Aanbeveling voor een aanbeveling van de Raad om het buitensporige overheidstekort in Hongarije te verhelpen - Hoofdinhoud
- -
RAAD VAN Brussel, 7 maart 2012 (12.03)
(OR. en)
DE EUROPESE UNIE
7297/12
-
ECOFIN 224 UEM 50
INGEKOMEN DOCUMENT
van:
de heer Jordi AYET PUIGARNAU, directeur, namens de secretaris-generaal van de Europese Commissie
ingekomen: 7 maart 2012
aan: de heer Uwe CORSEPIUS, secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie
Nr. Comdoc.: COM(2012) 104 final
Betreft: Aanbeveling voor een aanbeveling van de Raad om het buitensporige overheidstekort in Hongarije te verhelpen
Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument COM(2012) 104 final.
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 6.3.2012 COM(2012) 104 final
Aanbeveling voor een
AANBEVELING VAN DE RAAD
om het buitensporige overheidstekort in Hongarije te verhelpen
TOELICHTING
Op 5 juli 2004 heeft de Raad overeenkomstig artikel 104, lid 6, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (VEG) besloten dat er in Hongarije een buitensporig tekort bestond. Op 24 januari 2012 heeft de Raad overeenkomstig artikel 126, lid 8, van het Verdrag betreffende de werking van de EU (VWEU) besloten dat Hongarije geen effectief gevolg had gegeven aan de laatste aanbeveling van de Raad van 7 juli 2009 op grond van artikel 104, lid 7, van het Verdrag.
Aansluitend op het besluit van de Raad van 24 januari 2012 zou de Commissie overeenkomstig artikel 126, lid 7, VWEU en artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1467/97 op [6 maart 2012] haar goedkeuring hechten aan een aanbeveling voor een nieuwe aanbeveling van de Raad om het buitensporige overheidstekort in Hongarije te verhelpen.
Aanbeveling voor een
AANBEVELING VAN DE RAAD
om het buitensporige overheidstekort in Hongarije te verhelpen
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name artikel 126, lid 7,
Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) Overeenkomstig artikel 126 VWEU dienen de lidstaten buitensporige
overheidstekorten te vermijden.
(2) Het stabiliteits- en groeipact is gebaseerd op de doelstelling van deugdelijke openbare financiën als middel om de voorwaarden voor prijsstabiliteit en voor een tot werkgelegenheidsschepping leidende sterke duurzame groei te verbeteren.
(3) De Raad heeft op 5 juli 2004 op grond van artikel 104, lid 6, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (VEG) besloten dat er in Hongarije een buitensporig tekort bestond en overeenkomstig artikel 104, lid 7, VEG aanbevelingen tot het land gericht om uiterlijk in 2008 een einde aan de buitensporigtekortsituatie te maken.
(4) In januari 2005 oordeelde de Raad op basis van artikel 104, lid 8, VEG dat Hongarije geen effectief gevolg had gegeven aan zijn aanbeveling. In maart 2005 heeft hij een andere aanbeveling op basis van artikel 104, lid 7, VEG gedaan, waarin werd vastgehouden aan 2008 als jaar waarin het buitensporige tekort uiterlijk gecorrigeerd zou moeten zijn. In november 2005 besloot de Raad dat Hongarije voor de tweede maal had verzuimd gevolg te geven aan de aanbevelingen ingevolge artikel 104, lid 7, VEG. Bijgevolg richtte hij in oktober 2006 een derde aanbeveling op basis van artikel 104, lid 7, VEG tot Hongarije waarin de termijn voor de correctie van het buitensporige tekort werd verlengd tot 2009. In juli 2009 concludeerde de Raad dat ervan uit mocht worden gegaan dat de Hongaarse autoriteiten effectief gevolg hadden gegeven aan de aanbevelingen van oktober 2006. Vanwege de ernstige economische inzinking richtte hij overeenkomstig artikel 104, lid 7, VEG herziene aanbevelingen tot het land, waarin nog eens een nieuwe termijn voor de correctie werd vastgesteld, namelijk 2011. Op 27 januari 2010 concludeerde de Commissie dat Hongarije in reactie op de laatste aanbevelingen van de Raad doeltreffende actie had ondernomen.
Wel waarschuwde zij voor aanzienlijk risico's.
voorgeschreven termijn geen effectief gevolg aan deze aanbeveling had gegeven. De nominale referentiewaarde van 3% van het bbp werd in 2011 weliswaar niet overschreden, maar dat was niet het gevolg van een structurele en duurzame correctie maar veeleer van aanzienlijke eenmalige ontvangsten. Deze ontwikkeling ging gepaard met een structurele verslechtering in 2010 en 2011 met ruim 2% van het bbp, terwijl juist een cumulatieve budgettaire verbetering van 0,5% van het bbp was aanbevolen. Bovendien zouden de autoriteiten in 2012 weliswaar structurele maatregelen implementeren waardoor de eerdere verslechtering naar verwachting grotendeels zou worden goedgemaakt, maar zou de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 3% van het bbp ook in 2012 alleen in acht worden genomen dankzij eenmalige maatregelen ter grootte van bijna 1% van het bbp. In 2013 zou de referentiewaarde worden overschreden. [Naar aanleiding van bovenbedoeld Raadsbesluit heeft de Raad [op 13 maart] (in overeenstemming met artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1084/2006 van de Raad) besloten de vastleggingen uit het Cohesiefonds voor 2013 voor Hongarije gedeeltelijk te schorsen.]
(6) Overeenkomstig artikel 126, lid 7, VWEU en artikel 3 van
Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten (die deel uitmaakt van het stabiliteits- en groeipact) dient de Raad aanbevelingen te richten tot de betrokken lidstaat opdat deze binnen een bepaalde termijn een einde maakt aan de buitensporigtekortsituatie. In de aanbeveling moet een termijn van ten hoogste zes maanden worden bepaald waarbinnen de betrokken lidstaat doeltreffende actie moet ondernemen om het buitensporige tekort te corrigeren, alsook een termijn voor de correctie van het buitensporige tekort, dat, behoudens bijzondere omstandigheden, binnen het jaar nadat het is geconstateerd, verholpen moet zijn. Bij het bepalen of er van bijzondere omstandigheden sprake is, moet rekening worden gehouden met "relevante factoren" zoals deze in artikel 2, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1467/97 worden omschreven. Voorts dient de Raad in een aanbeveling om een buitensporig tekort te verhelpen, de betrokken lidstaat te verzoeken dat hij jaarlijkse begrotingsdoelstellingen realiseert die op grond van de prognoses die aan de aanbeveling ten grondslag liggen, stroken met een benchmark die overeenstemt met een minimale jaarlijkse verbetering van ten minste 0,5 % van het bbp in het structurele saldo, d.w.z. het conjunctuurgezuiverde begrotingssaldo ongerekend eenmalige en tijdelijke maatregelen.
(8) Na in 2010 een tekort van 4,2% van het bbp te hebben vertoond, zal de overheidsbegroting in 2011 naar verwachting een overschot te zien geven, maar dat is uitsluitend te danken aan aanzienlijke eenmalige ontvangsten ter grootte van bijna 10% van het bbp als gevolg van de overdracht van pensioenvermogen van particuliere pensioenregelingen. Zoals in het BTP-voortgangsverslag van december 2011 is aangegeven, wordt het begrotingsoverschot voor 2011 officieel op 3,9% van het bbp geraamd. In het licht van de recente informatie over beter dan verwachte budgettaire ontwikkelingen wat de kasstroom van zowel sommige ontvangstenposten als de subsector van de lokale overheid betreft, kan het overschot zelfs iets hoger uitkomen (namelijk op circa 4,1% van het bbp, afgaande op de geactualiseerde schatting van de diensten van de Commissie).
(9) Wat 2012 betreft, wordt in de aangenomen begroting gemikt op een tekort van 2,5% van het bbp, dat moet worden gerealiseerd met behulp van een aantal consolidatiepakketten die voor een groot deel in het Széll Kálmán Plan en in het geactualiseerde convergentieprogramma van 2011 zijn aangekondigd waarmee deels wordt beoogd het effect ter grootte van iets meer 2% van het bbp op te vangen van de omvangrijke belastingverlagingen waartoe in de tweede helft van 2010 is besloten en tegelijkertijd een buitengewone reserve van 1,1% van het bbp opzij te zetten (voorwaardelijke uitgavenverminderingen). Tot de verwezenlijking van de doelstelling wordt ook bijgedragen door eenmalige netto-opbrengsten van tijdelijke buitengewone belastingen ter grootte van 0,7% van het bbp. Afgaande op recente economische en budgettaire ontwikkelingen voorspellen de diensten van de Commissie in hun geactualiseerde prognoses thans een tekort van 3% van het bbp, waarmee het boven de officiële doelstelling van de autoriteiten zou uitkomen. Deze hogere tekortprognose in vergelijking met de aangenomen begroting is onder meer het gevolg van het feit dat de economische groei een half procentpunt lager is geraamd en dat de ontwikkeling van de ontvangsten en uitgaven voorzichtiger is ingeschat. Tegelijkertijd wordt aangenomen dat de buitengewone reserves niet zullen worden aangesproken (wat betekent dat de voorwaardelijke uitgavenverminderingen zullen worden doorgevoerd).
De geactualiseerde prognose van de diensten van de Commissie van 3% van het bbp ligt 0,2% van het bbp hoger dan de projectie ten tijde van de aanneming van de aanbeveling voor een besluit van de Raad op grond van artikel 126, lid 8. Dat is toe te schrijven aan het feit dat het beter dan verwachte basiseffect (van 2011) niet opweegt tegen het budgettaire effect van de verdere neerwaartse bijstelling van de economische vooruitzichten voor 2012 en de gevolgen van de hogere obligatierendementen. Conform de in het kader van het EU-begrotingstoezicht gangbare praktijk kunnen de op 21 februari 2012 door de autoriteiten bekendgemaakte nieuwe consolidatieplannen ten belope van 0,4% van het bbp niet in de prognoses van de diensten van de Commissie in aanmerking worden genomen omdat zij nog onvoldoende vaste vorm hebben aangenomen.
toename van de rente-uitgaven in 2013 0,1% van het bbp hoger uitvallen dan in 2012. Aangenomen wordt dat deze effecten slechts ten dele zullen worden geneutraliseerd door andere effecten, zoals het feit dat de financieringsbehoefte van de centrale bank in 2013 ź% van het bbp lager zal uitvallen dan eerder was verwacht. De stijging van het tekort tot 3,6% van het bbp in 2013 in vergelijking met 2012 is hoofdzakelijk terug te voeren op de geleidelijke afschaffing van sectorale heffingen, met een netto begrotingseffect van 0,7% van het bbp in 2013, de toename van de schuldendienstuitgaven met ˝% van het bbp en de versmalling van de grondslag van de personenbelasting, met een begrotingseffect van 0,3% van het bbp. Verwacht wordt dat deze tekortverhogende effecten van in totaal ongeveer 1˝% van het bbp slechts ten dele zullen worden gecompenseerd door de verdere tenuitvoerlegging van het structurele hervormingsprogramma (het Széll Kálmán Plan), dat in besparingen ten belope van 0,4% van het bbp moet resulteren, en door andere bezuinigingen ter grootte van 0,4% van het bbp, zoals de nominale bevriezing van de lonen in de overheidssector. Tot slot wordt verwacht dat de begroting enigszins van het voorspelde economische herstel zal profiteren.
(11) Volgens de laatste ramingen van de diensten van de Commissie zal het structurele saldo, na in 2010 met 1˝% en in 2011 met ˝% te zijn verslechterd, in 2012 met bijna 2% verbeteren, maar in 2013 er wederom met ˝% van het bbp op achteruitgaan. Indien de regering de nodige maatregelen zou nemen om haar begrotingsdoelstellingen in 2012 en 2013 te halen, zou de structurele verbetering in 2012 op ongeveer 2˝% van het bbp en in 2013 op circa ˝% van het bbp uitkomen.
(12) De bovenbeschreven begrotingsvooruitzichten zouden in 2013 meer dan ˝% van het bbp beter kunnen uitvallen indien de hervormingen waarin het Széll Kálmán Plan voorziet, voldoende worden gespecificeerd en worden doorgevoerd. De op 21 februari 2012 bekendgemaakte verdere uitgavenbezuinigingen moeten nader worden omschreven,
vooral wat de vermindering van de subsidiëring van
openbaarvervoerbedrijven en farmaceutische producten betreft, terwijl de geplande invoering van de elektronische wegentol extra ontvangsten zou moeten opleveren.
Afgezien van bovengenoemde maatregelen zou Hongarije zijn voordeel kunnen doen met een doelgerichtere universele kinderbijslag (eventueel in het licht van de onlangs ingevoerde genereuze belastingverminderingen voor gezinnen), de invoering van een gecentraliseerde, op waarde gebaseerde onroerendgoedbelasting en een versterking van de progressiviteit van het forfaitaire inkomstenbelastingstelsel om een duurzame correctie van het buitensporige tekort te realiseren; laatstgenoemd punt is aan de orde gekomen in de aanbeveling die de Raad in juli 2011 in de context van het Europees semester tot Hongarije heeft gericht.
(14) De in het verleden waargenomen begrotingsontwikkelingen duiden op tekortkomingen in de budgettaire governance en de transparantie van de begrotingsplanning en
-uitvoering. Na een effectieve verzwakking van het vorige kader voor het begrotingsbeheer, dat in de tweede helft van 2010 nog in zijn kinderschoenen stond, hebben de autoriteiten de essentiële elementen van een gewijzigde opzet vastgelegd in de nieuwe grondwet (die vanaf 1 januari 2012 in werking is getreden). Het opmerkelijkst is dat er een nominaal schuldplafond van 50% van het bbp is vastgesteld (dat via een voortdurende vermindering van de schuld ten opzichte van haar huidige hoge niveau moet worden gerealiseerd) en dat aan een herschikte begrotingsraad een vetorecht ten aanzien van de begroting is toegekend. Eind 2011 is in de vorm van een "afgeleide wet" vervolgwetgeving aangenomen, waarbij zowel op centraal als op lokaal niveau nieuwe operationele cijfermatige regels zijn vastgesteld en waarin tevens de werkingsvoorschriften van de begrotingsraad zijn neergelegd. De aangenomen nieuwe jaarlijkse cijfermatige regel is kennelijk nog steeds te sterk op de jaarlijkse begrotingscyclus gericht en lijkt budgettaire planning op middellange termijn niet in de hand te werken, hoewel de Raad de versterking ervan in zijn aanbeveling van juli 2011 in de context van het Europees semester had aangeraden. In dezelfde landenspecifieke aanbeveling had de Raad Hongarije ook gevraagd de analyseopdracht van de begrotingsraad te verruimen (bv. via de opstelling van periodieke macrofinanciële basisprognoses), wat, ook na de aanneming van de wet betreffende de economische stabiliteit in december 2011, nog niet is gebeurd.
(15) De periodieke en tijdige monitoring van de vorderingen die zijn gemaakt bij de tenuitvoerlegging van de budgettaire consolidatiestrategie om het buitensporige tekort te corrigeren, wordt ondersteund door artikel 10 bis van Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad, waarin is bepaald dat de betrokken lidstaat alle nodige informatie moet verstrekken. Daartoe dienen het afzonderlijke hoofdstuk dat in 2012 en latere jaren in de actualisering van het convergentieprogramma van Hongarije moet worden opgenomen, alsook de tweejaarlijkse voortgangsverslagen die conform de toezegging van de Hongaarse autoriteiten tot aan het einde van de buitensporigtekortprocedure worden ingediend.
(16) Maatregelen ter consolidering van de begroting moeten een duurzame verbetering van het overheidssaldo teweegbrengen en er tegelijkertijd op gericht zijn de kwaliteit van de openbare financiën te verbeteren en het groeipotentieel van de economie te versterken,
basis van het macro-economische kader van na de tussentijdse prognoses van februari 2012 van de diensten van de Commissie wordt verwacht, hetgeen een extra begrotingsinspanning van ten minste ˝% van het bbp zou vereisen bovenop de reeds voorziene inspanning van 1,9% van het bbp; dit dient met name te worden gerealiseerd door de in het Széll Kálmán Plan en het geactualiseerde
convergentieprogramma van 2011 opgenomen
tekortverlagende maatregelen nader te specificeren en onverkort uit te voeren, alsook door de nodige verdere consolidatiemaatregelen van structurele aard te nemen. Eventuele meevallers aan te wenden voor een verbetering van het nominale saldo, zoals onder meer mogelijke eenmalige ontvangsten als gevolg van de overstap van begunstigden van de particuliere naar de openbare pensioenpijler;
(b) de nodige aanvullende maatregelen van structurele aard te nemen die vereist zijn om te garanderen dat het tekort in 2013, waarvan op basis van het macro- economische kader van na de tussentijdse prognoses van februari 2012 van de diensten van de Commissie wordt verwacht dat het de in het Verdrag vastgelegde drempel van 3% van het bbp met 0,6% van het bbp zal overschrijden, ver onder deze drempel blijft, zelfs nadat de eenmalige ontvangsten van bijna 1% van het bbp zoals verwacht en aanbevolen volledig zijn afgebouwd. Deze maatregelen kunnen onder meer bestaan in een verdere specificatie en implementatie van de in het Széll Kálmán Plan opgenomen geplande structurele hervormingen;
(c) in de volgende begrotingswetten in voldoende reserves te voorzien (bovenop de bij de wet op de overheidsfinanciën voorgeschreven algemene reserve) om zelfs in geval van onvoorziene gebeurtenissen de begrotingsdoelstellingen te verwezenlijken.
(3) De bovengenoemde begrotingsaanpassing moet ertoe bijdragen dat de brutoschuldquote van de overheid op een neerwaarts traject wordt gebracht. In overeenstemming met artikel 2, lid 1 bis, van Verordening (EG) nr. 1467/97 dient met name gedurende een periode van drie jaar vanaf de correctie van het buitensporige tekort voldoende vooruitgang bij de inachtneming van de benchmark voor de schuldreductie te worden geboekt.
De Hongaarse autoriteiten dienen over de bij de uitvoering van deze aanbevelingen gemaakte vorderingen verslag uit te brengen in een afzonderlijk hoofdstuk in de actualisering van het convergentieprogramma van 2012 en latere jaren, alsook in de tweejaarlijkse voortgangsverslagen die conform de toezegging van Hongarije tot aan het einde van de buitensporigtekortprocedure worden ingediend.
Daarnaast benadrukt de Raad het belang van de verwezenlijking van de
middellangetermijndoelstelling (MTD) voor het garanderen van de houdbaarheid van de overheidsfinanciën of het boeken van snelle vooruitgang in deze richting. Hij verzoekt de Hongaarse autoriteiten dan ook de vereiste structurele inspanning te leveren teneinde hun begrotingsdoelstelling van een tekort van 2,2% van het bbp voor 2013 op zodanige wijze te realiseren dat wordt gewaarborgd dat de MTD momenteel een structureel saldo van -1,5% van het bbp samen met de duurzame correctie van het buitensporige tekort doorlopend wordt verwezenlijkt.
Deze aanbeveling is gericht tot Hongarije.
Gedaan te Brussel, op -
Voor de Raad -
De voorzitter
| publicatiedatum | 07-03-2012 |
|---|---|
| kenmerk | 7297/12 |
