Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) is het middel waarmee de Europese Unie de ontwikkelingssamenwerking - zoals bepaald in het ontwikkelingsbeleid - met de ACS-landen en de overzeese gebieden uitvoert. Het budget en programma van het EOF is voor een periode van zeven jaar vastgesteld.

Het grootste deel van het EOF is bestemd voor de financiering van de steun aan nationale, regionale en lokale projecten en programma's gericht op de economische en sociale ontwikkeling van die gebieden. Een deel van het EOF wordt besteed aan grensoverschrijdende projecten en ontwikkeling, op regionaal en internationaal niveau. Een andere component van het EOF vormen leningen en de verstrekking van risicodragend kapitaal, ook aan particulieren. Sinds de herziening van 2005 ligt de nadruk steeds meer op samenhangende programma's dan op projecten, en kunnen ook non-gouvernementele organisaties direct steun ontvangen.

De systematiek en het specifieke instrumentarium van het EOF zijn in het huidige programma gestroomlijnd en aangepast. Zo krijgen de ACS-landen meer verantwoordelijkheid over de hulpprogramma's. Projecten worden openbaar en internationaal aanbesteed, financiering komt meestal in de vorm van snelle invoersteun aan landen om de aanbestedingen te kunnen bekostigen.

Voor de periode 2008-2013 is een bedrag van 22,7 miljard euro gereserveerd, en zal de Europeese Investeringsbank (EIB) 2 miljard aan eigen middelen beschikbaar stellen. Verreweg het grootste deel is gereserveerd voor de landen die vallen onder de Cotonou overeenkomst. Het EOF wordt middels een vaste verdeelsleutel gefinancierd door de lidstaten; het maakt dus geen deel uit van de begroting van de EU. Het is aan eigen financiële regels gebonden, en de controle is in handen van een apart comité.

 
enveloppe

Delen