Submenu:
Nieuws-items bij Parlementaire onderzoeken ...
Parlementaire onderzoeken 1875-heden - Hoofdinhoud
-
Parlementair onderzoek
Parlementair onderzoek kan de vorm aannemen van een parlementaire enquête of een parlementair onderzoek (niet in de vorm van een enquête). Een enquête is een zware vorm van onderzoek, waarbij de Kamer meer rechten heeft.
-
Onderhoud en innovatie spoor
Op 29 maart 2011 stemde de Tweede Kamer in met een voorstel van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu om onderzoek te doen naar het Nederlandse spoorsysteem. De commissie bracht op 16 februari 2012 rapport uit. De Tweede Kamer heeft hierover op 16 en 17 mei 2012 een debat gevoerd. Op 27 november 2012 is gestemd over enkele ingediende moties, die overigens werden verworpen.
-
Arbeidsmigratie
Op 29 september 2011 verscheen het eindrapport van de parlementaire commissie die onderzoek deed naar de recente arbeidsmigratie uit Midden- en Oost-Europa. De commisie concludeerde dat de toestroom van Poolse en andere Oost-Europese arbeidsmigranten is 'onderschat'. De commissie-Koopmans waaschuwde dat de nadelen van de arbeidsmigratie de boventoon kunnen gaan voeren als het kabinet 'de arbeidsmigratie niet in goede banen gaat leiden'.
-
Financieel stelsel
De Tweede Kamer stelde een onderzoek in naar de kredietcrisis van 2008. Het ging daarbij in een eerste onderzoeksronde om de structurele problemen in het financieel stelsel. Vanaf november 2011 kwamen de door het kabinet vanaf september 2008 genomen maatregelen met name om het bankwezen te ondersteunen aan de orde. Dit laatste gebeurde in de vorm van een parlementaire enquête, waarbij getuigen onder ede werden verhoord.
-
Onderwijsvernieuwingen


Op 13 februari 2008 verscheen het eindrapport van de parlementaire commissie die onderzoek deed naar onderwijsvernieuwingen sinds begin jaren negentig. De commissie verweet de verantwoordelijke bewindslieden een tunnelvisie. Politiek en belangenorganisaties drukten vernieuwingen door, zonder te luisteren naar docenten, ouders en leerlingen. Volgens de commissie-Dijsselbloem zou de overheid voortaan moeten gaan over het 'wat' in het onderwijs, en het onderwijs zelf over het 'hoe'. Het kabinet liet op 30 mei 2008 weten de conclusies van de commissie te delen en de adviezen over te nemen.
-
NATO Response Force
Op 19 juni 2006 heeft een parlementaire werkgroep onder voorzitterschap van de VVD'er Hans van Baalen een rapport gepresenteerd over de aard en reikwijdte van het Grondwetsartikel over het inlichtingenrecht van de Kamer bij de inzet van de krijgsmacht ter handhaving van de internationale rechtsorde.
-
Tbs-stelsel
Op 16 juni 2005 besloot de Tweede Kamer een parlementair onderzoek in te stellen naar het tbs-stelsel. Aanleiding was de betrokkenheid van een tbs'er die zich aan zijn verlof had onttrokken bij een moord. Doel van het onderzoek was te achterhalen waarom het tbs-stelsel in de huidige vorm onvoldoende in staat zou zijn de maatschappij te beschermen tegen mensen die na behandeling opnieuw ernstige misdrijven plegen.
-
Infrastructuurprojecten
Op 19 november 2003 besloot de Tweede Kamer een onderzoek in te stellen naar haar rol bij grote infrastructuurprojecten. Daartoe werd een tijdelijke commissie onder het voorzitterschap van Adri Duivesteijn in het leven geroepen. De reden voor dit onderzoek was de onvrede over het verloop en de voortdurende budgetoverschrijdingen bij de aanleg van de Betuweroute en de Hoge Snelheidslijn Amsterdam-Belgi- (HSL-Zuid). Opzet van het onderzoek was om aan de hand van de ervaringen met deze beide projecten een kader te schetsen voor de rol die de Tweede Kamer bij toekomstige grote projecten zou moeten spelen. Het eindrapport van de commissie werd op 15 december 2004 gepubliceerd.
-
Zorguitgaven
De Tijdelijke commissie onderzoek zorguitgaven (TCOZ) publiceerde op 18 maart 2004 het resultaat van de verkenningsfase van het onderzoek naar de effectiviteit van de extra zorguitgaven sinds 1994. De CDA'er Aart Mosterd was voorzitter van de commissie, die in juni 2003 werd ingesteld.
-
Integratiebeleid
Dit parlementair onderzoek richtte zich op de integratie van minderheden in de Nederlandse samenleving in de afgelopen 30 jaar. Het eindrapport, dat op 19 januari 2004 werd gepresenteerd, bevat behalve een analyse van het integratiebeleid ook aanbevelingen over versterking van het integratiebeleid, onder meer door verbetering van inburgeringscursussen en door betere spreiding van migranten in wijken en in het onderwijs.
-
-Biotechnologie (tijdelijke commissie-Terpstra). Deze commissie bereidde in 2001 de behandeling van de integrale beleidsnota Biotechnologie voor en deed onderzoek naar de toepassing van genetica in de gezondheidszorg.
-
Herculesramp
Op 15 juli 1996 verongelukte een Hercules C310 op de vliegbasis van Eindhoven. Bij de Herculesramp kwamen 34 mensen om. Omdat na een groot aantal rapporten er nog steeds grote leemtes bestonden in de kennis over de gebeurtenissen stelde de Tweede Kamer in 1999 een werkgroep in om die te onderzoeken. Het rapport kon voorzien in aanvullende informatie, maar stelde ook vast dat sommige vragen nooit zouden worden beantwoord.
-
Besluitvorming uitzendingen
Op 7 april 1999 stelde de Tweede Kamer de Tijdelijke Commissie Besluitvorming Uitzendingen (TCBU) in. Deze commissie, onder voorzitterschap van Bert Bakker (D66) onderzocht de uitzending van Nederlandse militairen in VN-verband naar vredesmissies in voormalig Joegoslavië, de Perzische Golf, Haïti, Angola, Cambodja en Cyprus. Enkele jaren later kwam er alsnog een parlementaire enquête naar Srebrenica.
-
evaluatie uitvoering aanbevelingen enquête opsporingsmethoden
Na de parlementaire enquête opsporingsmethoden (IRT-enquête) werd afgesproken om de uitvoering van de aanbevelingen van de enquêtecommissie te laten evalueren door een parlementaire onderzoekscommissie. De commissie, onder voorzitterschap van Ella Kalsbeek (PvdA), concludeerde dat sinds de parlementaire enquête de betrokken organisaties te maken hadden met onduidelijkheid en onzekerheid en dat er sprake was van een weinig systematische omgang met nieuwe opsporingsmethoden.
-
-Asbestproblematiek Cannerberg (werkgroep-Hoekema). Onderzoek in 1998 naar de besluitvorming rond de asbestproblematiek van Joint Operations Centre Cannerberg van lucht- en landmacht in de periode 1967-1992.
-
-Technolease (delegatie-Wolters uit vier commissies). Naar aanleiding van berichten in NRC Handelsblad en een rapport van de Algemene Rekenkamer wordt in 1997 beperkt onderzoek ingesteld naar een - overigens legale - fiscale constructie die aan de Rabobank is vergund in relatie tot Philips. Philips verkocht technologische kennis aan de Rabobank en huurde die vervolgens terug. Vooral het niet volledig verstrekken van gegevens aan de Tweede Kamer is onderwerp van onderzoek. Naar aanleiding van het rapport werd aangedrongen op betere (eventueel vertrouwelijke) informatievoorziening aan het parlement.
-
-Stichting Woningbeheer Limburg (tijdelijke commissie-Hofstra/Versnel). De financiële situatie van de Stichting Woningbeheer Limburg waar een groot vermogenstekort was ontstaan, was in 1995-1996 reden voor een onderzoek. Met name betekenis van de fusie tussen de woningcorporaties SBDI, Het Zuiden en HBL daarbij was onderwerp van onderzoek. Verder werd de rol van het ministerie bij de sanering van de financiën bekeken.
-
Ctsv (College van Toezicht Sociale Verzekeringen)
In januari 1996 verschenen berichten in de pers over de slechte verhoudingen in het Ctsv. Ter uitvoering van een motie-Bijleveld werd besloten een onderzoek te starten, waarbij vragen waren: hoe heeft het Ctsv gefunctioneerd, hoe was de relatie tussen Ctsv en ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en hoe waren de verhoudingen tussen Ctsv en bedrijfsverenigingen. Naar aanleiding van het debat over het rapport van de commissie werd ernstige kritiek geuit op het beleid van staatssecretaris Linschoten. Hij besloot naar aanleiding hiervan zijn ontslag aan te bieden.
-
Klimaatverandering en broeikaseffect
Naar aanleiding van onduidelijkheid in de Tweede Kamer over de huidige stand van zaken in de wetenschap met betrekking tot de klimaatverandering en het broeikaseffect besloot de Tweede Kamer op 20 december 1995 een tijdelijke onderzoekscommissie ingesteld. De commissie, onder voorzitterschap van Eimert van Middelkoop, hield een oriënterend onderzoek en concludeerde dat ondanks wetenschappelijke onzekerheden er op nationaal en internationaal niveau politieke antwoorden moesten komen op de klimaatverandering.
-
-Toezicht Verzekeringskamer (tijdelijke commissie-Ybema). Naar aanleiding van problemen bij levensverzekeringsmaatschappij Vie d'Or werd in 1995 onderzocht of het toezichtsbeleid door de Verzekeringskamer in overeenstemming met de geldende wettelijke regelingen was geweest.
-
-Onderzoek besluitvorming volksgezondheid (subcommissie-Willems uit de commissies voor volksgezondheid en rijksuitgaven) (1994-1995). De commissie onderzocht waarom een stelselherziening in de gezondheidszorg (ziektekostenverzekering) sinds 1987 zoveel tijd en moeite kostte. Het ging met name om de plannen van de commissie-Dekker en van de staatssecretarissen Dees en Simons. Aan de orde kwamen verder onder meer de overheveling van voorzieningen naar de AWBZ, de informatievoorzieninge, en de standpunten van partijen en organisaties.
-
-Affaire-Bosio (bijzondere commissie-Tommel) (1991-1992). Bosio was een Franse zakenman, wiens door de overheid gesubsidieerde bedrijf mogelijk betrokken was bij drugstransport en wapenhandel. De Kamer stelde hiernaar in 1991/1992 een onderzoek in.
-
-Kinderbescherming (subcommissie-Vliegenthart uit de bijzondere commissie voor het Jeugdwelzijnsbeleid en de vaste commissie voor Justitie) (1990). De commissie onderzocht het functioneren van de kinderbescherming en constateerde een aantal leemten. Zo was er gebrek aan externe controle en waren er onvoldoende garanties voor objectieve klachtenbehandeling. Regels waren te vaag en de rechtszekerheid voor ouders daardoor onvoldoende. De subcommissie deed onder meer de aanbeveling wetgeving aan te passen en de informatievoorziening te verbeteren. Er diende een volledige scheiding te komen tussen rechtspraak en gezinsvoogdij. Er moest één instantie komen voor toezicht op de jeugdhulpverlening.
-
Visquoteringsregelingen
Eind 1986 verschenen berichten in de media dat ambtenaren van het ministerie van Landbouw en Visserij via een dubbele boekhouding meewerkten aan het ontduiken van in Europees verband genomen visquoteringsregelingen. Op 1 december 1986 stelde de vaste commissie voor de Visserij daarom een subcommissie in die moest onderzoeken of ambtenaren van het ministerie betrokken waren bij het ontduiken van de visquoteringsregelingen door de visserij.
-
-Gedragingen van multinationale ondernemingen (bijzondere commissie-Bakker/Herfkens) (1980-1983). Doel van het onderzoek was het inventariseren van internationale richtlijnen en gedragscodes voor multinationals en de toepassing daarvoor door Nederland. Verder zou worden gekeken naar de wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen die nodig waren om de internationale richtlijnen en codes effectiever te doen zijn. Het ging onder meer om richtlijnen van de OESO, de IAO en van UNCTAD over het sociale beleid, gedragingen in ontwikkelingslanden en overdracht van technologie. De commissie deed geregeld onderzoek, voerde overleg en bracht daarover enkele malen tussentijds rapport uit.
-
-Zaak-Khan (bijzondere commissie-Ter Beek) (1980-1986). Het onderzoek richtte zich op dr.ir. A.Q. Khan, een Pakistaanse medewerker van splijtstofopwerkingsfabriek Urenco in Almelo. De commissie concludeerde dat Pakistan via Khan de beschikking had gekregen over kennis ten aanzien verrijking van uranium, die eventueel voor militaire doeleinden kon worden gebruikt. Naleving van beveiligingsvoorschriften was onvoldoende geweest.
-
-Godsdienstige sekten (subcommissie-Haas-Berger)(1980-1984). De commissie onderzocht het verschijnsel sekten en de invloed daarvan op de geestelijke volksgezondheid. Het onderzoek werd uitgevoerd onder ex-sekteleden door de Hoofdinspectie van de Geestelijke Gezondheidszorg. Aanbevolen werd door belangenverenigingen en wetenschappers nader onderzoek te laten verrichten, omdat er geen goed inzicht in de problematiek was te krijgen.
-
Kennis omtrent gedragingen van mr. Aantjes tijdens de Tweede Wereldoorlog
In november 1978 raakte CDA-fractievoorzitter Willem Aantjes in opspraak vanwege zijn oorlogsverleden, waarbij hij zich had aangemeld bij de Nederlandse SS om vanuit Duitsland, waar hij was te werk gesteld, te kunnen terugkeren naar Nederland. Het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD) was in oktober met een onderzoek naar dat verleden gestart. De resultaten daarvan lekten uit. Een persconferentie van RIOD-directeur Lou de Jong en de speculaties over het handelen van Aantjes tijdens de Tweede Wereldoorlog in de media zorgden voor politieke en maatschappelijke onrust.
-
-Economische boycot Rhodesië (werkgroep-J.N. Scholten) (1978-1982). De werkgroep onderzocht of oliemaatschappij Shell een embargo van de Verenigde Naties ontdook. De VN had een resolutie aangenomen waarin alle staten werden opgeroepen hun economische relaties met Rhodesië te verbreken en een embargo op olie en petroleum te handhaven. Uit een Brits onderzoek bleek dat Shell het VN-embargo overtrad. In 1982 concludeerde de werkgroep dat de Nederlandse overheid niets had gedaan om het embargo te handhaven.
-
-Arabische boycot en Nederland (bijzonder commissie-Van den Bergh) (1978-1979). Er werd onderzoek gedaan naar economische maatregelen van Arabische landen tegen Nederlandse bedrijven waarvan werd verondersteld dat zij een bijdrage leverden aan versterking van de economische en militair-strategische positie van Israël. Belangrijke boycotinstrumenten waren de niet-Joodverklaring en de niet-Israëlverklaring, die van bedrijven werd gevraagd om handel te kunnen drijven. Er was er in Arabische landen vaak een zwarte lijst en veel bedrijven werden met boycotmaatregelen geconfronteerd. De exacte schade van de boycot voor de handelsrelaties kon niet worden vastgesteld.
-
-Individuele steunverlening bedrijven (subcommissie-Van Dijk uit de commissie voor de Rijksuitgaven). In 1978-1980 werd onderzoek gedaan naar de verlening van steun en garanties aan individuele bedrijven met overheidsgelden. Met name werd gekeken hoe de parlementaire controle kon worden verbeterd. De subcommissie deed een aantal aanbevelingen, zoals grotere transparantie, minder verbrokkeling, betere overheidscontrole en een grotere rol van de Algemene Rekenkamer.
-
-Aanschaffingsbeleid defensiemateriaal en de controle daarop (bijzondere commissie-Van Amelsvoort, COAC) (1976-1977). Deze commissie werd ingesteld n.a.v. de Lockheed-affaire. Taak was het onderzoeken van de besluitvorming bij aanschaf van defensiematerieel en de controle die Kamer daarbij uitvoert. Verder moest worden bekeken wat de betrokkenheid van het Nederlandse bedrijfsleven was bij het aankoopbeleid. Het onderzoek werd opgedragen aan twee subcommissies, waarvan alleen die voor het wapenaankoopbeleid o.l.v. K.G. de Vries in 1977 een rapport uitbracht.
-
-Zaak-Van der Putten (bijzondere commissie-Van Doorn) (1962-1963). Het onderzoek van de commissie richtte zich op het handelen van toenmalig Defensie-ambtenaar Van der Putten en van de minister van Defensie Visser. Van der Putten werd vanwege kritiek op een aantal hoge militairen bij de landmacht eind 1961 ontslagen door de minister. Door het ambtenarengerecht werd Van der Putten in het gelijk gesteld, maar Visser weigerde hem te rehabiliteren. Een onderzoekscommissie werd ingesteld om de zaak te bestuderen. Het rapport van de commissie bevatte kritiek op het beleid van minister Visser maar ook kritiek op het gedrag van Van der Putten.
-
-Aanschaffing defensiematerieel (bijzondere commissie-Koersen) (1958-1959). De commissie werd ingesteld naar aanleiding van de Helmenaffaire in 1958. De Dienst Materieel Landmacht had op grote schaal ondeugdelijke helmen aangeschaft. Vanwege deze affaire zag toenmalig staatssecretaris van Oorlog Kranenburg zich gedwongen om af te treden. De commissie oordeelde in een tussentijds rapport dat de verantwoordelijkheid voor het falende beleid eerder lag bij minister van Defensie Staf dan bij de staatssecretaris. In een tweede rapport werden aanbevelingen gedaan voor de organisatie van het militaire aankoopbeleid.
-
-Affaire-Oss (commissie-Schouten) (1938-1939)
-
-Onderzoek houtvoorziening van de Nederlandse Spoorwegen (1933-1935)
-
-Onderzoek besteding van gelden uitgetrokken op de begroting van Oorlog voor 1918 (1921-1924)
-
-Onderzoek naar de wijze waarop contracten voor de levering van vliegtuigen en motoren zijn gesloten en uitgevoerd (1920-1923)
-
-Onderzoek naar namens de Staat gesloten veevoederovereenkomsten (1918-1920)
-
-Onderzoek naar de levering van geschut aan de Nederlandse regering (1909-1910)
-
-Contract van de Bilitonmaatschappij (commissie-Mirandolle) (1882)
-
-Kiezersknoeierijen in Elst (commissie-Tak van Poortvliet) (1875)
-
Parlementaire onderzoeken in historisch perspectief
Behalve parlementaire enquêtes, waarbij getuigen onder ede kunnen worden gehoord, verrichten (tijdelijke) commissies geregeld onderzoek naar beleidsvraagstukken. Dat onderzoek bestaat meestal zowel uit het horen van personen, als uit het doen van (literatuur)studie. Vaak worden ook externe onderzoekers ingeschakeld om bij het onderzoek te helpen.