Bulgarije en Roemenië: waren ze wel klaar voor de EU? - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Roemenië en Bulgarije met één been in EU © ANP-Photo

Op 1 januari 2007 zijn Bulgarije en Roemenië toegetreden tot de Europese Unie. Eind september 2006 vond de Europese Commissie dat beide landen ver genoeg waren gevorderd met de hervormingen om in 2007 te mogen toetreden. Ook de Europese Raad gaf hiervoor groen licht: tijdens een vergadering in Luxemburg op 16 oktober 2006 stemden de ministers van Buitenlandse Zaken van de 25 EU lidstaten in met de toetreding van Bulgarije en Roemenië op 1 januari 2007.

Als belangrijkste knelpunten golden voor beide landen: onvoldoende voortgang in de corruptiebestrijding en in de hervorming van het openbare bestuur (democratie) en te geringe voortgang bij het versterken van de persvrijheid. Trage hervormingen in de landbouwsector bleven voor beide landen een problematisch onderwerp in het EU-toetredingsdossier.

Ook na toetreding hield de Commissie de ontwikkeling van de rechtstaat en het overheidsapparaat in de gaten en gaf de Commissie advies uit over verdere hervormingen.

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Voorgeschiedenis

De relaties van de Europese Unie met Roemenië en Bulgarije hebben zich ongeveer gelijktijdig ontwikkeld. In 1991 tekenden de landen een Handels- en Samenwerkingsovereenkomst met de EU en in 1993 volgden Europa-overeenkomsten die de basis legden voor nauwe samenwerking en de invoering van een vrijhandelszone. 

Deze Europa-overeenkomsten werden twee jaar later van kracht. In juni 1995 vroeg Roemenië het lidmaatschap van de Europese Unie aan, Bulgarije deed dat in december van dat jaar. Kort daarna besloten de Europese leiders unaniem tot de formele opening van toetredingsonderhandelingen met de twee landen; die werden in 2000 gestart en in 2004 afgerond. In 2005 werden de toetredingsverdragen getekend.

2.

Problemen

Aanvankelijk streefden Bulgarije en Roemenië naar toetreding op 1 mei 2004, samen met tien andere Centraal- en Oost-Europese landen. Aangezien beide landen niet snel genoeg konden inspelen op de strenge eisen van de Europese Unie, misten ze deze toetredingsdatum. Om die reden gaf in oktober 2002 de Europese Commissie aan 1 januari 2007 als streefdatum voor de toetreding van Bulgarije en Roemenië te hanteren.

Alhoewel beide landen tussen 2004 en 2007 vorderingen hadden geboekt, moesten ze ook na toetreding op 1 januari 2007 door blijven gaan met het doorvoeren van hervormingen en het invoeren van Europese regelgeving.

Terwijl de Europese Commissie overwegend positief was over de toetreding van Roemenië en Bulgarije tot de Unie in 2007, waren de Europarlementariërs kritischer. De toenmalige Nederlandse leden Joost Lagendijk (GroenLinks) en Camiel Eurlings (CDA) stelden dat het achteraf onverstandig was een datum vast te stellen voor de toetreding. Volgens hen kon het enige criterium zijn of een land al dan niet voldoet aan de criteria. De datum is destijds vastgesteld door eurocommissaris Günter Verheugen. Hij wilde zowel Roemenië als Bulgarije een duidelijk perspectief bieden op toetreding om eventuele anti-Europese krachten geen kans te geven.

Roemenië

In het geval van Roemenië maakten de beleidsmakers in Brussel zich vooral nog zorgen over de corruptie en de discriminatie van de Roma-minderheid. Hoewel wetgeving om corruptie tot op het hoogste niveau te bestrijden inmiddels tot stand was gebracht, stond de praktische aanpak van corruptiebestrijding echter nog in de kinderschoenen. Een effectieve aanpak van corruptie zorgt ervoor dat Roemenië sneller aan de economische criteria voldoet en meer buitenlandse investeerders aantrekt.

Mede onder Europese druk voerde de Roemeense overheid wetgeving in die discriminatie van Roma en Sinti verbiedt, maar berichten over geweld tegen zigeuners door de Roemeense politie en discriminatie door overheidsorganen steken nog steeds de kop op. Andere problemen die in het geval van Roemenië speelden zijn:

  • mensenhandel en - smokkel
  • beperkte vrije meningsuiting en persvrijheid
  • een hoog begrotingstekort
  • een verouderde landbouwsector
  • achterstanden in het milieubeleid
  • het langzame tempo van de hervormingen binnen het openbaar bestuur

Bulgarije

Hoewel Bulgarije al goed op weg was met corruptiebestrijding, zou het meer moeten doen op dit vlak, in het bijzonder door het vastleggen van de genomen maatregelen in de wetgeving. Bovendien moest Bulgarije de hervormingen van het justitieel systeem voortzetten, vooral door de versterking van de onafhankelijkheid van de rechters.

Verder moest Bulgarije nog aandacht besteden aan de volgende punten:

  • het opsporen en berechten van georganiseerde misdaad-netwerken
  • het opzetten van een functionerend systeem voor administratie en controle van de landbouwsector
  • het opzetten van faciliteiten voor controle van voedselveiligheid
  • het versterken van voorzieningen tegen geldwitwaspraktijken
  • het versterken van de controle van structuur- en cohesiefondsen
  • versterking van de luchtveiligheid
  • sluiting van de Kozloduy kerncentrale.

Voorbehouden

In oktober 2005 meldde eurocommissaris Olli Rehn (Uitbreiding EU) dat Bulgarije en Roemenië wellicht niet op alle beleidsterreinen zouden mogen meebeslissen, als de noodzakelijke hervormingen per 2007 niet volledig zijn doorgevoerd. In het toetredingsverdrag is met het oog hierop een zogenaamde "vrijwaringsclausule" opgenomen.

Deze clausule was bedoeld om druk te blijven uitoefenen op de Bulgaarse en Roemeense overheid om door te gaan met hervormingen, ook na de toetreding tot de EU. Daarnaast heeft de EU nog een ander drukmiddel: het onthouden van EU-gelden. Dat heeft de Europese Commissie ook daadwerkelijk gedaan met een blokkade op € 110 miljoen landbouwsubsidies voor Bulgarije nadat fraude was ontdekt in 2008.

Bulgarije heeft daarna de beloofde verbeteringen uitgevoerd, waardoor het geld een jaar later alsnog kon worden overgemaakt. Dit drukmiddel blijkt dus een effectief middel om de gewenste hervormingen af te dwingen.

Bovendien stelden vrijwel alle EU-lidstaten, inclusief Nederland, de grenzen voorlopig niet open voor de werknemers uit Bulgarije en Roemenië toen deze landen lid werden van de EU. De EU-lidstaten vreesden enorme stromen van arbeidskrachten uit de twee landen als gevolg van nogal grote welvaartsverschillen. Veel landen hebben anno 2011 de inmiddels grenzen opengesteld.

Nederland heeft wel hun beperkingen versoepeld, maar het is voor Roemenen en Bulgaren nog steeds verplicht een werkvergunning aan te vragen. Deze wordt alleen verstrekt als de werkgevers geen andere werknemers heeft kunnen vinden en hij goede arbeidsomstandigheden en accommodatie kan bieden. Minister Kamp heeft laten weten dat dit tor 2014 zo blijft. Vanaf dat jaar geldt volgens de EU-regels ook voor Roemenen en Bulgaren vrij verkeer van werknemers.

3.

3. Extra toezicht na toetreding

Beide landen worden sinds hun toetreding tot de EU scherp in de gaten gehouden. Met regelmaat rapporteert de Commissie dan op welke punten verdere hervormingen nodig zijn. In 2012 publiceerde de Commissie een rapport over vijf jaar EU-lidmaatschap en de bijbehorende hervormingen van het openbaar bestuur in Bulgarije en Roemenië. Voor beide landen geldt dat er vooruitgang is geboekt, maar dat de hervormingen nog lang niet zijn afgerond. De meest belangrijke punten op een rij:

Bulgarije

  • al wordt de bestrijding van de misdaad steeds effectiever georganiseerd, toch blijft georganiseerde misdaad een hardnekkig probleem
  • de aanpak van corruptie laat nog te wensen over. Dat ligt vooral aan een gebrek aan coördinatie tussen instellingen

Roemenië

  • de onafhankelijkheid van belangrijke (democratische) instellingen moet beter worden beschermd
  • veel hervormingen zijn bemoedigend maar de implementatie ervan verloopt te traag
  • de transparantie en integriteit van het bestuur laten op veel punten nog te wensen over, ondanks behaalde successen in de strijd tegen corruptie

In het voorjaar van 2012 woedde er een machtsstrijd tussen de president en de premier. De president voerde een aantal hervormingen door die democratische instellingen verzwakten. De Commissie heeft hier veel kritiek op, en de Roemeense president Ponta heeft dan ook een lijst van elf punten gekregen waar aan moet worden voldaan. Die hebben betrekking op de versterking van het democratisch bestel.

Voor beide landen geldt het verscherpte toezicht nog steeds.

4.

Meer informatie