Mr. H. Mulderije - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Mr. H. Mulderije

foto Mr. H. Mulderijevergrootglas Amsterdamse advocaat en CHU-politicus, die in het kabinet-Drees II minister van Justitie was. Bracht in de anderhalf jaar dat hij minister was (1951-1952) diverse belangrijke wetten in het Staatsblad, zoals de Beginselenwet Gevangeniswezen, de Pleegkinderenwet, de Advocatenwet en de Oorlogsstrafwet. Weigerde in 1952 de (ministeriële) verantwoordelijkheid te nemen voor de gratiëring van de oorlogsmisdadiger Lages. Stond bekend als tamelijk eigenzinnig. Noemde humanistische geestelijke verzorging van gevangenen 'stenen voor brood'.

CHU
in de periode 1951-1952: minister

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

voornaam

Hendrik

2.

personalia

geboorteplaats en -datum
Zutphen, 4 januari 1896

overlijdensplaats en -datum
Amsterdam, 18 maart 1970

levensbeschouwing
Hervormd

3.

partij/stroming

partij(en)
CHU (Christelijk-Historische Unie), vanaf 1929

4.

loopbaan

  • advocaat, advocatenkantoor "Grosheide en Schut" te Amsterdam, van 1920 tot 1951 
  • minister van Justitie, van 15 maart 1951 tot 2 september 1952 
  • advocaat, advocatenkantoor "Grosheide en Schut" te Amsterdam, van 1952 tot 1968 
  • lid Provinciale Staten van Noord-Holland, van 3 juli 1962 tot 18 maart 1970 

5.

partijpolitieke functies

  • voorzitter CHU Kamerkring Amsterdam, vanaf 1939 
  • lid hoofdbestuur CHU, tot 1970 

6.

nevenfuncties

  • lid commissie ingevolge art. 97 Rijksambtenarenwet (voor delicten of overtredingen van hoofden van gemeentediensten), 1948 
  • secretaris Nederlandse Vereniging van Aardewerkfabrikanten, van 1920 tot 1935 
  • secretaris bestuur "Hervormd Lyceum" te Amsterdam, van 1925 tot 1951 (oprichter) 
  • secretaris Amsterdamse Industrievereniging, van 1930 tot 1946 
  • lid hoofdbestuur Hervormd Verbond voor het Kerkherstel en de synodale reorganisatiecommissie, vanaf 1938 
  • commissaris van beroep hoge ambtenaren te Amsterdam, van 1938 tot 1951 
  • adviseur Verenigde grossiers optische artikelen, vanaf 1939 
  • adviseur Vereniging Grootwinkelbedrijf, vanaf 1940 
  • lid commissie kerkelijk overleg '40-'45 
  • lid Algemene Synodale Commissie van de Nederlandse Hervormde Kerk, 1946 
  • secretaris Grootbedrijf woninginrichting, vanaf 1946 
  • voorzitter voorbereidingscommissie eerste assemblée Wereldraad van Kerken, 1948 
  • commissaris Vereniging van groot-detailhandelbedrijven in brandstoffen te Amsterdam, van 1949 tot 1951 
  • voorzitter IKOR (Interkerkelijk Overleg in Radiozaken), van 1950 tot 1951 
  • rechter-plaatsvervanger Arrondissementsrechtbank te Amsterdam, vanaf 1952 
  • voorzitter IKOR, van 1952 tot 1970 
  • lid bestuur DAFN (Defence and Aid Fund Nederland), vanaf 1965 
  • penningmeester Oecomenische Raad van Kerken Nederland 
  • lid Raad van Commissarissen Julianabank 
  • voorzitetr Raad van Commissarissen Stormrisico te Zutphen 
  • lid van diverse commissies in de Nederlandse Hervormde kerk 
  • lid bestuur Nederlandse Juristen-vereniging 
  • secretaris werkgroep kerk en overheid 

7.

opleiding

voortgezet onderwijs
  • Stedelijk Gymnasium te Zutphen, tot 1914 

academische studie
  • rechtswetenschap (gepromoveerd op stellingen), Rijksuniversiteit Utrecht, van 1914 tot 18 december 1919 

8.

activiteiten

als bewindspersoon (beleidsmatig)
  • Verleende in december 1951 de tot de doodstraf veroordeelde Duitse oorlogsmisdadiger Kotälla op grond van psychiatrische rapporten gratie 
  • Weigerde de ministeriële verantwoordelijkheid te nemen voor de gratiëring van de Duitse oorlogsmisdadiger W.P. Lages 

als bewindspersoon (wetgeving)
  • Bracht in 1951 als de Wet bescherming staatsgeheimen in het Staatsblad (Stb. 92). Daardoor kunnen in geval van oorlog of oorlogsdreiging verboden plaatsen worden aangewezen met het oog op daar aanwezige goederen of uit te voeren werken. Het wetsvoorstel was in 1950 ingediend door minister Wijers. 
  • Bracht in 1951 de Pleegkinderenwet (Stb. 595) tot stand, die repressief toezicht instelde voor de opvoeding van pleegkinderen. Dit toezicht werd opgedragen aan de voogdijraden. Opneming van een kind in een pleeggezin moest binnen een maand worden gemeld. Het wetsvoorstel was in 1950 ingediend door minister Wijers. 
  • Bracht in 1951 de Beginselenwet Gevangeniswezen in het Staatsblad (Stb. 596), die leidde tot het loslaten van het uniforme systeem van vrijheidsbeneming: de aard van de gevangenisstraf werd meer toegesneden op de persoon van de delinquent. Bij de gevangenisstraf werd voorts aan het aspect resocialisatie groter gewicht toegekend. De wet regelde verder de instelling van een Centrale Raad van Advies, bepaalde dat er bij de gevangenisstraf onderscheid moest komen naar geslacht, leeftijd en straftijd, regelde het beheer en toezicht op de inrichten en de rechten en plichten van gedetineerden en bevatte bepalingen over de strafonderbreking en het strafverlof. Het in de boeien sluiten en op water en brood zetten, werden gehandhaafd als straf. Het wetsvoorstel was in 1949 ingediend door minister Wijers. 
  • Bracht in 1952 de Advocatenwet (Stb. 365) tot stand, waardoor alle advocaten automatisch lid worden van de Orde van Advocaten. Dat publiekrechtelijke lichaam is onder meer verantwoordelijk voor de tuchtrechtspraak. Het wetsvoorstel was in 1948 ingediend door minister Van Maarseveen. 
  • Bracht in 1952 de Oorlogsstrafwet (Stb. 408) tot stand, die bepaalt dat de doodstraf in de bijzondere rechtspleging nog slechts beperkt kan worden opgelegd. De berechting van niet-militairen komt geheel in handen van bijzondere rechtbanken en een Bijzonder Hooggerechtshof; er komen geen tribunalen meer. 

9.

wetenswaardigheden

algemeen
  • Als minister gevraagd door Tilanus, een persoonlijke vriend 

uit de privésfeer
  • Promoveerde bij prof.jhr. B.Ch. de Savornin Lohman 
  • Zijn vader was notaris en oprichter en commissaris van de Maatschappij tot verzekering van uitgesloten risico's te Zutphen 

niet-aanvaarde politieke functies
  • lid Tweede Kamer, september 1952 (in de vacature-Staf, niet aanvaard) 

woonplaats(en)/adres(sen)
Amsterdam, Herman Gorterstraat 7, omstreeks 1955 en nog in 1967

ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 26 september 1952

verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
lid Utrechts Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen

10.

publicaties/bronnen

literatuur/documentatie
  • J.C.F.J. van Merriënboer, "Het justitiebeleid van Mulderije: een strijd voor geestelijke herbewapening", in: J.J.M. Rademakers (ed.), "Het kabinet-Drees II 1951-1952", 476-478 
  • J.C.F.J. van Merriënboer, "Mulderije, Hendrik (1896-1970)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel V, 356 
  • M.R.M. van de Graaff, scriptie basisdoctoraal RU Leiden (1982) 
  • Winkler Prins Jaarboeken 1952 en 1971 
  • Wie is dat? 1956 

Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland

11.

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd te Amsterdam, 27 mei 1930

echtgeno(o)t(e)/partner
G.L. Verloop, Geertruida Louisa

kinderen
2 zoons en 2 dochters

vader
H. Mulderije, Hendrik

geboorteplaats en/of -datum
Warnsveld, 14 november 1863

moeder
A.M. Maris, Adriana Maria

geboorteplaats en/of -datum
Fijnaart, 26 april 1867

beroep grootvader (vaderskant)
boer (klein) (bij Zutphen)