Nieuws-items bij homepage Montesquieu
-
07-06Recht op eerlijk proces in Grondwet
-
06-06'Het dondert niet wat er in [het sociaal akkoord] staat'.
-
03-06Bodes maken overuren tijdens Studentenparlement
-
31-05'Policy without politics versus politics without policy'
-
30-05Proposed cuts to the budgets of Dutch research institutes threaten the integrity of European parliamentary history
-
22-05Boekpresentatie 'De wonderjaren van Van Hogendorp'
-
17-05Burgerschapsrapport voldoet nog niet in alle opzichten
-
16-05Ferry Mingelen: van excellentie naar hé die Mark Rutte
-
08-05Burgerschapsrapport 2013: concrete manieren voor versterking rechten EU-burgers
-
03-05"Eigenlijk wachten we op een schandaal"
-
02-05De banaliteit van het kwaad
-
26-04Europa is de bliksemafleider van de nationale problematiek
-
26-04Voorzitters EU-parlementen gaan nauwer samenwerken bij begrotingszaken
-
25-04Kroaat Mimica 28e Europees Commissaris
-
24-04Nederland en de BRICS: een relatie die nog moet beginnen
-
24-04150 jaar parlementaire geschiedenis met nieuwe 'helden'
-
19-04Achtergrond: moties van vertrouwen kent ons staatsbestel niet
-
18-04Minister houdt vast aan afhandeling Grondwetsherziening Caribisch Nederland
-
17-04“Internet verdient een tweede kans”
-
17-04Mini-Symposium at the CES 2013 Conference: ‘Analyzing the Evolution of Policy Agendas in Europe and North America
DEN HAAG (PDC) - ‘Er ligt voor het Montesquieu Instituut nog veel werk in het verschiet’. Dat is de belangrijkste conclusie die getrokken kan worden naar aanleiding van het symposium dat op 8 mei gehouden werd ter eren van het vijfjarig bestaan van het Instituut. Tijdens deze bijeenkomst werd gekeken naar de kracht en kwetsbaarheid van Europa als beschavingsideaal. Een thema dat goed past bij het lustrum van een instituut waarbinnen de nadruk wordt gelegd op de parlementaire geschiedenis, de politieke cultuur en de constitutionele verhoudingen van lidstaten en de Europese Unie. De keynote-speech werd uitgesproken door hoogleraar Europese studies Paul Scheffer.
Het uitgangspunt dat Europa als beschavingsideaal kan gelden, is niet zonder meer houdbaar, betoogde Paul Scheffer. Hij beschreef de steeds groter wordende rol van Europa in lidstaten en de problemen die daarbij een rol spelen. Want ‘ondanks de goede bedoelingen van Europese integratie kan niet ontkend worden dat er negatieve gevolgen optreden’. Een verklaring daarvoor zou kunnen zijn dat men zich te lang heeft blindgestaard op de gedachte achter de oprichting van de Europese Unie: nooit meer oorlog. Dit doel leek alle middelen te heiligen. Maar nu de vrees voor een nieuwe oorlog niet langer de boventoon voert, wordt het integratieproces anders bekeken.
‘Niet alleen over het doel, maar ook over de middelen moet overeenstemming bereikt worden’, zo vervolgde Scheffer zijn verhaal. Hier schuilt echter een groot probleem: meer dan ooit staat Europa in het centrum van de binnenlandse politiek en leidt de eenwording, mede door de economische crisis, tot spanningen. Dat is volgens Scheffer de oorzaak van de roep van de lidstaten om meer zeggenschap. Dat zagen we enkele jaren geleden al bij de afwijzing van de Europese Grondwet. Nu wijzen de uitslagen van nationale parlementsverkiezingen in dezelfde richting. Scheffer noemde dit ontnuchtering: er wordt met gemengde gevoelens gekeken naar Europese integratie.
Daarnaast is het Europese beschavingsideaal volgens Scheffer ook onder druk komen te staan door een gebrek aan democratisch debat. Regeringen zijn niet helder geweest over de kosten van Europese integratie. Vragen over de voordelen van eenwording kunnen niet goed meer worden beantwoord. Maar wellicht nog veel belangrijker dan dat is het ontbreken van een evenwichtige discussie tussen voor- en tegenstanders. Critici zijn in het verleden te vaak genegeerd terwijl juist in een democratie ruimte moet zijn voor kritiek.
In een reactie sloot staatsrechtgeleerde Luc Verhey zich daarbij aan: ‘er zijn geen of te weinig debatten gevoerd. Dit dient alsnog te gebeuren’. Ook benadrukte hij dat voldoende draagvlak voor besluitvorming van groot belang is. Volgens hem moet het Europees Parlement dat bereiken door zich actiever op te stellen en zich meer bij de burgers te profileren.
'De belangrijkste rol is echter weggelegd voor lidstaten', zo ging Verhey voort.' Zij zijn via de intergouvernementele weg de primaire spelers binnen de Europese Unie. Zij moeten de juiste balans vinden tussen het opkomen voor nationale belangen in Europa en het opkomen voor Europese belangen in lidstaten.' Het ontbreken van dit evenwicht is volgens Verhey een onderwerp van aanhoudende zorg. Pas wanneer er binnen lidstaten voldoende draagvlak bestaat, zullen zij in staat zijn binnen het kader van Europese integratie effectief samen te werken.
Na enkele weloverwogen vragen uit de zaal die vooral door Paul Scheffer werden gepareerd, constateerde onderzoeksdirecteur Arco Timmermans dat Europa nog steeds de moeite waard is om te bestuderen. Hij sloot daarbij aan op de openingswoorden van bestuursvoorzitter Ed d’Hondt, die een overzicht gaf van de Europese activiteiten van het instituut en zijn partners.
Meer over...
