Mededeling over de sociale dimensie van de globalisering - Hoofdinhoud
- Instelling nieuw Comitologie-comité
- Subsidiariteit en proportionaliteit
- Consequenties voor de EU-begroting
- Financiële, personele en administratieve consequenties voor de rijksoverheid, decentrale overheden en/of bedrijfsleven en burger
- Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving/beleid, (informatie over het inschakelen van nationale agentschappen / zelfstandige bestuursorganen e.d., implementatie en uitvoering, notificatie en handhaving en/of sanctionering)
- Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen) dan wel voorgestelde datum inwerking treding (bij verordeningen en beschikkingen) met commentaar t.a.v. haalbaarheid
- Consequenties voor ontwikkelingslanden
- Nederlandse belangen en eerste algemene standpuntbepaling
- Onderdeel van
Mededeling van de Commissie aan de Raad: «De sociale dimensie van de globalisering hoe de EU ertoe bijdraagt dat iedereen er voordeel van heeft»
25 mei 2004
9824/04
COM (2004)383 definitief
SZW in nauwe samenwerking met
BZ i.o.m. FIN, VROM, EZ, OCW en VWS
Raad Werkgelegenheid, Sociaal beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken
Deze mededeling beschrijft in het kort de maatregelen die binnen de Unie worden genomen met betrekking tot de sociale dimensie van de globalisering, en stelt een aantal veranderingen voor. Zij is bedoeld als een eerste bijdrage tot de discussie die op gang is gekomen met het verschijnen van het WCSDG-rapport (Wereldcommissie voor de Sociale Dimensie van de Globalisering), en met name over de follow-up in juni 2004 tijdens de Internationale Arbeidsconferentie in Genève. De Commissie vindt dat sommige voorstellen van de WCSDG ook in andere financiële, economische en handelsgremia besproken zouden moeten worden.
Het globaliseringsproces heeft veel mensen in de wereld grote voordelen gebracht. In delen van de wereld waar men voorheen voor zijn levensonderhoud grotendeels op de landbouw aangewezen was, zijn betere en beter betaalde banen gecreëerd.
Deze positieve aspecten van de globalisering worden erkend in het op 24 februari 2004 verschenen rapport van de WCSDG. Hierin wordt echter ook opgemerkt dat niet alle landen en groepen gelijkelijk delen in de voordelen van de globalisering en dat het huidige globaliseringsmodel zonder aanpalend beleid en zonder een efficiënt systeem van good governance op alle niveaus tot onevenwichtige resultaten leidt en waarschijnlijk niet zal leiden tot een wereldwijde duurzame ontwikkeling.
De EU voert allang, zowel intern als internationaal, een beleid waarbij wordt geprobeerd ervoor te zorgen dat economische en sociale vooruitgang hand in hand gaan. Zo zijn de staatshoofden en regeringsleiders in 2000 in Lissabon een integrale strategie voor hervormingen overeengekomen die van Europa de meest concurrerende kenniseconomie van de wereld moet maken, met meer en betere banen en een hechtere sociale samenhang, door de bevordering van een synergetisch beleid dat beantwoordt aan de behoeften van het concurrentievermogen, de werkgelegenheid, de sociale vooruitgang en de duurzaamheid van het milieu. Deze strategie vormt ook de grondslag voor het beleidsantwoord van de EU op de gevolgen van de globalisering voor het bedrijfsleven, de werkgelegenheid en de burgers in Europa.
Het sociaal-economisch model van de EU en de Lissabon-strategie waarmee dit in praktijk wordt gebracht, zijn niet zonder meer op andere delen van de wereld overdraagbaar. Niettemin heeft de WCSDG er een aantal aspecten uitgelicht die voor de partners van de Unie van belang kunnen zijn. Dit geldt met name voor de processen voor de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van beleid dat van fundamenteel belang is voor het bereiken van een evenwicht tussen economische en sociale doelstellingen. Het EU-model legt bijvoorbeeld bijzondere nadruk op solide institutionele structuren voor de aanpak van economische, werkgelegenheids-, sociale en milieuvraagstukken, en de wisselwerking daartussen, op een krachtige sociale en burgerdialoog, en op investeringen in menselijk kapitaal en de kwaliteit van de werkgelegenheid.
De EU moet er ook voor zorgen dat zij haar buitenlands beleid zodanig uitoefent dat de globalisering maximale voordelen oplevert voor alle maatschappelijke groeperingen wereldwijd. Haar buitenlands beleid heeft altijd een belangrijke sociale dimensie gehad, bijvoorbeeld door de universele toegang tot sociale basisvoorzieningen in de ontwikkelingslanden te ondersteunen. De EU bevordert ook al enige tijd de doeltreffendheid en samenhang van global governance, waaronder economische governance, via internationale instellingen, om ervoor te zorgen dat het handelsbeleid en de bilaterale betrekkingen met regio's en afzonderlijke landen de sociale ontwikkeling ten volle ondersteunen, en dat de ontwikkelings- en buitenlandse samenwerking de positieve gevolgen van de globalisering maximaliseert en de negatieve tot een minimum beperkt. Zij moedigt ook de particuliere sector aan het zijne tot deze doelstellingen bij te dragen.
n.v.t.
Besluitvormingsprocedure en rol Europees Parlement: n.v.t.
n.v.t.
N.v.t., betreft een mededeling. De mededeling betreft een thema dat raakt aan een groot aantal onderwerpen van belang voor nationaal en Europees intern en extern beleid, en bevindt zich op het snijvlak van competenties van de Commissie, de Raad danwel nationale competenties.
Geen.
Financiële, personele en administratieve consequenties voor de rijksoverheid, decentrale overheden en/of bedrijfsleven en burger
Geen.
Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving/beleid, (informatie over het inschakelen van nationale agentschappen / zelfstandige bestuursorganen e.d., implementatie en uitvoering, notificatie en handhaving en/of sanctionering)
n.v.t.
Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen) dan wel voorgestelde datum inwerking treding (bij verordeningen en beschikkingen) met commentaar t.a.v. haalbaarheid
n.v.t.
De mededeling betreft een thema waarbij sprake is van zeer grote consequenties voor alle landen in de wereld maar in het bijzonder voor ontwikkelingslanden. Ontwikkelingslanden worden immers gekenmerkt door een in verhouding beperkte capaciteit tot aanpassing en flankerend beleid, teneinde de voordelen van globalisering te kunnen benutten en de nadelen ervan op te kunnen vangen.
Nederland heeft grote belangen bij de globalisering als ook de beheersing van de gevolgen ervan. Nederland loopt van oorsprong voorop in het globaliseringsproces, en is daarvan grotendeels afhankelijk. Niettemin kent ook Nederland zijn beperkingen als het gaat om aanpassingsvermogen in het kader van verdergaande globalisering. Duurzame globalisering, waarbij sociale en economische gevolgen als ook die op het gebied van milieu beheersbaar blijven, is daarom essentieel voor Nederland.
Nederland verwelkomt derhalve het verschijnen van het WCSDG-rapport en de discussie die daarmee op gang is gekomen. In dit kader onderschrijft Nederland het belang van de mededeling van de Commissie als een bijdrage aan de follow-up van het rapport. In grote lijnen onderschrijft Nederland de conclusie van de Commissie zoals verwoord in de mededeling, waarbij de volgende accenten worden gelegd.
Nederland erkent het feitelijke en onomkeerbare karakter van de globalisering, en bevestigt de visie van de Commissie dat globalisering per saldo gunstige effecten heeft ondanks het feit dat sommige landen en bevolkingsgroepen hiervan niet hebben kunnen profiteren alsmede dat deze effecten in sommige gevallen niet duurzaam zijn gebleken. Nederland erkent de verantwoordelijkheid van landen en hun regeringen om intern voorwaarden te creëren die nodig zijn om de vruchten van globalisering te plukken, als ook om de kosten te dragen die daarmee gepaard gaan. Daarnaast dienen ook internationaal de juiste voorwaarden te worden gecreëerd, zodat globalisering resulteert in een mondiaal en duurzaam «level playing field». Onderdeel hiervan is een duurzaamheidstrategie waarin op evenwichtige wijze rekening wordt gehouden met de sociale, economische en milieudimensie. Met het oog op een gelijkmatige verspreiding van de voordelen van globalisering (voorwaarde voor het draagvlak voor globalisering) is Nederland van mening dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen.
Dat betekent in deze context dat op nationaal niveau extra aandacht en steun moet worden gegeven aan kwetsbare groepen zoals vluchtelingen, etnische minderheden, vrouwen en laaggeschoolden. Op extern vlak dient extra zorg te worden verleend aan ontwikkelingslanden, in het bijzonder de Minst Ontwikkelde Landen. Naleving van internationale afspraken (Millennium Declaration, Monterrey, Johannesburg, Kopenhagen) dient daarbij centraal te staan. Dit omvat het verlenen van meer en betere hulp evenzeer als het inventariseren en meewegen van de gevolgen voor ontwikkelingslanden bij de totstandkoming van ander nationaal en EU-beleid. De nadruk die de Commissie daarbij legt op handelsbeleid is terecht en actueel, maar Nederland wil daar aan toevoegen dat in dit verband zeker ook gaat om andere beleidsterreinen zoals landbouw, visserij, milieu, macro-economie, migratie en veiligheid.
Nederland is met de Commissie van mening dat het Europese model van integratie, in het bijzonder de interne voorwaarden die daarbij geïdentificeerd zijn op sociaal-economisch gebied, in het algemeen betekenis kan hebben bij het zoeken naar de juiste antwoorden op de gevolgen van globalisering. Tegelijkertijd benadrukt zij dat het model inderdaad niet zonder meer overdraagbaar is op andere delen van de wereld. Een aantal elementen blijft wat Nederland betreft overeind ongeacht het geografische toepassingsgebied: democratisering, partnerschappen (gedeelde verantwoordelijkheid van overheden, bedrijfsleven, sociale partners en maatschappelijk middenveld), geïntegreerd beleid, en regionale integratie.
Nederland is van mening dat de EU een actieve, innoverende rol heeft te spelen bij de ontwikkeling van coherente nationale en internationale agenda als antwoord op de vele en omvangrijke effecten van globalisering. Eensgezind optreden van de EU in multilaterale instellingen, is daarbij wenselijk. Nederland onderschrijft het voorstel van de WCSDG dat IFI's transparanter dienen te opereren. Betrokkenheid van werkgevers- en werknemersorganisaties, als ook het maatschappelijk middenveld, is daarbij van groot belang. Gegeven het zeer complexe en dynamische karakter van globalisering steunt Nederland in principe het Commissievoorstel voor meer onderzoek (expertisenetwerk) naar «Global governance, regelgeving en de rol van de EU». Daarbij plaatst Nederland wel de belangrijke kanttekening dat het beleidskader voor «global governance» als ook het benodigde intern Europese veranderingsproces in de vorm van de Lissabon Agenda, reeds grotendeels voor handen is. Het antwoord op de globalisering vergt nu vooral een daadwerkelijke en -krachtige implementatie daarvan. Nederland is daarom ook voorstander van versterking van het multilaterale systeem door bestaande structuren beter te laten functioneren. In dit licht verwelkomt Nederland het «High Level Panel on Threats, Challenges and Change» zoals ingesteld door de Secretaris Generaal van de Verenigde Naties, dat ten doel heeft de voorstellen voor hervorming van de VN verder uit te werken.
| 20 jul '04 |
Brief staatssecretaris met acht BNC-fiches - Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie |
Buitenlandse Zaken (BUZA) 22112, nr. 332 |
| publicatiedatum | 20-07-2004 |
|---|---|
| kenmerk | 22112, 332, 3 |
Inhoudsopgave van deze pagina:
- Tekst
- Titel
- Datum Raadsdocument
- Nr. Raadsdocument
- Nr. Commissiedocument
- Eerstverantwoordelijk ministerie
- Behandelingstraject in Brussel
- Achtergrond, korte inhoud en doelstelling van het voorstel
- Rechtsbasis van het voorstel
- Instelling nieuw Comitologie-comité
- Subsidiariteit en proportionaliteit
- Consequenties voor de EU-begroting
- Financiële, personele en administratieve consequenties voor de rijksoverheid, decentrale overheden en/of bedrijfsleven en burger
- Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving/beleid, (informatie over het inschakelen van nationale agentschappen / zelfstandige bestuursorganen e.d., implementatie en uitvoering, notificatie en handhaving en/of sanctionering)
- Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen) dan wel voorgestelde datum inwerking treding (bij verordeningen en beschikkingen) met commentaar t.a.v. haalbaarheid
- Consequenties voor ontwikkelingslanden
- Nederlandse belangen en eerste algemene standpuntbepaling
- Onderdeel van