Beleid uitbreiding Europese Unie - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving
 

De EU en kandidaat-lidstaten (2007)

Sinds de oprichting van de Europese Unie is het de bedoeling om geleidelijk aan meer landen tot de unie toe te laten. Landen kunnen echter niet zomaar toetreden tot de Europese Unie; zij moeten aan een aantal voorwaarden voldoen: de zogenaamde Kopenhagen criteria. Deze criteria zijn opgesteld door de regeringsleiders van de EU-lidstaten tijdens een belangrijke vergadering in Kopenhagen in juni 1993. Een toekomstig lid moet bijvoorbeeld een democratische regering hebben, waar goed wordt omgegaan met mensenrechten. Ook moeten minderheden worden beschermd en moet de economie goed functioneren. Tot slot moeten nieuwe lidstaten de Europese regels overnemen.

De Europese Unie is door de jaren heen sterk gegroeid. De voorloper van de EU, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal is in 1951 opgericht door zes landen. Inmiddels telt de EU 27 lidstaten.

In 1973 sloten de meeste andere West-Europese landen aan. Vervolgens vond de grootste uitbreiding plaats in 2004 toen ook landen in Midden- en Oost-Europa lid werden van de EU.

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Ontwikkeling in vogelvlucht

De Europese Commissie noemt als belangrijk voordeel van de uitbreiding van de EU de mogelijkheid om vrede, democratie, welvaart en stabiliteit in Europa te verspreiden. Onderzoek van het Centraal Planbureau uit oktober 2006 wijst uit dat het lidmaatschap zeer gunstig uitpakt voor de economieën van de nieuwe lidstaten. Bovendien is de EU door de schaalvergroting een sterkere speler op het wereldtoneel geworden.

In 2004 werd de Europese Unie uitgebreid van 15 naar 25 lidstaten. De 10 nieuwe lidstaten waren: Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië.

Bulgarije en Roemenië zijn op 1 januari 2007 lid geworden van de EU. Zij waren in 2004 nog niet klaar om toe te treden. De onderhandelingen met Kroatië werden in juni 2011 voltooid. Naar het oordeel van de Commissie kan het land per 1 juli 2013 toetreden. Met Macedonië en Turkije voert de Unie onderhandelingen over toetreding. Op 17 juli 2009 heeft IJsland officieel het lidmaatschap aangevraagd. In juni 2010 is tijdens de Europese Top besloten om ook met IJsland de onderhandelingen te openen.

Montenegro heeft in 2008 het lidmaatschap aangevraagd, Albanië en Servië in 2009. Montenegro kreeg in december 2010 van de Raad van Ministers de status van kandidaat-lidstaat. Servië kreeg in de Europese Raad op 1 maart 2012 deze status. Met deze landen zullen toetredingsonderhandelingen worden geopend, als zij op een aantal terreinen vorderingen maken.

Albanië, Bosnië-Herzegovina en Kosovo behoren tot de landen die wellicht in de toekomst in aanmerking komen voor EU-lidmaatschap.

Uitbreiding van de EU

De uitbreiding van de Europese Unie past in een historisch groeiproces, dat de volgende stappen doorliep:

 

jaar

nieuwe verdragen

nieuwe deelnemers

aantal landen

1951

Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal

Start met: België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Nederland

6

1958

Europese Economische Gemeenschap, Euratom

 

 

1973

 

Denemarken, Ierland, Verenigd Koninkrijk

9

1981

 

Griekenland

10

1986

Europese Akte

Portugal, Spanje

12

1992

Europese Unie (Verdrag van Maastricht)

 

 

1995

 

Finland, Oostenrijk, Zweden

15

2000

Verdrag van Nice

 

 

2004

ontwerp Europese Grondwet

Estland, Letland, Litouwen, Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Slovenië, Cyprus, Malta

25

2007

 

Bulgarije, Roemenië

27

2009

Verdrag van Lissabon

 

 

2013?

 

Kroatië (beoogde datum toetreding: 1 juli 2013)

28

2013?

 

IJsland

29?

nnb

 

Montenegro (traject begonnen in 2010)

30?

nnb

 

Turkije (Traject begonnen in 2005)

31?

nnb 

 

voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (traject begonnen in 2005)

32?

nnb 

 

Servië (traject begonnen in 2012)

33?

nnb 

 

Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kosovo (mogelijke toetreding)

36?

Toetredingscriteria 

Landen kunnen niet zomaar toetreden tot de Europese Unie; zij moeten aan een aantal voorwaarden voldoen. Een toekomstig lid moet:

  • een stabiele democratie hebben die de rechtstaat, de eerbiediging van de mensenrechten en de bescherming van de minderheden waarborgt
  • over een functionerende markteconomie beschikken
  • de gemeenschappelijke regels, normen en beleidsmaatregelen aanvaarden die de basis van de EU-wetgeving vormen

In de aanloop naar de toetreding hebben de Europese Unie en de kandidaat-lidstaten een strategie uitgestippeld die hen moet voorbereiden op toetreding. De Unie geeft de lidstaten financiële steun om te kunnen voldoen aan de eisen voor het lidmaatschap.

Voor de 10 lidstaten die in 2004 tot de EU toetraden was de hoogte van deze steun vastgesteld op miljarden euro's per jaar, voor de periode 2000-2006 (via de PHARE -, SAPARD- en ISPA programma's). De aspirant-lidstaten gebruiken dit geld mede om te zorgen dat de wetgeving en het overheidsapparaat aan Europese eisen zouden voldoen. Speciale aandacht gaat naar hervormingen om de overgang naar de Europese landbouwregels en de interne markt te garanderen. Vanaf 2007 lopen al deze middelen via het nieuwe instrument voor pre-toetreding IPA.

Het Europees Agentschap voor de Wederopbouw dat de bijstand aan kandidaat-lidstaten uit het voormalige Joegoslavië coördineerde, sloot eind 2008 haar deuren.

Uitbreiding van 2004

De uitbreiding van de Unie in 2004 was een ingrijpende gebeurtenis voor alle belangrijke EU-organen. Zo wijzigde de personele samenstelling en het aantal leden van instellingen als het Europees Parlement, het Europees Hof van Justitie, de Europese Rekenkamer, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's. Ook de stemverhoudingen in de Raad van de Europese Unie veranderden door de toetreding van nieuwe lidstaten. In de praktijk heeft de uitbreiding ook grote gevolgen voor de Europese Commissie, omdat elke lidstaat een eurocommissaris levert.

Na deze uitbreiding liggen de prioriteiten vooral bij het verbeteren van de levensstandaard van de nieuwe lidstaten, die in alle gevallen onder het EU-gemiddelde ligt. De economische gevolgen van de uitbreiding waren groot. Door de uitbreiding is de interne markt groter geworden, en dit heeft zowel de nieuwe als de oude lidstaten een impuls gegeven.

Nu de EU steeds groter wordt, wordt het ook steeds moeilijker om het eens te worden over een gezamenlijke aanpak op bepaalde terreinen. Niet alle lidstaten zijn bereid om te wachten op de landen die meer tijd nodig hebben. Daarom is er besloten om een nauwere samenwerking tussen een beperkt aantal lidstaten mogelijk te maken. Sinds het Verdrag van Amsterdam is dit mogelijk.

Verenigde Staten en uitbreiding EU

Door de jaren heen hebben de Verenigde Staten de Europese eenwording met wisselende gevoelens bekeken. De VS waren lange tijd bang dat de Europese Gemeenschap de superieure status in de wereld van de VS zou gaan bedreigen en dat de interne markt voor hen nadelig zou zijn. Na de val van de Muur in 1989 waren de Verenigde Staten juist geïnteresseerd in de Europese integratie. Ze zagen voor de EG een rol weggelegd in het onstabiele Oost-en Midden Europa:

  • een verenigd Duitsland zou zich duurzaam richten op het Westen
  • de Europese Economische Gemeenschap zou, met de vrijemarkteconomie, een grote aantrekkingskracht kunnen uitoefenen op de Oost- en Midden-Europese landen
  • een verenigd Europa zou een groot deel van de financiële lasten van de economische, sociale en politieke omvorming van de Oost-en Midden-Europese landen kunnen dragen

De Verenigde Staten hebben daarom de uitbreiding van de EU met landen uit het voormalig Oostblok altijd gestimuleerd.

Hoe verder?

Niet iedereen is blij met de uitbreiding van de EU. Sommige mensen zijn bang dat de eigen identiteit van hun land verloren gaat of dat er veel arme mensen uit de nieuwe lidstaten naar de oude lidstaten zullen komen voor werk.

De Europese Commissie vindt dat reeds gemaakte afspraken met kandidaat-lidstaten moeten worden nagekomen. Tegelijk moet de EU wijzigingen aanbrengen in de organisatie en besluitvormingsprocedures, zodat de EU ook bij een groter aantal leden efficiënt kan blijven functioneren. De Commissie wil terughoudend zijn in het aangaan van nieuwe afspraken.

Om te zorgen voor voldoende draagvlak onder de Europese bevolking bij het uitbreiden van de EU, heeft de Europese Commissie in november 2006 enkele maatregelen voorgesteld:

  • de capaciteit om specifieke landen op te nemen zal worden getoetst in alle belangrijke fases van toetreding. Daarbij wordt ook de invloed op het gebied van EU-instellingen, begroting en beleid (met name landbouw- en structuurbeleid) geëvalueerd
  • resultaten van economische en politieke dialoog moeten worden meegenomen in de onderhandelingen
  • een systematischer gebruik van benchmarks moet concrete criteria opleveren voor het starten of sluiten van onderdelen van de onderhandelingen
  • juridische hervormingen, administratieve capaciteit, aanpak van corruptie en georganiseerde misdaad moeten vroeg in het toetredingsproces aan de orde komen

De geografische grens van de Europese Unie is vooralsnog niet duidelijk gedefinieerd. Turkije is kandidaat-lidstaat, een groot deel van dat land ligt in Klein-Azië. Ook Oekraïne zou, mits het aan de voorwaarden voldoet, op termijn lid mogen worden van de Europese Unie, zo stelt een rapport van het Europees Parlement.

Lees meer

Bron

Taal

Soort Informatie

Europese Unie

NL

Inleiding+samenvatting van de EU wetgeving

Ministerie van Buitenlandse Zaken

NL

Dossier

Lees meer over de (mogelijke) toetreding tot de EU van

2.

Wie doet wat

Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Commissie, de Raad, het Europees Parlement en de afzonderlijke lidstaten van de Europese Unie een rol.

Initiatief

Een land vraagt het lidmaatschap aan bij de Raad. Als er onderhandelingen over toetreding komen, worden deze gevoerd door de Commissie. De voorwaarden waaraan een kandidaat-lidstaat moet voldoen worden vastgelegd in een akkoord tussen de EU en de kandidaat-lidstaat. De Europese Raad heeft een aantal criteria voor toetreding vastgesteld waar een kandidaat-lidstaat aan moet voldoen.

Eerstverantwoordelijk voor de onderhandelingen is de Eurocommissaris voor uitbreiding en Europees nabuurschap:

Invloed nationale parlementen

Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.

Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:

Besluitvorming door Raad, Europees Parlement en lidstaten

De besluitvorming verloopt volgens de instemmingsprocedure.

De raadsformatie die beslist over uitbreiding van de Europese Unie is de Raad Algemene Zaken. Besluiten in de Raad worden genomen met eenparigheid van stemmen.

Vertegenwoordiger voor Nederland in de Raad is:

De Raad moet voor zij een besluit neemt de Europese Commissie raadplegen.

Het Europees Parlement moet een besluit goedkeuren. Het kan geen amendementen indienen. In het Europees Parlement wordt dit besluit genomen met meerderheid van stemmen.

Voor het Europees Parlement beoordeelt de parlementscommissie Buitenlandse Zaken, mensenrechten, Gezamenlijk Buitenlands en Veiligheids Beleid verzoeken tot uitbreiding van de Unie. Europarlementariërs uit deze commissie maken ook voortgangsrapportages waarin kandidaat-lidstaten worden beoordeeld op hun capaciteit om toe te treden. Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs lid:

Voor Nederland zijn de volgende Europarlementariërs plaatsvervangend lid:

Omdat bij toetreding van een nieuwe lidstaat de verdragen moeten worden aangepast, moet elke lidstaat afzonderlijk de toetreding goedkeuren. Elke lidstaat volgt hierin de eigen gangbare procedure. In Nederland beslist het parlement.

De Europese Investeringsbank (EIB) en de Wereldbank verlenen goedkope kredieten om toetredingseisen te financieren.

3.

Juridisch kader

Uitbreiding van de Europese Unie vindt haar basis in het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU):

4.

Meer informatie

Hot issues

Dossier Clingendael

Europese Unie

Activiteitendossier

Factsheet Europees Parlement

Statistiek

Eurobarometer

Betrokken instanties