Het Verenigd Koninkrijk als uitzondering binnen de EU - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

David Cameron na Europese Raad © http://ec.europa.eu/avservices

Bron: Europese Commissie AV

Het Verenigd Koninkrijk heeft een lange reputatie van een moeilijke houding ten opzichte van de Europese Unie. De Britten maken deel uit van de EU, maar willen eigenlijk nergens goed aan meedoen, luidt een veelgehoord kritiekpunt vanuit de EU. In december 2011 was het Verenigd Koninkrijk onderdeel van discussie toen de Britse premier David Cameron 'nee' zei tegen een nieuw verdrag met strengere begrotingsregels voor de eurolanden.

Begin van 2013 liet premier Cameron weten de relatie tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU te willen herzien. Daarom heeft hij op 23 januari 2013 een toespraak gehouden over de Britse positie tegenover Europa. In deze toespraak heeft Cameron twee zaken aangekondigd. Hij eist 'hervormingen' en 'flexibiliteit' van de EU. Het Verenigd Koninkrijk zou een aantal bevoegdheden op het gebied van sociaal beleid en justitie weer terug in eigen hand moeten krijgen. Na deze onderhandelingen stelt Cameron een referendum in het vooruitzicht (uiterlijk begin 2017) over het lidmaatschap van de EU.

Onderzoek naar het stemgedrag van de EU-lidstaten sinds 2009 heeft uitgewezen dat de Britten de grootste dwarsliggers zijn bij de vergaderingen van de Raad van de Europese Unie. Zij gingen in bijna 1 op de 10 gevallen niet akkoord. Het veto van het Verenigd Koninkrijk kan niet geheel als een verrassing worden gezien. In het verleden heeft het land vaker niet meegedaan aan belangrijke integratieprojecten van de Europese Unie. Zo duurde het - ook buiten de schuld van de Britten om - lang voordat het Verenigd Koninkrijk een EU-lidstaat werd, maken ze geen onderdeel uit van het Schengen-Verdrag, en verkiezen zij hun eigen pound sterling boven de euro.

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Verenigd Koninkrijk en Frankrijk

Tussen Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk bestaat bijna een haat-liefde verhouding. De Franse president Nicolas Sarkozy vond het meerdere malen nodig om David Cameron op zijn plaats te zetten. Volgens diplomaten zou hij gezegd hebben: "We hebben er zo genoeg van dat jij ons vertelt wat we moeten doen. Je zegt dat je de euro haat, je wilde er ook niet aan meedoen en nu zou je je willen bemoeien met onze vergaderingen over de munt." En, zoals Sarkozy tegen een Britse journalist zei: "De Britten begrijpen Europa niet, want ze komen van een eiland." Dieptepunt in hun verhoudingen tot nu toe was de speculatie over de weigering van Sarkozy om Camerons hand te schudden, terwijl deze wel met uitgestoken hand naar Sarkozy toeliep.

Geschiedenis van wrijving

Deze moeizame verhouding is niet van de laatste jaren. Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk liggen elkaar niet en dat heeft een lange geschiedenis. Een jaar na het ondertekenen van het Verdrag van Rome, waarmee de Europese Economische Gemeenschap (EEG) werd opgericht, werd in Frankrijk generaal Charles de Gaulle verkozen tot president. Hij had ambitieuze plannen voor zijn buitenlands beleid, en zag een verenigd Europa onder leiding van Frankrijk als een ideaal.

Alleen paste het Verenigd Koninkrijk niet goed in dit plaatje. Het verschilde nog te veel van het Europese vasteland en kon daarnaast als een 'Paard van Troje' worden gezien in dienst van de Verenigde Staten: als de Britten onderdeel werden van de EEG, kregen de VS teveel greep op de Europese samenwerking, was zijn idee. Dit was vooral de reden dat hij in 1963 en in 1967 een veto uitsprak tegen deelname van het Verenigd Koninkrijk aan de EEG.

Pas na het vertrek van De Gaulle in 1968, ontstond er weer ruimte voor het Verenigd Koninkrijk. Het land kreeg in 1973 eindelijk de goedkeuring om toe te treden. Na een periode van relatieve rust, kwam in 1978 Margaret Thatcher aan de macht. Hoewel zij bekend stond als 'anti-Europeaan' was zij een groot voorvechter van de interne markt. Tegelijkertijd vond ze dat Europa niet verder hoefde te integreren naar een supranationaal bestuur.

Hier zei ze over: "We hebben niet de Britse muren neergehaald om ze vervolgens in Brussel weer te doen opbouwen." Daarnaast wilde zij onder geen beding meedoen aan de voorloper van de Europese Monetaire Unie (EMU), omdat ze bang was dat dit de Britse economie zou schaden.

2.

Verdrag van Schengen

Ook na het vertrek van Margaret Thatcher bleef het Verenigd Koninkrijk graag een uitzondering. Het Verdrag van Schengen was de volgende hobbel waar het land overeen moest. Hoewel het Verenigd Koninkrijk onderdeel is van de EU, kun je als EU-burger niet zonder grenscontroles naar het land op vakantie, omdat het Verenigd Koninkrijk, in tegenstelling tot veel andere EU-landen, niet volledig deelneemt aan het Verdrag van Schengen. 'Schengen' houdt in dat personen zonder grenscontroles in het 'Schengen-gebied' kunnen reizen. Daarnaast werd een gemeenschappelijk visumgebied ingevoerd. Om Schengen werkbaar te maken, moesten de deelnemende landen ook gaan samenwerken op het gebied van grensbewaking, immigratie, asiel, politie en visumbeleid.

Het Verenigd Koninkrijk en Ierland hebben ervoor gekozen om slechts gedeeltelijk deel te nemen aan het Schengen Verdrag. Zij wilden hun grenzen niet openstellen, omdat zij het gevaar voor illegale immigratie bij vrij verkeer van personen te groot vonden worden. Ze doen echter wel mee met de politiële samenwerking.

3.

Stevig vasthouden aan eigen pond

Eén van de grootste uitzonderingsposities die het Verenigd Koninkrijk heeft, is op monetair gebied. Vanaf het Verdrag van Maastricht (1992) kwamen de lidstaten overeen om in drie fasen een Economische en Monetaire Unie op te richten. Het Verenigd Koninkrijk stemde niet in met de laatste fase. Deze hield in dat staten zich moesten houden aan de convergentiecriteria: die gaan vooral over de hoogte van de inflatie, het overheidstekort en de staatsschuld van een lidstaat. De Britten wilden het Verdrag wel ondertekenen, mits zij een uitzonderingspositie kregen op de laatste fase, een zogenoemde opt-out clausule.

De argumenten van het Verenigd Koninkrijk om niet mee te doen aan de laatste fase, zijn volgens de Britten nog steeds geldig. Volgens de Britten is de economie van het Verenigd Koninkrijk (nog) niet klaar voor de euro, om twee redenen.

  • De verschillen met de andere eurolanden zijn te groot op het gebied van rente en inflatie: deze is belangrijk voor de Britse huizenmarkt, omdat veel Britten een hypotheek hebben met een variabele rente. Het is dus goed om de rente zelf te kunnen reguleren.
  • De economieën van de eurolanden en van het Verenigd Koninkrijk waren niet flexibel genoeg om economische tegenwind op te vangen.

Probleem bij deze argumenten is dat er altijd verschillen blijven bestaan tussen de economieën, en hun argumenten om niet deel te nemen aan de euro dus altijd blijven bestaan. Toch blijft de hoop bestaan dat het Verenigd Koninkrijk ooit een keer zal meedoen.

4.

De kwaliteiten van de politicus in Europa

Politiek bedrijven als regeringsleider in de EU, is een vak apart. Dat Cameron veel kritiek kreeg van zijn vicepremier en ministers op zijn optreden bij de belangrijke EU-top over de euro, heeft een belangrijke reden. Het stemmen in de Europese Raad gebeurde in dit geval op basis van unanimiteit.

Als één regeringsleider een veto uitspreekt, heeft dat gevolgen voor de algehele besluitvorming. Cameron was op de eurotop in december 2011 de enige regeringsleider die zijn vetorecht gebruikte. Het is dan ook niet vreemd dat Cameron als de grote boeman werd gezien. Hij had het nieuwe economisch verdrag namelijk in zijn eentje getorpedeerd.

Het grootste mankement van Cameron was volgens zijn vicepremier, dat hij in de intergouvernementele setting van de Europese Raad meer bondgenoten had moeten zoeken. Als er meer regeringsleiders tegen het nieuwe verdrag waren geweest, had het Verenigd Koninkrijk er niet zo alleen voorgestaan. Nu loopt Cameron het risico dat hij in andere, bilaterale gesprekken tussen regeringsleiders buiten beschouwing wordt gelaten. Daarnaast zijn de gesprekken tussen de andere landen gewoon doorgegaan, maar dan zonder het Verenigd Koninkrijk. Feitelijk heeft het land nu niets meer in de onderhandelingen in te brengen.

5.

'Nationale belang gaat voor alles'

Na de eurotop in december 2011, moest David Cameron zijn besluit verdedigen in het Britse Lagerhuis. Hij legde uit dat zijn eisen 'bescheiden, redelijk en relevant waren', maar toen daar geen gehoor aan werd gegeven, heeft hij voor het nationale belang van het Verenigd Koninkrijk gekozen. Tegelijkertijd benadrukte hij wel: 'We zijn een handelsland en we hebben de Europese interne markt nodig voor de handel, investeringen en banen. Daarom maken we deel uit van de EU en dat willen we ook blijven doen.'  

In 2012 stond de deur voor het Verenigd Koninkrijk weer op een kier en bestond er een kans dat Cameron alsnog meedeed aan een verdrag voor strengere begrotingsregels. Uiteindelijk hebben 25 van de 27 EU-lidstaten het begrotingsverdrag aangenomen, maar blijft het Verenigd Koninkrijk aan de zijlijn staan.

Op 23 januari 2013 hield David Cameron zijn aangekondigde speech en reageerde op de druk van de eurosceptici in zijn partij. Hij verkondigde dat Europa een aantal verdragen moet heronderhandelen. Vooral op het gebied van sociale zaken (werktijden) en justitie (uitlevering) zou Londen weer meer invloed moeten krijgen. Mochten de conservatieven de Britse parlementsverkiezingen in 2015 winnen, dan schrijft Cameron uiterlijk begin 2017 een referendum uit. De bevolking kan zich daarin uitspreken over de vraag of Groot-Britannië in de EU moet blijven. In mei 2013 deden Conservatieve parlementsleden een wetsvoorstel voor zo'n referendum. Ondanks dat Cameron dit voorstel om politieke redenen afraadde, stemden toch een honderdtal Conservatieven voor de wet.

De kans van slagen op het verkijgen van een aantal extra uitzonderingsposities lijkt vrij klein. Het Britse standpunt kan het best worden verwoord als 'Europa à la carte,' en daar weigeren Europese leiders aan mee te doen.

6.

Argumenten in de discussie

Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over de positie van het Verenigd Koninkrijk in Europa. Hierbij zijn bijna altijd wel kanttekeningen te maken. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. Europa is wikken en wegen.

Tip: na het lezen van de argumenten kunt U zelf Uw reactie geven.

Het Verenigd Koninkrijk kan beter uit de EU treden

Het veto van David Cameron op de eurotop in december 2011, heeft veel stof doen opwaaien bij zowel eurofielen als eurosceptici. De premier heeft tijdens de top harde eisen gesteld om het financiële centrum in de Londense City te kunnen beschermen. Eurosceptici zijn blij dat er eindelijk weer een premier is die de Britse belangen voorop stelt en het zinkende schip Europa wil verlaten. De Britten die wat meer positief tegenover de EU staan, vinden het op hun beurt vreemd wat hun premier heeft gedaan: hij heeft zichzelf op deze manier geïsoleerd van de besluitvorming in de EU en heeft volgens hen amper nog politieke invloed.

Zelfs Camerons vicepremier Nick Clegg was niet te spreken over zijn premier. Hij verweet Cameron dat hij dit besluit had genomen zonder het kabinet in te lichten en dat het Verenigd Koninkrijk op deze manier op den duur gemarginaliseerd en geïsoleerd wordt. De altijd directe Britse media speculeerden al over een uittreding, immers, wat blijft er over van deelname in de EU als je als land al niet meedoet met de euro en nu ook geen politieke invloed meer hebt?

De Europese Unie heeft niets aan het Verenigd Koninkrijk

The Sun , een Brits dagblad schreef ooit: "We zijn bij de Europese Unie gekomen om onze spullen te verkopen, niet ons land." Het lijkt een kenmerkende uitspraak van hoe de Britten over de EU denken. Het lijkt erop dat het Verenigd Koninkrijk alleen met de EU wil samenwerken als het er zelf beter van wordt. Daaruit zou je dus kunnen concluderen dat de EU niet zoveel aan het Verenigd Koninkrijk heeft. Het land zorgt er alleen voor dat besluitvorming wordt bemoeilijkt en extra lang duurt.

Het Verenigd Koninkrijk voegt wel degelijk iets toe

We moeten niet vergeten dat het Verenigd Koninkrijk een welvarend land is met een moderne diensteneconomie. Daarnaast heeft het één van de grootste financiële sectoren van de wereld en is het een belangrijke exporteur van industriële onderdelen. Daarnaast biedt het Verenigd Koninkrijk voor veel andere Europese landen, zoals Nederland, een goed tegengewicht tegen Frankrijk. Het Verenigd Koninkrijk zorgt er kortom voor dat de machtsbalans in de EU niet teveel naar Frankrijk trekt.

Uw reactie

Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.

7.

Meer informatie