Tweede Kamer der Staten-Generaal
Vergaderjaar 2008–2009
22 112
Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 877
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 juni 2009
Overeenkomstig de bestaande afspraken heb ik de eer u hierbij vijf fiches aan te bieden die werden opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen (BNC):
-
1.Mededeling inzake pakketproducten voor retailbeleggingen; (Kamerstuk 22 112, nr. 873)
-
2.Richtlijn inzake beheerders van alternatieve beleggingsfondsen; (Kamerstuk 22 112, nr. 874)
-
3.Mededeling inzake beloning bestuurders beursgenoteerde ondernemingen en aanbeveling van de Commissie over het beloningsbeleid in de financiele-dienstensector; (Kamerstuk 22 112, nr. 875)
-
4.Verordening vaststelling beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met Osama bin Laden; (Kamerstuk 22 112, nr. 876)
-
5.Mededelingen over ICT-grenzen verleggen, evaluatie zesde kaderprogramma en voortgangsrapportage zevende kaderprogramma.
De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, F. C. G. M. Timmermans
Fiche : Fiche mededelingen over ICT-grenzen verleggen, evaluatie zesde kaderprogramma (KP6) en voortgangsrapportage zevende kaderprogramma (KP7)
-
1.
Algemene gegevens
– Mededeling inzake ICT-grenzen verleggen – een strategie voor onderzoek naar technologieën van de toekomst of in opkomst in Europa, 20 april 2009, COM(2009) 184, http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/ LexUriServ.do?uri=COM:2009:0184:FIN:NL: PDF
– Mededeling betreffende de voortgang bij de uitvoering van het
Zevende Kaderprogramma voor Onderzoek van de EU, 29 april 2009, COM(2009) 209, http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/ LexUriServ.do?uri=COM:2009:0209:FIN:NL: PDF
– Mededeling betreffende het antwoord op de verslagen van de
deskundigengroepen over de evaluatie achteraf van de zesde kaderprogramma’s, 29 april 2009, COM(2009) 210, http://eur-lex.europa.eu/ LexUriServ/LexUriServ.do?uri=COM:2009:0210:FIN:NL: PDF
Behandelingstraject Raad: RWG Onderzoek, Raad voor Concurrentievermogen
Eerstverantwoordelijk ministerie: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Ministerie van Economische Zaken
-
2.
Essentie voorstel
Evaluatie achteraf van het zesde kaderprogramma (KP6)
De Commissie antwoordt met deze mededeling op de evaluatie achteraf van het zesde kaderprogramma voor onderzoek (KP6). Doel van de evaluatie is het beoordelen van achtergrond, uitvoering en successen van KP6. De belangrijkste doelstellingen van KP6 waren integreren, versterken en structureren van de Europese onderzoeksruimte. De Commissie reageert in deze mededeling op een tiental aanbevelingen uit de evaluatie, en schetst de maatregelen die zij wil nemen of al heeft genomen naar aanleiding van deze aanbevelingen. De Commissie bespreekt ook de kwesties waarvoor geen duidelijke of onmiddellijke oplossing bestaat.
De Commissie erkent de noodzaak om meer onderzoek te doen naar de lange termijn- en structurele effecten van het KP (op instellingen, industrie, lidstaten enz.). De Commissie meldt hierbij dat deelname en samenwerking van een bredere groep actoren inclusief de lidstaten, de Raad en het Europees Parlement vereist is. De Commissie ziet deze evaluatie als een goede voorbereiding voor toekomstige beleidsontwikkeling en vervolgevaluatie, met name de tussentijdse evaluatie van KP7 en de voorbereiding van KP8 (vanaf 2014). De Commissie stuurt als bijlage bij deze mededeling het evaluatieverslag over het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek van de Europese Commissie omdat zij dat als referentieevaluatie ziet.
Voortgang bij de uitvoering van het Zevende Kaderprogramma voor Onderzoek van de EU (KP7)
Deze Mededeling doet verslag van en beoordeelt de voortgang bij de uitvoering van KP7. Nagegaan wordt wat nog moet worden gedaan om de oorspronkelijke doelstelling van KP7 volledig te realiseren. Het verslag legt ook een basis voor de tussentijdse evaluatie van het programma in 2010.
Het KP7 fungeert als katalysator bij de inspanningen voor de totstandbrenging van de Europese Onderzoeksruimte, waaraan lidstaten en de Europese Unie gezamenlijk werken («Ljubljana proces»). KP7 draagt daaraan bij door middel van vier specifieke programma’s met elk een eigen opdracht: 1) Samenwerking, met Gezamenlijke Technologie en artikel 169 initiatieven als nieuwe elementen; 2) Ideeën, met de European Research Council als invloedrijk onderdeel binnen de Europese onderzoeksruimte; 3) Mensen, met de bekende Marie Curie mobiliteitsbeurzen; 4) Capaciteiten, waarbinnen onder meer aandacht voor grootschalige onderzoeksfaciliteiten. De Commissie geeft voor deze onderdelen in de mededeling een feitelijke beschrijving van de stand van zaken.
KP7 beoogt ook bij te dragen aan duurzame ontwikkeling. Allereerst door in te haken op interdisciplinaire uitdagingen, maatschappelijke behoeften en beleidsprioriteiten, ten tweede door het aanpakken van de behoeften van de reële economie, en tenslotte door het onderzoek- en ontwikkelingpotentieel van de EU volledig te benutten door optimalisering van coherentie en synergie tussen beleidslijnen en instrumenten in verband met onderzoek, innovatie en educatie, op nationaal en EU-niveau, en vooral tussen de communautaire financieringsinstrumenten, inclusief het Kaderprogramma voor Concurrentievermogen en Innovatie (CIP), de programma’s betreffende educatie en permanente educatie en de Structuurfondsen.
KP7 draagt bij aan het openstellen van EU-onderzoek voor de wereld. Het onlangs ontwikkelde Europees Strategisch Kader voor Internationale W&T-samenwerking heeft de openstelling van het EU-onderzoek voor de wereld vergemakkelijkt via associatie met KP7.
De Commissie constateert vooruitgang op het punt van vereenvoudiging in KP7, maar geeft aan dat vereenvoudiging alleen mogelijk is binnen de regels van de wettelijke context, met name het Financieel Reglement van de Gemeenschappen en de regels voor deelname en verspreiding. Het besef groeit dat voor echte en ingrijpende vereenvoudiging de regels zelf veranderd dienen te worden. Dit vereist een akkoord van alle betrokken actoren over het juiste evenwicht tussen verantwoordelijkheid en het nemen van risico’s en een substantiële evaluatie door de wetgevende autoriteiten van de communautaire regels betreffende toekomstige kaderprogramma’s. Er is voor 2010 een mededeling van de Commissie gepland, naar aanleiding waarvan over deze kwesties zou kunnen worden nagedacht.
De Commissie constateert dat KP7 een cruciaal instrument blijft om wetenschappelijke excellentie en technologische ontwikkeling te bevorderen en op de beleidsprioriteiten van de EU en de behoeften van industrie en maatschappij in te spelen. In 2010 vindt overeenkomstig het KP7 besluit een tussentijdse evaluatie van het programma plaats, die zou kunnen leiden tot verbetering en mogelijk aanpassing van KP7. De analyse en de specifieke vraagstukken die in deze mededeling en haar begeleidend werkdocument van de diensten van de Commissie aan bod komen, vormen een basis voor de aangekondigde tussentijdse evaluatie en overleg op politiek niveau in de Raad en Parlement, en overleg met de stakeholders.
ICT-grenzen verleggen:
Deze mededeling is gericht op versterking van het concurrentievermogen van Europa en het innovatie-ecosysteem door massaal te investeren in fundamenteel onderzoek op het gebied van informatie- en communicatietechnologie (ICT). De Commissie plaatst deze mededeling binnen het
kader van het Europees economisch herstelplan, en als aanvulling op de eerdere mededeling over een strategie voor O&O en innovatie op ICT-gebied (BNC-fiche nr. 116). De mededeling gaat daarbij meer specifiek in op het onderzoek dat wordt gestimuleerd naar technologieën van de toekomst of in opkomst («Future Emerging Technologies», hierna FET). Daartoe worden onderzoekers ondersteund die zich op ongebaande wegen begeven en de grenzen van het traditionele ICT verleggen door multidisciplinair onderzoek.
Allereerst benadrukt de Commissie de voordelen van de Europese FET-regeling, speciaal in het domein van ICT, voor de (toekomstige) concurrentiepositie van de EU: fundamenteel, transformatief, risicovol (maar met hoge potentiële opbrengsten en kans op revolutionaire doorbraak), doelgericht, multidisciplinair en ringonderzoek (samenbrengen beste teams in Europa en de rest van de wereld voor onderzoek).
De Commissie stelt voor dat Europa vóór 2015:
– zijn investeringen in FET verdubbelt (binnen de budgettaire afspraken van het thema ICT verhoogt de Commissie de KP7 begroting voor FET-onderzoek met 20% per jaar van 2011 tot 2013 en vraagt de lidstaten hetzelfde te doen). De Commissie bouwt hiermee voort op een eerdere mededeling dit jaar, waarin het belang van (fundamenteel) onderzoek op ICT-gebied wordt benadrukt (BNC-fiche nr. 116);
– twee of drie gedurfde FET-vlaggenschipinitiatieven formuleert ter stimulering van onderzoek, multidisciplinair, gericht op fundamentele doorbraken aan de grenslijnen van ICT (grootschalige samenwerking, doel ten minste twee vóór 2013 te lanceren);
– drie à vijf gemeenschappelijke oproepen organiseert tussen nationale en Europese programma’s ter ondersteuning van FET-onderzoek op gebieden van gemeenschappelijk belang (de Commissie vraagt om nadere coördinatie van nationale en Europese onderzoeken om samenwerking te vergroten en fragmentering tegen te gaan. Specifiek wordt gestreefd naar gezamenlijke FET-ERA (European Research Area) initiatieven;
– initiatieven uitvoert om jonge talentvolle onderzoekers te laten deelnemen en leiding geven aan risicovolle multidisciplinaire ringonderzoeksinspanningen (bijvoorbeeld door gebruik te maken van coördinerende en ondersteunende maatregelen en Marie Curiebeurzen om nieuwe leerplannen binnen het European Institute of Technology (EIT) te bevorderen. Ook moet worden gestreefd samen te werken met wereldleiders en talent van over de hele wereld te stimuleren naar Europa te komen;
– initiatieven uitvoert om het Midden- en Kleinbedrijf (MKB) aan te
moedigen prille resultaten van FET-onderzoek te ontwikkelen en toe te passen (meer samenwerking binnen ICT-gerelateerde Europese Technologieplatforms, verspreiden van kennis, onder meer door het proefinitiatief «Open Acces» van de Commissie, waarin FET vanaf 2009 participeert).
-
3.
Kondigt de Commissie acties, maatregelen of concrete wet- en regelgeving aan voor de toekomst? Zo ja, hoe luidt dan het voorlopige Nederlandse oordeel over bevoegdheidsvaststelling, subsidiariteit en proportionaliteit en hoe schat Nederland de financiële gevolgen in?
KP6 ex-post evaluatie en KP7 voortgangsverslag:
Nee, strikt genomen niet. Het verslag van deze evaluatie is onderdeel van de toezegging van de Commissie om de Kaderprogramma’s te evalueren. De Commissie ziet dit verslag wel als goede basis voor toekomstige beleidsontwikkeling en vervolgevaluatie, met name de tussentijdse
evaluatie KP7 en de opstelling van KP8 vanaf 2014. Het KP7 voortgangsverslag is onderdeel van de wettelijke verplichting van het KP7 besluit voor een jaarlijkse voortgangsrapportage.Voor 2010 is er een mededeling van de Commissie over vereenvoudiging gepland.
ICT-grenzen verleggen:
Ja, in de mededeling wordt een aantal door de Commissie uit te voeren acties aangekondigd en aanbevelingen aan lidstaten gedaan.
Bevoegdheid: Een specifieke rechtsbasis wordt in de drie mededelingen niet genoemd. De EG heeft echter op grond van artikel 166 EG de bevoegdheid meerjarenkaderprogramma’s voor onderzoek vast te stellen. De EG heeft daarnaast op grond van artikelen 163 en 165 van het EG verdrag een met de lidstaten gedeelde bevoegdheid om de activiteiten van de lidstaten en de gemeenschap op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling te stimuleren en te coördineren, met als doel de samenhang van het beleid van de lidstaten en het beleid van de Gemeenschap te verzekeren. De Commissie kan hiertoe in samenwerking met de lidstaten initiatieven ontplooien.
Subsidiariteit: positief, de voorstellen sluiten geheel aan bij het bestaande optreden van de EG, in het kader van een op EU-niveau ingesteld kaderprogramma voor onderzoek. Dit kan niet op nationaal niveau geregeld worden. Het voorgestelde optreden ligt in lijn met de geformuleerde ambities in aanverwante Commissie Mededelingen en beleidsagenda’s (m.n. de Lissabon Agenda en i-2010, het programma voor de bevordering van de informatiemaatschappij). Zie bijvoorbeeld voorstel COM(2009) 116 en bijbehorend BNC-fiche.
Proportionaliteit: positief, de voorstellen gaan niet verder dan vereist. Het Europees optreden is aanvullend t.o.v. de eigen verantwoordelijkheid van de lidstaten en is enkel ondersteunend van aard. Een kanttekening wordt gezet bij de oproep aan lidstaten om zelf eveneens het budget te verhogen, zie hieronder.
Financiële gevolgen: De mededelingen leiden niet tot aanvullende ongeplande financiële uitgaven ten laste van de EG-begroting. FET is budgettair onderdeel van de thematische prioriteit ICT van KP7. De aangekondigde verhoging van het ICT (en daarmee van het FET) budget maakt al onderdeel uit van het KP7 besluit. Nederland vindt het echter niet vanzelfsprekend dat de lidstaten ook zelf de gevraagde intensivering zullen realiseren en daarbij de budgetstijging op EU niveau zullen volgen.
-
4.
Nederlandse positie over de mededeling
KP6
Nederland verwelkomt de aandacht voor evaluatie van de effecten van de (deelname aan) de EU Kaderprogramma’s, en kan op hoofdlijnen zowel de aanbevelingen van het panel als de reactie van de Commissie hierop onderschrijven. Nederland verwelkomt ook het voornemen van de Commissie om zowel de KP7 voortgangsrapportage als de KP6 ex post evaluatie te benutten voor toekomstige beleidsontwikkeling en vervolg-evaluaties. Met name betreft dit de tussentijdse evaluatie KP7 en de voorbereiding van KP8 vanaf 2014. Nederland zal de onderliggende aanbevelingen van het evaluatiepanel voor de KP6 ex-post evaluatie in een later stadium ook zelf betrekken bij de Nederlandse inbreng gericht op de tussentijdse evaluatie van KP7 en de voorbereiding van KP8.
Nederland ondersteunt volledig de boodschap die zowel in de KP7 voortgangsrapportage als de KP6 ex-post evaluatie is opgenomen dat aandacht geschonken moet worden aan vermindering van de administratieve complexiteit van de kaderprogramma’s. Bij de besluitvorming over KP7 is hier al op ingezet, wat heeft geleid tot een aantal verbeteringen, maar in de ogen van Nederland is dit nog onvoldoende. Verdere vereenvoudiging blijkt met name noodzakelijk als voorwaarde voor versterken van deelname vanuit industrie inclusief MKB. Naast de vormgeving van het kaderprogramma zelf zal Nederland het punt van vereenvoudiging tevens bezien in het licht van de periodieke herziening van het financieel reglement van de EU.
KP7
Bij de start van de onderhandelingen over KP7 heeft Nederland destijds vooral ingezet op continuering van de instrumenten gericht op onderzoekssamenwerking, echter met voldoende aandacht voor vernieuwing daarvan, op het stimuleren van private R&D investeringen en deelname, op vereenvoudiging en gebruiksvriendelijkheid en op het bevorderen van wetenschappelijke excellentie (Tweede Kamer, vergaderjaar 2004–2005, 22 112, nr. 379 en vergadering 2005–2006, 412 ). Dit is terug te zien in een aantal nieuwe maatregelen binnen KP7 zoals de European Research Council (ERC), Gezamenlijke Technologie Initatieven (JTI), Artikel 169 initiatieven en Eurostars. Voor een Nederlands standpunt ten aanzien van het daadwerkelijk functioneren van deze maatregelen is het nog te vroeg. Hiervoor is de tussentijdse evaluatie van KP7 die in de herfst van 2010 dient te worden voltooid van belang.
Nederland ondersteunt tegen deze achtergrond de elementen die de Commissie van belang acht voor de tussentijdse evaluatie van KP7. Het gaat daarbij, naast voornoemde aandacht voor vereenvoudiging, om 1) het verbeteren van het effect van KP7 en volgende kaderprogramma’s op de vorming van de Europese onderzoeksruimte, 2) de doeltreffendheid van de nieuwe maatregelen van KP7 (ERC, JTI’s, Artikel 169 initiatieven en de risicodelende financieringsfaciliteit), 3) het vergroten van het effect en de toegevoegde waarde van onderzoekssamenwerking tussen verschillende disciplines, industriële sectoren en beleidsgebieden om een antwoord te bieden aan de grote maatschappelijke opgaven, en, 4) de rol van KP7 in het op de mondiale kaart te zetten van wetenschap en technologie van Europa.
Naast de bovengenoemde elementen acht Nederland ook de ervaringen met een aantal andere nieuwe instrumenten van belang. Dit zijn 1) binnen het programma Mensen de cofinanciering van nationale mobiliteitsprogramma’s, 2) binnen het programma Samenwerking de instrumenten gericht op deelname van derde landen (bijv. INCO-netten) en op de coördinatie van nationale programma’s (ERA-netten), en, 3) binnen het programma Capaciteiten de ondersteuning van grote onderzoeksfaciliteiten en de instrumenten gericht op de deelname van nieuwe lidstaten en kennisregio’s.
De antwoorden op deze vragen zijn te zijner tijd van belang voor eventuele bijstellingen van KP7, maar vooral ook voor de oriëntatie op een volgende achtste Kaderprogramma na 2014. In deze oriëntatie zal ook de relatie gelegd moeten worden tussen het Kaderprogramma en andere relevante communautaire initiatieven, zoals het EIT, het CIP, Leven Lang Leren, Structuurfondsen, et cetera.
ICT-grenzen verleggen
De Nederlandse regering steunt het initiatief van de Commissie om aandacht te vragen voor vernieuwend onderzoek op ICT-gebied, en om de inspanningen op dit terrein conform het KP7-besluit te intensiveren. Bij de door de Commissie gelegd koppeling van het verhogen van de middelen voor het meer fundamentele ICT onderzoek aan het Europees economisch herstelplan moet wel de kanttekening geplaats worden dat de resultaten van dit type onderzoek pas op de lange(re) termijn tot toepassingen kunnen leiden.
Nederland merkt op dat het niet evident is om te verwachten dat Nederland en andere lidstaten de gevraagde intensivering zullen realiseren en daarbij de budgetstijging op EU niveau zullen volgen. FET gaat voornamelijk om vrij, en alleen gedeeltelijk om licht geprogrammeerd interdisciplinair onderzoek met als hoofddoel het identificeren van toekomstige ICT-onderzoeksvelden. Dergelijk onderzoek komt in Nederland niet in aanmerking voor financiering uit het fonds economische structuurversterking, vanwege het gebrek aan medefinanciering door het bedrijfsleven. Wel zijn in Nederland voor dit type onderzoek middelen te verwerven bij de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), bijvoorbeeld in de open competitie.
Een dergelijk budgettair voorbehoud moet ook geplaatst worden bij het voorstel om grootschalige initiatieven samen met de lidstaten op te zetten, zogenaamde FET vlaggenschipinitiatieven. De aangekondigde initiatieven om het MKB bij FET-onderzoek te betrekken lijken moeilijk realiseerbaar gezien de fundamentele aard van het onderzoek.
Andere maatregelen op het terrein van gezamenlijke programmering, betrokkenheid van jonge onderzoekers en kennisbenutting en internationale samenwerking met derde landen kunnen op hoofdlijnen worden onderschreven, omdat het hierbij in feite gaat om verbijzonderingen van bredere beleidsinitiatieven en bestaande instrumenten op het gebied van het Europese onderzoeksbeleid. Nederland zal in dit verband bij de eerst volgende gelegenheid aandringen op een goede afstemming c.q. integratie tussen het ICT onderzoeksbeleid en het bredere onderzoeksbeleid.
| 22112 - Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie |
| publicatiedatum | 08-06-2009 |
|---|---|
| nummer | KST131830 |
| kenmerk | 22112, nr. 877 |
