Mededeling: Terrorismebestrijding: voorbereiding en beheersing van de gevolgen. - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

1.

Tekst

2.

Titel

Mededeling van de Commissie aam de Raad en Het Europees Parlement: Terrorismebestrijding: voorbereiding en beheersing van de gevolgen.

3.

Datum Raadsdocument

26 oktober 2004

4.

Nr Raadsdocument

13980/04

5.

Nr Commissiedocument

COM (04)701 hoort bij fiche (04) 698

6.

Eerstverantwoordelijk ministerie

BZK i.o.m. JUST, FIN, BZ, V&W,

VWS, DEF, EZ ,VROM, LNV Behandelingstraject in Brussel: Raadswerkgroep civiele bescherming (PROCIV), JBZ-raad.

7.

Achtergrond, korte inhoud en doelstelling van het voorstel

Deze mededeling vloeit voort uit een verzoek van de Europese Raad (juni 2004) aan de Raad en de Commissie om te beoordelen in hoeverre lidstaten in staat zijn om terroristische aanslagen te voorkomen, dan wel ­ in het geval van een aanslag ­ om er op adequate wijze mee om te gaan. Ook verzocht de Europese Raad om de bestaande samenwerking op het gebied van civiele bescherming te verbeteren.

De Commissie onderstreept in haar mededeling het belang van solidariteit en wederzijdse hulpverlening in het geval van een terroristische aanval. De mededeling geeft een overzicht van de bestaande acties op het gebied van civiele bescherming, gezondheidsbescherming en rapid alert system networks. De Commissie doet nieuwe voorstellen ter versterking van bestaande instrumenten op dit terrein. Tevens dient de mededeling als input voor het «Solidariteitsprogramma met betrekking tot de gevolgen van terroristische aanvallen» (de herziening van het NRBC1-programma), dat wordt uitgewerkt in de Raadswerkgroep civiele bescherming. De mededeling gaat in op het bestaande EU mechanisme, dat tot doel heeft de coördinatie bij rampen te verbeteren door o.a. trainingen en rampenoefeningen. Daarnaast werkt de Commissie aan een (vertrouwelijk) totaaloverzicht van de capaciteiten van de lidstaten om internationaal bijstand te verlenen bij terroristische aanvallen in een andere lidstaat. De Commissie zal hierover aanbevelingen doen aan de Europese Raad. De Commissie stelt voor een centraal alerteringssysteem («secure general rapid alert system») op te zetten, genaamd ARGUS. Dit netwerk zou in juni 2005 operationeel moeten zijn en heeft tot doel coördinatie van een snelle en beveiligde informatie-uitwisseling tussen alle reeds bestaande snelle reactie systemen van de Commissie. Hierbij blijft de specifieke competentie en expertise van deze gespecialiseerde systemen onaangetast. ARGUS zal zich niet beperken tot terroristische aanvallen maar een rol krijgen bij alle crises.

Om ARGUS te kunnen managen zal een Europees crisiscentrum worden opgericht door de Commissie, dat gedurende een crisis alle vertegenwoordigers van de relevante Commissiediensten bijeen zal brengen. ARGUS dient een consistente benadering van alle terroristische aanvallen en vergelijkbare noodgevallen te bewerkstelligen. Samenwerking en coördinatie tussen alle relevante snelle reactie systemen (inclusief systemen van wethandhavingsdiensten en het snelle reactiesysteem inzake vitale infrastructuur) is essentieel in geval van een ernstige terroristische aanval of een grote ramp.

Een allesomvattend noodsysteem op Europees niveau maakt een harmonisatie van risicoanalyses noodzakelijk. De Commissie wenst tevens een Europees veiligheidsrisico-analysesysteem te ontwikkelen. Lidstaten worden opgeroepen nauw samen te werken met de Commissie met betrekking tot het ontwikkelen van gemeenschappelijke maatregelen op het terrein van reactie, training, oefeningen, geharmoniseerde risico analyses en kwetsbaarheidsonderzoeken.

De Commissie constateert dat een alerteringssysteem op het terrein van openbare orde en veiligheid eveneens wenselijk is. Daartoe stelt zij voor een netwerk op het terrein van wethandhaving binnen Europol (LEN: Law Enforcement Network) op te zetten met het doel dit netwerk ook aan ARGUS te verbinden.

De Commissie gaat in op de verschillende functies en werkwijzen van alle reeds bestaande snelle reactie systemen waar zij over beschikt. De

Commissie stelt dat dit kan leiden tot duplicatie, maar ook tot het onvol-

ledig informeren van alle betrokkenen, waarmee de noodzaak van het

opzetten van ARGUS onderstreept wordt.

Op het terrein van gezondheid gaat de Commissie in op het BICHAT-

programma (Biological and Chemical Attacks), dat zich richt op samenwerking en voorbereiding op aanvallen met biologische en chemische middelen. In dit kader wordt ook melding gemaakt van het snelle reactiesysteem BICHAT en de verbinding hiervan met andere soortgelijke systemen. Ook het toekomstige Europees Centrum voor preventie en het beheersen van ziekten, waarover Raad en Parlement op 21 april 2004 overeenstemming bereikten, zal een belangrijke speler zijn bij het adviseren van lidstaten en Europese instellingen. M.b.t. de internationale context maakt de Commissie melding van het G-7 initiatief uit 2001 «Global Health Security Action Initiative» en samenwerking met de WHO op het gebied van bioterrorisme. Tenslotte gaat de mededeling in op de detectie en identificatie van biologische en chemische middelen, hulpverleningsplannen en de beschikbaarheid en distributie van medicijnen en vaccins.

8.

Rechtsbasis van het voorstelde

n.v.t., betreft een mededeling.

Besluitvormingsprocedure en rol Europees Parlement: n.v.t.

9.

Instelling nieuw Comitologie-comité

n.v.t.

10.

Subsidiariteit en proportionaliteit

Strikt genomen n.v.t., betreft een mededeling.

11.

Subsidiariteit

Positief. De EU is een bindende factor voor de lidstaten op het terrein van de samenwerking op het terrein van grensoverschrijdende crisis binnen Europa. Een Europees gecoördineerde aanpak heeft de voorkeur boven verschillende nationale en bilaterale samenwerkingsverbanden.

12.

Proportionaliteit

Positief. Gelet op de nationale en internationale dreigingen van terrorisme lijken de voorgestelde maatregelen proportioneel te zijn.

13.

Consequenties voor de EU-begroting

Strikt genomen zijn er geen consequenties, omdat het een mededeling betreft. Wat de EU-budgettaire consequenties zullen zijn van de vervolgvoorstellen van de Commissie op deze mededeling valt nu nog niet concreet in te schatten.

14.

Financiële, personele en administratieve consequenties voor de rijksoverheid, decentrale overheden en/of bedrijfsleven en burger

Strikt genomen zijn er geen consequenties, omdat het een mededeling betreft.

De evt. nationale kosten die voortkomen uit het vervolgtraject van deze mededeling zullen bestaan uit detectie en identificatie van biologische en chemische middelen, hulpverleningsplannen en de beschikbaarheid en distributie van medicijnen en vaccins. Verder zal ook een betere coördinatie bij rampen, trainingen en oefeningen kosten met zich meebrengen.

15.

Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving/beleid, (informatie over het inschakelen van nationale agentschappen/zelfstandige bestuursorganen e.d., implementatie en uitvoering, notificatie en handhaving en/of sanctionering)

n.v.t.

16.

Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen) dan wel voorgestelde datum inwerking treding (bij verordeningen en beschikkingen) met commentaar t.a.v. haalbaarheid

n.v.t.

17.

Consequenties voor ontwikkelingslanden

Geen.

18.

Nederlandse belangen en eerste algemene standpuntbepaling

Nederland juicht de mededeling in algemene zin toe. Nederland steunt de intentie van de Commissie om alle bestaande snelle reactiesystemen aan elkaar te verbinden ter verbetering van de onderlinge samenhang door middel van het opzetten van een beveiligd algemeen alerteringssysteem ARGUS. Tevens is Nederland voorstander van een Europees crisiscentrum dat dit systeem dient te managen en vertegenwoordigers van relevante Commissiediensten op zal roepen bij noodgevallen. Ook is Nederland voorstander van het samen met de lidstaten ontwikkelen van een veiligheidsrisicoanalyse teneinde een eenvormige aanpak te bewerkstelligen van risicoanalyses passend bij elke orde van risico.

Nederland is tevens voorstander van het door de Commissie opzetten van een aan ARGUS te verbinden wethandhavingsnetwerk binnen de Commissie (LEN). Nederland is voorts voorstander van het onderzoeken van eventuele noodzakelijke links tussen Raadsorganen en het ARGUS systeem.

Nederland bepleit meer aandacht voor preventie van en voorbereiding op aanvallen met biologische middelen via het agrarische spoor, naar analogie van de acties die genomen worden op het terrein van volksgezondheid. Opzettelijk verspreide zoönosen kunnen bij dieren en mensen veel slachtoffers veroorzaken. Dit geldt ook voor aanvallen met biologische middelen in de voedselketen.

Nederland zal aan de Commissie vragen meer inzicht te geven in de mogelijke Europese en nationale budgettaire consequenties van de in de mededeling gepresenteerde voorstellen. Conform de kamerbrief van september 2004 over de Financiële Perspectieven 2007­2013 gaat Nederland uit van een EU begroting van ten hoogste 1% van het EU BNI (een reëel constant uitgavenkader), het principe van «nieuw-voor-oud» en toetsing aan de criteria toegevoegde waarde en subsidiariteit. De mogelijke budgettaire consequenties van de oprichting van het ARGUS systeem, het LEN systeem en het nieuwe EU crisiscentrum dienen met deze uitgangspunten rekening te houden.

19.

Onderdeel van

15 dec
'04
Brief staatssecretaris met negen fiches, opgesteld door de Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC) - Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Buitenlandse Zaken (BUZA)
22112, nr. 350
 
 
 
publicatiedatum 15-12-2004
kenmerk 22112, 350, 8