproducten of andere economische sectoren.
De Commissie moet in kennis worden gesteld van de genomen maatregelen.
btw-opbrengsten in het stadium van het eindverbruik. Daarom zal de Commissie bij de Raad een dienovereenkomstig voorstel indienen.
-
2.RESULTATEN VAN DE RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDE
PARTIJEN EN EFFECTBEOORDELING
Het voorgestelde besluit strekt ertoe uitvoering te geven aan een maatregel die belastingfraude met bepaalde producten in een specifieke economische sector moet voorkomen. Het effect zal derhalve positief zijn met name voor de in die sector actieve bonafide ondernemingen en de betrokken lidstaat. Het was niet nodig een beroep te doen op externe deskundigheid, de belanghebbende partijen te raadplegen of een effectbeoordeling voor deze maatregel te verrichten. Gelet op de beperkte werkingssfeer en toepassingsduur van de maatregel, zal het effect ervan in ieder geval beperkt zijn.
-
3.JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET VOORSTEL
Het voorgestelde besluit strekt ertoe Roemenië te machtigen om een bijzondere maatregel toe te passen die afwijkt van artikel 193 van de btw-richtlijn door belastingplichtige afnemers van bepaalde landbouwproducten met een omzet die een bepaalde drempel overschrijdt, aan te wijzen als de tot voldoening van de btw gehouden personen ter zake van de leveringen van die producten in plaats van de leverancier ervan.
De rechtsgrondslag van dit besluit wordt gevormd door de bepalingen van artikel 395 van de btw-richtlijn, die zelf is vastgesteld met toepassing van artikel 113 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Overeenkomstig deze bepalingen moet een lidstaat die bijzondere maatregelen wil treffen die van voornoemde richtlijn afwijken, daartoe worden gemachtigd door de Raad in de vorm van een uitvoeringsbesluit van de Raad. Deze derogatie is een uitvoeringsmaatregel die betrekking heeft op de harmonisatie van de wetgevingen inzake omzetbelastingen; het subsidiariteitsbeginsel wordt derhalve in acht genomen.
Het voorstel is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel en gaat niet verder dan wat nodig is om het beoogde doel, namelijk het voorkomen van belastingfraude, te verwezenlijken; de maatregel ziet immers slechts op een gedeelte van een duidelijk afgebakende sector van economische bedrijvigheid en dus op een beperkt aantal belastingplichtigen en transacties. Het voorstel wijkt derhalve slechts in beperkte mate en op passende wijze af van de beginselen van de btw-richtlijn, met name dat van de gespreide afdrachten.
2011/0104 (NLE)
Voorstel voor een
UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD
waarbij Roemenië wordt gemachtigd een bijzondere maatregel toe te passen die afwijkt
van artikel 193 van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel
van belasting over de toegevoegde waarde
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde
1, en met name
artikel 395, lid 1,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Bij brieven, ingekomen bij de Commissie op 4 november 2009, 2 juli 2010, 26 juli 2010 en 20 december 2010, heeft Roemenië verzocht om machtiging, voor een periode van twee jaar, om de belastingplichtige afnemer van bepaalde graangewassen en oliehoudende zaden in afwijking van artikel 193 van Richtlijn 2006/112/EG te mogen aanwijzen als de tot voldoening van de belasting gehouden persoon, en heeft het verklaard geen verlenging van deze machtiging te zullen vragen.
(2) Bij brief van 15 maart 2011 heeft de Commissie de overige lidstaten van het verzoek van Roemenië in kennis gesteld. Bij brief van 22 maart 2011 heeft de Commissie Roemenië meegedeeld dat zij over alle gegevens beschikte die zij nodig achtte voor haar beoordeling.
in de landbouwsector definitieve en met Richtlijn 2006/112/EG verenigbare maatregelen vast te stellen waarmee het deze fraudepraktijk zal kunnen voorkomen en bestrijden.
(5) Teneinde te voorkomen dat de fraude zich verplaatst naar het stadium waarin de goederen worden verwerkt tot levensmiddelen of industrieproducten of ook naar andere producten, is het evenwel dienstig dat Roemenië tegelijkertijd voor de betrokken belastingplichtigen passende maatregelen op het gebied van aangifte en controle invoert en de Commissie daarvan in kennis stelt.
(6) Opdat deze bijzondere maatregel uitsluitend van toepassing zou zijn op onbewerkte landbouwproducten en niet tot buitensporige administratieve lasten bij de betrokken belastingplichtigen zou leiden of hun rechtszekerheid in het gedrang zou brengen, moet de gecombineerde nomenclatuur die is vastgesteld bij Verordening (EEG)
nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistiek- nomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief
2, worden gebruikt om de
producten waarop de bijzondere maatregel ziet, te omschrijven.
(7) Deze bijzondere maatregel is gerechtvaardigd en staat in verhouding tot de beoogde doelen. Hij is beperkt in de tijd en ziet uitsluitend op welomschreven goederen die in principe, in de staat waarin zij zich bevinden, niet zijn bestemd voor eindverbruik en waarmee belastingfraude is gepleegd die tot een aanzienlijke derving van de btw- inkomsten heeft geleid. Gelet op de omvang van deze inkomstenderving dient deze maatregel zo spoedig mogelijk te worden genomen.
(8) Deze bijzondere maatregel houdt geen derving in van de door Roemenië geïnde btw in het stadium van het eindverbruik en heeft derhalve geen negatieve gevolgen voor de eigen middelen van de Unie uit de btw,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
1002 00 00 Rogge
1003 00 Gerst
1005 Maïs
1201 00 Sojabonen, ook indien gebroken
1205 Kool- en raapzaad, ook indien gebroken
1206 00 Zonnebloempitten, ook indien gebroken
1212 91 Suikerbieten
Artikel 2
De in artikel 1 bedoelde machtiging is afhankelijk van de invoering van passende en doeltreffende aangifteverplichtingen en controlemaatregelen door Roemenië ter zake van de belastingplichtigen die de goederen leveren waarop deze machtiging van toepassing is.
Roemenië stelt de Commissie in kennis van de invoering van de in de eerste alinea bedoelde verplichtingen en maatregelen.
Artikel 3
Dit besluit is van toepassing voor een periode van twee jaar vanaf de kennisgeving ervan.
Artikel 4
Dit besluit is gericht tot Roemenië.
| 4 mei '11 |
COM(2011)235 - Machtiging van Roemenië af te wijken van artikel 193 van de btw-richtlijn |
||||
| 15 apr '04 |
COM(2004)246 - Gemeenschappelijke stelsel van btw |
| publicatiedatum | 10-05-2011 |
|---|---|
| kenmerk | 9964/11 |
