Kabinet-Balkenende II (2003-2006) - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving
Foto kabinet-Balkenende II grootvergrootglas

In het tweede kabinet-Balkenende is de LPF vervangen door D66. De CDA- en VVD-bewindslieden uit het eerste kabinet-Balkenende keerden allen terug. Nieuwe VVD- en CDA-ministers brachten het aantal vrouwen op een recordaantal van vijf. Bijzonder was verder dat D66 voor het eerste aan een centrumrechts kabinet meedoet.

De nieuwe bewindslieden werden op 27 mei 2003 beëdigd. In het voorjaar van 2005 was er na het aftreden van minister De Graaf enige tijd sprake van een crisissfeer. Na herziening van het regeerakkoord en instemming van het D66-congres (2 april 2005) met dit akkoord werd de crisis echter bezworen.

Het kabinet bestond uit zestien ministers: acht van het CDA, zes van de VVD en twee van D66. Er zijn tien staatssecretarissen: vijf CDA'ers, vier VVD'ers en één namens D66. Premier is Jan Peter Balkenende (CDA). Het kabinet treedt op 27 mei 2003 aan. Premier Balkenende legt op 3 juni de regeringsverklaring af.

Op 29 juni 2006 maakten de D66-bewindslieden bekend zich terug te trekken uit het kabinet. Zij deden dit nadat de D66-fractie het vertrouwen in minister Verdonk had opgezegd en het kabinet daaraan geen consequenties wilde verbinden. De D66-fractie trok daarop haar steun aan het kabinet in. Dit was voor de D66-bewindslieden reden voor hun vertrek. De overige bewindslieden stelden hierop hun portefeuilles, dan wel functie ter beschikking. Minister-president Balkenende deelde dit op 30 juni aan de koningin mee.

Op 7 juli 2006 verleent Koningin Beatrix het kabinet ontslag en treedt het opvolgende overgangskabinet-Balkenende III aan, dat als voornaamste taak het uitschrijven van vervroegde verkiezingen heeft.

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Bijzonderheden

financieel-economisch beleid

De Nederlandse economie maakt een periode van recessie door, die leidt tot oplopende werkloosheid. Het kabinet stuurt daarom aan op loonmatiging en bezuinigingen bij de overheidsfinanciën. Vooral bij de sociale zekerheid vinden ingrepen plaats, zoals strengere toelatingseisen bij de WAO.

De Bijstandswet wordt vervangen door de Wet werk en bijstand, de WAO door de Wet Werk en Inkomen naar arbeidsvermogen. Verder lukt het om het stelsel van ziektekostenverzekeringen te wijzigen: er komt een Zorgverzekeringswet.

In oktober 2003 komt een Najaarsakkoord tot stand met de sociale partners over loonmatiging.

Het kabinet kondigt in 2004 aan de mogelijkheden voor prepensioen en vut te willen beperken vanwege de naderende vergrijzing. Dit leidt op 2 oktober 2004 tot een grote demonstratie van de vakbonden. Hierna komt op 6 november in de Stichting van de Arbeid een akkoord tot stand over zowel prepensioen en levensloop als loonmatiging, WW en WAO. De voorgestelde ingreep in het prepensioen verdwijnt van tafel.

terreurdreiging

Op 11 maart 2004 vinden in Spanje terroristische aanslagen op treinen plaats, waarbij bijna 200 doden en 1400 gewonden vallen. Op 7 juli 2005 worden aanslagen gepleegd in de Londense metro en in een bus. Dit draagt ook in ons land bij aan een algemeen klimaat van onveiligheid en angst voor aanslagen door extremistische moslims.

Op 2 november 2004 wordt in Amsterdam de cineast en columnist Theo van Gogh vermoord door Mohammed Bouyeri, een radicale moslim. Op het lichaam van Van Gogh wordt een doodsbedreiging aan VVD-Tweede Kamerlid Ayaan Hirsi Ali gevonden. De moord veroorzaakt veel commotie. Als reactie is er een brandstichting in een islamitische school in Uden. De discussie over integratie en asiel wordt door de gebeurtenissen verscherpt. Dat wordt nog versterkt als op 10 november 2004 in het Haagse Laakkwartier een inval plaatsvindt, waarbij leden van de zogenaamde Hofstadgroep (radicale islamitische jongeren) worden gearresteerd.

Europese Grondwet

Tijdens het Nederlands voorzitterschap van de EU komt op 29 oktober 2004 het ontwerp tot stand van een Grondwettelijk Verdrag (Europese Grondwet) voor de EU. Tijdens een op basis van een initiatiefwet gehouden referendum wordt dit ontwerp op 1 juni 2005 afgewezen. Het kabinet had zich sterk gemaakt voor aanvaarding. Hierna wordt de Europese Grondwet 'dood' verklaard.

asielzoekers/inburgering

In 2004 wordt een beperkte pardonregeling ingevoerd voor asielzoekers die al langere tijd in Nederland verblijven. Het uitzetbeleid voor uitgeprocedeerde asielzoekers wordt aangescherpt. De terugkeer naar onder meer Syrië en Congo leidt tot aanvaringen van de Kamer met minister Verdonk, omdat teruggekeerde asielzoekers in die landen in problemen zijn gekomen.

Een wetsvoorstel over verplichte inburgering van alle allochtone Nederlanders leidt tot kritiek van zowel Raad van State als Tweede Kamer. Uiteindelijk wordt de verplichting voor genaturaliseerde Nederlanders gekoppeld aan het wel of niet bezitten van diploma's of certificaten.

bestuurlijke vernieuwing

Minister De Graaf maakt zich sterk voor wijziging van het kiesstelsel en voor de gekozen burgemeester. Hij komt met een wijziging van de Kieswet waardoor kiezers zowel een stem op een partij als op een regionale kandidaat moeten kunnen uitbrengen. Het voorstel wordt bekritiseerd en wordt na het vertrek van De Graaf ingetrokken.

Voor invoering van de gekozen burgemeester is grondwetswijziging nodig. Daarnaast komt De Graaf met een wetsvoorstel dat er voor moet zorgen dat op 1 januari 2006 alle burgemeesters (ook de zittende) worden gekozen. Hiertegen komen veel bezwaren. Onder andere de voorgesteld invoering is voor de PvdA-Eerste Kamerfractie reden om tegen de grondwetsherziening over de gekozen burgemeester te stemmen, die daardoor wordt verworpen.

De Graafs opvolger Pechtold stelt een Nationale Conventie in, die met voorstellen moet komen voor staatkundige hervormingen. Ook stelt hij een Burgerforum over het kiesstelsel in.

normen en waarden

Naar aanleiding van een kabinetsreactie op een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid debatteert de Tweede Kamer in april 2005 over 'waarden en normen'. Er bestaat overeenstemming over bevordering van fatsoenlijk gedrag, maar sommige partijen vrezen daarbij betutteling. De linkse oppositie vraagt ook om aandacht voor 'waarden en normen' van de kant van de overheid, bijvoorbeeld waar het gaat om de behandeling van ouderen in verpleeghuizen en om het beperken van extreem hoge beloning in het bedrijfsleven.

kabinetscrisis

  • Ayaan-crisis

    Op 30 juni 2006 bood minister-president Balkenende het ontslag aan van de bewindslieden van D66 en stelden hij en de overige bewindslieden hun portefeuilles ter beschikking. De D66-bewindslieden stapten op, nadat de D66-fractie een dag eerder het vertrouwen in minister Verdonk had opgezegd. Noch het kabinet, noch de fracties van CDA en VVD wilden daaraan echter de consequentie verbinden dat de minister zou opstappen.

2.

Samenstelling kabinet

Minister-President
Mr.Drs. J.P. Balkenende (cda)

Viceminister-president
Drs. G. Zalm (vvd)
Mr. Th.C. de Graaf (d66) (27 mei 2003 - 23 maart 2005)
Mr. L.J. Brinkhorst (d66) (31 maart 2005 - 3 juli 2006)

Algemene Zaken
minister: Mr.Drs. J.P. Balkenende (cda)

Buitenlandse Zaken
minister: Mr. J.G. de Hoop Scheffer (cda) (27 mei 2003 - 3 december 2003)
minister: Dr. B.R. Bot (cda) (3 december 2003 - 7 juli 2006)
staatssecretaris: Mr.Drs. A. Nicolaï (vvd)

minister voor Ontwikkelingssamenwerking
minister: A.M.A. van Ardenne-van der Hoeven (cda)

Justitie
minister: Mr. J.P.H. Donner (cda)

minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie
minister: Drs. M.C.F. Verdonk (vvd)

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
minister: J.W. Remkes (vvd)

minister voor Bestuurlijke vernieuwing en Koninkrijksrelaties
minister: Mr. Th.C. de Graaf (d66) (27 mei 2003 - 23 maart 2005)
minister: Drs. A. Pechtold (d66) (31 maart 2005 - 3 juli 2006)

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap(pen)
minister: M.J.A. van der Hoeven (cda)
staatssecretaris: Mr. M.C. van der Laan (d66) (27 mei 2003 - 3 juli 2006)
staatssecretaris: Drs. A.D.S.M. Nijs (vvd) (27 mei 2003 - 9 juni 2004)
staatssecretaris: Drs. M. Rutte (vvd) (17 juni 2004 - 27 juni 2006)

Financiën
minister: Drs. G. Zalm (vvd)
staatssecretaris: Mr.Drs. J.G. Wijn (cda)

Defensie
minister: H.G.J. Kamp (vvd)
staatssecretaris: C. van der Knaap (cda)

Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
minister: S.M. Dekker (vvd)
staatssecretaris: Drs. P.L.B.A. van Geel (cda)

Verkeer en Waterstaat
minister: Drs. K.M.H. Peijs (cda)
staatssecretaris: Drs. M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus (vvd)

Economische Zaken
minister: Mr. L.J. Brinkhorst (d66) (27 mei 2003 - 3 juli 2006)
minister: Drs. G. Zalm (vvd) (3 juli 2006 - 7 juli 2006)
staatssecretaris: Ir. C.E.G. van Gennip (cda)

Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
minister: Dr. C.P. Veerman (cda) (27 mei 2003 - 1 juli 2003)

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
minister: Dr. C.P. Veerman (cda) (1 juli 2003 - 7 juli 2006)

Sociale Zaken en Werkgelegenheid
minister: Mr. A.J. de Geus (cda)
staatssecretaris: Drs. M. Rutte (vvd) (27 mei 2003 - 17 juni 2004)
staatssecretaris: H.A.L. van Hoof (vvd) (17 juni 2004 - 7 juli 2006)

Volksgezondheid, Welzijn en Sport
minister: Drs. J.F. Hoogervorst (vvd)
staatssecretaris: Drs. C.I.J.M. Ross-van Dorp (cda)

3.

Mutaties

In september 2003 wordt bekend dat minister De Hoop Scheffer van Buitenlandse Zaken secretaris-generaal van de NAVO wordt. De voormalige diplomaat Ben Bot wordt bij besluit van 30 september tot diens opvolger benoemd. De ministerswisseling krijgt op 3 december zijn beslag.

Na rel rond een interview met weekblad Nieuwe Revu treedt in juni 2004 staatssecretaris Nijs van Onderwijs af. In het interview blijkt dat de verhouding tussen Nijs en minister Van der Hoeven slecht is. Na excuses ziet een Kamermeerderheid geen reden voor het vertrek van Nijs, maar een dag na het Kamerdebat geeft de top van de VVD aan dat Nijs beter kan aftreden.

Als haar opvolger wordt Mark Rutte, staatssecretaris van Sociale Zaken, benoemd. Hij wordt op zijn beurt opgevolgd door oud-Tweede Kamerlid en oud-staatssecretaris van Defensie Henk van Hoof.

Op 23 maart 2005 treedt minister De Graaf, vice-premier en minister van Bestuurlijke vernieuwing en Koninkrijksrelaties af. De avond daarvoor had de Eerste Kamer de Grondwetswijziging waarmee de benoeming van de burgemeester en de commissaris van de Koningin uit de Grondwet werd gehaald, weggestemd. Voor een Grondwetswijziging is een tweederde meerderheid nodig. De coalitie stemde voor, maar PvdA, GroenLinks, SP, ChristenUnie en SGP stemden tegen, waardoor die meerderheid ontbrak. De Graaf zag één van zijn ambities in rook opgaan.

Toen de volgende dag ook nog bleek dat de VVD eigenlijk niets zag in het door De Graaf voorgestelde nieuwe kiesstelsel, restte hem niets anders dan aftreden. D66 brak het regeerakkoord open. De andere D66-bewindslieden beraadden zich op hun positie in afwachting van een nieuw akkoord. Dat werd twee dagen daarna op paaszaterdag bereikt, dat dan ook de toepasselijke naam 'Paasakkoord' kreeg. Als opvolger van De Graaf circuleerde toen al de naam van Alexander Pechtold, burgemeester van Wageningen en D66-voorzitter. De Koningin beëdigde hem op 31 maart.

4.

Formatie

Hoewel CDA en VVD als 'partners' de verkiezingen waren ingegaan, wees de verkiezingsuitslag in een andere richting. De twee partijen hebben samen geen parlementaire meerderheid meer. Voor voorzetting van hun samenwerking is dus een derde partij nodig. De LPF is na het mislukken van Balkenende I geen optie meer en D66 wil (vooralsnog) niet 'aanschuiven' Zo lijken CDA en PvdA (die samen wel een meerderheid hebben) tot elkaar veroordeeld te zijn.

CDA-informateur Donner, met later naast hem de PvdA'er Leijnse, leidt de niet altijd even soepel loepende onderhandelingen die naar een CDA-PvdA-coalitie moeten leiden. Het verschil in standpunt tussen PvdA en CDA over de net uitbrekende Irak-oorlog is daarbij niet gunstig voor het onderhandelingsklimaat.

Ten slotte lopen de onderhandelingen na weken stuk op het te voeren financieel en economisch beleid. Vanwege een zich aandienende recessie moet er buitengewoon fors worden bezuinigd. Als er bijna overeenstemming lijkt te zijn, komt het CDA met aanvullende bezuinigingseisen. Dat is voor de PvdA onacceptabel.

De CDA'er Hoekstra, lid van de Raad van State, en oud-minister en - Senaatsvoorzitter Korthals Altes (VVD) mogen daarna als volgende informateurs uitzoeken met welke derde partij CDA en VVD een coalitie kunnen vormen. Omdat de LPF al vrij snel afvalt, worden verkennende gesprekken gevoerd met enerzijds D66 en anderzijds ChristenUnie en SGP. Hoewel aanvankelijk aarzelend krijgt D66 steeds meer zin in regeringsdeelname. Uiteindelijk wordt deze partij ook de keus van CDA en VVD.

De daarop volgende onderhandelingen monden ten slotte uit in een akkoord op hoofdlijnen. Balkenende mag vervolgens als formateur de door de onderhandelaars voorgedragen kandidaat-bewindslieden ontvangen en de formatie afronden.

5.

Regeerakkoord en regeringsverklaring

Document Datum Letterlijke tekst (PDF)
Hoofdlijnenakkoord 16 mei 2003 Meedoen, meer werk en minder regels
CPB-analyse 16 mei 2003 Budgettaire en economische effecten van het Hoofdlijnenakkoord 2004-2007
Regeringsverklaring 11 juni 2003 Regeringsverklaring

6.

Kerngegevens

  Tweede Kamer tot 3 september 2004 Tweede Kamer van 3 september 2004 tot 30 juni 2006 Tweede Kamer vanaf 30 juni 2006
CDA 44 44 44
VVD 28 27 27
D66 6 6  
totaal 78
(52%)
77
(51,3%)
71
(47,3%)
 
  Eerste Kamer tot 10 juni 2003 Eerste Kamer van 10 juni 2003 tot 30 juni 2006 Eerste Kamer vanaf 30 juni 2006 ministerraad/ (kabinet) tot 30 juni 2006 ministerraad/ (kabinet) vanaf 30 juni 2006
CDA 20 23 23 9 (14) 9 (14)
VVD 19 15 15 6 (11) 6 (11)
D66 4 3   2 (3)  
totaal 43
(57,3%)
41(54,7%) 38 (50,7%)    

7.

data en feiten formatie

datum wat wie tot en met dagen
22 januari 2003 Tweede Kamer­verkiezingen      
24 januari 2003 benoeming (in)formateur J.P.H. Donner 3 februari 2003 11
5 februari 2003 benoeming (in)formateur J.P.H. Donner en F. Leijnse 12 april 2003 66
15 april 2003 benoeming (in)formateur R.J. Hoekstra en F. Korthals Altes 19 mei 2003 35
20 mei 2003 benoeming (in)formateur J.P. Balkenende 26 mei 2003 7
27 mei 2003 beëdiging nieuwe bewindslieden Koningin Beatrix 29 juni 2006 1130
30 juni 2006 kabinet demissionair   6 juli 2006 7
7 juli 2006 ontslag verleend Koningin Beatrix