Consumentenrechtenbeleid - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Markt

In de Europese Unie  leven op dit moment bijna 500 miljoen consumenten. De EU streeft naar het waarborgen van de rechten en de belangen van deze consumenten. Zij moeten de garantie hebben dat producten in supermarkten en andere winkels gezond en veilig zijn en dat zij bij klachten een redelijke schadevergoeding kunnen krijgen.

Om in een tijdperk van online winkelen een einde te maken aan de verschillen tussen lidstaten op het gebied van consumentenbescherming, is Europees beleid noodzakelijk. Zo wil de Europese Unie bijvoorbeeld dat de garantie op producten in alle EU-lidstaten gelijk wordt getrokken. Momenteel verschillen de garanties op producten in de lidstaten. Zo geldt in de Scandinavische landen levenslange garantie op producten. In Duitsland is dat twee jaar en in Frankrijk drie jaar. Door deze verschillen ontstaat er, vooral bij winkelen online, onduidelijkheid over de rechten van burgers.

In november 2011 heeft de Europese Commissie twee programma's goedgekeurd, te weten het nieuwe programma 'Gezondheid voor groei' en een nieuw consumentenprogramma. De programma's moeten bijdragen aan actieve, gezonde, goed geïnformeerde en mondige Europeanen. Het doel van het consumentenprogramma is de positie van de Europese consument te versterken, onder andere op het gebied van veiligheid, voorlichting en rechten. De programma's moeten nog door het Europees Parlement en de Raad worden besproken. Wanneer dit voor eind 2013 wordt goedgekeurd, kunnen de programma's volgens planning in 2014 van start gaan.

Wetgeving is niet het enige middel om consumentenrechten te beschermen. Andere methoden zijn onder meer co-regulering tussen organisaties van consumenten en bedrijven, en richtsnoeren voor goede praktijken. Ook is een belangrijke rol weggelegd voor sterke consumentenorganisaties die zich bewust zijn van de individuele consumentenrechten en deze in de praktijk ook kunnen doen gelden. Vooral in de nieuwe lidstaten is daar grote behoefte aan.

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Ontwikkeling in vogelvlucht

Het idee van een Europees consumentenbeleid ontstond halverwege de jaren zeventig. Op de top van Parijs in 1972 spraken de staatshoofden en regeringsleiders hier voor het eerst over. Kort daarna stelde de Europese Commissie haar eerste actieprogramma voor de bescherming van de consument op.

Op het gebied van productveiligheid heeft de Europese Unie gezorgd voor uniforme regels voor speelgoed, elektrische apparaten, cosmetica, medicijnen, machines en pleziervaartuigen.

Speerpunten van het huidige Europese consumentenrechtenbeleid zijn onder meer:

  • regels tegen misleidende reclame en agressieve verkooppraktijken
  • bescherming van de voedselveiligheid (bijvoorbeeld tijdens een uitbraak van een epidemie onder vee)
  • de etikettering van producten die genetisch gemodificeerde ingrediënten bevatten

Vijf soorten rechten vormen de basis voor de Europese wetgeving op het gebied van consumentenrechten:

  • het recht op bescherming van gezondheid en veiligheid
  • het recht op bescherming van economische belangen
  • het recht op schadeloosstelling
  • het recht op informatie en educatie
  • het recht op vertegenwoordiging

Met de ratificatie van de Europese Akte van 1986 wordt ook het begrip 'consument' in het Europese Verdrag opgenomen. Dit artikel legt de basis voor de juridische erkenning van het consumentenrechtenbeleid. In latere actieprogramma's ligt onder meer de nadruk op:

  • de vertegenwoordiging van de consument (het Raadgevend Consumentencomité wordt aangepast om de vertegenwoordiging uit te breiden)
  • consumentenvoorlichting
  • productveiligheid

Nieuwe Richtlijn

In oktober 2008 stelde de Europese Commissie een nieuwe richtlijn met betrekking tot het consumentenrecht voor. Deze richtlijn moet de bestaande vier richtlijnen over consumentenrechten vervangen. Vooral aan het kopen via internet en in winkels in een andere lidstaat wordt in de voorgestelde richtlijn veel aandacht besteed. In juli 2009 kondigde de Commissie een pakket maatregelen aan om de naleving van de rechten van consumenten beter af te dwingen in de dagelijkse praktijk. Alleen wetgeving op papier is hiervoor niet voldoende, volgens toenmalig eurocommissaris Meglena Kuneva. Voorbeelden van dergelijke niet-papieren maatregelen zijn het eerder waarschuwen voor gevaarlijke producten en een betere samenwerking tussen nationale instanties die toezien op de naleving van consumentenwetten.

In maart 2010 maakte eurocommissaris Viviane Reding bekend een minder verstrekkende richtlijn voor te bereiden, maar nog steeds de vier richtlijnen samen te willen voegen. In dit voorstel zal het streven naar volledige harmonisatie van consumentenrechten in de verschillende lidstaten komen te vervallen. In de praktijk zou volledige harmonisatie voor de burgers van veel lidstaten namelijk een verslechtering van hun rechten inhouden.

In maart 2011 heeft het Europees Parlement in Straatsburg een beslissing genomen over het omvangrijke dossier van de consumentenrechten. Dit dossier is zo omvangrijk omdat het al de hierboven weergegeven aspecten van consumentenrechten bevat. De nieuwe richtlijn stelt bijvoorbeeld voor dat er informatie gegeven moet worden over de aankoop, levering, reparaties en het vervangen van producten. Ook worden er regels opgesteld over contracten en garanties van producten.

Het Europees Parlement heeft in de afgelopen drie jaar meer dan 1500 amendementen op het voorstel ingediend. De Raad heeft al 65 keer over dit dossier vergaderd.

Tijdens de plenaire zitting in Straatsburg in maart 2011 heeft het Europees Parlement een niet-wetgevende resolutie aangenomen, waarin de Europarlementariërs het belang van betere bescherming tegen mogelijk gevaarlijke producten benadrukken. Het Parlement heeft daarin een bijdrage geleverd aan het voorstel van de Commissie om regels over productveiligheid op te stellen. Enkele voorbeelden die de Europarlementariërs noemden, waren markttoezicht binnen de EU - door bijvoorbeeld strengere douanecontroles in Europese havens - en internationale samenwerking om productveiligheid te bereiken. Ten slotte wilden ze ook dat fabrikanten een risicoanalyse in de ontwerpfase van producten moeten uitvoeren.

628 Europarlementariërs stemden voor het rapport, 11 tegen en 7 onthielden zich van stemming.

Het uiteindelijke compromis tussen Raad, Commissie en EP werd op 23 juni 2011 tijdens een stemming van het Parlement in Brussel aangenomen. In het bereikte compromis is o.a. vastgelegd dat producenten binnen 30 dagen moeten leveren en dat teruggestuurde aankopen binnen 14 dagen moeten worden terugbetaald. Nadat in oktober 2011 ook de Raad het voorstel goedkeurde, werd dit op 22 november 2011 van kracht. De lidstaten hebben twee jaar om de nieuwe wetgeving te implementeren.

Op 4 december 2012 publiceerde de Europese Commissie het werkprogramma voor het consumentenrechtenbeleid in 2013. De gestelde prioriteiten hebben betrekking op: 

  • strenger toezicht op het gebied van veilige producten en consumentenrechten
  • het regelen van de financiering van Europese Consumentencentra regelen met EU-lidstaten en op deze manier hun zichtbaarheid in het bevorderen van consumentenrechten vergroten
  • het ontwikkelen van een onlinegeschillenbeslechtingsplatform en het regelen van directe financiële steun aan instellingen die op Europees niveau consumentenrechten willen bevorderen
  • het verzamelen van gegevens en bewijs om effectiviteit van het gevoerde consumentenrechtenbeleid aan te tonen
  • de verkrijging van informatie over consumentenrechten op voorhand van de Europese consument zelf
  • het lanceren van een nieuwe interactieve internetsite voor docenten die moet gaan over onderwijs in consumentenrechten

Het CE-keurmerk

Er zijn in de lidstaten vele keurmerken die bijvoorbeeld aangeven of producten veilig of milieuvriendelijk zijn. Voldoet een product aan de minimumeisen gesteld in de Europese richtlijnen, dan krijgt het product het CE-keurmerk.

Producten zonder CE-keurmerk worden niet toegelaten tot de Europese markt.

Het Europees Parlement wilde dat de Europese Commissie strengere eisen stelde aan de veiligheid van producten. In de nieuwe Speelgoedrichtlijn, die in 2011 in werking is getreden, staat nu dat bepaalde (gevaarlijke) chemicaliën niet meer mogen worden gebruikt bij het maken van speelgoed. Naast het CE-keurmerk wil het Europees Parlement dat er een veiligheidskeurmerk komt dat aangeeft of een product veilig te gebruiken is. Producenten kunnen vrijwillig voor dit nieuwe keurmerk kiezen, dat dan in de plaats komt van de nationale etiketten waarop informatie over de productveiligheid vermeld staat.

Producenten zijn zelf verantwoordelijk voor het veiligheidsonderzoek naar hun producten, en daarmee voor het aanbrengen van het CE-keurmerk. Producenten mogen hun producten ook bij daartoe bevoegde instanties laten onderzoeken en keuren. 

Verbeterde informatie-uitwisseling

Sinds 2004 kent de Europese Unie RAPEX, het Europees waarschuwingssysteem voor gevaarlijke niet-voedingsproducten. Dit systeem verbetert de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten over producten die een gevaar vormen voor de volksgezondheid. Hieronder vallen ook producten waar nog geen specifieke richtlijnen voor bestaan.

In februari 2013 kwam de Commissie met een pakket maatregelen om de interne markt te harmoniseren en te verduidelijken voor consumenten. Zo moet onder andere van ieder product duidelijk zijn waar het is geproduceerd. Producenten en consumenten horen daarnaast - door een goede voorlichting - op de hoogte te zijn van hun rechten en plichten. Ook moet iedere lidstaat hetzelfde wettelijke raamwerk ook daadwerkelijk implementeren. Als laatste wordt het belang van RAPEX onderstreept: RAPEX wordt het communicatiemiddel om gevaarlijke producten aan te duiden en te traceren.

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

Inleiding + samenvatting van de EU wetgeving

2.

Wie doet wat

De activiteiten die de Europese Unie ontwikkelt op het terrein van de consumentenrechten worden ontplooid in het kader van de gewone wetgevingsprocedure. Dit houdt in dat de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement alle een grote rol spelen in het besluitvormingsproces.

Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie

Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Gezondheid en Consumentenbescherming:

De Europese Commissie betrekt adviezen bij het Economisch en Sociaal Comité, een adviesorgaan waarin bijvoorbeeld de Nederlandse Consumentenbond is vertegenwoordigd.

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel bekend heeft gemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad en Europees Parlement

De raadsformatie die beslist over Consumentenzaken is de Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken, die formeel vier keer per jaar bijeenkomt. Ook informele of buitengewone bijeenkomsten zijn mogelijk. Besluiten worden genomen met gekwalificeerde meerderheid. Vertegenwoordiger voor Nederland, afhankelijk van het onderwerp, in deze Raad is:

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Interne Markt en Consumentenbescherming de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland is de volgende Europarlementariër lid:

Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs plaatsvervangend lid:

Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 345. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.

3.

Juridisch kader

Consumentenrechtenbeleid vindt haar basis in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Gemeenschap (VwEU):

4.

Meer informatie

Hot issues

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Betrokken instanties

Eurobarometer