EUROPESE UNIE
HET EUROPEES PARLEMENT DE RAAD
-
Brussel, 13 juli 2009
(OR. en)
2009/0010 (COD) LEX 1064 PE-CONS 3659/2/09 REV 2
ENER 188 ECOFIN 376 CODEC 729
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
HOUDENDE VASTSTELLING VAN EEN PROGRAMMA
OM HET ECONOMISCH HERSTEL TE BEVORDEREN VIA FINANCIËLE BIJSTAND
VAN DE GEMEENSCHAP AAN PROJECTEN OP HET GEBIED VAN ENERGIE
VERORDENING (EG) Nr. .../2009 VAN HET EUROPEES PARLEMENT
EN DE RAAD
van 13 juli 2009
houdende vaststelling van een programma om het economisch herstel
te bevorderen via financiële bijstand van de Gemeenschap
aan projecten op het gebied van energie
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 156 en
artikel 175, lid 1,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité1,
Na raadpleging van het Comité van de Regio's,
Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag2,
Overwegende hetgeen volgt:
(1) De Europese economie ondervindt grote moeilijkheden ten gevolge van de financiële
crisis. Er moeten buitengewone en onmiddellijke inspanningen worden geleverd om deze
ernstige en ergste economische situatie ooit het hoofd te bieden. Om het vertrouwen van de
marktspelers te herstellen moeten er onverwijld maatregelen worden getroffen om de
economie te herstellen.
(2) Tegelijk is het duidelijk dat de Europese economie met het oog op haar sterkte en
duurzaamheid op lange termijn hervormd moet worden om tegemoet te komen aan de
behoeften inzake energiezekerheid en de noodzaak de uitstoot van broeikasgassen te
verminderen. De toenemende zorgen omtrent de continuïteit van de gasvoorziening onder-
steunen deze conclusie.
(3) Daarom heeft de Europese Raad van 11 en 12 december 2008 in zijn conclusies zijn goed-
keuring gehecht aan het Europees economisch herstelplan (Herstelplan), ingediend door de
Commissie op 26 november 2008, dat aangeeft hoe de lidstaten en de Europese Unie hun
beleid kunnen coördineren en de Europese economie nieuwe stimulansen kunnen geven,
die toegespitst zijn op de doelstellingen van de Gemeenschap op lange termijn.
(4) Een belangrijk onderdeel van het herstelplan is het voorstel om de communautaire uitgaven
in bepaalde strategische sectoren te verhogen en aldus het gebrek aan vertrouwen bij de
investeerders aan te pakken en ondersteuning te bieden bij het uitstippelen van de weg naar
(5) Voor een doeltreffende herstelplan is het van vitaal belang om maatregelen te financieren
die snel een antwoord kunnen bieden op zowel de economische crisis als de dringende
energiebehoeften van de Gemeenschap. Dit speciale programma, ingesteld bij deze
verordening, mag echter geenszins een precedent vormen voor de toekomstige mede-
financieringspercentages op het gebied van infrastructuurinvesteringen.
(6) Om een tastbare en substantiële impact te hebben, moeten deze investeringen worden
geconcentreerd op een beperkt aantal specifieke sectoren, waarin de actie duidelijk
bijdraagt tot de doelstellingen van continuïteit van de energievoorziening en vermindering
van de broeikasgasemissies; er grote, rijpe projecten bestaan, die in staat zijn om aanzien-
lijke bedragen aan financiële bijstand efficiënt en effectief aan te wenden en aanzienlijke
bedragen aan investeringen uit andere bronnen, met inbegrip van de Europese
Investeringsbank, te katalyseren; en actie op Europees niveau een meerwaarde vertegen-
woordigt. De sectoren gas- en elektriciteitsinfrastructuur, offshore-windenergie en kool-
stofafvang en -opslag voldoen aan die criteria. De keuze van die sectoren weerspiegelt de
bijzondere omstandigheden van het herstelplan en mag geen afbreuk doen aan de hoge
prioriteit die gehecht wordt aan energie-efficiëntie en de bevordering van energie uit
hernieuwbare bronnen, die in het herstelplan aan bod zijn gekomen.
(7) Indien het niet mogelijk zou blijken alle middelen voor eind 2010 vast te leggen, heeft de
Commissie verklaard voornemens te zijn om zonodig in haar verslag van 2010 over de
toepassing van deze verordening maatregelen voor te stellen die het mogelijk maken met
dit herstelplan strokende projecten te financieren, zoals projecten op het gebied van
energie-efficiëntie en energie uit hernieuwbare bronnen.
(8) Wat de gas- en elektriciteitsinfrastructuur betreft, zijn bepaalde uitdagingen de laatste jaren
ontstaan. De recente gascrisissen (de winters van 2006 en 2009) en de stijging van de
olieprijzen tot medio 2008 hebben aangetoond hoe kwetsbaar Europa is. De inheemse
energiebronnen - gas en olie - nemen zodanig af dat Europa voor zijn energievoorziening
steeds afhankelijker wordt van invoer. In deze context zal de energie-infrastructuur een
cruciale rol spelen.
(9) De huidige economische en financiële crisis brengt echter de uitvoering van energie-
infrastructuurprojecten in het gedrang. De uitvoering van een aantal belangrijke projecten
-
-waaronder projecten van communautair belang - kan aanzienlijke vertraging oplopen
door de schaarste aan middelen. Een spoedeisend optreden om investeringen in energie-
infrastructuur te ondersteunen is dan ook aangewezen. Gezien de tijd die nodig is om
dergelijke projecten te plannen en uit te voeren, is het belangrijk dat de Gemeenschap
onmiddellijk investeert in dergelijke infrastructuur, met name om de ontwikkeling van
projecten van bijzonder belang voor de energiezekerheid in de Gemeenschap te versnellen.
Dit zal onontbeerlijk zijn om de continuïteit van de energievoorziening tegen
(10) Uit de energie-infrastructuurprojecten moeten die projecten worden geselecteerd die van
belang zijn voor de werking van de interne energiemarkt en voor de continuïteit van de
energievoorziening, en die ook bijdragen tot het herstel van de economie.
(11) Wat betreft koolstofafvang en -opslag en offshore-windenergie in het bijzonder bouwt deze
verordening voort op het Europees strategisch plan voor energietechnologie, door de
Commissie ingediend op 22 november 2007, waarin werd opgeroepen tot een gezamenlijk
strategisch plan voor energieonderzoek en -innovatie in overeenstemming met de energie-
beleidsdoelstellingen van de EU, en tot een toezegging voor het opstarten van zes Europese
industriële initiatieven. De Europese Raad van 16 oktober 2008 heeft in zijn conclusies de
Commissie opgeroepen om de tenuitvoerlegging van het Europees strategisch plan voor
energietechnologie aanzienlijk te versnellen. Het programma initieert de financiering van
projecten voor koolstofafvang en -opslag en offshore-windenergie, zonder vooruit te lopen
op de toekomstige creatie van de zes industriële initiatieven voor energiedemonstratie-
projecten, als geschetst in het Europees strategisch plan voor energietechnologie.
(12) Om een onmiddellijk effect te hebben op de economische crisis is het van essentieel belang
dat deze verordening een lijst bevat van de projecten die onmiddellijk financiële steun
kunnen ontvangen, op voorwaarde dat zij voldoen aan de criteria inzake efficiëntie en
effectiviteit en binnen de grenzen van de toegewezen financiële middelen.
(13) Projecten inzake gas- en elektriciteitsinfrastructuur dienen in een lijst te worden
opgenomen volgens de mate waarin zij bijdragen tot de doelstellingen van continuïteit en
diversificatie van de voorziening zoals bepaald in de recente tweede strategische toetsing
van het energiebeleid van de Commissie van 13 november 2008 en onderschreven door het
Europees Parlement in zijn resolutie van 3 februari 2009 en door de Raad in zijn conclusies
van 19 februari 2009. De projecten dienen te worden geselecteerd op grond van het feit dat
zij aan de in die toetsing vastgestelde prioriteiten voldoen, een redelijke graad van rijpheid
hebben bereikt en bijdragen tot continuïteit en diversificatie van energiebronnen en van de
energievoorziening, optimalisering van de netcapaciteit en de integratie van de interne
energiemarkt, met name wat het grensoverschrijdende gedeelte betreft, netontwikkeling ter
verbetering van de economische en sociale samenhang door ontsluiting van de minst
begunstigde en eilanden in de Gemeenschap, de aansluiting van hernieuwbare energie-
bronnen, de veiligheid, betrouwbaarheid en interoperabiliteit van de gekoppelde netten, en
de solidariteit tussen de lidstaten. De uitvoering van die projecten zal inspanningen vergen
van de nationale, regionale en plaatselijke autoriteiten om de administratieve procedures en
vergunningen sneller af te wikkelen. Als snellere afwikkeling uitblijft, zal de steun voor
veel projecten niet binnen het voorgenomen tijdsbestek kunnen worden toegekend.
(14) Projecten voor offshore-windenergie dienen in de lijst te zijn opgenomen omdat zij, aan de
hand van informatie die is verkregen van belanghebbenden in het kader van het Europees
technologieplatform voor windenergie, uit industriële en andere bronnen, als goedgekeurd
en uitvoeringsklaar te beschouwen zijn, innovatief geacht worden, maar toch op gevestigde
concepten berusten, in staat geacht worden om met een financiële stimulans sneller te
kunnen worden uitgevoerd, geacht worden een grensoverschrijdende betekenis te hebben,
als grootschalig te beschouwen zijn en geacht worden te kunnen aantonen hoe de resultaten
van technologische vooruitgang effectief zullen worden verspreid in het licht van de doel-
stellingen en de structuren van het Europees strategisch plan voor energietechnologie. De
financiële bijstand moet vooral gaan naar projecten die in staat zijn om in 2009 en 2010
een wezenlijke vooruitgang in de projectontwikkeling te boeken.
(15) Wat koolstofafvang en -opslag betreft moet de lijst in belangrijke mate worden opgesteld
aan de hand van de informatie die van belanghebbenden wordt verkregen in het kader van
het forum voor fossiele brandstoffen, het platform voor nulemissietechnologie voor met
fossiele brandstoffen gestookte centrales en uit andere bronnen. De financiële bijstand
moet vooral gaan naar projecten die in staat zijn om in 2009 en 2010 een wezenlijke
vooruitgang in de projectontwikkeling te boeken. De projectrijpheid moet worden
beoordeeld op basis van het bestaan van een rijp en uitvoerbaar concept voor de
desbetreffende industriële installatie, inclusief de koolstofafvangcomponent, het bestaan
van een rijp en uitvoerbaar project voor het vervoer en de opslag van CO
2, en de
uitgesproken bereidheid van de lokale autoriteiten om het project te ondersteunen. De
(16) Uit de in aanmerking komende voorstellen zal een selectie moeten worden gemaakt. Zulke
selectie moet er onder meer voor zorgen dat niet meer dan één voorstel voor koolstof-
afvang en -opslag per lidstaat wordt ondersteund, opdat allerlei uiteenlopende
omstandigheden van geologische opslag worden onderzocht en het aanmoedigen van
economisch herstel in heel Europa als doelstelling wordt ondersteund.
(17) De communautaire financiering mag de mededinging noch de werking van de interne
markt nodeloos verstoren, in het bijzonder wat betreft de regels inzake toegang voor
derden of eventuele uitzonderingen daarop. Bijkomende nationale middelen bovenop de
communautaire financiering moeten voldoen aan de voorschriften inzake staatssteun. De
communautaire financiële bijstand moet, ongeacht de vorm, worden verstrekt in overeen-
stemming met Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002
houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de
Europese Gemeenschappen1 (het "Financieel Reglement") en Verordening (EG, Euratom)
nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoerings-
voorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002
houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de
Europese Gemeenschappen2, behalve in de gevallen waarin de bepalingen van de onder-
havige verordening uitdrukkelijk van die voorschriften afwijken.
(18) Gezien de dringende noodzaak om de economische crisis en de urgente energiebehoeften
van de Gemeenschap aan te pakken, bevat deze verordening reeds gedetailleerde
voorschriften, met betrekking tot de voorwaarden voor financiële steun, waaronder een lijst
van in aanmerking komende projecten. Bovendien vergt de dringende behoefte aan
stimulerend beleid dat alle juridische verbintenissen tot uitvoering van de vastleggingen in
de begrotingen van 2009 en 2010 vóór het einde van 2010 worden aangegaan.
(19) Bij de uitvoering van in het kader van deze verordening gefinancierde acties moeten de
financiële belangen van de Gemeenschap worden beschermd aan de hand van preventieve
maatregelen tegen fraude, corruptie en andere illegale activiteiten, via effectieve controles
en door onterecht betaalde bedragen terug te vorderen en, wanneer onregelmatigheden aan
het licht komen, door effectieve, evenredige en ontradende straffen op te leggen, overeen-
komstig Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995
betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeen-
schappen1, Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996
betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden
uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen
tegen fraudes en andere onregelmatigheden2 en Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het
Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende onderzoeken door het
Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)3.
(20) Rekening houdend met de aard van de thema's van de subprogramma's moet de Commissie
door verschillende comités worden bijgestaan voor de selectie van de voor financiering in
aanmerking komende voorstellen en voor het bepalen van het financieringsbedrag dat uit
hoofde van elk subprogramma wordt toegekend.
(21) De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen dienen te worden
vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vast-
stelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende
uitvoeringsbevoegdheden1.
(22) Aangezien de doelstellingen van deze verordening, namelijk het economisch herstel binnen
de Gemeenschap bevorderen, kunnen voorzien in de vereiste energiezekerheid en de
uitstoot van broeikasgassen verminderen door de uitgaven in bepaalde strategische
sectoren te verhogen, niet op toereikende wijze door de lidstaten kunnen worden
verwezenlijkt, en derhalve, gezien het toepassingsgebied van deze verordening en de aard
van de geselecteerde sectoren en projecten, beter op het niveau van de Gemeenschap
kunnen worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap maatregelen treffen overeenkomstig
het subsidiariteitsbeginsel zoals neergelegd in artikel 5 van het Verdrag. Overeenkomstig
het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet
verder dan wat nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.
(23) Wegens de dringende behoefte om de economische crisis en de toenemende energie-
behoeften van de Gemeenschap aan te pakken, dient deze verordening onmiddellijk na
HOOFDSTUK I
INLEIDENDE BEPALINGEN
Artikel 1
Onderwerp
Bij deze verordening wordt een financieringsinstrument ingesteld, met als titel het Europees
energieprogramma voor herstel ("European Energy Programme for Recovery", hierna "het EEPR"),
voor de ontwikkeling van projecten op het gebied van energie in de Gemeenschap die door
financiële impulsen bijdragen tot economisch herstel, zekerheid van de energievoorziening en
vermindering van de broeikasgasemissies.
Deze verordening stelt subprogramma's in om deze doelstellingen te bevorderen op de volgende
gebieden:
-
a)gas- en elektriciteitsinfrastructuur;
-
b)offshore-windenergie; en
-
c)koolstofafvang en -opslag.
Voorts wordt in deze verordening vastgesteld welke projecten in het kader van elk subprogramma
worden gefinancierd en worden de criteria bepaald voor de selectie en uitvoering van acties om
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities:
-
a)"koolstofafvang en -opslag": het afvangen van de door industriële installaties uitgestoten
koolstofdioxide (CO
2), het transporteren ervan naar een opslaglocatie en het injecteren
ervan in een geschikte ondergrondse geologische formatie met het oog op opslag voor
onbeperkte duur;
-
b)"subsidiabele kosten": heeft dezelfde betekenis als in Verordening (EG, Euratom)
nr. 2342/2002;
-
c)"gas- en elektriciteitsinfrastructuur":
-
i)alle hoogspanningslijnen, met uitzondering van de lijnen van distributienetten, en
onderzeese verbindingen, mits deze infrastructuur wordt gebruikt voor interregionaal
of internationaal elektriciteitstransmissie of voor interregionale of internationale
elektriciteitsverbindingen;
-
ii)hogedrukgaspijpleidingen, met uitzondering van leidingen van distributienetten;
-
iii)de met de in punt ii) bedoelde hogedrukgaspijpleidingen verbonden ondergrondse
-
iv)installaties voor de ontvangst, opslag en hervergassing van vloeibaar aardgas (LNG);
en
-
v)alle apparatuur en installaties die voor de goede werking van de in de punten i), ii),
-
iii)of iv) bedoelde infrastructuur essentieel zijn, met inbegrip van de beveiligings-,
-
controle- en regelsystemen;
-
d)"deel van een project": elke activiteit die financieel, technisch of in de tijd onafhankelijk is
en bijdraagt tot de verwezenlijking van een project;
-
e)"investeringsfase": de fase van een project waarin de bouw plaatsvindt en investerings-
kosten worden gemaakt;
-
f)"offshore-windenergie": de elektrische stroom, opgewekt door met wind aangedreven
turbines op zee, dichtbij of ver van de kustlijn;
-
g)"planningsfase": de fase van een project die voorafgaat aan de investeringsfase, waarin de
uitvoering van het project wordt voorbereid, inclusief, in voorkomend geval, een haalbaar-
heidsbeoordeling, voorbereidende en technische studies, het verkrijgen van licenties en
vergunningen en het maken van investeringskosten.
Artikel 3
Begroting
-
1.De financiële middelen voor de uitvoering van het EEPR voor 2009 en 2010 bedragen
3 980 000 000 EUR, die als volgt worden toegewezen:
-
a)gas- en elektriciteitinfrastructuurprojecten: 2 365 000 000 EUR;
-
b)offshore-windenergieprojecten: 565 000 000 EUR;
-
c)projecten voor koolstofafvang en -opslag: 1 050 000 000 EUR.
-
2.De afzonderlijke juridische verbintenissen tot uitvoering van de vastleggingen in de
begrotingen van 2009 en 2010 worden uiterlijk 31 december 2010 aangegaan.
HOOFDSTUK II
SUBPROGRAMMA'S
DEEL 1
GAS- EN ELEKTRICITEITINFRASTRUCTUURPROJECTEN
Artikel 4
Doelstellingen
De Gemeenschap bevordert de gasinfrastructuur- en elektriciteitsinfrastructuurprojecten met de
hoogste meerwaarde voor de Gemeenschap, die bijdragen tot de volgende doelstellingen:
-
a)continuïteit en diversificatie van de energiebronnen, aanvoerroutes en de voorziening;
-
b)de optimalisering van de capaciteit van het energienetwerk en integratie van de interne
markt voor energie, met name wat het grensoverschrijdende gedeelte betreft;
-
c)de netontwikkeling ter verbetering van de economische en sociale samenhang door
ontsluiting van de minst begunstigde regio's en eilanden in de Gemeenschap;
Artikel 5
Prioriteiten
Het EEPR strekt tot dringende aanpassing en ontwikkeling van de energienetten die van bijzonder
belang zijn voor de Gemeenschap, om de werking van de interne energiemarkt te ondersteunen en,
in het bijzonder, om de interconnectiecapaciteit, de zekerheid en de diversificatie van de
voorziening te vergroten en ecologische, technische en financiële hindernissen te overwinnen.
Speciale communautaire steun is nodig om energienetten intensiever te ontwikkelen en de totstand-
brenging ervan te versnellen, namelijk in gebieden met een geringe diversiteit aan aanvoerroutes en
voorzieningsbronnen.
Artikel 6
Toekenning van communautaire financiële bijstand
-
1.Financiële bijstand uit hoofde van het EEPR ("EEPR-bijstand") voor gas- en elektriciteits-
infrastructuurprojecten wordt toegekend voor acties ter uitvoering van de projecten
opgenomen in deel A van de bijlage of delen daarvan, die bijdragen tot de verwezenlijking
van de in artikel 4 vermelde doelstellingen.
-
2.De Commissie roept op tot het indienen van voorstellen om de in lid 1 bedoelde acties aan
te duiden en beoordeelt of die voorstellen voldoen aan de in artikel 7 bepaalde
subsidiabiliteitscriteria en de in artikel 8 bepaalde selectie- en gunningscriteria.
Artikel 7
Subsidiabiliteit
-
1.De voorstellen komen slechts voor EEPR-bijstand in aanmerking indien zij strekken tot
uitvoering van in deel A van de bijlage opgenomen projecten, het aldaar vastgelegde
maximumbedrag van de EEPR-bijstand niet overschrijden, en voldoen aan de selectie- en
gunningscriteria van artikel 8.
-
2.De voorstellen kunnen worden ingediend:
-
a)door één of meer lidstaten die gezamenlijk optreden;
-
b)met de instemming van alle lidstaten die rechtstreeks bij het project in kwestie
betrokken zijn:
-
i)door één of meer openbare of particuliere ondernemingen of instellingen die
gezamenlijk optreden;
-
ii)door één of meer internationale organisaties die gezamenlijk optreden; of
-
iii)door een gemeenschappelijke onderneming.
Artikel 8
Selectie- en gunningscriteria
-
1.Bij de beoordeling van de voorstellen die worden ontvangen in het kader van de in
artikel 6, lid 2, bedoelde oproep tot het indienen van voorstellen, hanteert de Commissie de
volgende selectiecriteria:
-
a)de degelijkheid en de technische geschiktheid van de voorgestelde aanpak;
-
b)de degelijkheid van het financiële pakket voor de volledige investeringsfase van de
actie.
-
2.Bij de beoordeling van de voorstellen die worden ontvangen in het kader van de in
artikel 6, lid 2, bedoelde oproep tot het indienen van voorstellen, hanteert de Commissie de
volgende gunningscriteria:
-
a)de rijpheid, omschreven als het bereiken van de investeringsfase, en het verrichten
van aanzienlijke kapitaaluitgaven vóór eind 2010;
-
b)de mate waarin een gebrek aan toegang tot financiële middelen de uitvoering van de
actie vertraagt;
-
c)de mate waarin de EEPR-bijstand openbare en particuliere financiering zal
-
g)de bijdrage tot de verbetering van de kwaliteit, veiligheid en zekerheid van de dienst;
-
h)de bijdrage tot de totstandbrenging van een goed geïntegreerde energiemarkt.
Artikel 9
Financieringsvoorwaarden
-
1.De EEPR-bijstand vormt een bijdrage in de projectgerelateerde uitgaven voor de
uitvoering van het project en die door de begunstigden of door met de uitvoering belaste
derden zijn gedaan.
-
2.De EEPR-bijstand bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten.
Artikel 10
Instrumenten
-
1.Na de in artikel 6, lid 2, bedoelde oproep tot het indienen van voorstellen selecteert de
Commissie, volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde beheersprocedure, de voorstellen die
EEPR-bijstand ontvangen en bepaalt zij het bedrag van de te verlenen EEPR-bijstand. De
Commissie preciseert de voorwaarden voor en de wijze van de uitvoering van de
voorstellen.
Artikel 11
Financiële verantwoordelijkheden van de lidstaten
-
1.De lidstaten verrichten de technische bewaking van en de financiële controle op de
projecten in nauwe samenwerking met de Commissie en certificeren het bedrag van de
uitgaven die in verband met het project of de projectonderdelen zijn gedaan, alsmede hun
conformiteit met deze verordening. De lidstaten kunnen de Commissie verzoeken aan
controles ter plaatse deel te nemen.
-
2.De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de overeenkomstig lid 1 genomen maat-
regelen en verstrekken haar met name een beschrijving van de controle-, beheers- en
bewakingsystemen die zijn opgezet om de succesvolle uitvoering van de projecten te
verzekeren.
DEEL 2
OFFSHORE-WINDENERGIEPROJECTEN
Artikel 12
Toekenning van EEPR-bijstand
-
1.EEPR-bijstand voor offshore-windenergieprojecten wordt toegekend na een oproep tot het
indienen van voorstellen voor acties ter uitvoering van de in deel B van de bijlage
-
2.De Commissie roept op tot het indienen van voorstellen om de in lid 1 bedoelde acties aan
te duiden en beoordeelt of de voorstellen voldoen aan de in artikel 13 bepaalde
subsidiabiliteitscriteria en de in artikel 14 bepaalde selectie- en gunningscriteria.
-
3.De Commissie stelt de begunstigden in kennis van de toe te kennen EEPR -bijstand.
Artikel 13
Subsidiabiliteit
-
1.De voorstellen komen slechts voor EEPR-bijstand in aanmerking indien zij strekken tot
uitvoering van in deel B van de bijlage opgenomen projecten, het aldaar vastgelegde
maximumbedrag van de EEPR-bijstand niet overschrijden, en voldoen aan de selectie- en
gunningscriteria van artikel 14. Deze projecten worden geleid door een particuliere
onderneming.
-
2.De voorstellen kunnen worden ingediend door een of meer ondernemingen die
gezamenlijk optreden.
Artikel 14
Selectie- en gunningscriteria
-
1.Bij de beoordeling van de voorstellen die worden ontvangen in het kader van de in
artikel 12, lid 1, bedoelde oproep tot het indienen van voorstellen, hanteert de Commissie
de volgende selectiecriteria:
-
a)de degelijkheid en de technische geschiktheid van de voorgestelde aanpak;
-
b)de degelijkheid van het financiële pakket voor de volledige investeringsfase van het
project.
-
2.Bij de beoordeling van de voorstellen die worden ontvangen in het kader van de in
artikel 12, lid 1, bedoelde oproep tot het indienen van voorstellen, hanteert de Commissie
de volgende gunningscriteria:
-
a)de rijpheid, omschreven als het bereiken van de investeringsfase, en het verrichten
van aanzienlijke kapitaaluitgaven vóór eind 2010;
-
b)de mate waarin een gebrek aan toegang tot financiële middelen de uitvoering van de
actie vertraagt;
-
c)de mate waarin het project de schaal van reeds in aanbouw zijnde of geplande
installaties en infrastructuurvoorzieningen verbetert of verhoogt;
-
d)de mate waarin het project de bouw van installaties en infrastructuur op volledige
grootte en op industriële schaal omvat en waarin met name het volgende aan bod
komt:
-
i)het balanceren van de veranderlijkheid van windelektriciteit door integratie-
systemen;
-
ii)het bestaan van systemen voor opslag op grote schaal;
-
iii)het beheer van windmolenparken als virtuele elektriciteitscentrales (meer dan
1 GW);
-
iv)het bestaan van turbines die verder van de kust of in diepere wateren worden
geplaatst (20 tot 50 m) dan momenteel gebruikelijk is;
-
v)nieuwe substructuurontwerpen; of
-
vi)processen voor de assemblage, de installatie, het gebruik en de buitengebruik-
stelling van windturbines en het testen van die processen in projecten op ware
grootte;
-
e)de innovatieve kenmerken van het project en de mate waarin het aantoonbaar zal
bijdragen tot de uitvoering van die kenmerken;
Artikel 15
Financieringsvoorwaarden
-
1.De EEPR-bijstand vormt een bijdrage in de projectgerelateerde uitgaven voor de
uitvoering van het project.
-
2.De EEPR-bijstand bedraagt ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten.
Artikel 16
Instrumenten
-
1.Na de in artikel 12, lid 1, bedoelde oproep tot het indienen van voorstellen selecteert de
Commissie, volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde beheersprocedure, de voorstellen die
EEPR-bijstand ontvangen en bepaalt zij het bedrag van de toe te kennen financiering. De
Commissie preciseert de voorwaarden voor en de wijze van de uitvoering van de
voorstellen.
DEEL 3
PROJECTEN VOOR KOOLSTOFAFVANG EN -OPSLAG
Artikel 17
Toekenning van EEPR-bijstand
-
1.De EEPR-bijstand voor projecten voor koolstofafvang en -opslag wordt toegekend aan
acties ter uitvoering van de projecten in deel C van de bijlage.
-
2.De Commissie roept op tot het indienen van voorstellen om de in lid 1 van dit artikel
bedoelde acties aan te duiden en beoordeelt of de voorstellen voldoen aan de in artikel 18
bepaalde subsidiabiliteitscriteria en de in artikel 19 bepaalde selectie- en gunningscriteria.
-
3.Als verschillende projectvoorstellen uit dezelfde lidstaat voldoen aan de in de artikel 18
bepaalde subsidiabiliteitscriteria en aan de in artikel 19, lid 1, bepaalde selectiecriteria,
selecteert de Commissie op basis van de gunningscriteria van artikel 19, lid 2, niet meer
dan één voorstel per lidstaat dat in aanmerking komt voor EEPR-bijstand.
Artikel 18
Subsidiabiliteit
-
1.Voorstellen komen slechts voor EEPR-bijstand in aanmerking indien zij strekken tot
uitvoering van in deel C van de bijlage opgenomen projecten en voldoen aan de selectie-
en gunningscriteria van artikel 19 en de volgende voorwaarden:
-
a)er de projecten tonen aan dat zij de mogelijkheid bieden om ten minste 80% van de
CO
2 af te vangen in industriële installaties en om die CO
2 te transporteren en veilig
-
ondergronds in geologische lagen op te slaan;
-
b)voor elektriciteitsinstallaties wordt de CO
2-afvang gedemonstreerd op een installatie
-
met een elektrische productie van ten minste 300 MW of equivalent;
-
c)de projectontwikkelaars leggen een bindende verklaring af dat zij de generieke
kennis die de vrucht is van de demonstratie-installatie ter beschikking stellen van de
gehele sector en aan de Commissie om bij te dragen aan het Europees strategisch
plan voor energietechnologie.
-
2.De voorstellen worden ingediend door een of meer ondernemingen die gezamenlijk
optreden.
Artikel 19
Selectie- en gunningscriteria
-
1.Bij de beoordeling van de voorstellen die worden ontvangen in het kader van de in
artikel 17, lid 2, bedoelde oproep tot het indienen van voorstellen, hanteert de Commissie
de volgende selectiecriteria:
-
a)de degelijkheid en de technische geschiktheid van de voorgestelde aanpak;
-
b)de rijpheid, omschreven als het bereiken van de investeringsfase, inclusief het
verkennen en ontwikkelen van opslagmogelijkheden en het verrichten van aanzien-
lijke investeringuitgaven voor het project vóór eind 2010;
-
c)de degelijkheid van het financiële pakket voor de volledige investeringsfase van het
project;
-
d)de vermelding van alle vergunningen die noodzakelijk zijn voor de totstandbrenging
en de werking van het project op de voorgestelde site(s) en het bestaan van een
strategie voor het verkrijgen van die vergunningen.
-
2.Bij de beoordeling van de voorstellen die worden ontvangen in het kader van de in
artikel 17, lid 2, bedoelde oproep tot het indienen van voorstellen, hanteert de Commissie
-
c)de complexiteit van het project en het niveau van innovatie van de gehele installatie,
inclusief andere begeleidende onderzoeksactiviteiten en de aangetoonde bereidheid
van de begunstigden om de resultaten van de door het project geboekte
technologische vooruitgang beschikbaar te stellen voor andere Europese
exploitanten, op een wijze die strookt met het Gemeenschapsrecht en met name de
doelstellingen en structuren van het Europees strategisch plan voor energie-
technologie;
-
d)de degelijkheid en de geschiktheid van het managementplan, met betrekking tot de
wetenschappelijke, technologische en technische informatie en gegevens, zodat
aangetoond wordt dat er via het voorgestelde concept voor kan worden gezorgd dat
het project tegen 31 december 2015 operationeel is.
Artikel 20
Financieringsvoorwaarden
-
1.De EEPR-bijstand draagt uitsluitend bij in de projectgerelateerde uitgaven voor de
uitvoering van het project die verband houden met koolstofafvang, -transport en -opslag,
rekening houdend met de eventuele exploitatiebaten.
Artikel 21
Instrumenten
-
1.Na de in artikel 17, lid 2, bedoelde oproep tot het indienen van voorstellen selecteert de
Commissie, volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde beheersprocedure, de voorstellen die
EEPR-bijstand ontvangen en bepaalt zij het bedrag van de te verlenen EEPR-bijstand. De
Commissie specificeert de voorwaarden voor en de wijze van de uitvoering van de
voorstellen.
-
2.De EEPR-bijstand wordt toegekend op basis van subsidieovereenkomsten.
HOOFDSTUK III
GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN
Artikel 22
Andere EEPR-bijstand en -instrumenten
-
1.Een deel van de communautaire bijstand voor de in de bijlage vermelde projecten kan
worden verleend via een bijdrage tot een passend instrument uit de middelen van de
Europese Investeringsbank. Die bijdrage bedraagt ten hoogste 500 000 000 EUR.
-
2.De risicopositie die de Gemeenschap met betrekking tot het leninggarantie-instrument of
een ander financieringsinstrument inneemt, blijft, inclusief de beheerskosten en andere in
aanmerking komende kosten, beperkt tot de communautaire bijdrage aan dat instrument en
brengt geen andere passiefpost op de algemene begroting van de Europese Unie met zich
mee.
-
3.De Commissie beslist volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde beheersprocedure over het
bedrag aan EEPR-bijstand dat aan dit instrument wordt toegekend. De Commissie en de
Europese Investeringsbank sluiten een memorandum van overeenstemming met de
voorwaarden en de methoden voor de uitvoering van dat besluit.
Artikel 23
Programmerings- en uitvoeringsmodaliteiten
-
1.De oproepen tot het indienen van voorstellen worden rechtstreeks door de Commissie
uitgebracht op basis van de in artikel 3, lid 1, bedoelde beschikbare begrotingsmiddelen en
op basis van de in hoofdstuk II bepaalde subsidiabiliteits-, selectie- en gunningscriteria.
-
2.De EEPR-bijstand is uitsluitend bestemd voor projectgerelateerde uitgaven die door de
begunstigden en, wat betreft projecten uit hoofde van artikel 9, door met de uitvoering
belaste derden zijn gedaan. De uitgaven kunnen subsidiabel zijn vanaf de in artikel 29
-
4.De projecten en acties waarvoor uit hoofde van deze verordening financiering wordt
verleend, worden uitgevoerd overeenkomstig het Gemeenschapsrecht en houden rekening
met toepasselijk communautair beleid, met name op de gebieden mededinging (inclusief de
voorschriften inzake staatssteun), milieubescherming, gezondheid, duurzame ontwikkeling
en gunning van overheidsopdrachten.
Artikel 24
Algemene verantwoordelijkheden van de lidstaten
De lidstaten stellen alles in het werk om binnen hun verantwoordelijkheidsgebied de projecten uit te
voeren waarvoor EEPR-bijstand wordt toegekend, met name door middel van doelmatige
administratieve vergunnings-, licentie- en certificatieprocedures.
Artikel 25
Bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschap
-
1.De Commissie ziet erop toe dat, wanneer uit hoofde van deze verordening gefinancierde
acties worden uitgevoerd, de financiële belangen van de Gemeenschap worden gevrijwaard
door de toepassing van maatregelen ter voorkoming van fraude, corruptie en andere
onrechtmatige handelingen, zulks door de uitvoering van doeltreffende controles en de
terugvordering van de ten onrechte uitbetaalde bedragen en, indien onregelmatigheden
worden vastgesteld, door doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties, overeen-
-
2.Voor de uit hoofde van deze verordening gefinancierde communautaire acties wordt onder
"onregelmatigheid" in de zin van artikel 1, lid 2, van Verordening (EG, Euratom)
nr. 2988/95 verstaan elke schending van een bepaling van het Gemeenschapsrecht of niet-
nakoming van een contractuele verplichting als gevolg van een handelen of nalaten van
een marktdeelnemer die door een ongerechtvaardigde uitgave een nadelig effect heeft of
zou hebben op de algemene begroting van de Europese Unie of op de door de Europese
Unie beheerde begrotingsmiddelen.
-
3.Alle uitvoeringsmaatregelen uit hoofde van deze verordening voorzien met name in
toezicht en financiële controle door de Commissie of een door haar gemachtigde
vertegenwoordiger en in audits van de Europese Rekenkamer, indien nodig ter plaatse.
HOOFDSTUK IV
UITVOERINGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 26
Comité
-
1.De Commissie wordt bijgestaan door de volgende comités:
-
a)voor gas- en elektriciteitsinfrastructuurprojecten, het bij artikel 15 van Verordening
(EG) nr. 680/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 tot
-
b)voor offshore-windenergieprojecten, het bij artikel 8 van Beschikking 2006/971/EG
van de Raad van 19 december 2006 betreffende het specifieke programma
Samenwerking tot uitvoering van het zevende kaderprogramma van de Europese
Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische
ontwikkeling en demonstratie (2007-2013)1 ingestelde comité;
-
c)voor projecten voor koolstofafvang en -opslag, het bij artikel 8 van Beschikking
2006/971/EG ingestelde comité;
-
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van
toepassing, met inachtneming van artikel 8 van dat besluit.
De in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op
één maand.
Artikel 27
Evaluatie
-
1.Vóór 31 december 2011 verricht de Commissie een evaluatie van het EEPR om na te gaan
in hoeverre het bijdraagt tot het effectieve gebruik van de kredieten.
-
2.De Commissie kan een begunstigde lidstaat verzoeken een specifieke evaluatie van de uit
hoofde van hoofdstuk II, deel 1, van deze verordening gefinancierde projecten in te dienen
of desgevallend de voor de evaluatie van deze projecten vereiste informatie en assistentie
te verstrekken.
-
3.De Commissie legt aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en
Sociaal Comité en het Comité van de Regio's een evaluatieverslag voor over de met het
EEPR bereikte resultaten.
Artikel 28
Verstrekking van informatie aan het Europees Parlement en de Raad
De Commissie houdt toezicht op de uitvoering van deze verordening. Elk jaar bij de indiening van
het voorontwerp van begroting dient zij bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over
de uitvoering van het EEPR.
Indien dit verslag serieuze risico's aan het licht brengt voor de uitvoering van de prioritaire
projecten, beveelt de Commissie maatregelen aan om deze risico's weg te nemen, en dient zij
desgevallend, en in overeenstemming met het herstelplan, aanvullende voorstellen in voor zulke
Artikel 29
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag volgend op die van haar bekendmaking in het
Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel,
Voor het Europees Parlement Voor de Raad
BIJLAGE
Subsidiabele projecten
A. Gas- en elektriciteitinfrastructuurprojecten
-
1.Gasinterconnectie
Project Locatie van de gesteunde Beoogde
projecten bijdrage van de
Gemeenschap
(miljoen EUR)
Zuidelijke gascorridor
NABUCCO Oostenrijk, Hongarije, 200
Bulgarije, Duitsland,
Roemenië
ITGI - Poseidon Italië, Griekenland 100
Interconnectie van de Baltische landen
Skanled/Baltic Pipe Polen, Denemarken, 150
Centraal- en Zuid-Oost-Europa Slowakije, Hongarije 30
Interconnectie Slowakije-Hongarije
(Veký Krtís - Vecsés)
Gastransmissiesysteem in Slovenië tussen de Slovenië 40
Oostenrijkse grens en Ljubljana (uitgezonderd het
stuk Rogatec-Kidricevo)
Interconnectie Bulgarije-Griekenland Bulgarije, Griekenland 45
(Stara Zagora - Dimitrovgrad-Komotini)
Gasinterconnectie Roemenië-Hongarije Roemenië, Hongarije 30
Uitbreiding van de gasopslagcapaciteit in Tsjechië 35
Tsjechië
Infrastructuur en uitrusting om het mogelijk te Oostenrijk, Bulgarije, 80
maken het gas in de omgekeerde richting te Tsjechië, Estland,
sturen in het geval van een korte onderbreking Griekenland, Hongarije,
van de aanvoer Letland, Litouwen, Polen,
Portugal, Roemenië,
Slowakije
Interconnectie Slowakije-Polen Slowakije, Polen 20
Middellandse Zeegebied
Versterking van het Franse gasnetwerk op de as Frankrijk 200
Afrika-Spanje-Frankrijk
GALSI (gaspijpleiding Algerije-Italië) Italië 120
Gasinterconnectie westelijke as Larrau-tak Spanje 45
Noordzeegebied
Pijpleiding Duitsland-België-Verenigd België 35
Koninkrijk
Connectie Frankrijk-België Frankrijk, België 200
-
2.Elektriciteitsinterconnectie
Project Locatie van de Beoogde bijdrage
gesteunde projecten van de
Gemeenschap
(miljoen EUR)
Interconnectie van de Baltische landen
Estlink-2 Estland, Finland 100
Interconnectie Zweden-Baltische staten en versterking Zweden, Letland, 175
van het net in de Baltische staten Litouwen
Centraal- en Zuid-Oost-Europa
Halle/Saale - Schweinfurt Duitsland 100
Wien - Gyr Oostenrijk, 20
Hongarije
Middellandse Zeegebied
Versterking van de interconnectie Portugal-Spanje Portugal 50
Interconnectie Frankrijk-Spanje (Baixas - Sta Llogaia) Frankrijk, Spanje 225
-
3.Projecten voor kleine eilanden
Initiatieven voor kleine, geïsoleerde eilanden Cyprus 10
Malta 5
TOTAAL 15
B. OFFSHORE-WINDENERGIEPROJECTEN
Project Capaciteit Locatie van de Vestigingsplaats
gesteunde projecten Gemeenschap
Bijdrage
(miljoen EUR)
-
1.Koppeling van offshore-windenergie aan het net
1.1. Baltic - Kriegers Flak I, II, III 1,5 GW Denemarken, Zweden, 150
Duitsland, Polen
Voortzetten van projecten in
ontwikkeling. Financiering van de extra
kosten voor een gemeenschappelijke
interconnectieoplossing.
1.2. Noordzeenet 1 GW Verenigd Koninkrijk, 165
-
2.Nieuwe turbines, structuren en componenten, optimalisering van de productiecapaciteit
2.1. Borkum West II- Bard 1 1,6 GW Duitsland 200
Nordsee Ost Global tech 1
Nieuwe generatie multi-MW-turbines
(5-7 MW) en innovatieve structuren, in
diepere wateren (tot 40 m), ver van de
kust (tot 100 km).
2.2. Offshore-windmolenpark 0,25 GW Verenigd Koninkrijk 40
Aberdeen (Europees
testcentrum)
Voortzetten van projecten in ontwikke-
ling. Testen van multi-MW-turbines.
Ontwikkeling van innovatieve structuren
en substructuren, inclusief optimalisering
van de productiecapaciteit van installaties
voor offshore-windenergieproductie. Een
toename met 100 MW kan worden
beoogd.
2.3. Thornton Bank 90MW België 10
C. Projecten voor afvang en opslag van kooldioxide
Naam en Beoogde Brandstof Capaciteit Afvang-Opslag-
locatie van het project bijdrage van de techniek concept
Gemeenschap
(miljoen EUR)
Huerth Duitsland 180 Kool 450 MW IGCC Zoutwater-
voerende
lagen
Jaenschwalde Kool 500 MW Oxyfuel Olie-/gas-
velden
Eemshaven Nederland 180 Kool 1200 MW IGCC Olie-/gas-
velden
Rotterdam Kool 1080 MW PC Olie-/gas-
velden
Rotterdam Kool 800 MW PC Olie-/gas-
velden
Belchatów Polen 180 Kool 858 MW PC Zoutwater-
Kingsnorth Verenigd 180 Kool 800 MW PC Olie-/gas-
Koninkrijk velden
Longannet Kool 3390 MW PC Zoutwater-
voerende
lagen
Tilbury Kool 1600 MW PC Olie-/gas-
velden
Hatfield Kool 900 MW IGCC Olie-/gas-
(Yorkshire) velden
Porto Tolle Italië 100 Kool 660 MW PC
Project inzake industriële afvang van kooldioxide
Florange Frankrijk 50 Vervoer van CO
2 van industriële installatie
(staalfabriek) naar ondergrondse opslaginstallatie
(zoutwatervoerende lagen)
TOTAAL 1 050
| publicatiedatum | 13-07-2009 |
|---|---|
| kenmerk | 3659/2/09 REV 2 |
