Mens, dier en milieu op de eerste plaats bij toelating nieuwe voedingsmiddelen - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut

groenten en fruit

Voedselveiligheid en consumentenbescherming moeten het zwaarst wegen bij de beoordeling of een nieuw voedingsmiddel mag worden toegelaten tot de Europese markt. Daarnaast moeten de bescherming van het milieu, de dierengezondheid en ethische aspecten een belangrijke rol spelen bij die beoordeling. Dat is de rode lijn in het ontwerpverslag van Kartika Liotard, onafhankelijk lid van het Europees Parlement in de fractie van GUE/NGL, over het voorstel van de Commissie voor een nieuwe verordening voor de toelating van nieuwe voedingsmiddelen.

Het verslag is op 25 maart 2009 aangenomen door het Europees Parlement. De voorstellen van de Europese Commissie zijn op enkele punten aangepast. Zo wil het Europees Parlement een verbod op vlees of melk van gekloonde dieren. Nieuwe voedingsmiddelen met zogenaamde 'nano-deeltjes' mogen niet in de winkels totdat er een test bestaat die kan bepalen of ze veilig zijn. Ook moet de aanwezigheid van nano-deeltjes op het etiket worden vermeld. De Raad van ministers is op 22 juni 2009 akkoord gegaan met het gewijzigde voorstel.

1.

Overal dezelfde regels

Sinds 1997 zijn Europese regels van kracht voor het op de markt brengen van nieuwe voedingsmiddelen. Maar de verantwoordelijkheid voor de uitvoering lag toch hoofdzakelijk bij de afzonderlijke lidstaten. De Commissie heeft de Raad van Europese ministers en het Europees Parlement nu voorgesteld een verdere harmonisering van de regels door te voeren. De voorstellen moeten zorgen voor een beter werkende interne markt voor levensmiddelen en tegelijkertijd de voedselveiligheid waarborgen en de menselijke gezondheid beschermen. Ondernemingen die een nieuw voedselproduct op de markt willen brengen, moeten zich voortaan in Brussel bij de Commissie melden en niet langer bij de overheid in een afzonderlijke lidstaat.

Met een toelatingsprocedure die in alle EU-landen gelijk is denkt de Commissie de administratieve lastendruk te kunnen verminderen en de concurrentiekracht van de Europese levensmiddelenindustrie te vergroten. Tegelijkertijd beoogt het voorstel meer helderheid te verschaffen over de definities van nieuwe voedingsmiddelen en de daarvoor gebruikte technieken, en duidelijkheid te geven over de toelating van traditionele levensmiddelen uit landen buiten de EU.

De Commissie trekt de grens voor een nieuw voedingsmiddel bij 15 mei 1997, toen de eerste Europese regels van kracht werden. Alle voedingsmiddelen die voor die datum niet op de Europese markt waren te vinden, vallen onder het regime van nieuwe voedingsmiddelen. Maar bij dat regime gaat het toch vooral om de veiligheid te waarborgen van ingrediënten die via geavanceerde technieken, zoals nano-technologie, aan planten, dieren of micro-organismen zijn onttrokken of waarvan de molecuulstructuur is veranderd. Een voorbeeld is Hoodia, een plantenextract van een cactus diep in de Kalahariwoestijn, dat de eetlust remt. Het extract werd pas na 1997 voor toelating aangeboden en valt dus onder nieuwe voedingsmiddelen.

Het Europees Parlement wil dat voedsel met nano-deeltjes pas verkocht mag worden als er een test bestaat die kan bepalen of ze veilig zijn.

2.

Voorstellen Liotard

Liotard is in haar verslag niet helemaal gelukkig met de opzet van de Commissie. Die laat het belang van de interne markt en de Europese levensmiddelenindustrie voor haar gevoel even zwaar wegen als dat van voedselveiligheid, consumentenbescherming en milieu. Zij doet daarom nieuwe voorstellen om duidelijk te maken dat bij de toelating van nieuwe producten de mens centraal moet staan, samen met het milieu en de dierengezondheid.

Om die laatste reden draagt zij ook een amendement aan dat bepaalt dat producten van gekloonde dieren niet via deze verordening op de markt kunnen worden gebracht. Dat moet volgens haar worden geregeld via een aparte verordening van Europese Raad en Europees Parlement volgens de medebeslissingsprocedure. Dat amendement is op 25 maart 2009 aangenomen. Ook wil zij dat ethische en milieu-aspecten standaard onderdeel uitmaken van de risicobeoordeling in de toelatingsprocedure.

Verder wil Liotard een aanscherping van de publicatieplicht van de Commissie. Zij stelt voor dat de Commissie de lijst met goedgekeurde producten, de zogeheten communautaire lijst, open stelt voor het publiek op een toegankelijke pagina van de website van de Commissie. Ingrijpend is ook haar voorstel voor een uitvoerige toelatingsprocedure. Tot slot pleit zij voor een verdergaande definitie van traditioneel voedsel uit derde landen. Traditionele voedingsmiddelen moeten ten minste een geschiedenis van 50 jaar kennen in het land van herkomst om toegelaten te kunnen worden op de Europese markt.

3.

Verbod op kloonvlees en nanovoeding

Het Europees Parlement wil dat het vlees van gekloonde koeien, varkens en andere dieren in de hele EU verboden wordt. In juli 2010 heeft het parlement daarover een rapport van Europarlementslid Kartika Liotard aangenomen. Het rapport van Liotard bepleit ook grote voorzichtigheid met voeding die is voorzien van nanotechnologie, een techniek voor het verwerken van microscopisch kleine stofjes. Bijvoorbeeld ketchup met een glijmiddel om ook het laatste restje ketchup uit de fles te laten glijden. Liotard vindt nanovoeding pas toelaatbaar als absoluut zeker is dat de menselijke gezondheid geen risico loopt. Het Parlement riep vier jaar geleden voor het eerst op tot een verbod. De Commissie heeft tot op heden nog geen wetsvoorstel hiervoor ingediend en het Parlement is daar teleurgesteld over.

4.

Voortgang van het dossier

De Europese Commissie heeft over dit onderwerp de volgende verordening opgesteld:

Let op! Europese regelgeving is meestal het resultaat van jaren durende voorbereidingen en onderhandelingen. Daarbij zijn er vele momenten waarop de besluitvorming kan worden beïnvloed. In een vroeg stadium zijn hiertoe aanzienlijk meer mogelijkheden dan in de slotfase. Via de zogenaamde Europanu-dossiers kunt u snel zien hoever de behandeling nu is en welke mogelijkheden tot beïnvloeding van de besluitvorming er eventueel nog zijn.

5.

Argumenten in de discussie

Hieronder staan een aantal veel gehoorde argumenten in de discussie over de toelatingsregels van nieuwe voedingsmiddelen, waarbij bijna altijd wel kanttekeningen te maken zijn. Dat maakt de discussie boeiend, maar een oordeel niet eenvoudiger. De argumenten gaan over de rol die de EU in de discussie zou moeten spelen. Door op de links te klikken krijgt u meer informatie én nuancering.

Tip: Na het lezen van de argumenten kunt u zelf Uw Reactie geven.

  • Eén loket voor de toelating van nieuwe voedselproducten is beter voor de gezondheid, de interne markt en de voedselindustrie

    Een gecentraliseerd loket voor toelating van nieuwe voedselproducten voorkomt uiteenlopende niveaus van voedselveiligheid en bescherming van de menselijke gezondheid binnen de Europese Unie. Bovendien biedt een gecentraliseerde aanpak een betere garantie voor een soepele werking van de interne markt voor nieuwe voedingsmiddelen en kan het de concurrentiepositie van de Europese voedselindustrie versterken.

  • Voor het klonen van dieren zijn aparte regels nodig

    Het klonen van dieren kan leiden tot ernstige gezondheids- en welzijnsproblemen bij zowel de gekloonde dieren zelf als hun surrogaatmoeders. De geboorte van de dieren verloopt vaak moeizaam en veel klonen overlijden al tijdens de dracht of in de eerste weken na hun geboorte aan allerlei afwijkingen of gebreken, of door een te grote aantasting van het immuunsysteem. Voedselproducten afkomstig van dergelijke dieren horen daarom niet thuis in de nieuwe verordening. Als ondernemingen al voedselproducten van dergelijke dieren op de markt willen brengen, moet daarvoor een specifieke regeling worden ontworpen waar het Europees Parlement medebeslissingsrecht in heeft.

  • De Europese Commissie moet advies vragen over de ethische aspecten van het gebruik van nieuwe technologieën bij de voedselproductie

    De toepassing van nieuwe technologieën bij de productie van voedselingrediënten kan tot ethische vraagstukken leiden. De Europese Commissie moet daarom in voorkomende gevallen advies inwinnen van de Europese Groep Ethiek voor exacte wetenschappen en nieuwe technologieën. Bovendien zou de Commissie er goed aan doen via het onderzoeksinstituut Eurobarometer opiniepeilingen te houden naar de mening van de Europese burger over de ethische aspecten van bepaalde voedselproducten.

Uw reactie

Door op Uw reactie te klikken kunt u laten weten, wat u van de verschillende argumenten vindt. Ook kunt u natuurlijk andere argumenten aandragen. Uw reactie wordt zeer op prijs gesteld.

6.

Meer informatie

Documentatiecentrum voor Nederlandse Politieke Partijen, verbonden aan de Rijksuniversiteit GroningenFaculteit der Rechtsgeleerdheid, Capaciteitsgroep Publiekrecht van de Universiteit van MaastrichtCampus Den Haag Universiteit LeidenCentrum voor Parlementaire Geschiedenis van de Radboud Universiteit NijmegenParlementair Documentatie Centrum van de Universiteit Leiden
  • Contact
  • Home