-
19-06European Parliament committee meetings
-
19-06Commission's weekly College meeting
-
09:00Parlementaire Commissie vergadering: Begroting, Brussel
-
15:00Parlementaire Commissie vergadering: Begroting, Brussel
-
18:30Parlementaire Commissie vergadering: Begroting, Brussel
-
20-06Parlementaire Commissie vergadering: Begroting, Brussel
-
20-06Begrotingscomite, Brussel
-
20-06Algemeen Overleg Raad Algemene Zaken d.d. 25 juni 2013, Den Haag
-
20-06Raadswerkgroep vrienden van het voorzitterschap (cef), Brussel
-
20-06Begrotingscomite, Brussel
-
21-06Lux.: Raad Economische en Financiële Zaken, Kirchberg
-
21-06Lux.: Raad Economische en Financiële Zaken, Brussel;Kirchberg
-
24-06European Parliament committee meetings
Beleid begroting Europese Unie - Hoofdinhoud
|
|
In de jaarlijkse EU-begroting staan de te verwachten inkomsten en uitgaven van de Europese Unie. De begroting wordt vastgesteld door de Raad van de Europese Unie en het Europees Parlement, nadat de Europese Commissie hiervoor een voorstel heeft gedaan.
Op 1 december 2011 werd de begroting voor 2012 vastgelegd. Deze bedroeg €147,2 miljard voor de vastleggingkredieten; een stijging van 3,8%. Voor daadwerkelijke betalingen kwam de begroting uit op €129,1 miljard, wat een stijging van 1,86% inhield.
Op 12 december 2012 werd overeenstemming bereikt over de begroting voor 2013. Deze zal €150,9 miljard bedragen voor de vastleggingkredieten, wat een stijging van 2,5% betekent. Voor daadwerkelijke betalingen komt de begroting uit op €132,8 miljard; een stijging van 2,9%. Het stimuleren van economische groei en werkgelegenheid blijft net als in 2012 een prioriteit. Het Europees Parlement vroeg daarnaast aandacht voor investeringen in kleine bedrijven, jeugd, onderwijs, innovatie en mobiliteit van arbeiders.
In het voorjaar van 2013 wordt uit berekeningen van Brussel duidelijk dat er een tekort in de Europese begroting voor 2013 dreigt van 11,2 miljard euro. In mei stemden de lidstaten ermee in om gezamenlijk 7,3 miljard euro bij te storten. Over het bijeenbrengen van de resterende 3,9 miljard euro zal later in het jaar gesproken worden.
Beginselen voor de begroting van de Europese Unie
Bij het opstellen van de begroting zijn de volgende beginselen van belang:
-
-Het eenheidsbeginsel: alle ontvangsten en uitgaven moeten in één begrotingsdocument zijn opgenomen, zodat het gebruik van de Gemeenschapsmiddelen doeltreffend kan worden gecontroleerd
-
-Het universaliteitsbeginsel: de ontvangsten in de begroting vormen een gemeenschappelijk bedrag waaruit alle uitgaven zonder onderscheid worden gefinancierd. Ontvangsten in de begroting mogen niet voor bepaalde uitgaven worden bestemd.
-
-Het beginsel van jaarperiodiciteit: alle handelingen moeten aan een bepaald begrotingsjaar gebonden zijn
-
-Het evenwichtsbeginsel: de ontvangsten in de begroting moeten even hoog zijn als de uitgaven. De Gemeenschap mag de uitgaven niet met leningen dekken. Een begroting is echter per definitie een prognose, zowel voor de inkomsten als voor de uitgaven. Het is daarom waarschijnlijk dat bij de uitvoering van de raming wordt afgeweken. Een eventueel overschot wordt naar het volgende begrotingsjaar overgeboekt. In het (zeldzame) geval van een tekort wordt hiervoor een uitgave in de volgende begroting opgenomen
-
-Het specialiteitsbeginsel: alle inkomsten en uitgaven moeten aan een bepaalde begrotingspost toegeschreven kunnen worden
Het financiële kader 2007-2013
De jaarlijkse begroting maakt deel uit van een uitgavenplan voor de lange termijn, het zogenaamde 'financiële kader'. Dit kader bestrijkt een periode van zeven jaar en bepaalt de prioriteiten waarmee bij het opstellen van de begroting rekening moet worden gehouden.
Het financiële kader biedt de EU de mogelijkheid om uitgavenprogramma’s een aantal jaren vooruit te plannen. Hierdoor komt er meer continuïteit in het EU-beleid. Het huidige financiële kader loopt van 2007 tot en met 2013.
Het financiële kader 2014-2020
Er wordt onderhandeld over een nieuw financieel kader voor de periode 2014-2020.
Vaststellen van het budget
Het vaststellen van de jaarlijkse begroting van de Europese Unie is een lang traject. Daarbij zijn de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement betrokken.
Elk voorjaar doet de Europese Commissie een voorstel voor de uitgaven voor het opvolgende jaar. Dat voorstel wordt besproken door het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie. Als zij akkoord gaan, wordt in december van elk jaar de begroting voor het komende jaar definitief vastgesteld.
Inkomsten van de Europese Unie
De inkomstenbronnen van de Europese Unie worden bepaald in het financiële kader. De inkomsten van de EU komen uit drie bronnen:
-
-de gezamenlijke douanetarieven die de lidstaten heffen op import uit en export naar derde landen
-
-een percentage van de geharmoniseerde btw-opbrengsten in alle lidstaten
-
-Directe bijdragen door lidstaten. Alle lidstaten dragen een vaststaand percentage van hun Bruto Nationaal Product (BNP) bij.
Uitgaven van de Europese Unie
De uitgaven van de Europese Unie zijn onderverdeeld in:
-
-verplichte uitgaven: de directe betalingen aan boeren voor hun producten, en inkomenssteun. Dit is de post landbouwsubsidies.
-
-niet-verplichte uitgaven: alle uitgaven die niet direct voor individuele burgers worden gedaan
-
-de ontwikkeling van economisch achtergebleven regio's van de Europese Unie. Het gaat om uiteenlopende projecten, van aanleg van infrastructuur tot renovatie van stadscentra of platteland.
-
-stimuleringsprogramma's voor onderzoek en onderwijs. Programma's kunnen rekenen op steun als ze bijdragen aan het concurrentievermogen en de cohesie van de EU
-
-ontwikkelingshulp en de uitbreiding van de Unie. Er wordt geld geïnvesteerd in zowel buurlanden als in Derde Wereldlanden. Bij rampen wereldwijd wordt geld gebruikt voor humanitaire hulp
-
-veiligheid binnen de EU. Hierbij gaat het om bijdragen voor het gebruik van civiele rechtbanken door EU-burgers en om afstemming van de verschillende strafrechtsystemen, inclusief grensoverschrijdend optreden van de politie
-
-de kosten voor het functioneren van alle EU-instellingen en agentschappen worden betaald vanuit de begroting
-
Fraudebestrijding en controle op Europees geld
Met enige regelmaat duiken er verhalen op over fraude en slechte verantwoording van de besteding van Europese gelden. Dit ondanks het feit dat de EU-begroting en het toezicht op de uitgaven aan zeer strikte regels gebonden zijn. Daarom wordt de controle op de uitgaven van de Europese Unie steeds strenger.
Toekomst van de Europese begroting
In de toekomst veranderen er een aantal zaken met betrekking tot de begroting van de EU. Zo worden de uitgaven voor landbouw beperkt en zal het zwaartepunt van de uitgaven naar andere sectoren verschuiven. Deze beweging is al ingezet. In 2007 al was het landbouwbeleid niet langer de grootste kostenpost van de EU.
De meerjarenbegroting van de Europese Unie moet in de toekomst voor de duur van vijf jaar worden vastgesteld. Deze periode moet gelijk gaan lopen met de zittingstermijn van het Europees Parlement en de Europese Commissie. Een voorstel hiertoe is op 25 maart 2009 met een grote meerderheid aangenomen door het Europees Parlement.
In oktober 2009 presenteerde de Europese Commissie een ruwe schets van hoe de Europese begroting er na 2013 uit zou moeten zien. In deze schets deed de Commissie tevens voorstellen voor de verbetering van de financieringsinstrumenten en de reorganisatie van het systeem van nationale afdrachten. De controle op de uitgaven moet verbeterd worden.
De focus van het EU-budget vanaf 2013 zou moeten liggen op de terreinen van groei en werkgelegenheid, klimaat en energie en buitenlands beleid. De Commissie stelt voor het budget van de EU te verhogen. Tegelijkertijd zou er ook gesneden moeten worden in de budgetten voor de landbouw. Landen die van de landbouwsubsidies profiteren willen de gezamenlijke landbouwpolitiek en de herziening daarvan buiten de begrotingsdiscussie houden.
De Commissie heeft ook het idee geopperd om een Europese belasting in te voeren. Hoe dat precies geregeld moet worden is nog de vraag, maar het principe dat de EU haar eigen middelen direct van de burger ontvangt is slecht gevallen in een aantal lidstaten. Het zou te zeer ingrijpen in de nationale soevereiniteit.
De Tweede Kamer wil dat de Europese begroting de komende jaren niet omhoog gaat. De Kamer vindt dat in deze tijden van crisis waardoor alle lidstaten moeten bezuinigen, het niet kan dat de EU meer geld tot haar beschikking krijgt. De Kamer heeft daarom de Nederlandse regering opgedragen om voor een nullijn te pleiten in Brussel. Dit betekent dat er zelfs geen inflatie meegerekend mag worden. Premier Rutte acht de kans klein dat er daadwerkelijk aan een nullijn vastgehouden kan worden.
Overige organisaties
Andere Europese organisaties hebben vaak een veel bescheidener budget, mede omdat de lidstaten de uitvoering van veel programma's direct financieren.
-
-het budget van de Organisatie voor Vrede en Veiligheid in Europa (OVSE) bedraagt 150,7 miljoen euro in 2011
-
-het budget van de Raad van Europa in 2011 bedraagt ongeveer 217 miljoen euro
Lees meer
Bron |
Taal |
Soort Informatie |
|---|---|---|
Europese Unie |
NL |
Inleiding + samenvatting van de EU wetten op het terrein van de begroting |
Bij de besluitvorming op dit beleidsterrein spelen de Europese Raad, de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement en de Europese Rekenkamer een rol.
Ontwerp van begroting bij de Europese Commissie
Eerstverantwoordelijk is de Eurocommissaris voor Financiële programmering en begroting:
Invloed nationale parlementen
Nationale parlementen van de lidstaten kunnen binnen acht weken nadat de Europese Commissie een voorstel heeft bekendgemaakt, laten weten dat de Europese Unie zich niet met het onderwerp zou moeten bezighouden.
Vanuit het Nederlandse parlement zijn bij dit beleidsterrein betrokken:
Besluitvorming door Raad en Europees Parlement
Voor het vaststellen van meerjarige kader voor de uitgaven en besluiten over de manier waarop de EU gefinancierd wordt, geldt dat de Raad besluit met eenparigheid van stemmen, na goedkeuring door het Europees Parlement.
Voor het vaststellen van de regels voor het financieel toezicht geldt de gewone wetgevingsprocedure, na raadpleging van de Europese Rekenkamer.
Het vaststellen van de jaarlijkse begroting verloopt volgens de begrotingsprocedure.
De raadsformatie die beslist over het meerjarige kader voor de uitgaven en beleid aangaande begrotingen is de Raad Algemene Zaken (RAZ). Vertegenwoordiger voor Nederland in deze Raad is:
De verantwoording van de EU-uitgaven verloopt volgens de kwijtingsprocedure.
De raadsformatie die jaarbegrotingen behandelt is de Raad Economische en Financiële zaken (Ecofin). Vertegenwoordiger voor Nederland in deze Raad is:
Voor het Europees Parlement houden de parlementaire commissies Begroting en Begrotingscontrole zich bezig met de kwijting van de begroting.
Van de Commissie Begroting is de volgende Nederlandse Europarlementariër lid:
Plaatsvervangende leden in deze commissie zijn:
Van de Commissie Begrotingscontrole zijn de volgende Nederlandse Europarlementariër lid:
De plaatsvervangende Europarlementariërs voor Nederland zijn in deze commissie:
Als het Europees Parlement het (eventueel aangepaste) voorstel goedkeurt, sluit een overeenstemming in de Raad van de Europese Unie de procedure af. Nederland heeft in de Raad 13 stemmen, op een totaal van 345. Als het voorstel door de Raad is goedgekeurd, zorgt de Nederlandse regering ervoor dat het voorstel nationaal wordt uitgevoerd.
Voor het meerjarig begrotingskader stemt de Raad met eenparigheid, met goedkeuring van het Europees Parlement.
Controlerende instanties
De Europese Rekenkamer controleert of de inkomsten en uitgaven wettig en regelmatig hebben plaatsgevonden, en of er een goed financieel beheer is gevoerd. De bevindingen van de rekenkamer gaan in een betrouwbaarheidsverklaring naar de Raad van Ministers en het Europees Parlement. Het jaarverslag wordt in het Publicatieblad van de Europese Unie openbaar gemaakt.
EU-lidstaatverklaring
In de jaarlijkse EU-lidstaatverklaring legt het Nederlandse kabinet publiek verantwoording af over de wijze waarop de EU-gelden die Nederland heeft ontvangen, in eigen land zijn besteed. De EU-lidstaatverklaring is gericht aan de Europese Commissie en het Nederlandse parlement. In deze verklaring doet het kabinet een uitspraak over de kwaliteit van de systemen die het heeft gehanteerd voor het beheren en controleren van het EU-geld. Ook geeft het kabinet aan of dit EU-geld volgens de regels ('rechtmatig') is besteed. De minister van Financiën geeft de verklaring namens het kabinet af, waarna de Algemene Rekenkamer een oordeel geeft over de deugdelijkheid van de EU-lidstaatverklaring.
De regels aangaande de begroting vinden hun basis in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU):
-
-beginselen en reglementen: zesde deel VwEU titel II art. 310, zesde deel VwEU titel II hoofdstuk 1 (art. 311), zesde deel VwEU titel II hoofdstuk 5 (artikelen 320 t/m 424)
-
-meerjaarlijks kader: zesde deel VwEU titel II hoofdstuk 2 (art. 312)
-
-jaarlijkse begroting: zesde deel VwEU titel II hoofdstuk 3 (artikelen 313 t/m 316)
-
-kwijting: zesde deel VwEU titel II hoofdstuk 4 (artikelen 317 t/m 319)
Hot issues
Europese Unie
Activiteitendossier
Europees Parlement
Betrokken instanties
Statistiek
Overig