VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD HOUDENDE VASTSTELLING VAN EEN PROGRAMMA OM HET ECONOMISCH HERSTEL TE BEVORDEREN VIA FINANCIËLE BIJSTAND VAN DE GEMEENSCHAP AAN PROJECTEN OP HET GEBIED VAN ENERGIE VERORDENING (EG) Nr. …/2009 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 13 juli 2009 houdende vaststelling van een programma om het economisch herstel te bevorderen via financiële bijstand van de Gemeenschap aan projecten op het gebied van energie HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 156 en artikel 175, lid 1, - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Tekst

 

EUROPESE UNIE

HET EUROPEES PARLEMENT DE RAAD

-

Brussel, 13 juli 2009

(OR. en)

2009/0010 (COD) LEX 1064 PE-CONS 3659/2/09 REV 2

ENER 188 ECOFIN 376 CODEC 729

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

HOUDENDE VASTSTELLING VAN EEN PROGRAMMA

OM HET ECONOMISCH HERSTEL TE BEVORDEREN VIA FINANCIËLE BIJSTAND

VAN DE GEMEENSCHAP AAN PROJECTEN OP HET GEBIED VAN ENERGIE

VERORDENING (EG) Nr. .../2009 VAN HET EUROPEES PARLEMENT

EN DE RAAD

van 13 juli 2009

houdende vaststelling van een programma om het economisch herstel

te bevorderen via financiële bijstand van de Gemeenschap

aan projecten op het gebied van energie

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 156 en

artikel 175, lid 1,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité1,

Na raadpleging van het Comité van de Regio's,

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De Europese economie ondervindt grote moeilijkheden ten gevolge van de financiële

crisis. Er moeten buitengewone en onmiddellijke inspanningen worden geleverd om deze

ernstige en ergste economische situatie ooit het hoofd te bieden. Om het vertrouwen van de

marktspelers te herstellen moeten er onverwijld maatregelen worden getroffen om de

economie te herstellen.

(2) Tegelijk is het duidelijk dat de Europese economie met het oog op haar sterkte en

duurzaamheid op lange termijn hervormd moet worden om tegemoet te komen aan de

behoeften inzake energiezekerheid en de noodzaak de uitstoot van broeikasgassen te

verminderen. De toenemende zorgen omtrent de continuïteit van de gasvoorziening onder-

steunen deze conclusie.

(3) Daarom heeft de Europese Raad van 11 en 12 december 2008 in zijn conclusies zijn goed-

keuring gehecht aan het Europees economisch herstelplan (Herstelplan), ingediend door de

Commissie op 26 november 2008, dat aangeeft hoe de lidstaten en de Europese Unie hun

beleid kunnen coördineren en de Europese economie nieuwe stimulansen kunnen geven,

die toegespitst zijn op de doelstellingen van de Gemeenschap op lange termijn.

(4) Een belangrijk onderdeel van het herstelplan is het voorstel om de communautaire uitgaven

in bepaalde strategische sectoren te verhogen en aldus het gebrek aan vertrouwen bij de

investeerders aan te pakken en ondersteuning te bieden bij het uitstippelen van de weg naar

(5) Voor een doeltreffende herstelplan is het van vitaal belang om maatregelen te financieren

die snel een antwoord kunnen bieden op zowel de economische crisis als de dringende

energiebehoeften van de Gemeenschap. Dit speciale programma, ingesteld bij deze

verordening, mag echter geenszins een precedent vormen voor de toekomstige mede-

financieringspercentages op het gebied van infrastructuurinvesteringen.

(6) Om een tastbare en substantiële impact te hebben, moeten deze investeringen worden

geconcentreerd op een beperkt aantal specifieke sectoren, waarin de actie duidelijk

bijdraagt tot de doelstellingen van continuïteit van de energievoorziening en vermindering

van de broeikasgasemissies; er grote, rijpe projecten bestaan, die in staat zijn om aanzien-

lijke bedragen aan financiële bijstand efficiënt en effectief aan te wenden en aanzienlijke

bedragen aan investeringen uit andere bronnen, met inbegrip van de Europese

Investeringsbank, te katalyseren; en actie op Europees niveau een meerwaarde vertegen-

woordigt. De sectoren gas- en elektriciteitsinfrastructuur, offshore-windenergie en kool-

stofafvang en -opslag voldoen aan die criteria. De keuze van die sectoren weerspiegelt de

bijzondere omstandigheden van het herstelplan en mag geen afbreuk doen aan de hoge

prioriteit die gehecht wordt aan energie-efficiëntie en de bevordering van energie uit

hernieuwbare bronnen, die in het herstelplan aan bod zijn gekomen.

(7) Indien het niet mogelijk zou blijken alle middelen voor eind 2010 vast te leggen, heeft de

Commissie verklaard voornemens te zijn om zonodig in haar verslag van 2010 over de

toepassing van deze verordening maatregelen voor te stellen die het mogelijk maken met

dit herstelplan strokende projecten te financieren, zoals projecten op het gebied van

energie-efficiëntie en energie uit hernieuwbare bronnen.

(8) Wat de gas- en elektriciteitsinfrastructuur betreft, zijn bepaalde uitdagingen de laatste jaren

ontstaan. De recente gascrisissen (de winters van 2006 en 2009) en de stijging van de

olieprijzen tot medio 2008 hebben aangetoond hoe kwetsbaar Europa is. De inheemse

energiebronnen - gas en olie - nemen zodanig af dat Europa voor zijn energievoorziening

steeds afhankelijker wordt van invoer. In deze context zal de energie-infrastructuur een

cruciale rol spelen.

(9) De huidige economische en financiële crisis brengt echter de uitvoering van energie-

infrastructuurprojecten in het gedrang. De uitvoering van een aantal belangrijke projecten

  • waaronder projecten van communautair belang - kan aanzienlijke vertraging oplopen

door de schaarste aan middelen. Een spoedeisend optreden om investeringen in energie-

infrastructuur te ondersteunen is dan ook aangewezen. Gezien de tijd die nodig is om

dergelijke projecten te plannen en uit te voeren, is het belangrijk dat de Gemeenschap

onmiddellijk investeert in dergelijke infrastructuur, met name om de ontwikkeling van

projecten van bijzonder belang voor de energiezekerheid in de Gemeenschap te versnellen.

Dit zal onontbeerlijk zijn om de continuïteit van de energievoorziening tegen

(10) Uit de energie-infrastructuurprojecten moeten die projecten worden geselecteerd die van

belang zijn voor de werking van de interne energiemarkt en voor de continuïteit van de

energievoorziening, en die ook bijdragen tot het herstel van de economie.

(11) Wat betreft koolstofafvang en -opslag en offshore-windenergie in het bijzonder bouwt deze

verordening voort op het Europees strategisch plan voor energietechnologie, door de

Commissie ingediend op 22 november 2007, waarin werd opgeroepen tot een gezamenlijk

strategisch plan voor energieonderzoek en -innovatie in overeenstemming met de energie-

beleidsdoelstellingen van de EU, en tot een toezegging voor het opstarten van zes Europese

industriële initiatieven. De Europese Raad van 16 oktober 2008 heeft in zijn conclusies de

Commissie opgeroepen om de tenuitvoerlegging van het Europees strategisch plan voor

energietechnologie aanzienlijk te versnellen. Het programma initieert de financiering van

projecten voor koolstofafvang en -opslag en offshore-windenergie, zonder vooruit te lopen

op de toekomstige creatie van de zes industriële initiatieven voor energiedemonstratie-

projecten, als geschetst in het Europees strategisch plan voor energietechnologie.

(12) Om een onmiddellijk effect te hebben op de economische crisis is het van essentieel belang

dat deze verordening een lijst bevat van de projecten die onmiddellijk financiële steun

kunnen ontvangen, op voorwaarde dat zij voldoen aan de criteria inzake efficiëntie en

effectiviteit en binnen de grenzen van de toegewezen financiële middelen.

(13) Projecten inzake gas- en elektriciteitsinfrastructuur dienen in een lijst te worden

opgenomen volgens de mate waarin zij bijdragen tot de doelstellingen van continuïteit en

diversificatie van de voorziening zoals bepaald in de recente tweede strategische toetsing

van het energiebeleid van de Commissie van 13 november 2008 en onderschreven door het

Europees Parlement in zijn resolutie van 3 februari 2009 en door de Raad in zijn conclusies

van 19 februari 2009. De projecten dienen te worden geselecteerd op grond van het feit dat

zij aan de in die toetsing vastgestelde prioriteiten voldoen, een redelijke graad van rijpheid

hebben bereikt en bijdragen tot continuïteit en diversificatie van energiebronnen en van de

energievoorziening, optimalisering van de netcapaciteit en de integratie van de interne

energiemarkt, met name wat het grensoverschrijdende gedeelte betreft, netontwikkeling ter

verbetering van de economische en sociale samenhang door ontsluiting van de minst

begunstigde en eilanden in de Gemeenschap, de aansluiting van hernieuwbare energie-

bronnen, de veiligheid, betrouwbaarheid en interoperabiliteit van de gekoppelde netten, en

de solidariteit tussen de lidstaten. De uitvoering van die projecten zal inspanningen vergen

van de nationale, regionale en plaatselijke autoriteiten om de administratieve procedures en

vergunningen sneller af te wikkelen. Als snellere afwikkeling uitblijft, zal de steun voor

veel projecten niet binnen het voorgenomen tijdsbestek kunnen worden toegekend.

(14) Projecten voor offshore-windenergie dienen in de lijst te zijn opgenomen omdat zij, aan de

hand van informatie die is verkregen van belanghebbenden in het kader van het Europees

technologieplatform voor windenergie, uit industriële en andere bronnen, als goedgekeurd

en uitvoeringsklaar te beschouwen zijn, innovatief geacht worden, maar toch op gevestigde

concepten berusten, in staat geacht worden om met een financiële stimulans sneller te

kunnen worden uitgevoerd, geacht worden een grensoverschrijdende betekenis te hebben,

als grootschalig te beschouwen zijn en geacht worden te kunnen aantonen hoe de resultaten

van technologische vooruitgang effectief zullen worden verspreid in het licht van de doel-

stellingen en de structuren van het Europees strategisch plan voor energietechnologie. De

financiële bijstand moet vooral gaan naar projecten die in staat zijn om in 2009 en 2010

een wezenlijke vooruitgang in de projectontwikkeling te boeken.

(15) Wat koolstofafvang en -opslag betreft moet de lijst in belangrijke mate worden opgesteld

aan de hand van de informatie die van belanghebbenden wordt verkregen in het kader van

het forum voor fossiele brandstoffen, het platform voor nulemissietechnologie voor met

fossiele brandstoffen gestookte centrales en uit andere bronnen. De financiële bijstand

moet vooral gaan naar projecten die in staat zijn om in 2009 en 2010 een wezenlijke

vooruitgang in de projectontwikkeling te boeken. De projectrijpheid moet worden

beoordeeld op basis van het bestaan van een rijp en uitvoerbaar concept voor de

desbetreffende industriële installatie, inclusief de koolstofafvangcomponent, het bestaan

van een rijp en uitvoerbaar project voor het vervoer en de opslag van CO

2, en de

uitgesproken bereidheid van de lokale autoriteiten om het project te ondersteunen. De

(16) Uit de in aanmerking komende voorstellen zal een selectie moeten worden gemaakt. Zulke

selectie moet er onder meer voor zorgen dat niet meer dan één voorstel voor koolstof-

afvang en -opslag per lidstaat wordt ondersteund, opdat allerlei uiteenlopende

omstandigheden van geologische opslag worden onderzocht en het aanmoedigen van

economisch herstel in heel Europa als doelstelling wordt ondersteund.

(17) De communautaire financiering mag de mededinging noch de werking van de interne

markt nodeloos verstoren, in het bijzonder wat betreft de regels inzake toegang voor

derden of eventuele uitzonderingen daarop. Bijkomende nationale middelen bovenop de

communautaire financiering moeten voldoen aan de voorschriften inzake staatssteun. De

communautaire financiële bijstand moet, ongeacht de vorm, worden verstrekt in overeen-

stemming met Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002

houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de

Europese Gemeenschappen1 (het "Financieel Reglement") en Verordening (EG, Euratom)

nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoerings-

voorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002

houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de

Europese Gemeenschappen2, behalve in de gevallen waarin de bepalingen van de onder-

havige verordening uitdrukkelijk van die voorschriften afwijken.

(18) Gezien de dringende noodzaak om de economische crisis en de urgente energiebehoeften

van de Gemeenschap aan te pakken, bevat deze verordening reeds gedetailleerde

voorschriften, met betrekking tot de voorwaarden voor financiële steun, waaronder een lijst

van in aanmerking komende projecten. Bovendien vergt de dringende behoefte aan

stimulerend beleid dat alle juridische verbintenissen tot uitvoering van de vastleggingen in

de begrotingen van 2009 en 2010 vóór het einde van 2010 worden aangegaan.

(19) Bij de uitvoering van in het kader van deze verordening gefinancierde acties moeten de

financiële belangen van de Gemeenschap worden beschermd aan de hand van preventieve

maatregelen tegen fraude, corruptie en andere illegale activiteiten, via effectieve controles

en door onterecht betaalde bedragen terug te vorderen en, wanneer onregelmatigheden aan

het licht komen, door effectieve, evenredige en ontradende straffen op te leggen, overeen-

komstig Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995

betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeen-

schappen1, Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996

betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden

uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen

tegen fraudes en andere onregelmatigheden2 en Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het

Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende onderzoeken door het

Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)3.

(20) Rekening houdend met de aard van de thema's van de subprogramma's moet de Commissie

door verschillende comités worden bijgestaan voor de selectie van de voor financiering in

aanmerking komende voorstellen en voor het bepalen van het financieringsbedrag dat uit

hoofde van elk subprogramma wordt toegekend.

(21) De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen dienen te worden

vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vast-

stelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende

uitvoeringsbevoegdheden1.

(22) Aangezien de doelstellingen van deze verordening, namelijk het economisch herstel binnen

de Gemeenschap bevorderen, kunnen voorzien in de vereiste energiezekerheid en de

uitstoot van broeikasgassen verminderen door de uitgaven in bepaalde strategische

sectoren te verhogen, niet op toereikende wijze door de lidstaten kunnen worden

verwezenlijkt, en derhalve, gezien het toepassingsgebied van deze verordening en de aard

van de geselecteerde sectoren en projecten, beter op het niveau van de Gemeenschap

kunnen worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap maatregelen treffen overeenkomstig

het subsidiariteitsbeginsel zoals neergelegd in artikel 5 van het Verdrag. Overeenkomstig

het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet

verder dan wat nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(23) Wegens de dringende behoefte om de economische crisis en de toenemende energie-

behoeften van de Gemeenschap aan te pakken, dient deze verordening onmiddellijk na

HOOFDSTUK I

INLEIDENDE BEPALINGEN

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening wordt een financieringsinstrument ingesteld, met als titel het Europees

energieprogramma voor herstel ("European Energy Programme for Recovery", hierna "het EEPR"),

voor de ontwikkeling van projecten op het gebied van energie in de Gemeenschap die door

financiële impulsen bijdragen tot economisch herstel, zekerheid van de energievoorziening en

vermindering van de broeikasgasemissies.

Deze verordening stelt subprogramma's in om deze doelstellingen te bevorderen op de volgende

gebieden:

  • a) 
    gas- en elektriciteitsinfrastructuur;
  • b) 
    offshore-windenergie; en
  • c) 
    koolstofafvang en -opslag.

Voorts wordt in deze verordening vastgesteld welke projecten in het kader van elk subprogramma

worden gefinancierd en worden de criteria bepaald voor de selectie en uitvoering van acties om

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities:

  • a) 
    "koolstofafvang en -opslag": het afvangen van de door industriële installaties uitgestoten

koolstofdioxide (CO

2), het transporteren ervan naar een opslaglocatie en het injecteren

ervan in een geschikte ondergrondse geologische formatie met het oog op opslag voor

onbeperkte duur;

  • b) 
    "subsidiabele kosten": heeft dezelfde betekenis als in Verordening (EG, Euratom)

nr. 2342/2002;

  • c) 
    "gas- en elektriciteitsinfrastructuur":
  • i) 
    alle hoogspanningslijnen, met uitzondering van de lijnen van distributienetten, en

onderzeese verbindingen, mits deze infrastructuur wordt gebruikt voor interregionaal

of internationaal elektriciteitstransmissie of voor interregionale of internationale

elektriciteitsverbindingen;

  • ii) 
    hogedrukgaspijpleidingen, met uitzondering van leidingen van distributienetten;
  • iii) 
    de met de in punt ii) bedoelde hogedrukgaspijpleidingen verbonden ondergrondse

opslaginstallaties;

  • iv) 
    installaties voor de ontvangst, opslag en hervergassing van vloeibaar aardgas (LNG);

en

  • v) 
    alle apparatuur en installaties die voor de goede werking van de in de punten i), ii),
  • iii) 
    of iv) bedoelde infrastructuur essentieel zijn, met inbegrip van de beveiligings-,

-

controle- en regelsystemen;

  • d) 
    "deel van een project": elke activiteit die financieel, technisch of in de tijd onafhankelijk is

en bijdraagt tot de verwezenlijking van een project;

  • e) 
    "investeringsfase": de fase van een project waarin de bouw plaatsvindt en investerings-

kosten worden gemaakt;

  • f) 
    "offshore-windenergie": de elektrische stroom, opgewekt door met wind aangedreven

turbines op zee, dichtbij of ver van de kustlijn;

  • g) 
    "planningsfase": de fase van een project die voorafgaat aan de investeringsfase, waarin de

uitvoering van het project wordt voorbereid, inclusief, in voorkomend geval, een haalbaar-

heidsbeoordeling, voorbereidende en technische studies, het verkrijgen van licenties en

vergunningen en het maken van investeringskosten.

Artikel 3

Begroting

  • 1. 
    De financiële middelen voor de uitvoering van het EEPR voor 2009 en 2010 bedragen

3 980 000 000 EUR, die als volgt worden toegewezen:

  • a) 
    gas- en elektriciteitinfrastructuurprojecten: 2 365 000 000 EUR;
  • b) 
    offshore-windenergieprojecten: 565 000 000 EUR;
  • c) 
    projecten voor koolstofafvang en -opslag: 1 050 000 000 EUR.
  • 2. 
    De afzonderlijke juridische verbintenissen tot uitvoering van de vastleggingen in de

begrotingen van 2009 en 2010 worden uiterlijk 31 december 2010 aangegaan.

HOOFDSTUK II

SUBPROGRAMMA'S

DEEL 1

GAS- EN ELEKTRICITEITINFRASTRUCTUURPROJECTEN

Artikel 4

Doelstellingen

De Gemeenschap bevordert de gasinfrastructuur- en elektriciteitsinfrastructuurprojecten met de

hoogste meerwaarde voor de Gemeenschap, die bijdragen tot de volgende doelstellingen:

  • a) 
    continuïteit en diversificatie van de energiebronnen, aanvoerroutes en de voorziening;
  • b) 
    de optimalisering van de capaciteit van het energienetwerk en integratie van de interne

markt voor energie, met name wat het grensoverschrijdende gedeelte betreft;

  • c) 
    de netontwikkeling ter verbetering van de economische en sociale samenhang door

ontsluiting van de minst begunstigde regio's en eilanden in de Gemeenschap;

  • d) 
    de aansluiting en integratie van hernieuwbare energiebronnen; en

Artikel 5

Prioriteiten

Het EEPR strekt tot dringende aanpassing en ontwikkeling van de energienetten die van bijzonder

belang zijn voor de Gemeenschap, om de werking van de interne energiemarkt te ondersteunen en,

in het bijzonder, om de interconnectiecapaciteit, de zekerheid en de diversificatie van de

voorziening te vergroten en ecologische, technische en financiële hindernissen te overwinnen.

Speciale communautaire steun is nodig om energienetten intensiever te ontwikkelen en de totstand-

brenging ervan te versnellen, namelijk in gebieden met een geringe diversiteit aan aanvoerroutes en

voorzieningsbronnen.

Artikel 6

Toekenning van communautaire financiële bijstand

  • 1. 
    Financiële bijstand uit hoofde van het EEPR ("EEPR-bijstand") voor gas- en elektriciteits-

infrastructuurprojecten wordt toegekend voor acties ter uitvoering van de projecten

opgenomen in deel A van de bijlage of delen daarvan, die bijdragen tot de verwezenlijking

van de in artikel 4 vermelde doelstellingen.

  • 2. 
    De Commissie roept op tot het indienen van voorstellen om de in lid 1 bedoelde acties aan

te duiden en beoordeelt of die voorstellen voldoen aan de in artikel 7 bepaalde

subsidiabiliteitscriteria en de in artikel 8 bepaalde selectie- en gunningscriteria.

Artikel 7

Subsidiabiliteit

  • 1. 
    De voorstellen komen slechts voor EEPR-bijstand in aanmerking indien zij strekken tot

uitvoering van in deel A van de bijlage opgenomen projecten, het aldaar vastgelegde

maximumbedrag van de EEPR-bijstand niet overschrijden, en voldoen aan de selectie- en

gunningscriteria van artikel 8.

  • 2. 
    De voorstellen kunnen worden ingediend:
  • a) 
    door één of meer lidstaten die gezamenlijk optreden;
  • b) 
    met de instemming van alle lidstaten die rechtstreeks bij het project in kwestie

betrokken zijn:

  • i) 
    door één of meer openbare of particuliere ondernemingen of instellingen die

gezamenlijk optreden;

  • ii) 
    door één of meer internationale organisaties die gezamenlijk optreden; of
  • iii) 
    door een gemeenschappelijke onderneming.
  • 3. 
    Door natuurlijke personen ingediende voorstellen komen niet in aanmerking.

Artikel 8

Selectie- en gunningscriteria

  • 1. 
    Bij de beoordeling van de voorstellen die worden ontvangen in het kader van de in

artikel 6, lid 2, bedoelde oproep tot het indienen van voorstellen, hanteert de Commissie de

volgende selectiecriteria:

  • a) 
    de degelijkheid en de technische geschiktheid van de voorgestelde aanpak;
  • b) 
    de degelijkheid van het financiële pakket voor de volledige investeringsfase van de

actie.

  • 2. 
    Bij de beoordeling van de voorstellen die worden ontvangen in het kader van de in

artikel 6, lid 2, bedoelde oproep tot het indienen van voorstellen, hanteert de Commissie de

volgende gunningscriteria:

  • a) 
    de rijpheid, omschreven als het bereiken van de investeringsfase, en het verrichten

van aanzienlijke kapitaaluitgaven vóór eind 2010;

  • b) 
    de mate waarin een gebrek aan toegang tot financiële middelen de uitvoering van de

actie vertraagt;

  • c) 
    de mate waarin de EEPR-bijstand openbare en particuliere financiering zal

stimuleren;

  • g) 
    de bijdrage tot de verbetering van de kwaliteit, veiligheid en zekerheid van de dienst;
  • h) 
    de bijdrage tot de totstandbrenging van een goed geïntegreerde energiemarkt.

Artikel 9

Financieringsvoorwaarden

  • 1. 
    De EEPR-bijstand vormt een bijdrage in de projectgerelateerde uitgaven voor de

uitvoering van het project en die door de begunstigden of door met de uitvoering belaste

derden zijn gedaan.

  • 2. 
    De EEPR-bijstand bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten.

Artikel 10

Instrumenten

  • 1. 
    Na de in artikel 6, lid 2, bedoelde oproep tot het indienen van voorstellen selecteert de

Commissie, volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde beheersprocedure, de voorstellen die

EEPR-bijstand ontvangen en bepaalt zij het bedrag van de te verlenen EEPR-bijstand. De

Commissie preciseert de voorwaarden voor en de wijze van de uitvoering van de

voorstellen.

  • 2. 
    De EEPR-bijstand wordt toegekend op basis van besluiten van de Commissie.

Artikel 11

Financiële verantwoordelijkheden van de lidstaten

  • 1. 
    De lidstaten verrichten de technische bewaking van en de financiële controle op de

projecten in nauwe samenwerking met de Commissie en certificeren het bedrag van de

uitgaven die in verband met het project of de projectonderdelen zijn gedaan, alsmede hun

conformiteit met deze verordening. De lidstaten kunnen de Commissie verzoeken aan

controles ter plaatse deel te nemen.

  • 2. 
    De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de overeenkomstig lid 1 genomen maat-

regelen en verstrekken haar met name een beschrijving van de controle-, beheers- en

bewakingsystemen die zijn opgezet om de succesvolle uitvoering van de projecten te

verzekeren.

DEEL 2

OFFSHORE-WINDENERGIEPROJECTEN

Artikel 12

Toekenning van EEPR-bijstand

  • 1. 
    EEPR-bijstand voor offshore-windenergieprojecten wordt toegekend na een oproep tot het

indienen van voorstellen voor acties ter uitvoering van de in deel B van de bijlage

  • 2. 
    De Commissie roept op tot het indienen van voorstellen om de in lid 1 bedoelde acties aan

te duiden en beoordeelt of de voorstellen voldoen aan de in artikel 13 bepaalde

subsidiabiliteitscriteria en de in artikel 14 bepaalde selectie- en gunningscriteria.

  • 3. 
    De Commissie stelt de begunstigden in kennis van de toe te kennen EEPR -bijstand.

Artikel 13

Subsidiabiliteit

  • 1. 
    De voorstellen komen slechts voor EEPR-bijstand in aanmerking indien zij strekken tot

uitvoering van in deel B van de bijlage opgenomen projecten, het aldaar vastgelegde

maximumbedrag van de EEPR-bijstand niet overschrijden, en voldoen aan de selectie- en

gunningscriteria van artikel 14. Deze projecten worden geleid door een particuliere

onderneming.

  • 2. 
    De voorstellen kunnen worden ingediend door een of meer ondernemingen die

gezamenlijk optreden.

  • 3. 
    Door natuurlijke personen ingediende voorstellen komen niet in aanmerking.

Artikel 14

Selectie- en gunningscriteria

  • 1. 
    Bij de beoordeling van de voorstellen die worden ontvangen in het kader van de in

artikel 12, lid 1, bedoelde oproep tot het indienen van voorstellen, hanteert de Commissie

de volgende selectiecriteria:

  • a) 
    de degelijkheid en de technische geschiktheid van de voorgestelde aanpak;
  • b) 
    de degelijkheid van het financiële pakket voor de volledige investeringsfase van het

project.

  • 2. 
    Bij de beoordeling van de voorstellen die worden ontvangen in het kader van de in

artikel 12, lid 1, bedoelde oproep tot het indienen van voorstellen, hanteert de Commissie

de volgende gunningscriteria:

  • a) 
    de rijpheid, omschreven als het bereiken van de investeringsfase, en het verrichten

van aanzienlijke kapitaaluitgaven vóór eind 2010;

  • b) 
    de mate waarin een gebrek aan toegang tot financiële middelen de uitvoering van de

actie vertraagt;

  • c) 
    de mate waarin het project de schaal van reeds in aanbouw zijnde of geplande

installaties en infrastructuurvoorzieningen verbetert of verhoogt;

  • d) 
    de mate waarin het project de bouw van installaties en infrastructuur op volledige

grootte en op industriële schaal omvat en waarin met name het volgende aan bod

komt:

  • i) 
    het balanceren van de veranderlijkheid van windelektriciteit door integratie-

systemen;

  • ii) 
    het bestaan van systemen voor opslag op grote schaal;
  • iii) 
    het beheer van windmolenparken als virtuele elektriciteitscentrales (meer dan

1 GW);

  • iv) 
    het bestaan van turbines die verder van de kust of in diepere wateren worden

geplaatst (20 tot 50 m) dan momenteel gebruikelijk is;

  • v) 
    nieuwe substructuurontwerpen; of
  • vi) 
    processen voor de assemblage, de installatie, het gebruik en de buitengebruik-

stelling van windturbines en het testen van die processen in projecten op ware

grootte;

  • e) 
    de innovatieve kenmerken van het project en de mate waarin het aantoonbaar zal

bijdragen tot de uitvoering van die kenmerken;

  • f) 
    het effect van het project en de bijdrage ervan tot het communautaire netwerk voor

Artikel 15

Financieringsvoorwaarden

  • 1. 
    De EEPR-bijstand vormt een bijdrage in de projectgerelateerde uitgaven voor de

uitvoering van het project.

  • 2. 
    De EEPR-bijstand bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten.

Artikel 16

Instrumenten

  • 1. 
    Na de in artikel 12, lid 1, bedoelde oproep tot het indienen van voorstellen selecteert de

Commissie, volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde beheersprocedure, de voorstellen die

EEPR-bijstand ontvangen en bepaalt zij het bedrag van de toe te kennen financiering. De

Commissie preciseert de voorwaarden voor en de wijze van de uitvoering van de

voorstellen.

  • 2. 
    De EEPR-bijstand wordt toegekend op basis van subsidieovereenkomsten.

DEEL 3

PROJECTEN VOOR KOOLSTOFAFVANG EN -OPSLAG

Artikel 17

Toekenning van EEPR-bijstand

  • 1. 
    De EEPR-bijstand voor projecten voor koolstofafvang en -opslag wordt toegekend aan

acties ter uitvoering van de projecten in deel C van de bijlage.

  • 2. 
    De Commissie roept op tot het indienen van voorstellen om de in lid 1 van dit artikel

bedoelde acties aan te duiden en beoordeelt of de voorstellen voldoen aan de in artikel 18

bepaalde subsidiabiliteitscriteria en de in artikel 19 bepaalde selectie- en gunningscriteria.

  • 3. 
    Als verschillende projectvoorstellen uit dezelfde lidstaat voldoen aan de in de artikel 18

bepaalde subsidiabiliteitscriteria en aan de in artikel 19, lid 1, bepaalde selectiecriteria,

selecteert de Commissie op basis van de gunningscriteria van artikel 19, lid 2, niet meer

dan één voorstel per lidstaat dat in aanmerking komt voor EEPR-bijstand.

  • 4. 
    De Commissie stelt de begunstigden in kennis van de toe te kennen EEPR-bijstand.

Artikel 18

Subsidiabiliteit

  • 1. 
    Voorstellen komen slechts voor EEPR-bijstand in aanmerking indien zij strekken tot

uitvoering van in deel C van de bijlage opgenomen projecten en voldoen aan de selectie-

en gunningscriteria van artikel 19 en de volgende voorwaarden:

  • a) 
    er de projecten tonen aan dat zij de mogelijkheid bieden om ten minste 80% van de

CO

2 af te vangen in industriële installaties en om die CO

2 te transporteren en veilig

-

ondergronds in geologische lagen op te slaan;

  • b) 
    voor elektriciteitsinstallaties wordt de CO

2-afvang gedemonstreerd op een installatie

-

met een elektrische productie van ten minste 300 MW of equivalent;

  • c) 
    de projectontwikkelaars leggen een bindende verklaring af dat zij de generieke

kennis die de vrucht is van de demonstratie-installatie ter beschikking stellen van de

gehele sector en aan de Commissie om bij te dragen aan het Europees strategisch

plan voor energietechnologie.

  • 2. 
    De voorstellen worden ingediend door een of meer ondernemingen die gezamenlijk

optreden.

  • 3. 
    Door natuurlijke personen ingediende voorstellen komen niet in aanmerking.

Artikel 19

Selectie- en gunningscriteria

  • 1. 
    Bij de beoordeling van de voorstellen die worden ontvangen in het kader van de in

artikel 17, lid 2, bedoelde oproep tot het indienen van voorstellen, hanteert de Commissie

de volgende selectiecriteria:

  • a) 
    de degelijkheid en de technische geschiktheid van de voorgestelde aanpak;
  • b) 
    de rijpheid, omschreven als het bereiken van de investeringsfase, inclusief het

verkennen en ontwikkelen van opslagmogelijkheden en het verrichten van aanzien-

lijke investeringuitgaven voor het project vóór eind 2010;

  • c) 
    de degelijkheid van het financiële pakket voor de volledige investeringsfase van het

project;

  • d) 
    de vermelding van alle vergunningen die noodzakelijk zijn voor de totstandbrenging

en de werking van het project op de voorgestelde site(s) en het bestaan van een

strategie voor het verkrijgen van die vergunningen.

  • 2. 
    Bij de beoordeling van de voorstellen die worden ontvangen in het kader van de in

artikel 17, lid 2, bedoelde oproep tot het indienen van voorstellen, hanteert de Commissie

de volgende gunningscriteria:

  • c) 
    de complexiteit van het project en het niveau van innovatie van de gehele installatie,

inclusief andere begeleidende onderzoeksactiviteiten en de aangetoonde bereidheid

van de begunstigden om de resultaten van de door het project geboekte

technologische vooruitgang beschikbaar te stellen voor andere Europese

exploitanten, op een wijze die strookt met het Gemeenschapsrecht en met name de

doelstellingen en structuren van het Europees strategisch plan voor energie-

technologie;

  • d) 
    de degelijkheid en de geschiktheid van het managementplan, met betrekking tot de

wetenschappelijke, technologische en technische informatie en gegevens, zodat

aangetoond wordt dat er via het voorgestelde concept voor kan worden gezorgd dat

het project tegen 31 december 2015 operationeel is.

Artikel 20

Financieringsvoorwaarden

  • 1. 
    De EEPR-bijstand draagt uitsluitend bij in de projectgerelateerde uitgaven voor de

uitvoering van het project die verband houden met koolstofafvang, -transport en -opslag,

rekening houdend met de eventuele exploitatiebaten.

  • 2. 
    De EEPR-bijdrage bedraagt ten hoogste 80% van de totale subsidiabele investeringskosten.

Artikel 21

Instrumenten

  • 1. 
    Na de in artikel 17, lid 2, bedoelde oproep tot het indienen van voorstellen selecteert de

Commissie, volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde beheersprocedure, de voorstellen die

EEPR-bijstand ontvangen en bepaalt zij het bedrag van de te verlenen EEPR-bijstand. De

Commissie specificeert de voorwaarden voor en de wijze van de uitvoering van de

voorstellen.

  • 2. 
    De EEPR-bijstand wordt toegekend op basis van subsidieovereenkomsten.

HOOFDSTUK III

GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel 22

Andere EEPR-bijstand en -instrumenten

  • 1. 
    Een deel van de communautaire bijstand voor de in de bijlage vermelde projecten kan

worden verleend via een bijdrage tot een passend instrument uit de middelen van de

Europese Investeringsbank. Die bijdrage bedraagt ten hoogste 500 000 000 EUR.

  • 2. 
    De risicopositie die de Gemeenschap met betrekking tot het leninggarantie-instrument of

een ander financieringsinstrument inneemt, blijft, inclusief de beheerskosten en andere in

aanmerking komende kosten, beperkt tot de communautaire bijdrage aan dat instrument en

brengt geen andere passiefpost op de algemene begroting van de Europese Unie met zich

mee.

  • 3. 
    De Commissie beslist volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde beheersprocedure over het

bedrag aan EEPR-bijstand dat aan dit instrument wordt toegekend. De Commissie en de

Europese Investeringsbank sluiten een memorandum van overeenstemming met de

voorwaarden en de methoden voor de uitvoering van dat besluit.

Artikel 23

Programmerings- en uitvoeringsmodaliteiten

  • 1. 
    De oproepen tot het indienen van voorstellen worden rechtstreeks door de Commissie

uitgebracht op basis van de in artikel 3, lid 1, bedoelde beschikbare begrotingsmiddelen en

op basis van de in hoofdstuk II bepaalde subsidiabiliteits-, selectie- en gunningscriteria.

  • 2. 
    De EEPR-bijstand is uitsluitend bestemd voor projectgerelateerde uitgaven die door de

begunstigden en, wat betreft projecten uit hoofde van artikel 9, door met de uitvoering

belaste derden zijn gedaan. De uitgaven kunnen subsidiabel zijn vanaf de in artikel 29

bedoelde datum.

  • 4. 
    De projecten en acties waarvoor uit hoofde van deze verordening financiering wordt

verleend, worden uitgevoerd overeenkomstig het Gemeenschapsrecht en houden rekening

met toepasselijk communautair beleid, met name op de gebieden mededinging (inclusief de

voorschriften inzake staatssteun), milieubescherming, gezondheid, duurzame ontwikkeling

en gunning van overheidsopdrachten.

Artikel 24

Algemene verantwoordelijkheden van de lidstaten

De lidstaten stellen alles in het werk om binnen hun verantwoordelijkheidsgebied de projecten uit te

voeren waarvoor EEPR-bijstand wordt toegekend, met name door middel van doelmatige

administratieve vergunnings-, licentie- en certificatieprocedures.

Artikel 25

Bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschap

  • 1. 
    De Commissie ziet erop toe dat, wanneer uit hoofde van deze verordening gefinancierde

acties worden uitgevoerd, de financiële belangen van de Gemeenschap worden gevrijwaard

door de toepassing van maatregelen ter voorkoming van fraude, corruptie en andere

onrechtmatige handelingen, zulks door de uitvoering van doeltreffende controles en de

terugvordering van de ten onrechte uitbetaalde bedragen en, indien onregelmatigheden

worden vastgesteld, door doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties, overeen-

  • 2. 
    Voor de uit hoofde van deze verordening gefinancierde communautaire acties wordt onder

"onregelmatigheid" in de zin van artikel 1, lid 2, van Verordening (EG, Euratom)

nr. 2988/95 verstaan elke schending van een bepaling van het Gemeenschapsrecht of niet-

nakoming van een contractuele verplichting als gevolg van een handelen of nalaten van

een marktdeelnemer die door een ongerechtvaardigde uitgave een nadelig effect heeft of

zou hebben op de algemene begroting van de Europese Unie of op de door de Europese

Unie beheerde begrotingsmiddelen.

  • 3. 
    Alle uitvoeringsmaatregelen uit hoofde van deze verordening voorzien met name in

toezicht en financiële controle door de Commissie of een door haar gemachtigde

vertegenwoordiger en in audits van de Europese Rekenkamer, indien nodig ter plaatse.

HOOFDSTUK IV

UITVOERINGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 26

Comité

  • 1. 
    De Commissie wordt bijgestaan door de volgende comités:
  • a) 
    voor gas- en elektriciteitsinfrastructuurprojecten, het bij artikel 15 van Verordening

(EG) nr. 680/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 tot

  • b) 
    voor offshore-windenergieprojecten, het bij artikel 8 van Beschikking 2006/971/EG

van de Raad van 19 december 2006 betreffende het specifieke programma

Samenwerking tot uitvoering van het zevende kaderprogramma van de Europese

Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische

ontwikkeling en demonstratie (2007-2013)1 ingestelde comité;

  • c) 
    voor projecten voor koolstofafvang en -opslag, het bij artikel 8 van Beschikking

2006/971/EG ingestelde comité;

  • 2. 
    Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van

toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op

één maand.

Artikel 27

Evaluatie

  • 1. 
    Vóór 31 december 2011 verricht de Commissie een evaluatie van het EEPR om na te gaan

in hoeverre het bijdraagt tot het effectieve gebruik van de kredieten.

  • 2. 
    De Commissie kan een begunstigde lidstaat verzoeken een specifieke evaluatie van de uit

hoofde van hoofdstuk II, deel 1, van deze verordening gefinancierde projecten in te dienen

of desgevallend de voor de evaluatie van deze projecten vereiste informatie en assistentie

te verstrekken.

  • 3. 
    De Commissie legt aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en

Sociaal Comité en het Comité van de Regio's een evaluatieverslag voor over de met het

EEPR bereikte resultaten.

Artikel 28

Verstrekking van informatie aan het Europees Parlement en de Raad

De Commissie houdt toezicht op de uitvoering van deze verordening. Elk jaar bij de indiening van

het voorontwerp van begroting dient zij bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over

de uitvoering van het EEPR.

Indien dit verslag serieuze risico's aan het licht brengt voor de uitvoering van de prioritaire

projecten, beveelt de Commissie maatregelen aan om deze risico's weg te nemen, en dient zij

desgevallend, en in overeenstemming met het herstelplan, aanvullende voorstellen in voor zulke

projecten.

Artikel 29

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag volgend op die van haar bekendmaking in het

Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De voorzitter De voorzitter

BIJLAGE

Subsidiabele projecten

A. Gas- en elektriciteitinfrastructuurprojecten

  • 1. 
    Gasinterconnectie

Project Locatie van de gesteunde Beoogde

projecten bijdrage van de

Gemeenschap

(miljoen EUR)

Zuidelijke gascorridor

NABUCCO Oostenrijk, Hongarije, 200

Bulgarije, Duitsland,

Roemenië

ITGI - Poseidon Italië, Griekenland 100

Interconnectie van de Baltische landen

Skanled/Baltic Pipe Polen, Denemarken, 150

Centraal- en Zuid-Oost-Europa Slowakije, Hongarije 30

Interconnectie Slowakije-Hongarije

(Veký Krtís - Vecsés)

Gastransmissiesysteem in Slovenië tussen de Slovenië 40

Oostenrijkse grens en Ljubljana (uitgezonderd het

stuk Rogatec-Kidricevo)

Interconnectie Bulgarije-Griekenland Bulgarije, Griekenland 45

(Stara Zagora - Dimitrovgrad-Komotini)

Gasinterconnectie Roemenië-Hongarije Roemenië, Hongarije 30

Uitbreiding van de gasopslagcapaciteit in Tsjechië 35

Tsjechië

Infrastructuur en uitrusting om het mogelijk te Oostenrijk, Bulgarije, 80

maken het gas in de omgekeerde richting te Tsjechië, Estland,

sturen in het geval van een korte onderbreking Griekenland, Hongarije,

van de aanvoer Letland, Litouwen, Polen,

Portugal, Roemenië,

Slowakije

Interconnectie Slowakije-Polen Slowakije, Polen 20

Middellandse Zeegebied

Versterking van het Franse gasnetwerk op de as Frankrijk 200

Afrika-Spanje-Frankrijk

GALSI (gaspijpleiding Algerije-Italië) Italië 120

Gasinterconnectie westelijke as Larrau-tak Spanje 45

Noordzeegebied

Pijpleiding Duitsland-België-Verenigd België 35

Koninkrijk

Connectie Frankrijk-België Frankrijk, België 200

TOTAAL 1 440

  • 2. 
    Elektriciteitsinterconnectie

Project Locatie van de Beoogde bijdrage

gesteunde projecten van de

Gemeenschap

(miljoen EUR)

Interconnectie van de Baltische landen

Estlink-2 Estland, Finland 100

Interconnectie Zweden-Baltische staten en versterking Zweden, Letland, 175

van het net in de Baltische staten Litouwen

Centraal- en Zuid-Oost-Europa

Halle/Saale - Schweinfurt Duitsland 100

Wien - Gyr Oostenrijk, 20

Hongarije

Middellandse Zeegebied

Versterking van de interconnectie Portugal-Spanje Portugal 50

Interconnectie Frankrijk-Spanje (Baixas - Sta Llogaia) Frankrijk, Spanje 225

  • 3. 
    Projecten voor kleine eilanden

Initiatieven voor kleine, geïsoleerde eilanden Cyprus 10

Malta 5

TOTAAL 15

B. OFFSHORE-WINDENERGIEPROJECTEN

Project Capaciteit Locatie van de Vestigingsplaats

gesteunde projecten Gemeenschap

Bijdrage

(miljoen EUR)

  • 1. 
    Koppeling van offshore-windenergie aan het net

1.1. Baltic - Kriegers Flak I, II, III 1,5 GW Denemarken, Zweden, 150

Duitsland, Polen

Voortzetten van projecten in

ontwikkeling. Financiering van de extra

kosten voor een gemeenschappelijke

interconnectieoplossing.

1.2. Noordzeenet 1 GW Verenigd Koninkrijk, 165

  • 2. 
    Nieuwe turbines, structuren en componenten, optimalisering van de productiecapaciteit

2.1. Borkum West II- Bard 1 1,6 GW Duitsland 200

Nordsee Ost Global tech 1

Nieuwe generatie multi-MW-turbines

(5-7 MW) en innovatieve structuren, in

diepere wateren (tot 40 m), ver van de

kust (tot 100 km).

2.2. Offshore-windmolenpark 0,25 GW Verenigd Koninkrijk 40

Aberdeen (Europees

testcentrum)

Voortzetten van projecten in ontwikke-

ling. Testen van multi-MW-turbines.

Ontwikkeling van innovatieve structuren

en substructuren, inclusief optimalisering

van de productiecapaciteit van installaties

voor offshore-windenergieproductie. Een

toename met 100 MW kan worden

beoogd.

2.3. Thornton Bank 90MW België 10

C. Projecten voor afvang en opslag van kooldioxide

Naam en Beoogde Brandstof Capaciteit Afvang-Opslag-

locatie van het project bijdrage van de techniek concept

Gemeenschap

(miljoen EUR)

Huerth Duitsland 180 Kool 450 MW IGCC Zoutwater-

voerende

lagen

Jaenschwalde Kool 500 MW Oxyfuel Olie-/gas-

velden

Eemshaven Nederland 180 Kool 1200 MW IGCC Olie-/gas-

velden

Rotterdam Kool 1080 MW PC Olie-/gas-

velden

Rotterdam Kool 800 MW PC Olie-/gas-

velden

Belchatów Polen 180 Kool 858 MW PC Zoutwater-

Kingsnorth Verenigd 180 Kool 800 MW PC Olie-/gas-

Koninkrijk velden

Longannet Kool 3390 MW PC Zoutwater-

voerende

lagen

Tilbury Kool 1600 MW PC Olie-/gas-

velden

Hatfield Kool 900 MW IGCC Olie-/gas-

(Yorkshire) velden

Porto Tolle Italië 100 Kool 660 MW PC

Project inzake industriële afvang van kooldioxide

Florange Frankrijk 50 Vervoer van CO

2 van industriële installatie

(staalfabriek) naar ondergrondse opslaginstallatie

(zoutwatervoerende lagen)

TOTAAL 1 050

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

28 jan
'09
Programma om het economisch herstel te bevorderen via financiële bijstand van de EG aan projecten op het gebied van energie


28 jan
'09
COM(2009)35 - Programma om het economisch herstel te bevorderen via financiële bijstand van de EG aan projecten op het gebied van energie


21 sep
'05
COM(2005)440 - Specifiek programma "Samenwerking" tot uitvoering van het zevende kaderprogramma (2007-2013) van de EG voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie


14 jul
'04
COM(2004)475 - Algemene regels voor het verlenen van financiële bijstand van de EG op het gebied van trans-Europese netwerken voor vervoer en energie


1 dec
'98
COM(1998)717 - Europees Bureau voor fraude- onderzoek


24 jun
'98
COM(1998)380 - Voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden


Onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)


 
publicatiedatum 13-07-2009
kenmerk 3659/2/09 REV 2

Inhoud