-
21-05Raadswerkgroep Belastingvraagstukken: indirecte belasting (BTW, accijnzen, energieheffing), Brussel
-
21-05Raadswerkgroep Belastingvraagstukken: indirecte belasting (BTW, accijnzen, energieheffing), Brussel
-
22-05Raadswerkgroep Belastingvraagstukken: indirecte belasting (BTW, accijnzen, energieheffing)(ftt), Brussel
-
22-05Raadswerkgroep Belastingvraagstukken: indirecte belasting (BTW, accijnzen, energieheffing)(ftt), Brussel
-
24-05Meeting of the Customs Code Committee - Tariff Measures section, in Brussels.
-
24-05Raadswerkgroep Belastingvraagstukken - directe belasting, Brussel
-
24-05Raadswerkgroep Belastingvraagstukken - directe belasting, Brussel
-
27-05Parlementaire Commissie vergadering: Economische en monetaire zaken
-
27-05Raadswerkgroep Gedragscode (belastingregeling ondernemingen), Brussel
-
27-05Parlementaire Commissie vergadering: Economische en monetaire zaken, Brussel
-
27-05Raadswerkgroep Gedragscode (belastingregeling ondernemingen), Brussel
-
27-05Parlementaire Commissie vergadering: Begrotingscontrole, Brussel
-
28-05Parlementaire Commissie vergadering: Economische en monetaire zaken
Fiscaal beleid - Hoofdinhoud
|
|
Om de werking van de interne markt te optimaliseren en de werkgelegenheid te bevorderen, streeft de Europese Unie naar een zekere coördinatie van belastingwetgeving tussen lidstaten.
Het fiscaal beleid richt zich op het wegnemen van belemmeringen voor het vrije verkeer van kapitaal tussen de lidstaten. Verder is het beleid bedoeld om (nationale) belastingregels in te perken die obstakels kunnen vormen voor EU-burgers om in een andere lidstaat te werken. Een beter op elkaar afgestemd fiscaal beleid leidt er ook toe dat begrotingstekorten van eurolanden binnen de perken blijven.
Als instrumenten heeft de EU enkele specifieke, indirecte belastingen waar ze invloed op uitoefent, zoals btw en douanetarieven die geheven worden op importgoederen. Nationale regeringen blijven zelf verantwoordelijk voor de directe belastingen, zoals inkomstenbelasting.
De Europese Unie heft zelf geen belastingen. Er gaan echter steeds meer stemmen op om de EU zelf belasting te laten innen. Op deze wijze zou de contributie van de lidstaten omlaag kunnen. Er bestaat bij de lidstaten echter veel weerstand tegen plannen voor een Europese belastingheffing.
Interne markt
De EU heeft zich altijd ten doel gesteld de werkgelegenheid binnen de totale gemeenschap te bevorderen en de vrije handel te stimuleren. In de Europese Unie bestaat een interne markt, waarin vrije uitwisseling van goederen en diensten mogelijk is.
Nationale overheden kunnen echter de eigen markt beschermen door bepaalde bedrijven belastingvoordelen te gunnen. Verder verstoren verschillende btw-tarieven de interne markt; zij kunnen namelijk leiden tot prijsverschillen tussen goederen.
De Europese Commissie wil ook dat er in brede zin wordt gepraat over belastingheffing en soorten belastingen in de Europese Unie. Naast mogelijke voordelen voor de interne markt gaat het dan ook om principiële keuzes. Daarom is de Commissie begonnen met een debat over de BTW.
In het algemeen streeft de Europese Unie ernaar om schadelijke belastingconcurrentie gecoördineerd aan te pakken, met name op het gebied van het vrije verkeer in kapitaal. In het streven naar het beperken van obstakels voor vrij verkeer van kapitaal en kapitaalbelastingconcurrentie, richt de EU zich onder andere op de volgende velden:
-
-Minimumbelastingtarieven voor minerale oliën (zoals benzine en aardgas). Binnen de EU bestaat consensus over de hoogte van het btw-tarief hierop: 15%. Uitzonderingen naar boven of naar beneden zijn toegestaan, maar worden beperkt. Een minimumtarief beperkt oneigenlijke concurrentie. Bijkomend biedt het een instrument voor het milieubeleid.
-
-Vennootschapsbelasting die gelijke kansen biedt voor ondernemingen in alle lidstaten. In het kader van de Europese interne markt kunnen te grote verschillen in heffing van vennootschapsbelasting in de diverse lidstaten leiden tot concurrentieverstoring. De Europese Commissie en de 17 eurolanden willen één heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting invoeren, zodat in alle EU-landen de vennootschapsbelasting op dezelfde manier wordt berekend. De lidstaten houden wel de bevoegdheid om zelf de hoogte van de tarieven te bepalen.
-
-Btw: In februari 2008 nam de Raad een pakket maatregelen aan voor verbeterde btw-regelgeving op het gebied van diensten. Het pakket is in 2010 in werking getreden. Hierdoor is de heffing van btw eenvoudiger en brengt minder administratieve lasten met zich mee bij grensoverschrijdend verkeer. De nieuwe hoofdregel bij diensten in de EU is als volgt: de ondernemer die diensten afneemt , geeft de btw aan in eigen land. De leverancier van de diensten berekent geen btw voor diensten in het buitenland. Leveranciers van goederen doen maandelijks een opgaaf ICP (Intracommunautaire prestaties) als de omzet per kwartaal meer is dan € 100.000.
In augustus 2009 kwam de Europese Commissie met het voorstel om een speciaal orgaan op te richten waarin de EU-landen samenwerken om fraude met btw te bestrijden. Via dit nieuwe instituut, Eurofisc, moeten landen direct toegang krijgen tot bepaalde gegevens van elkaars belastingdiensten.
-
-Spaargeld en pensioenen die moeten worden beschermd wanneer mensen - door emigratie bijvoorbeeld - te maken krijgen met een ander belastingstelsel. Specifieke bevoordelingen worden ook aangepakt.
Het doel van het beleid is dat de belastingstructuren van de lidstaten zo gunstig mogelijk moeten uitpakken voor de werkgelegenheid en de werking van de interne markt. Zo houdt de Unie ook scherp in de gaten welke ontwikkelingen zich voordoen in de lidstaten met betrekking tot loonbelastingen.
Bankgeheim
In december 2010 hebben de EU-ministers van Financiën afgesproken dat EU-landen zich vanaf 1 januari 2011 niet langer op het bankgeheim mogen beroepen wanneer de belastingdienst van een andere lidstaat om informatie vraagt. Het bankgeheim belemmert vaak het opsporen van belastingontduiking via buitenlandse rekeningen. Binnen de EU bestaat in Oostenrijk, Luxemburg en België nog een bankgeheim.
Bovendien is afgesproken dat vanaf 2014 belastingdiensten automatisch informatie gaan uitwisselen over salarissen, pensioenen, onroerend goed en levensverzekeringen.
Financiële transaktietaks (FTT) of 'bankentaks'
In januari 2013 bereikten de 27 ministers van Financiën van de EU overeenstemming over het verder vormgeven van de financiële transaktietaks. Dit is een speciale heffing op financiële transacties in de EU, waardoor het wereldwijde financiële systeem stabieler zou moeten worden en minder gevoelig voor agressieve beleggingsstrategieën.
De elf EU-landen die deze financiële transaktietaks willen invoeren, zullen de taks verder vormgeven. Het gaat om de volgende landen: Duitsland, Frankrijk, Spanje, Italië, België, Oostenrijk, Portugal, Griekenland, Estland, Slowakije en Slovenië. Nederland staat niet afwijzend tegen een speciale taks, maar wil wel een uitzondering voor de pensioenfondsen.
Europese regelgeving
Lidstaten moeten steeds meer rekening houden met Europese richtlijnen bij het opstellen van nationale wetgeving. Dit bleek onder meer in september 2003, toen het Europese Hof van Justitie Nederland dwong om bedrijfsinvesteringen in het buitenland fiscaal aftrekbaar te maken (Bosal-arrest).
Ook in de raadswerkgroep gedragscode, die valt onder de Raad van Ministers, wordt het nodige werk gedaan dat van invloed is op Nederland. In het kader van het schrappen van regelingen die de concurrentie zouden beïnvloeden heeft Nederland al negen maal zijn belastingregels moeten aanpassen. Nederland wil een gedragscode voor de regels waarmee deze raadswerkgroep besluiten neemt.
Eigen inkomsten van de Unie
Naast het streven om de belastingregels tussen lidstaten zo veel mogelijk te coördineren, bestaat een Europees beleid voor sommige belastingen die vallen onder de directe inkomsten van de Unie.
Zo heeft de Europese Unie in 1994 alle douanewetgeving samengebracht in één wetboek, dat voor de gehele Unie geldt. Hiermee bepaalt de Unie de belastingtarieven die buitenlandse bedrijven moeten betalen op de import van producten. Verder heeft de Europese Unie een belangrijke invloed op de landbouwheffingen op producten uit derde landen, en de producentenbijdragen voor bepaalde landbouwproducten.
Lees meer
Bron |
Taal |
Soort Informatie |
|---|---|---|
Europese Unie |
NL |
Bij besluitvorming op dit terrein spelen de Europese Commissie, de Raad, het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité een rol.
Initiatief voor nieuw beleid bij de Europese Commissie
Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Belastingen en douane-unie, toezicht en fraudebestrijding:
Invloed nationale parlementen
Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.
Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:
Besluitvorming door Raad en Europees Parlement
Voor de harmonisatie van wetgeving geldt dat de Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité.
Voor het toestaan van tijdelijke compenserende maatregelen van een lidstaat geldt dat de Raad deze goed moet keuren met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen.
De raadsformatie die beslist over de Economische Zaken is de Raad Economische en Financiële Zaken (Ecofin). Vertegenwoordiger voor Nederland in deze Raad is:
Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementaire commissie Interne Markt en Consumentenbescherming de voorstellen van de Europese Commissie en de eventuele aanvullingen van de Raad. Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs lid:
Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs plaatsvervangend lid:
Overeenstemming in de Raad van de Europese Unie sluit de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 345. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.
Relatie met andere beleidsterreinen
Op enkele specifieke beleidsterreinen, waaronder het milieubeleid, is de Europese Unie gerechtigd om besluiten van 'overwegend fiscale aard' te nemen. De procedures die daarvoor gelden staan bij het betreffende beleidsterrein vermeld.
Het fiscaal beleid vindt haar basis in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU):
-
-wetgeving: derde deel VwEU titel VII hoofdstuk 2 art. 113
-
-tijdelijke maatregelen: derde deel VwEU titel VII hoofdstuk 2 art. 112
Hot issues
Nederland
Europese Unie
Activiteitendossier
Factsheet Europees Parlement
Betrokken instanties
Statistiek