Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot schorsing van vastleggingen van het Cohesiefonds voor Hongarije - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Tekst

 

- -

RAAD VAN Brussel, 24 februari 2012

(OR. en)

DE EUROPESE UNIE

6893/12

Interinstitutioneel dossier:

2012/0034 (NLE)

ECOFIN 195 FSTR 13 FC 8 REGIO 28 CADREFIN 109

VOORSTEL

van:

de Europese Commissie

d.d.: 22 februari 2012

Nr. Comdoc.: COM(2012) 75 final

Betreft: Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD tot schorsing van vastleggingen van het Cohesiefonds voor Hongarije

Hierbij gaat voor de delegaties het voorstel van de Commissie dat bij brief van de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, aan de heer Uwe CORSEPIUS, secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie, is toegezonden.

EUROPESE COMMISSIE

Brussel, 22.2.2012 COM(2012) 75 final

2012/0034 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

tot schorsing van vastleggingen van het Cohesiefonds voor Hongarije

TOELICHTING

1. - DE TOEPASSING VAN DE MACROBUDGETTAIRE VOORWAARDEN VAN HET

COHESIEFONDS

Het Cohesiefonds is opgericht om groeigeoriënteerde investeringen in vervoersinfrastructuur en milieuprojecten te garanderen, die nodig zijn voor echte convergentie, terwijl de lidstaten begrotingsconsolidatie implementeren overeenkomstig programma's die leiden tot de naleving van de voorwaarden inzake economische convergentie zoals vastgesteld door de criteria van Maastricht. Om toegang te krijgen tot bijstand uit het Cohesiefonds gelden voorwaarden wat begrotingsdiscipline betreft, met name inzake het vermijden van buitensporige overheidstekorten overeenkomstig artikel 126 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Deze bepalingen moeten de nationale regeringen er des te meer toe aanzetten een gezond begrotingsbeleid te voeren en de goede macro-economische voorwaarden te scheppen die nodig zijn om een efficiënt gebruik van de middelen van het Cohesiefonds te garanderen.

Overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1084/2006 van de Raad van 11 juli 2006, dat de voorwaarden voor bijstandsverlening uit het Cohesiefonds vaststelt, kan de Raad, op voorstel van de Commissie, besluiten de vastleggingen uit het Fonds voor de betrokken lidstaat geheel of gedeeltelijk te schorsen: i) indien tegen die lidstaat een buitensporigtekortprocedure loopt, en ii) indien die lidstaat geen gevolg heeft gegeven aan een aanbeveling van de Raad op grond van artikel 126, lid 7, van het VWEU

1 om het binnen de

vastgestelde termijn te corrigeren. Vastleggingen worden bijgevolg geschorst bij een besluit van de Raad op grond van artikel 126, lid 8, van het VWEU

2.

Aangezien de schorsing uitsluitend vastleggingen betreft, heeft zij geen invloed op de lopende projecten zolang betalingen kunnen worden gedaan op grond van cumulatieve eerdere vastleggingen die open blijven tijdens de in artikel 93 van Verordening (EG) nr. 1083/2006 bedoelde periode. Tijdens deze periode kan de lidstaat maatregelen implementeren om zijn buitensporige tekort te corrigeren, zonder gevolgen voor de betalingen uit het Cohesiefonds die verband houden met eerdere vastleggingen. Een beslissing om vastleggingen te schorsen kan gevolgen hebben voor het investeringsgedrag van de betrokken lidstaat.

van de begrotingssituatie in 2009 te beperken door de al goedgekeurde en de aangekondigde corrigerende maatregelen strikt ten uitvoer te leggen zodat het streefcijfer van 3,9% van het bbp zou worden gehaald. Voorts werd aanbevolen om de vereiste consolidatiemaatregelen vanaf 2010 onverkort ten uitvoer te leggen teneinde een aanhoudende vermindering van het structurele tekort en een hernieuwde afname van het nominale tekort te bewerkstelligen, met een grotere inzet van structurele maatregelen om een blijvende verbetering van de overheidsfinanciën

te garanderen. Ook beval de Raad aan om tijdig de

consolidatiemaatregelen uit te werken en vast te stellen die nodig waren om het buitensporig tekort in 2011 weg te werken, en te zorgen voor structurele begrotingsinspanningen van cumulatief ten minste 0,5% van het bbp over 2010 en 2011. Daarnaast werd de Hongaarse autoriteiten verzocht de bruto-overheidsschuldratio sterk omlaag te brengen.

2.2. - Er werden onvoldoende maatregelen genomen om gevolg te geven aan de aanbeveling van de Raad van 7 juli 2009 om het buitensporige overheidstekort

te verhelpen

Op 24 januari 2012 is de Raad tot de volgende conclusie gekomen: Hongarije voldeed in 2011 formeel aan de referentiewaarde van 3% van het bbp, maar dit berustte niet op een structurele en duurzame correctie. Het begrotingsoverschot van 2011 was namelijk te danken aan substantiële eenmalige ontvangsten van meer dan 10% van het bbp en ging gepaard met een cumulatieve structurele verslechtering in 2010 en 2011 met 2,75% van het bbp, terwijl juist een cumulatieve budgettaire verbetering van 0,5% van het bbp was aanbevolen. Bovendien zijn de autoriteiten in 2012 weliswaar van plan substantiële structurele maatregelen te implementeren waardoor het structurele tekort tot 2,6% wordt teruggebracht, maar zou de referentiewaarde van 3% van het bbp ook dit keer enkel nageleefd worden dankzij eenmalige maatregelen voor bijna 1% van het bbp. Tot slot zal het tekort in 2013 (3,25% van het bbp) de in het VWEU vastgelegde referentiewaarde naar verwachting eens te meer overschrijden, zelfs als rekening wordt gehouden met aanvullende maatregelen die na de najaarsprognoses 2011 van de diensten van de Commissie zijn aangekondigd. De stijging van het tekort van 2013 zou voornamelijk samenhangen met het feit dat tijdelijke eenmalige ontvangsten volgens plan werden uitgefaseerd terwijl niet alle beoogde structurele hervormingen voldoende werden gespecificeerd. De algemene conclusie van de Raad luidde dat de maatregelen die de Hongaarse autoriteiten hebben genomen om gevolg te geven aan de aanbeveling van de Raad van 7 juli 2009 op grond van artikel 126, lid 7, van het VWEU onvoldoende waren.

4. - OPHEFFING VAN DE SCHORSING EN DE WEDEROPNAME VAN DE GESCHORSTE

VASTLEGGINGEN IN DE BEGROTING

Ingevolge het besluit dat de Raad op 24 januari 2012 op grond van artikel 126, lid 8, van het VWEU heeft genomen, zal de Commissie de Raad aanbevelen een nieuwe aanbeveling aan te nemen op grond van artikel 126, lid 7, om het buitensporige tekort te corrigeren. In die aanbeveling zal de Raad de beleidsmaatregelen voor Hongarije specificeren.

Binnen een periode van maximaal zes maanden nadat de Raad de aanbeveling heeft aangenomen, brengt Hongarije verslag uit over de genomen maatregelen, en op die basis zal de Commissie evalueren of de maatregelen die Hongarije heeft genomen doeltreffend blijken te zijn om het buitensporige tekort te corrigeren.

Indien deze evaluatie positief is, richt de Commissie een mededeling in die zin aan de Raad, waarin zij oordeelt dat er geen verdere stappen in de buitensporigtekortprocedure nodig zijn.

Op grond daarvan beslist de Raad onverwijld en op voorstel van de Commissie om de schorsing op te heffen.

Vervolgens wordt de buitensporigtekortprocedure opgeschort. Ondertussen blijft de Commissie toezicht houden op de implementatie van de maatregelen die worden genomen zoals bedoeld in de buitensporigtekortprocedure. Indien op enig ogenblik, vóór intrekking op grond van artikel 126, lid 12, van het VWEU, blijkt dat de genomen maatregelen ontoereikend zijn, stelt de Raad, op basis van een aanbeveling van de Commissie, een nieuw besluit vast op grond van artikel 126, lid 8. Hij kan op voorstel van de Commissie een nieuw besluit vaststellen om vastleggingen van het Cohesiefonds te schorsen.

Indien de Raad tegen het eind van de periode van zes maanden na de aanbeveling op grond van artikel 126, lid 7, evenwel besluit dat er geen doeltreffende maatregelen zijn genomen, blijft het oorspronkelijke schorsingsbesluit van kracht. Bovendien kan het daaruit volgende besluit op grond van artikel 126, lid 8, leiden tot een schorsing van extra vastleggingen van het Cohesiefonds.

Wanneer de Raad de schorsing opheft, besluit hij eveneens, op voorstel van de Commissie, om de geschorste vastleggingen volgens de procedure van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer

2012/0034 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

tot schorsing van vastleggingen van het Cohesiefonds voor Hongarije

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 1084/2006 van de Raad van 11 juli 2006 tot oprichting van het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1164/94

5, en met name artikel 4,

lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Overeenkomstig artikel 174 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) ontwikkelt en vervolgt de Unie haar optreden gericht op de versterking van de economische, sociale en territoriale samenhang teneinde de harmonische ontwikkeling van de Unie in haar geheel te bevorderen.

(2) Overeenkomstig artikel 175 van het VWEU voeren de lidstaten hun economische beleid en coördineren dit mede met het oog op het verwezenlijken van de doelstellingen van artikel 174 van het VWEU. De vaststelling en de tenuitvoerlegging van het beleid en van de maatregelen van de Unie en de totstandbrenging van de interne markt houden ook rekening met de doelstellingen van artikel 174 en dragen bij tot de verwezenlijking daarvan.

vast, dat een financiële bijdrage levert aan projecten op het gebied van milieu en trans- Europese netwerken in de sfeer van de vervoersinfrastructuur.

(6) In Protocol nr. 28 betreffende economische, sociale en territoriale samenhang kwamen de lidstaten overeen dat het Cohesiefonds financiële bijdragen van de Unie zal verlenen voor projecten op het gebied van milieu en trans-Europese netwerken in lidstaten met een bnp per capita van minder dan 90% van het gemiddelde van de Unie, die een programma hebben dat leidt tot het voldoen aan de voorwaarden van economische convergentie omschreven in artikel 126 van het VWEU.

(7) In artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1084/2006 worden de voorwaarden voor bijstandsverlening uit het Cohesiefonds vastgesteld en wordt financiële bijstand uit het Cohesiefonds verbonden aan de voorwaarde dat een buitensporig overheidstekort als vastgesteld in artikel 126 van het VWEU

6 wordt vermeden.

(8) Op 5 juli 2004 heeft de Raad op grond van artikel 104, lid 6, besloten dat er in Hongarije een buitensporig overheidstekort was en heeft hij op die datum een eerste aanbeveling gedaan op grond van artikel 104, lid 7. Op 7 juli 2009 heeft de Raad op grond van artikel 126, lid 7, van het Verdrag de recentste aanbeveling aan Hongarije goedgekeurd om uiterlijk in 2011 een einde te maken aan het buitensporige tekort. Met name werd Hongarije aanbevolen de verslechtering van de begrotingssituatie in 2009 te beperken door de al goedgekeurde en de aangekondigde corrigerende maatregelen strikt ten uitvoer te leggen zodat het streefcijfer van 3,9% van het bbp zou worden gehaald. Voorts moest Hongarije de vereiste consolidatiemaatregelen vanaf 2010 onverkort ten uitvoer te leggen teneinde een aanhoudende vermindering van het structurele tekort en een hernieuwde afname van het nominale tekort te bewerkstelligen, met een toegenomen inzet van structurele maatregelen om een blijvende verbetering van de overheidsfinanciën te garanderen. Hongarije moest ook tijdig de consolidatiemaatregelen presenteren en goedkeuren die nodig waren om het buitensporig tekort tegen 2011 weg te werken, en te zorgen voor structurele begrotingsinspanningen van cumulatief ten minste 0,5% van het bbp over 2010 en 2011. Tot slot moest de bruto-overheidsschuldratio sterk omlaag worden gebracht.

referentiewaarde naar verwachting eens te meer overschrijden, zelfs als rekening wordt gehouden met aanvullende maatregelen die na de najaarsprognoses 2011 van de diensten van de Commissie zijn aangekondigd. De stijging van het tekort van 2013 zou voornamelijk samenhangen met het feit dat tijdelijke eenmalige ontvangsten volgens plan werden uitgefaseerd terwijl niet alle beoogde structurele hervormingen voldoende werden gespecificeerd. De algemene conclusie van de Raad luidde dat de maatregelen die de Hongaarse autoriteiten hebben genomen om gevolg te geven aan de aanbeveling van de Raad van 7 juli 2009 op grond van artikel 126, lid 7, van het VWEU onvoldoende waren.

(10) Bijgevolg is in het geval van Hongarije voldaan aan de twee voorwaarden van artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1084/2006. Op voorstel van de Commissie kan de Raad de vastleggingen uit het Cohesiefonds bijgevolg met ingang van 1 januari 2013 geheel of gedeeltelijk schorsen. Het besluit over het bedrag aan vastleggingskredieten van het Cohesiefonds dat moet worden geschorst, moet garanderen dat de schorsing doeltreffend en evenredig is, en moet ook rekening houden met de huidige algemene economische situatie in de Europese Unie en het relatieve belang van het Cohesiefonds voor de economie van de betrokken lidstaat. Bijgevolg is het voor een eerste toepassing van artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1084/2006 op een bepaalde lidstaat passend om het bedrag vast te stellen op 50% van de bijstandsverlening uit het Cohesiefonds voor 2013, zonder een maximumniveau te overschrijden van 0,5% van het nominale bbp van de betrokken lidstaat volgens de prognoses van de diensten van de Commissie.

(11) De implementatie van vervoers- en milieuprojecten of vastleggingen die op het ogenblik van de schorsing reeds waren gemaakt, komen niet in het gedrang indien de nodige corrigerende maatregelen snel worden geïmplementeerd. Door kredieten te schorsen voor vastleggingen vanaf het volgende jaar komt de implementatie van de lopende projecten gedurende langere tijd niet in het gedrang, waardoor de autoriteiten de nodige tijd krijgen om maatregelen vast te stellen die de macro-economische en begrotingsvoorwaarden herstellen die leiden tot duurzame groei en werkgelegenheid,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

22 feb
'12
COM(2012)75 - Schorsing van vastleggingen van het Cohesiefonds voor Hongarije


29 jun
'11
COM(2011)398 - Bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2014-2020


14 jul
'04
COM(2004)492 - Algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds


14 jul
'04
COM(2004)494 - Cohesiefonds


21 dec
'93
COM(1993)699 - Bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) Nr. … tot oprichting van een Cohesiefonds


 
publicatiedatum 24-02-2012
kenmerk 6893/12

Inhoud