3169e zitting van de Raad Concurrentievermogen (Interne Markt, Industrie, Onderzoek en Ruimtevaart) 31 mei 2012 - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Tekst

 

RAAD VANNL

DE EUROPESE UNIE

10380/12

(OR. en)

PRESSE 217 PR CO 31

PERSMEDEDELING

3169e zitting van de Raad

Concurrentievermogen (Interne Markt, Industrie, Onderzoek en Ruimtevaart)

Brussel, 30-31 mei 2012

Voorzitter De heer Ole SOHN, minister van Bedrijfsleven en Groei De heer Morten ØSTERGAARD

Minister van Onderzoek, Innovatie en Hoger Onderwijs van Denemarken

30.-31.V.2012

Voornaamste resultaten van de Raadszitting

De Raad heeft overeenstemming bereikt over de voornaamste elementen van het programma voor concurrentievermogen en kmo's (kleine en middelgrote ondernemingen) voor de periode

2014-2020.

Op de prioritaire gebieden van de Single Market Act, die bedoeld is om het vertrouwen in de interne markt te vergroten en groei en het scheppen van banen te stimuleren, heeft de Raad

  • overeenstemming bereikt over een algemene oriëntatie voor het opzetten van mechanismen voor alternatieve geschillenbeslechting en een platform voor onlinegeschillenbeslechting

om het vertrouwen van de consumenten in zowel binnenlandse als grensoverschrijdende transacties te versterken;

  • in politieke sturing voorzien met betrekking tot de modernisering van het beleid inzake

overheidsopdrachten en de herziening van de erkenning van beroepskwalificaties;

  • een voorbereidend debat gehouden om tot een consensus te komen over de plaats van de zetel van een eengemaakt octrooigerecht, zodat de Europese Raad in zijn bijeenkomst op 28 en 29 juni 2012 met succes een besluit ter zake kan nemen; en
  • conclusies aangenomen over de governance van de eengemaakte markt en de digitale eengemaakte markt.

De Raad heeft overeenstemming bereikt over de voornaamste elementen van het kaderprogramma voor financiering van onderzoek en innovatie voor de jaren 2014-2020, bekend als Horizon 2020.

30.-31.V.2012

INHOUD1

DEELNEMERS.................................................................................................................................. 5

BESPROKEN PUNTEN

INTERNE MARKT EN INDUSTRIE................................................................................................. 8

Programma voor concurrentievermogen en kmo's (2014-2020).......................................................... 8

Herziening van de Richtlijn beroepskwalificaties ............................................................................. 10

Systeem voor alternatieve geschillenbeslechting voor consumenten ................................................ 12

Hervorming van het beleid inzake overheidsopdrachten ................................................................... 13

Governance van de eengemaakte markt - de digitale eengemaakte markt - Conclusies van de Raad ................................................................................................................................................... 15

Gemeenschappelijk octrooigerecht .................................................................................................... 16

ONDERZOEK ................................................................................................................................... 17

Kaderprogramma voor onderzoek en innovatie "Horizon 2020" ...................................................... 17

Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT).................................................................... 19

Europese innovatiepartnerschappen - Conclusies van de Raad ......................................................... 20

DIVERSEN........................................................................................................................................ 21

De Single Market Act: een aanjager van groei en werkgelegenheid ................................................. 21-

30.-31.V.2012

ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN

TELECOMMU ICATIE

  • Roaming - mobielecommunicatienetwerken ......................................................................................................... 24

ECO OMISCHE E FI A CIËLE ZAKE

  • Prospectussen over effecten................................................................................................................................... 24

HA DELSPOLITIEK

  • Invoer van ijzer- en staalproducten uit Rusland .................................................................................................... 24
  • Antidumpingmaatregelen ...................................................................................................................................... 25

LEVE SMIDDELE RECHT

  • Maximaal tolerantieniveau van bepaalde contaminanten in levensmiddelen ........................................................ 25-

30.-31.V.2012

DEELNEMERS

België:

de heer Kris PEETERS

minister-president van de Vlaamse regering en Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid

de heer Olivier BELLE plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Bulgarije: de heer Sergej IGNATOV

minister van Onderwijs, Jeugd en Wetenschappen

mevrouw Maria KOLEVA plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger ad interim

Tsjechië:

de heer Martin KUBA

minister van Industrie en Handel

de heer Petr FIALA minister van Onderwijs

Denemarken:

de heer Ole SOHN

minister van Bedrijfsleven en Groei

de heer Morten ØSTERGAARD minister van Onderzoek, Innovatie en Hoger Onderwijs

de heer Michael DITHMER permanent staatssecretaris, ministerie van Economische Zaken en Bedrijfsleven

de heer Uffe TOUDAL PEDERSEN staatssecretaris, ministerie van Wetenschappen, Technologie en Innovatie

Duitsland:

mevrouw Annette SCHAVAN

minister van Onderwijs en Onderzoek

de heer Stefan KAPFERER staatssecretaris, ministerie van Economische Zaken en Technologie

de heer Max STADLER parlementair staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Justitie

Estland:

de heer Gert ANTSU

plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Ierland: de heer Richard BRUTON

minister van Werkgelegenheid, Ondernemingen en Innovatie

de heer Thomas HANNEY plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Griekenland: de heer Konstantinos KOKKINOPLITIS de heer Andreas PAPASTAVROU

plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Spanje: de heer José Manuel SORIA LÓPEZ

minister van Industrie, Energie en Toerisme

30.-31.V.2012

Luxemburg: de heer Etienne SCHNEIDER

minister van Economie en Buitenlandse Handel

de heer François BILTGEN minister van Justitie, minister van Ambtenarenzaken en Administratieve Hervorming, minister van Hoger Onderwijs en Onderzoek, minister van Communicatie en Media, minister van Eredienst

Hongarije: de heer Zoltán CSÉFALVAY

staatssecretaris, ministerie van Nationale Economie

Malta: de heer Patrick MIFSUD

plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Nederland: de heer Maxime VERHAGEN

viceminister-president, minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie

de heer Derk OLDENBURG plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Oostenrijk: de heer Karlheinz TÖCHTERLE

minister van Wetenschap en Onderzoek

de heer Harald GÜNTHER plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Polen:

mevrouw Barbara KUDRYCKA

minister van Wetenschap en Hoger Onderwijs

de heer Andrzej DYCHA onderstaatssecretaris, ministerie van Economische Zaken

Portugal: de heer Carlos OLIVEIRA

staatssecretaris van Ondernemerschap, Concurrentievermogen en Innovatie

de heer Pedro COSTA PEREIRA plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

Roemenië: de heer Nicolae ROTILEANU

staatssecretaris, ministerie van Economische Zaken, Handel en het Bedrijfsleven

de heer Tudor PRISECARU staatssecretaris, Nationale Autoriteit voor wetenschappelijk onderzoek

Slovenië:

de heer Ziga TURK

minister van Onderwijs, Wetenschap en Sport

de heer Uros ROZIC staatssecretaris, ministerie van Economische Ontwikkeling

en Technologie

Slowakije: de heer Stefan CHUBODA

staatssecretaris, ministerie van Onderwijs, Wetenschap, Onderzoek en Sport

de heer Alexander MICOVCIN plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger

30.-31.V.2012

Commissie: de heer Antonio TAJANI

vicevoorzitter

de heer Joaquin ALMUNIA vicevoorzitter

mevrouw Máire GEOGHEGAN-QUINN lid

de heer Michel BARNIER lid

mevrouw Androulla VASSILIOU lid

de heer John DALLI lid

De regering van de toetredende staat was als volgt vertegenwoordigd:

KROATIË

mevrouw Tamara OBRADOVI MAZAL

viceminister van Economische Zaken

mevrouw Marija LUGARI viceminister van Wetenschap, Onderwijs en Sport

30.-31.V.2012

BESPROKEN PUNTEN

INTERNE MARKT EN INDUSTRIE

Programma voor concurrentievermogen en kmo's (2014-2020)

De Raad heeft overeenstemming bereikt over de voornaamste elementen van het programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen (het "COSME-programma") voor de jaren 2014 - 2020 (10586/12) .

Deze overeenstemming effent de weg om onderhandelingen over het programma aan te knopen met het Europees Parlement, zodat het tijdig kan worden aangenomen.

Alle delegaties wezen erop dat het programma een belangrijke bijdrage zal leveren aan het verzachten van het klimaat van kredietschaarste voor Europese bedrijven dat het gevolg is van de economische crisis. Het vergemakkelijken van de toegang tot financiering moet vergezeld gaan van een doeltreffend regelgevingskader.

Zij waren het eens over de beginselen dat de vereenvoudigde procedures moeten worden voltooid en dat onnodige administratieve lasten moeten worden vermeden bij de uitvoering van de bepalingen van het programma.

Enkele delegaties wezen ook met nadruk op de rol van de toeristische sector in het programma.

Sommige delegaties vonden dat het "Enterprise Europe Network" moet worden versterkt als middel om het concurrentievermogen van kmo's op de interne markt en buiten de EU te bevorderen.

De samenhang tussen COSME en andere programma's en instrumenten van de EU kwam ook ter sprake.

30.-31.V.2012

Met het COSME-programma wordt beoogd markttekortkomingen aan te pakken die het concurrentievermogen van de economie van de Unie op wereldschaal aantasten en die het voor ondernemingen, in het bijzonder kmo's, moeilijker maken om met ondernemingen in andere delen van de wereld te concurreren.

Het toekomstige meerjarenprogramma zal grotendeels toegespitst zijn op maatregelen om meer dynamische en internationaal concurrerende kmo's te ondersteunen. Het gaat onder meer om de volgende maatregelen:

  • maatregelen ter verbetering van het concurrentievermogen en de duurzaamheid van ondernemingen in de EU;
  • innovatieve financiële instrumenten voor groei die de toegang van kmo's tot financiering moeten bevorderen;
  • maatregelen om ondernemingen uit de EU te steunen bij het zekerstellen van een betere toegang tot de markten; en
  • activiteiten ter bevordering van ondernemerschap.

Het voorgestelde budget voor de uitvoering van het programma gedurende de periode van 7 jaar beloopt 2,5 miljard euro. Over het definitieve budget voor COSME zal worden beslist in de context van de algemene begroting van de EU voor de volgende cyclus van de financiële vooruitzichten.

COSME1 wordt de opvolger van het niet op innovatie betrekking hebbende onderdeel van het

huidige kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (CIP2), dat tot eind 2013 loopt.

Alle steun aan kmo's voor onderzoek en innovatie (inclusief het onderdeel innovatie van het CIP)

zal worden opgenomen in het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie "Horizon 2020".

30.-31.V.2012

Herziening van de Richtlijn beroepskwalificaties

De Raad heeft een debat gehouden over een ontwerprichtlijn waarmee wordt beoogd het systeem van erkenning van beroepskwalificaties te verbeteren teneinde de mobiliteit van geschoolde arbeiders in de gehele EU te bevorderen. Het resultaat van het debat biedt politieke sturing voor de toekomstige besprekingen.

De Commissie heeft op 19 december 2011 een voorstel voor een richtlijn tot wijziging van de richtlijn betreffende de erkenning van beroepskwalificaties ingediend (18899/11) . Daarin worden onder andere voorgesteld: de invoering van een Europese beroepskaart, een aantal wijzigingen in de richtlijn (zoals de opneming van het beginsel inzake gedeeltelijke toegang tot bepaalde beroepen, de toelichting bij een aantal opleidingseisen, enz.), alsook maatregelen met het oog op een doeltreffender benutting van bestaande instrumenten, zoals het informatiesysteem voor de interne markt (IMI)

1.

Tijdens het debat hebben de ministers hun standpunt geuit over twee belangrijke aspecten van de

hervorming: de invoering en het gebruik in de praktijk van de Europese beroepskaart en de voorgestelde transparantie-exercitie die vervolgens zou leiden tot wederzijdse evaluatie en, mogelijkerwijs, een vereenvoudiging van de nationale rechtskaders voor de gereglementeerde beroepen (9960/12) .

Vele delegaties wezen op de mogelijke voordelen voor de mobiliteit van geschoolde arbeiders die voortvloeien uit de invoering van een beroepskaart, op voorwaarde dat de kaart kosteneffectief is en een "meerwaarde voor de EU" heeft.

De delegaties onderkenden over het algemeen dat er moet worden uitgekeken naar manieren om het aantal gereglementeerde beroepen in de lidstaten te verminderen, teneinde de toegang tot die beroepen te vergemakkelijken door ongerechtvaardigde regelgevingsbarrières te slechten.

De Europese beroepskaart zou een door het land van vertrek van de beroepsbeoefenaar afgegeven elektronisch certificaat zijn dat de automatische erkenning in het gastland (het land waar de beroepsbeoefenaar zich wil vestigen) zou vergemakkelijken. De beroepskaarten zouden moeten worden aangevraagd via de bevoegde nationale autoriteiten die gebruik maken van het IMI- systeem.

30.-31.V.2012

De invoering van beroepskaarten zou in overweging worden genomen voor een bepaald beroep als:

  • er duidelijk belangstelling bestaat van de kant van de beroepsbeoefenaars, de nationale autoriteiten en het bedrijfsleven;
  • de mobiliteit van de betrokken beroepsbeoefenaars potentieel significant is; en
  • het beroep in een significant aantal lidstaten gereglementeerd is.

Momenteel bestaan er ongeveer 800 categorieën van gereglementeerde beroepen in de 27 lidstaten van de EU. Een gereglementeerd beroep houdt in dat iemand alleen tot dat beroep mag toetreden en de met dat beroep verband houdende werkzaamheden mag verrichten indien hij beschikt over een specifieke kwalificatie, zoals een universitaire graad.

In het nieuwe voorstel, dat een actualisering van de in 2005 aangenomen richtlijn betreffende de erkenning van beroepskwalificaties

1 behelst, is de goedkeuring van het Europees Parlement vereist.

30.-31.V.2012

Systeem voor alternatieve geschillenbeslechting voor consumenten

De Raad heeft een algemene oriëntatie1 vastgesteld met betrekking tot een ontwerprichtlijn

betreffende alternatieve geschillenbeslechting (ADR) en een ontwerpverordening betreffende onlinegeschillenbeslechting (ODR) ( 10622/12 ) .

Het initiatief garandeert dat er ADR-regelingen zullen worden vastgesteld waar er momenteel geen zijn. Die zouden de huidige leemten inzake dekking vullen en ervoor zorgen dat de consumenten hun geschillen voor een ADR kunnen brengen. Voorts zal bij dit initiatief een gemeenschappelijk kader voor ADR in de lidstaten worden vastgesteld door het bepalen van gemeenschappelijke beginselen inzake minimale kwaliteit, teneinde te garanderen dat alle ADR-entiteiten onpartijdig, transparant en efficiënt zijn.

Bestaande nationale ADR-regelingen moeten binnen het nieuwe kader kunnen blijven werken. De ADR-regeling zal worden aangevuld met een ODR-mechanisme waarbij een Europees platform voor onlinegeschillenbeslechting zal worden opgezet (dat zal een interactieve website zijn die gratis elektronisch toegankelijk zal zijn in alle talen van de Unie).

ADR-regelingen, ook bekend als "buitengerechtelijke mechanismen", bestaan reeds in vele landen om consumenten te helpen die in een geschil verwikkeld zijn dat zij niet rechtstreeks met de ondernemer hebben kunnen oplossen. Deze mechanismen zijn in de EU op verschillende wijze ontwikkeld, hetzij als openbaar hetzij als particulier mechanisme, en de besluiten van de betreffende instanties hebben een sterk verschillende status.

In haar huidige ontwerpversie zou de richtlijn gelden voor door consumenten tegen ondernemers voorgelegde geschillen op nagenoeg alle gebieden van commerciële activiteit in de gehele EU.

Beide voorstellen hebben tot doel eenvoudige, snelle en betaalbare procedures in te voeren om geschillen tussen consumenten en ondernemers die voortvloeien uit de verkoop van goederen en diensten, buitengerechtelijk te beslechten.

30.-31.V.2012

Hervorming van het beleid inzake overheidsopdrachten

De Raad heeft een oriënterend debat gehouden over de modernisering van het beleid inzake overheidsopdrachten in de EU. Het resultaat van het debat biedt politieke sturing voor de toekomstige besprekingen.

De Raad heeft eveneens nota genomen van een verslag van het voorzitterschap over de vooruitgang die is geboekt met de hervorming van het rechtskader voor overheidsopdrachten. Het verslag schetst een aantal mogelijke oplossingen om de weg te effenen voor een politiek akkoord in de komende maanden (9696/12) .

Het debat was toegespitst op twee belangrijke thema's:

  • het gebruik van elektronische systemen bij overheidsopdrachten (e-aanbesteding), en
  • het beheer van en het toezicht op de aanbestedingsprocedures.

Vele delegaties wezen erop dat aanzienlijke besparingen zouden worden gerealiseerd als meer gebruik werd gemaakt van digitalisering en elektronische aanbestedingsprocedures. Er werd evenwel ook opgemerkt dat er grote uitdagingen op technisch gebied zouden moeten worden aangegaan in verband met de aanpassing van openbare aankooporganen, en dat een zekere mate van interoperabiliteit zou moeten worden gegarandeerd, voordat het gebruik van deze technologie de norm wordt.

Met betrekking tot governance was een ruime meerderheid van de delegaties voorstander van de in het compromis van het voorzitterschap beschreven "lichte" aanpak, waarbij de lidstaten de mogelijkheid hebben om hun administratieve structuren te organiseren zonder dat er nieuwe structuren moeten worden opgezet.

Dit was het tweede ministeriële debat sinds de indiening door de Commissie, op 20 december 2011, van wetgevingsvoorstellen voor een grondige hervorming van de voorschriften inzake overheidsopdrachten in de gehele EU.

30.-31.V.2012

De drie voorstellen voor de modernisering van de voorschriften inzake overheidsopdrachten zijn:

(18964/11) ; en

  • een ontwerprichtlijn betreffende de gunning van concessieopdrachten (18960/11) .

De Europese Raad heeft erom verzocht de hervorming voor eind 2012 samen met het Europees Parlement goed te keuren.

De hervorming zal invloed hebben op een breed scala van gebieden met betrekking tot de aanbesteding van goederen en diensten, inclusief de vereenvoudiging en versoepeling van de aanbestedingsprocedures; het strategisch gebruik van overheidsopdrachten bij nieuwe uitdagingen; een betere toegang tot de markt voor kmo's, een betere governance en deugdelijke procedures.

30.-31.V.2012

Governance van de eengemaakte markt - de digitale eengemaakte markt - Conclusies van de Raad

De Raad heeft conclusies aangenomen over de governance van de eengemaakte markt en de digitale

eengemaakte markt (9958/1/12 ).

In de conclusies wordt benadrukt dat door de governance van de eengemaakte markt krachtdadiger te maken, de implementatie en de naleving te verbeteren, de digitale eengemaakte markt

(9981/1/10) te voltooien en de maatregelen van het wetgevingspakket eengemaakte markt met grote

spoed vast te stellen, een nieuwe fase van de interne markt binnen bereik zou kunnen worden gebracht en economische groei en banen zouden kunnen worden gecreëerd, zoals is gevraagd door de Europese Raad op 1 en 2 maart 2012 (EUCO 4/12) .

In de conclusies is rekening gehouden met de evaluatie die de Commissie heeft gemaakt van de governance-check-up 2011 van de eengemaakte markt (7104/12) .

30.-31.V.2012

Gemeenschappelijk octrooigerecht

De ministers hebben zich gebogen over de laatste onopgeloste kwestie in de ontwerpovereenkomst voor de oprichting van een eengemaakt octrooigerecht, teneinde het "octrooipakket" onverwijld af

te ronden.

Uit het debat bleek dat er nog verder moet worden gewerkt aan een consensus over de plaats van de zetel van de centrale afdeling van het Gerecht van eerste aanleg voor het toekomstig gemeenschappelijk octrooigerecht.

Het debat volgde op de verklaring van de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten van de EU die deelnemen aan de nauwere samenwerking op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming, waarin zij beloven dat er uiterlijk in juni 2012 een definitief akkoord zal worden bereikt over het laatste onopgeloste vraagstuk in het octrooipakket (5/12) .

In december 2011 hebben de Raad en het Parlement een voorlopig akkoord bereikt over de twee ontwerpverordeningen betreffende het aangaan van nauwere samenwerking op het gebied van eenheidsoctrooibescherming.

Wat betreft de derde pijler van het octrooistelsel, zijnde de oprichting van een gemeenschappelijk octrooigerecht dat beslissingen neemt over octrooigeschillen, is er nog geen definitief akkoord over de zetel van het gerecht.

30.-31.V.2012

ONDERZOEK

Kaderprogramma voor onderzoek en innovatie "Horizon 2020"

Na een openbaar debat heeft de Raad een partiële algemene oriëntatie1 bereikt over "Horizon 2020",

het voorgestelde kaderprogramma voor financiering van onderzoek en innovatie voor de jaren

2014-2020 (10663/12) .

Het ministeriële akkoord over de voornaamste lijnen van het programma effent de weg voor de toekomstige besprekingen, zodat een tijdige goedkeuring door de Raad en het Europees Parlement kan worden gegarandeerd. "Horizon 2020" is de opvolger van het zevende kaderprogramma van de EU voor onderzoek (KP7), dat tot eind 2013 loopt.

De Raad heeft ook nota genomen van een verslag van het voorzitterschap (10219/12) over de voortgang die is gemaakt met de overige drie onderdelen van het pakket: het specifieke programma ter uitvoering van Horizon 2020, de regels voor deelname aan onderzoeksprojecten en het Euratom- programma inzake nucleaire onderzoeksactiviteiten.

Tijdens het debat zijn de delegaties dieper ingegaan op essentiële onderdelen van het algemene kader voor Horizon 2020, waaronder: de vereenvoudiging van procedures die van toepassing zullen zijn op de financiering van projecten, de mogelijkheid van een ruimere deelname door de loopbaan van onderzoekers in de gehele Unie aantrekkelijker te maken, de inachtneming van ethische beginselen en relevante wetgeving; de deelname van meer kmo's aan onderzoeksprojecten die de volledige keten van het idee tot de markt bestrijken; de publiek-private partnerschappen en de samenhang met andere beleids- en financiële instrumenten op EU- en nationaal niveau.

De overeenkomst binnen de Raad houdt rekening met de resultaten van de vorige ministeriële debatten over Horizon 2020, die plaatshadden op 6 december 2011 en op 2

2 en 213 februari 2012.

30.-31.V.2012

Het nieuwe kader voor onderzoek zal de versnippering op dit gebied naar verwachting doen verdwijnen en voor meer samenhang zorgen. Horizon 2020 zal voortbouwen op het concept van het huidige KP7, het Programma voor concurrentievermogen en innovatie (CIP) en het Europees Instituut voor Innovatie en Technologie (EIT). Het zal nauw verbonden zijn met belangrijke sectorale beleidsprioriteiten zoals gezondheid, voedselveiligheid, energie en klimaatverandering enz. en zal sterke banden hebben met cohesiebeleid en plattelandsontwikkeling.

In vergelijking met KP7 bevat Horizon 2020 een aantal nieuwe elementen die er een goed instrument van maken om de groei te bevorderen en de maatschappelijke uitdagingen aan te

pakken:

  • een drastische vereenvoudiging dankzij een eenvoudiger programma-architectuur, uniforme regels en minder administratie;
  • een inclusieve aanpak die openstaat voor nieuwe deelnemers en die ervoor zorgt dat uitmuntende onderzoekers en innovatoren uit Europa en daarbuiten kunnen deelnemen;
  • integratie van onderzoek en innovatie dankzij een naadloze en coherente financiering van idee tot markt;
  • meer steun voor innovatie en activiteiten die dicht bij de markt staan, met een sterke focus op het creëren van kansen voor ondernemingen.

De Commissie heeft de diverse onderdelen van het komende programma op 30 november 2011

gepresenteerd: http://ec.europa.eu/research/horizon2020/index_en.cfm.

Er wordt voorgesteld 80 miljard euro uit te trekken voor de periode 2014-2020, waardoor Horizon 2020 het grootste onderzoeksprogramma ter wereld wordt.

30.-31.V.2012

Europees Instituut voor innovatie en technologie (EIT)

De Raad heeft nota genomen van een voortgangsverslag van het voorzitterschap

(10221/12 - http://register.consilium.europa.eu/pdf/nl/12/st09/st09951.nl12.pdf) over een ontwerpverordening tot wijziging van de regels van het Europees Instituut voor innovatie en

technologie (EIT) (18090/11) en een ontwerpbesluit tot vaststelling van het strategische innovatieplan van het EIT voor de komende jaren.

Hij heeft de voorbereidende instanties van de Raad opgedragen de werkzaamheden voort te zetten.

Het EIT, dat in maart 2008 is opgericht, zal de innovatiecapaciteit van de EU en haar lidstaten blijven uitbouwen en blijven bijdragen aan de algemene doelstellingen van Horizon 2020, vooral door middel van de integratie van de "kennisdriehoek" die wordt gevormd door hoger onderwijs, onderzoek en innovatie. Deze integratie verloopt allereerst via de kennis- en innovatie- gemeenschappen (KIG's), waarin organisaties voor lange tijd bijeen zitten om grote maatschappelijke uitdagingen aan te gaan.

Het EIT krijgt uit hoofde van Horizon 2020 een financiële bijdrage van 3,1 miljard euro voor de periode 2014-2020.

In een afzonderlijk besluit zullen de Raad en het Europees Parlement de prioriteitsgebieden van de strategische agenda van het EIT voor de periode van zeven jaar bepalen (18091/11) .

Website van het EIT: http://eit.europa.eu/

De gedachtewisseling tijdens de informele ministeriële lunch, die werd bijgewoond door Commissielid Geoghegan-Quinn en Commissielid Vassiliou, bood gelegenheid om de verwezenlijkingen van het EIT te evalueren teneinde er lessen uit te trekken voor de toekomst.

30.-31.V.2012

Europese innovatiepartnerschappen - Conclusies van de Raad

De Raad heeft conclusies over Europese innovatiepartnerschappen aangenomen (9942/12) .

De conclusies hebben betrekking op het lopende proef-EIP inzake actief en gezond ouder worden, alsook op nieuwe EIP's op het gebied van productiviteit in de landbouw en grondstoffen, die in februari jongstleden door de Commissie zijn voorgesteld.

De Europese innovatiepartnerschappen (EIP's) zijn een nieuw concept dat is voorgesteld in het vlaggenschipinitiatief "Innovatie-Unie" (14035/10) om innovaties die een oplossing kunnen bieden voor belangrijke maatschappelijke uitdagingen sneller ingang te doen vinden. Zij moeten een kader bieden dat de belanghebbenden over verschillende beleidsgebieden, sectoren en grenzen heen bijeenbrengt om maatregelen aan de aanbod- en aan de vraagzijde te integreren of te lanceren in de hele onderzoeks- en innovatiecyclus.

Het proef-EIP inzake actief en gezond ouder worden moet het concept uittesten en nagaan hoe dit het best gestalte kan worden gegeven.

30.-31.V.2012

DIVERSEN

De Single Market Act: een aanjager van groei en werkgelegenheid

Tijdens de informele werklunch hebben de ministers van de EU en Commissielid Michel Barnier een debat gehouden over de prioritaire acties die in de Single Market Act zijn opgenomen

1.Het

debat werd gestuurd aan de hand van een document van het voorzitterschap (10442/12) waarin wordt gewezen op het belang van het uitvoeren van de Single Market Act en maatregelen om te waarborgen dat Europa zich kan herstellen van de economische crisis en in de voorhoede van de mondiale concurrentie kan blijven opereren.

De ministers waren ingenomen met het voornemen van de Commissie om na de zomer een tweede pakket wetgevingsvoorstellen ("tweede Akte voor de interne markt") in te dienen en verklaarden zich bereid actief bij te dragen aan de voorbereidingen voor dit nieuwe pakket voorstellen.

Bijeenkomst op hoog niveau over de eengemaakte markt en de agenda voor groei (Vilnius, 18 april)

De Litouwse delegatie heeft verslag uitgebracht over het resultaat van een bijeenkomst op hoog niveau die op 18 april in Vilnius, Litouwen werd georganiseerd, en die werd bijgewoond door 15 ministers van de EU die verantwoordelijk zijn voor groei en concurrentievermogen (10529/12) .

De bijeenkomst ging over de sectoren van de interne markt met een groot potentieel om bij te dragen aan het scheppen van groei en banen, zoals de dienstensector en de digitale sector. Er werden ook prioritaire gebieden behandeld waarmee rekening moet worden gehouden bij de voorbereidingen van het pakket "tweede Akte voor de interne markt".

30.-31.V.2012

Hervorming van het staatssteunbeleid

De Raad heeft nota genomen van een presentatie door Commissielid Joaquín Almunia betreffende de mededeling over de modernisering van het EU-staatssteunbeleid, die door de Commissie op 8 mei is gepubliceerd (10266/12) .

De mededeling bevat een geïntegreerde strategie voor de hervorming van het staatssteunbeleid. Ze is gericht op het tot stand brengen van een kader met een scherpere focus dat het de lidstaten mogelijk moet maken doeltreffender bij te dragen aan zowel de tenuitvoerlegging van de Europa 2020-strategie voor groei als aan de begrotingsconsolidatie.

Het staatssteunhervormingspakket van de Commissie bestaat uit twee pijlers. De eerste omvat een aantal handelingen waarvoor de Commissie exclusieve bevoegdheid heeft. Het gaat hierbij om de herziening van verscheidene staatssteunkaders op strategische gebieden, zoals regionale steun, milieusteun, risicokapitaal, breedband; de regels voor de redding en herstructurering van niet- financiële ondernemingen; de herziening van de algemene groepsvrijstellingsregeling, een herziening van de de minimis-regel en een herziening van de klachtenprocedure. Wat de tweede pijler betreft zal de Commissie wetgevingsvoorstellen indienen voor een nieuw ontwerp van machtigingsverordening en een nieuw ontwerp van procedureverordening. De Commissie wil de staatssteunhervorming voor eind 2013 rond hebben.

Strategisch forum voor internationale wetenschappelijke en technologische samenwerking

(SFIC)

De Raad heeft nota genomen van het jaarverslag van het SFIC1, dat door de voorzitter van het

SFIC, mevrouw Riittaa Mustonen, werd gepresenteerd.

De activiteiten van het SFIC omvatten de ontwikkeling van het initiatief EU/India, dat als model dient voor een gemeenschappelijke aanpak in het kader van toekomstige soortgelijke initiatieven met betrekking tot een reeks relevante thema's op het gebied van onderzoek met andere opkomende landen. Bij de opstelling van een gemeenschappelijke innovatie-agenda zal worden getracht thematische gebieden van gemeenschappelijk belang te bepalen, zoals water, biologische rijkdommen, energie, gezondheid en communicatietechnologieën.

30.-31.V.2012

Resultaat van conferenties en ministeriële bijeenkomsten op het gebied van onderzoek

De Raad heeft nota genomen van informatie over het resultaat van de voornaamste conferenties en ministeriële bijeenkomsten in verband met onderzoek die het Deense voorzitterschap heeft georganiseerd (10232/12) :

"De waarde van uitmuntendheid", "Bio-economie", "Onderzoeksinfrastructuren" en "Verantwoorde onderzoeks- en innovatieactiviteiten".

Werkprogramma van het aantredende Cypriotische voorzitterschap

De Cypriotische delegatie heeft de ministers in kennis gesteld van het werkprogramma voor concurrentievermogen van het Cypriotische voorzitterschap in de tweede helft van 2012.

Wat de eengemaakte markt en industrie betreft, zullen onder meer de afronding van wetgevings- initiatieven in het kader van de Single Market Act en de bevordering van initiatieven ter ondersteuning van kmo's, waaronder die in de toeristische sector, tot de topprioriteiten van het aantredende voorzitterschap van de EU behoren.

Op het gebied van onderzoek zal het Cypriotische voorzitterschap de onderhandelingen over het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie "Horizon 2020" voor de periode 2014-2020 voortzetten, met het oog op de voorbereiding van de aanneming ervan in de nabije toekomst.

30.-31.V.2012

ANDERE GOEDGEKEURDE PUNTEN

TELECOMMU ICATIE

Roaming - mobielecommunicatienetwerken

De Raad heeft een verordening aangenomen betreffende roaming op openbare mobiele- communicatienetwerken binnen de Unie (PE-CO S

20/12 ).

Doel is een gemeenschappelijke aanpak vast te stellen om ervoor te zorgen dat gebruikers van roaming geen buitensporige tarieven voor roamingdiensten in de Unie betalen wanneer zij binnen

de Unie reizen.

De verordening wordt op 30 juni 2012 bekendgemaakt in het Publicatieblad van de EU.

Zie voor nadere informatie persmededeling 10362/12.

ECO OMISCHE E FI A CIËLE ZAKE

Prospectussen over effecten

De Raad heeft besloten geen bezwaar te maken tegen een verordening van de Commissie betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten.

De verordening is een gedelegeerde handeling uit hoofde van artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Dit betekent dat de verordening, nu de Raad zijn goedkeuring heeft gegeven, in werking kan treden tenzij het Europees Parlement bezwaar maakt.

30.-31.V.2012

Antidumpingmaatregelen

De Raad heeft een verordening aangenomen tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1225/2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de EU, nadat het Orgaan voor Geschillenbeslechting van de Wereldhandelsorganisatie artikel 9, lid 5, van de verordening strijdig met de WTO-overeenkomsten had bevonden.

LEVE SMIDDELE RECHT

Maximaal tolerantieniveau van bepaalde contaminanten in levensmiddelen

De Raad heeft besloten geen bezwaar te maken tegen een verordening van de Commissie waarbij een aantal wijzigingen worden aangebracht in de maximumgehalten aan ochratoxine A, niet- dioxineachtige pcb's en melamine in levensmiddelen (8478/12 ).

Voor de verordening van de Commissie geldt de zogeheten regelgevingsprocedure met toetsing. Dit betekent dat de Commissie, nu de Raad zijn fiat heeft gegeven, behoudens bezwaar van het Europees Parlement, de verordening kan aannemen.

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

16 apr
'09
COM(2009)168 - Beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de EG


10 mei
'00
COM(2000)275 - Coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen, diensten en werken


10 mei
'00
COM(2000)276 - Coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening en vervoer


 
publicatiedatum 10-07-2012
kenmerk 10380/12

Inhoud