Europese staatssteun tijdens de financiële crisis - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Biljetten van 500 euro

Bron: euobserver.com

Binnen de Europese Unie stond het bedrijfsleven tijdens de financiële crisis onder druk. Bedrijven wilden steun van de nationale overheden om de crisis te overleven.

Op de Europese top  van februari 2009 in Brussel spraken de Europese regeringsleiders zich eensgezind uit tegen protectionisme. Wel werd afgesproken dat elk land zijn eigen industrieën mocht ondersteunen zolang dit niet ten koste zou gaan van de concurrentie. De Europese Commissie had daartoe een lijst opgesteld van geoorloofde en ongeoorloofde vormen van staatssteun.

Mede door de versoepeling van de afspraken nam de staatssteun tijdens de crisis fors toe. Die steun was volgens de Europese Commissie van groot belang voor het herstel van de economie.

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Initiatieven tot staatssteun vóór de EU-top in februari 2009

Aan het organiseren van de informele Europese top over de economische crisis was een aantal nationaal gestuurde initiatieven voorafgegaan. Dat had voor enige verdeeldheid binnen de Europese bestuurskaders gezorgd. Direct na het uitbreken van de financiële crisis werd door de Franse overheid 400 miljoen euro in de eigen industrie gestoken. Daarnaast liet de Italiaanse premier Silvio Berlusconi weten staatssteun in deze tijden van crisis van essentieel belang te vinden.

De Franse president Nicolas Sarkozy merkte bovendien op dat wat hem betreft een Europa-brede steuncampagne moest worden opgezet binnen de gemeenschappelijke economische politiek van de EU. In het bijzonder de auto-industrie zou hiervan moeten profiteren.

Op zich was met deze initiatieven weinig mis. De bom barstte binnen Europa pas goed toen Sarkozy aankondigde steun aan Franse autofabrikanten te willen verlenen, mits deze hun vestigingen in andere lidstaten eerst zouden sluiten, zodat de Franse vestigingen open konden blijven. Dit was tegen het zere been van vele van deze lidstaten en met name het Tsjechisch voorzitterschap van de EU liet zich bij monde van premier Mirek Topolánek bijzonder kritisch uit over deze aankondigingen. Dat één van de fabrieken die Sarkozy wilde sluiten in zijn land stond, had daar wellicht mee te maken.

2.

De rol van de Europese Commissie

Vanuit verschillende instanties werd de Europese Commissie herhaaldelijk opgeroepen om Europese noodmaatregelen af te kondigen. Op die manier moesten de in het slop zittende Europese economieën de helpende hand worden geboden.

Hoewel de Europese Commissie in eerste instantie terughoudend reageerde, werden de Europese regels voor staatssteun eind 2008 versoepeld. Dat gebeurde nadat verschillende lidstaten financiële instituties hadden moeten redden. Ook verkortte de Europese Commissie de termijn waarbinnen zij lidstaten liet weten of zij goedkeuring gaf aan steunmaatregelen. De mogelijkheden voor EU-lidstaten om steunmaatregelen te nemen en bedrijven te helpen zijn daardoor dus toegenomen.

Hierbij speelde de Nederlandse Eurocommissaris Neelie Kroes een belangrijke rol. Alle initiatieven tot staatssteun moesten door haar, als eurocommissaris voor mededinging, en haar ambtenarenapparaat aan de Europese mededingingswetgeving worden getoetst.

3.

De afspraken van de EU-top nader belicht

Tijdens de Europese top in februari 2009 spraken de regeringsleiders af dat de EU als geheel protectionisme in de ban doet. Verder werd beklonken dat elk land zijn eigen industrieën mag ondersteunen zoveel als de regering noodzakelijk acht, zolang dit maar niet hinderlijk is voor de concurrentie. De Europese Commissie had al voor de top een lijst opgesteld met geoorloofde en ongeoorloofde vormen van staatssteun.

De Oost-Europese landen, onder leiding van Hongarije, hadden tevens een voorstel ingediend om een noodfonds op te richten waaruit de 'nieuwe' lidstaten financiële steun konden verkrijgen van de 'oude' lidstaten, maar dit plan werd door verschillende regeringsleiders van tafel geveegd. Het argument daarvoor was dat alle landen verschillend zijn en dat één afzonderlijk fonds geen recht zou doen aan deze situatie. Desondanks roemde een groot aantal politici de top. Minister-president Balkenende stelde zelfs dat "solidariteit een constante factor blijft".

4.

Staatssteun toegenomen

Mede door de versoepeling van de afspraken nam de de staatssteun tijdens de economische crisis fors toe. De EU-landen gaven van 2008 tot en met 2011 €1,6 biljoen (€1,6 miljard x 1000) uit aan staatssteun. Dat was 13% van het Europese Bruto Nationaal Product.

Voorbeelden van initiatieven voor staatssteun zijn onder meer een Duits plan voor staatssteun aan bedrijven die onderzoek en ontwikkeling stimuleren, of een tijdelijke Franse regeling die gesubsidieerde garanties toestaat om de economie te versterken. Eind 2012 kreeg Spanje toestemming om haar banken te ondersteunen. Deze banken kwamen in financiële problemen door het instorten van de Spaanse vastgoedmarkt.

Een ander voorbeeld van staatssteun dat vaak de media heeft gehaald is de zogeheten schrootpremie, die onder meer in Duitsland werd ingevoerd. Doordat consumenten voor het inruilen van hun oude auto een premie kregen, werd het voor hen financieel aantrekkelijker een nieuwe auto aan te schaffen. De klappen van de crisis in de nationale auto-industrie werden zo verzacht.

In Nederland ontvingen verschillende grote banken, zoals ABN Amro en ING, staatssteun. Eurocommissaris Kroes keurde deze steunmaatregelen goed, op voorwaarde dat de banken een deel van hun activiteiten zouden afstoten. Door het verkopen van bedrijfsonderdelen moest voorkomen worden dat de staatssteun de interne markt zou verstoren. Op 1 februari 2013 besloot de Nederlandse regering om ook systeembank SNS Reaal te nationaliseren. Die bank kwam in problemen door een waardeloze vastgoedportefeuille.

De commissie bleef overigens wel optreden tegen ongeoorloofde staatssteun. Frankrijk kreeg bijvoorbeeld verschillende waarschuwingen van eurocommissaris Kroes voor protectionisme in de auto-industrie.

5.

Afbouwen van staatssteun

Het is de bedoeling dat bedrijven alle directe verleende staatssteun uiteindelijk terug betalen. Andere maatregelen zoals extra subsidies voor het in dienst houden van werknemers en exportkredieten voor bedrijven moeten ook langzaam worden afgebouwd.

Oorspronkelijk was voorzien dat dit in de loop van 2010 gestalte zou krijgen. Gezien het fragiele herstel van de economie en de kwetsbaarheid van vooral de financiële sector wil de Europese Commissie hier echter mee wachten. Op 1 december 2010 verlengde de Commissie de tijdelijke steunmaatregelen voor financiële instellingen. In december 2011 werden de maatregelen in aangepaste vorm wederom verlengd, omdat de financiële instellingen nog steeds in zwaar weer verkeerden door de eurocrisis

6.

Maatregelen tegen illegale staatssteun

Ondanks duidelijke afspraken binnen de EU is er nog vaak sprake van illegale staatssteun. Dit houdt in dat bedrijven steun krijgen voordat de Europese Commissie is ingelicht en dan achteraf blijkt dat het tegen EU-richtlijnen ingaat. Hoewel er een stijgende lijn is in de aanpak van illegale staatssteun, blijft er een grote achterstand met oude zaken. Het is in het belang van eerlijke concurrentie dat dit soort zaken zo snel mogelijk worden afgehandeld.

De Commissie is daarom in februari 2011 met een versnelde procedure tegen de illegale staatssteun gekomen. Regeringen moeten nu, binnen twee maanden nadat zij zijn terechtgewezen op het leveren van illegale steun, de Commissie inlichten over de hoeveelheid verstrekte steun en de betreffende bedrijven. Vervolgens moet binnen de twee daaropvolgende maanden deze steun teruggevorderd zijn. Indien een staat hier niet aan voldoet, kan de Commissie juridische stappen ondernemen bij het Europees Hof. Het Hof kan vervolgens een straf aan de betreffende lidstaat opleggen.

7.

Meer informatie