Submenu:
Nieuws-items bij Vereenvoudiging van het beleid voor ...
-
26-02Honderden gezondheidsclaims afgewezen
-
29-01EU ontkent mogelijke belangenverstrengeling bij overstap ggo-expert
-
20-07-2009Ex-wielrener Miguel Induráin helpt bij keuze van beste ontwerpen voor nieuw biologisch logo van de EU
-
02-07-2009EU wil consumentenrechten kunnen afdwingen
-
28-05-2009Europarlementariërs eens met voorstel over betere etikettering EU-voeding
-
14-05-2009Krokodil moet overbodige EU-regels opeten
-
20-04-2009Vragen en antwoorden over het alarmsysteem voor gevaarlijke producten (RAPEX) (en)
-
17-04-2009Wedstrijd voor nieuw EU-logo biologische producten
-
25-03-2009Europarlement tegen nano- en kloonvoeding
-
22-03-2009Europarlement overweegt rem op nieuwe voeding
-
20-03-2009Duidelijker voedingsetiket uitgesteld
-
19-03-2009Nanovoeding : EP wil risico's testen
-
06-03-2009PvdA'er: nanodeeltjes duidelijker vermelden
-
05-03-2009EU: veiligheid nanovoeding onzeker
-
11-02-2009Pleidooi voor wet over gekloond vlees
-
03-02-2009EU strijdt over vermelding dikmakers op de verpakking
-
30-10-2008Voor een gezonder leven: mediterraan dieet
-
20-10-2008Topbestuurder bekritiseert EU-agentschap voeding
-
08-07-2008Europees Parlement: regels voor voedingssupplementen vereenvoudigen
-
08-07-2008Parlement stemt in met simplificatie van regels voedseladditieven en de etiquetering van azokleurstoffen (en)
Kleurstoffen
Dagelijks krijgen consumenten stoffen binnen die aan levensmiddelen zijn toegevoegd zoals smaak- geur- en kleurstoffen, stoffen die de houdbaarheid verlengen etc.: de zogenaamde levensmiddelenadditieven. Zo gebruikt de voedingsindustrie ongeveer 2.600 verschillende natuurlijke en kunstmatige smaakstoffen. Momenteel zijn er binnen de EU twaalf wetten die het gebruik van zulke stoffen moeten reguleren en controleren. Vanuit de Europese Commissie ligt er een voorstel klaar dat deze 12 wetten onder moet brengen in vier omvattende bepalingen. Deze vier bepalingen zijn geharmoniseerd, vereenvoudigd en up-to-date gebracht met de nieuwste wetenschappelijke bevindingen omtrent additieven om zo de voedselveiligheid beter te kunnen garanderen.
Inhoudsopgave van deze pagina:
In een mededeling van de Europese Commissie aan het Europees Parlement uit 2006, stelt de Commissie dat haar voorstel als doel heeft de werking van de Europese interne markt te verbeteren en tegelijkertijd de gezondheid van de mens te beschermen. Met dit doel in het achterhoofd stelt de Commissie voor een gecentraliseerde, transparante en doeltreffende methode op te zetten die het gebruik van additieven moet reguleren. De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, de EFSA, moet voor alle toevoegingen risicobeoordelingen uitvoeren. Aan de hand van deze onderzoeken wil de Commissie een lijst opstellen voor elke categorie van stoffen die gebruikt mag worden binnen de EU.
In tweede lezing van het voorstel van de Commissie legt het Europees Parlement sterk de nadruk op transparantie. De milieucommissie stelt de volgende voorwaarden aan de toelating van toevoegingen aan levensmiddelen:
-
-de toepassing ervan moet technisch noodzakelijk zijn
-
-consumenten mogen niet misleid worden
-
-de stoffen mogen niet schadelijk zijn voor de gebruikers en het milieu
Verder moeten toevoegingen volledig geweerd worden uit onbehandeld, natuurlijk voedsel. Het EP stelt daarbij de grens op 95%: wanneer een product voor 95% uit natuurlijke bestanddelen bestaat, mogen geen additieven worden gebruikt. Dit voorstel is een afzwakking van het plan van de Europese Commissie die voorstelde dat vanaf 90% geen additieven mogen worden gebruikt in natuurlijke producten.
Tijdens de behandeling van de eerste lezing kwam een ander belangrijk punt naar voren: het gebruik van bepaalde kleurstoffen in voeding die door kinderen wordt genuttigd, kan resulteren in allergische reacties en ADHD-achtige verschijnselen. Het EP wil nu dat zulke stoffen uit voedsel worden geweerd.
Het Parlement wil verder dat de goedkeuringsprocedure die de Commissie voorstelt voor nieuwe additieven, ook wordt toegepast op stoffen die nu al door voedselproducenten worden gebruikt. Deze additieven moeten dus opnieuw worden beoordeeld op mogelijk schadelijke effecten. Het Parlement is het dus met de Commissie eens dat er een lijst moet komen waarop alle additieven staan die zijn goedgekeurd door de EU. Wanneer stoffen hier niet op staan, mogen ze ook niet meer gebruikt worden. Wel mogen lidstaten van het EP hun eigen beleid opstellen voor wat betreft het gebruik van additieven voor voedsel dat op traditionele wijze binnen hun grenzen wordt geproduceerd. Deze vergunningsprocedure moet volgens het Europees Parlement nog wel transparanter worden gemaakt
Na de eerste lezing van het wetsvoorstel door het Europees Parlement zijn, in de vaststelling van het gemeenschappelijke standpunt van de Raad in maart 2008, de bepalingen over het milieu en het gebruik van levensmiddelenadditieven overgenomen. De Raad erkent dat het gebruik van zulke stoffen het milieu en het klimaat niet mag belasten.
De Raad wil verder niet alleen dat het belang van het milieu worden meegenomen in de evaluaties van de EFSA; er moet ook rekening worden gehouden met maatschappelijke, economische, traditionele en ethische factoren, en met de uitvoerbaarheid van de controles. Deze factoren zijn ook al opgenomen in de oorspronkelijke wetgeving over levensmiddelenadditieven, maar de Raad wil dat deze punten in de nieuwe verordeningen moeten worden opgenomen, zodat het voorstel van de Commissie versterkt wordt.
Wel is er nog onenigheid geweest tussen de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad over de termijn waarbinnen de EFSA haar advies moet uitbrengen en de Commissie dit moet overnemen op de communautaire lijst. De Raad stelt voor de termijn vast te stellen op 9 maanden.
De Raad heeft het voorstel van het Parlement overgenomen dat stelt dat vanaf 95% natuurlijke bestanddelen, producenten geen additieven mogen gebruiken in de vervaardiging van het uiteindelijke product.
Nederland hecht sterk aan een eenduidig en helder beleid omtrent de toelating van additieven om zo een hoog niveau van voedselveiligheid en vrij verkeer van levensmiddelen in de EU te kunnen waarborgen. Nederland was het met de meeste punten in het voorstel eens. In eerste instantie moest Nederland er nog voor ijveren dat de zoetstof erythritol, een suikervervanger die erg veel wordt gebruikt in ons land, zou worden toegelaten. Na een check van de EFSA mag deze stof worden gebruikt bij de vervaardiging van voedingsmiddelen.
Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over levensmiddelenadditieven, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. De argumenten gaan over de rol die de EU in de discussie zou moeten spelen. Door op de links te klikken krijgt u meer informatie én nuancering.
Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw reactie geven.
-
Vanwege de sterk toegenomen internationale handel is het belangrijk om lijsten op te stellen van de stoffen die wel en die niet geaccepteerd worden
Handel vindt op steeds grotere schaal plaats. In elk land zijn er andere wijzen van produceren en worden andere stoffen gebruikt. Het is veiliger om binnen de EU centraal onderzoek te doen en beleid op te stellen met betrekking tot de vraag welke stoffen de gezondheid niet in gevaar brengen.
-
Het beleid zal efficiënter en transparanter zijn als er vier in plaats van twaalf wetten zijn over levensmiddelenadditieven
Het is makkelijker zoeken binnen vier verschillende verordeningen in plaats van twaalf. Lidstaten weten op deze manier beter de juiste informatie te vinden.
-
Een gemeenschappelijk evaluatiesysteem brengt veel bureaucratische rompslomp met zich mee
Niet alleen alle mogelijke additieven die reeds gebruikt worden, maar ook alle nieuwe stoffen die ontwikkeld worden, moeten getest worden. Dat brengt veel bureaucratische rompslomp met zich mee. Het is handiger wanneer elke lidstaat zelf een extern bureau in de hand neemt dat de evaluaties uitvoert en deze voorlegt aan de EU.
Uw reactie
Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.


