RAAD VANBrussel, 5 mei 2000 (10.05)
(OR. fr)
DE EUROPESE UNIE
8102/00
LIMITE
ECO 103 CODEC 321
VERSLAG
van:
het secretariaat-generaal
d.d.: 28 april 2000
aan: het Comité van permanente vertegenwoordigers
nr. vorig doc.: 8101/00 ECO 102 CODEC 320
nr. Comv.:
11144/99 ECO 298 CODEC 500
Betreft: Ontwerp-verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoons- gegevens door de instellingen en organen van de Gemeenschap en betreffende het vrije verkeer van die gegevens
-
-Oriënterend debat
Het advies van het Europees Parlement over dit voorstel, waarop de medebeslissings-
procedure van toepassing is, wordt in juni ingewacht. Het advies van het Economisch en
Sociaal Comité is op 8 december 1999 uitgebracht 1.
De Europese Centrale Bank, die sommige bepalingen van het voorstel voor een verordening gewijzigd wenst te zien, sloot niet uit om op basis van artikel 105, lid 4, eerste streepje, VEG een verzoek om formele raadpleging in te dienen.
II. RESULTAAT BESPREKINGEN
Sedert het verslag over de stand van de werkzaamheden dat op 7 december 1999 aan de Raad
Interne Markt werd voorgelegd, is er flinke vooruitgang geboekt met dit voorstel, met name
op basis van een door het voorzitterschap opgestelde herziene ontwerp-tekst.
In dit stadium blijven er nog twee kernvraagstukken op te lossen, sommige belangrijke vraag-
stukken en een reeks meer specifieke punten. Deze verschillende vraagstukken worden hierna
uiteengezet (in de delen A, B en C).
In dit verband handhaven de delegaties A, D, I, IRL, NL en UK een algemeen studievoor-
behoud, de laatste delegatie ook een voorbehoud voor parlementaire behandeling.
De tekst van de ontwerp-verordening zoals deze eruitziet na de besprekingen van de Groep
staat in document 8101/00 ECO 102 CODEC 320.
A. KERNVRAAGSTUKKEN
-
1.Werkingssfeer (artikel 3)
Het voorstel van de Commissie bepaalt dat de verordening van toepassing is op elke verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen of organen in het kader van hun verschillende activiteiten.
Als antwoord op twijfels van sommige delegaties over de grenzen van de werkingssfeer
voor de activiteiten van de titels V en VI van het VEU, preciseerde de Commissie-
vertegenwoordiger dat het alleen gaat om de instellingen en organen die zijn opgericht
door de verdragen tot instelling van de Europese Gemeenschappen of op basis daarvan,
waardoor met name Europol wordt uitgesloten. Hij was voorts van oordeel dat de
eventuele deelneming daarvan aan de activiteiten van de tweede of de derde pijler niet
op juridische en praktische moeilijkheden zou stuiten. Voorts wees hij erop dat er vooral
één enkele norm voor de communautaire instellingen en organen moet komen en dat elk
gevaar op een juridisch vacuüm moet worden voorkomen.
Gelet op de aanhoudende twijfels van verscheidene delegaties verzocht de Groep de
Juridische dienst van de Raad zich over deze kwestie uit te spreken. Bij wijze van voor-
lopig advies en in afwachting van een geschreven advies dat aan het Coreper zal worden
voorgelegd, herinnerde de vertegenwoordiger van de Juridische dienst eraan dat de
rechtsgrondslag, artikel 286, uit het EG-Verdrag komt en dat de werkingssfeer van
Vier delegaties (A, D, E en NL) handhaven voorts een studievoorbehoud bij dit punt,
met dien verstande dat A en D te kennen gaven dat hun houding zich positief ontwikkelt
en dat NL er zeker van wil zijn dat er geen conflict ontstaat tussen de op de commu-
nautaire instellingen toepasselijke normen en die welke gelden voor de organen van de
derde pijler.
De Commissievertegenwoordiger verklaarde dat zijn instelling in dit stadium vasthoudt
aan haar standpunt.
-
2.Vorm en aanwijzing van de toezichthoudende autoriteit (artikelen 40 en 41)
Overeenkomstig artikel 28 van de algemene Richtlijn 95/46/EG voorziet het Commissievoorstel in de instelling van een toezichthoudende autoriteit die belast is met het toezicht op de toepassing van de verordening. De Commissie stelt voor om daartoe een Europese toezichthouder voor gegevensbescherming aan te wijzen, waarbij uitgegaan wordt van het model van de Europese ombudsman. In tegenstelling tot deze laatste wordt de Europese toezichthouder in onderlinge overeenstemming benoemd door het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, op voorstel van deze laatste.
De huidige tekst omvat de hoofdaspecten van het voorstel van de Commissie, namelijk
het beginsel van een individuele autoriteit die door de bovengenoemde drie instellingen
op voorstel van de Commissie wordt aangewezen. Om rekening te houden met sommige
tijdens de besprekingen gemaakte opmerkingen werd evenwel afgesproken dat de
bevoegdheid van de Commissie om voorstellen in te dienen zal volgen op een openbare
Drie andere delegaties (A, B, I) handhaven een studievoorbehoud bij de vorm van de
toezichthoudende autoriteit en bij de aanwijzing van de plaatsvervanger door de Euro-
pese toezichthouder, waarbij A evenwel kan overwegen dat aan deze laatste het recht
wordt gegeven om een voorstel te doen.
I en UK, die te vinden zijn voor de toevoeging van een openbare oproep tot kandida-
turen vóór het recht van de Commissie om een voorstel in te dienen, handhaven toch
een studievoorbehoud bij dit punt.
B. BELANGRIJKE VRAAGSTUKKEN
-
1.Vaststelling van passende waarborgen (artikel 10, leden 2, onder b), 4 en 5), arti-
kel 19)
In een aantal gevallen voorziet Richtlijn 95/46/EG in de mogelijkheid voor de lidstaten
om af te wijken van de verbodsbepalingen van de richtlijn, mits passende waarborgen in
het algemeen in een wetgevingsbesluit worden opgenomen. Het Commissievoorstel
neemt dit schema over, maar geeft een bijzondere rol aan de Europese toezichthouder
voor gegevensbescherming, met name gelet op de specifieke aard van de commu-
nautaire rechtsorde.
Om tegemoet te komen aan de delegaties die een voorbehoud maakten bij een van deze
Voorts zij erop gewezen dat A en UK met betrekking tot de rol van de toezichthouder een
voorbehoud handhaven bij artikel 10, lid 6 (persoonsnummer of identificatiemiddel) en F bij
artikel 12, lid 2.
-
2.Voorafgaande controle (artikel 27)
Ten opzichte van het Commissievoorstel wordt in de huidige tekst een volledige en kortere
lijst opgenomen van de gevallen waarin de Europese toezichthouder voor gegevens-
bescherming een voorafgaande controle uitvoert op de verwerking van gegevens die bijzon-
dere risico's kunnen inhouden, aangezien deze verwerkingen worden meegedeeld door de
functionarissen voor gegevensbescherming.
De meerderheid van de delegaties kan dit compromis aanvaarden. In dit stadium zijn er nog
een studievoorbehoud van D bij het eerste en het derde streepje van lid 2 en een studievoor-
behoud van UK ten aanzien van het gehele lid, dat volgens haar een te grote reikwijdte heeft.
Voorts zouden D, L en UK de Europese toezichthouder van deze taak willen ontslaan en die
aan de functionarissen willen toevertrouwen.
Tot slot wensen F, I en L dat het uitblijven van een antwoord binnen een termijn van twee
maanden geldt als een ongunstig advies, en niet omgekeerd zoals bepaald in lid 4.
A wenst dat het verzoek bij de toezichthouder voor de betrokkene een voorwaarde is en vraagt
zich af of artikel 31 verenigbaar is met het verdrag. Zij handhaaft in dit stadium een voor-
behoud bij deze bepaling.
A, B en UK houden voorts vast aan een studievoorbehoud ten aanzien van artikel 46, lid 1,
punt h).
-
4.Verantwoordelijkheid van de instellingen (artikel 31, lid 1)
De huidige tekst bepaalt dat het Hof van Justitie en het Gerecht van eerste aanleg bevoegd
zijn uitspraak te doen in alle geschillen over deze verordening, vorderingen tot schade-
vergoeding daaronder begrepen.
In antwoord op vragen van D, die een bepaling wenst voor de omzetting van artikel 23 van
Richtlijn 95/46/EG, verklaarde de Commissievertegenwoordiger dat het juridisch niet moge-
lijk is verder te gaan dan artikel 288 EG, dat de betrokkenen overigens een betere
bescherming biedt. De vertegenwoordiger van de Juridische dienst van de Raad deelt dit
standpunt en kondigde na een verzoek van de Groep een schriftelijke bijdrage over dit punt
aan. Op basis daarvan werd een nieuwe overweging (16 bis) in de preambule opgenomen,
waarin naar dit verdragsartikel wordt verwezen.
In dit stadium houdt D vast aan een voorbehoud bij dit punt en UK aan een studievoorbehoud.
Om tegemoet te komen aan sommige problemen, werd de bevoegdheid van de Europese
toezichthouder om toestemming te verlenen vervangen door passende procedurele garanties in
termen van motivering en kennisgeving aan de Europese toezichthouder en in termen van
openbaarmaking door deze van de lijst van de opnamen. Voorts werd de tekst verruimd om
ernstige strafbare feiten te dekken.
In dit stadium handhaven twee delegaties een voorbehoud. UK wenst dat dergelijke opnamen
ook mogelijk zijn voor de belangen als bedoeld in artikel 20, punt d) (nationale veiligheid). B
handhaaft een voorbehoud bij de leden 2 en 3 in verband met de bijzondere situatie van haar
land.
Andere delegaties (A, F, E, I) handhaven een studievoorbehoud bij dit artikel.
-
6.Bevoegdheden van de Europese toezichthouder (artikel 46)
Naast artikel 45, waarin zijn functies worden omschreven, bepaalt artikel 46, lid 1, de
bevoegdheden van de Europese toezichthouder en wordt in lid 2 omschreven onder welke
voorwaarden hij toegang heeft tot de informatie en de lokaliteiten die hij nodig kan hebben.
Tijdens de laatste besprekingen van de Groep werden deze bepalingen aanzienlijk omge-
vormd in de zin van een getrapte uitoefening van deze bevoegdheden. Ook werden wijzi-
gingen aangebracht om rekening te houden met de door de delegaties geüite bezorgdheid;
meer bepaald werd de rol van de Europese toezichthouder inzake afwijkingen gepreciseerd
C. SPECIFIEKE PUNTEN
-
1.Verband tussen de verordening en de Richtlijnen 95/46/EG en 97/66/EG
Vooralsnog handhaven de delegaties een reeks voorbehouden bij sommige bepalingen,
hoofdzakelijk wegens de verschillen met de twee bovengenoemde richtlijnen:
-
-Preambule: D, hierin gesteund door UK, wenst de toevoeging van de volgende
overweging: "overwegende dat de verordening de vrijheid van de lidstaten onver- let laat om in hun nationaal recht maatregelen op te nemen inzake de bescherming van gegevens uit hoofde van artikel 32 van Richtlijn 95/46/EG, overeenkomstig artikel 249 van het EG-Verdrag";
-
Artikel 2, punt d) (omschrijving van de verantwoordelijke voor de verwerking): voorbehouden van A en B;
-
Artikel 4, lid 1, punten b) en e) (verwerking voor historische en statistische doel-
einden): studievoorbehoud van A bij punt e) en van B bij de punten b) en c), waarbij D wenst dat in overweging 17 een verwijzing naar de Verordeningen nr. 1588/90 en nr. 2533/98 wordt toegevoegd;
-
Artikel 5 (gewettigde verwerking): voorbehoud van A, die de toevoeging wenst van een equivalent van punt f) van artikel 7 van Richtlijn 95/46/EG;
-
Artikel 6, lid 2 (gebruik voor een ander doel): de gegevens die worden verzameld met het oog op de beveiliging van en het toezicht op de verwerkingssystemen mogen voor geen enkel ander doel worden gebruikt behalve voor die in verband met strafbare feiten. Om tegemoet te komen aan de problemen van sommige dele- gaties werd deze uitzondering beperkt tot ernstige strafbare feiten. In dit stadium handhaven B en UK een voorbehoud en D en GR een studievoorbehoud;
-
-Artikel 11, lid 2 (uitstel van de verstrekking van informatie die normaal moet worden gegeven bij het verzamelen van de gegevens, wanneer dat nodig is voor statistische doeleinden): in antwoord op twijfels van sommige delegaties werd de tekst in overleg met de Commissie ver- eenvoudigd. E en I reageerden gunstig op deze wijziging, maar handhaven een voorbehoud, aangezien zij de voorkeur geven aan de door UK voorgestelde oplossingen (de identiteit van de verantwoordelijke en de doeleinden moeten nog steeds worden verstrekt). Ook A handhaaft een studievoorbehoud.
-
Artikel 15, lid 1, punt a) (afscherming): voorbehoud van A, die het overdreven vindt dat de betrokkene de afscherming van de gegevens kan verkrijgen wanneer hij de nauwkeurigheid ervan betwist of wanneer de situatie niet kan worden opgehelderd;
-
Artikel 20 (uitzonderingen en beperkingen): studievoorbehoud van UK bij lid 1 en van D bij lid 1, punt d). B, die de toevoeging verkreeg van de woorden "overeenkomstig het Gemeen- schapsrecht" in lid 3, handhaaft in dit stadium een studievoorbehoud;
-
Artikel 23, lid 2, punt b) (verplichtingen van de onderaannemer): D, die bezorgd is over een eventueel conflict tussen de nationale en communautaire wetgeving, handhaaft een studie- voorbehoud bij de verwijzing in deze bepaling naar artikel 21 (verplichting met betrekking tot vertrouwelijkheid);
-
Artikel 24, lid 1, punt c) (taken van de functionaris): de nieuwe overweging (16 bis) werd toegevoegd om tegemoet te komen aan de problemen van A, die in dit stadium vasthoudt aan een studievoorbehoud;
-
Artikel 33 (toepassing van de verordening op de verwerking van gegevens in verband met het gebruik van telecommunicatienetwerken): A handhaaft een voorbehoud bij hoofdstuk IV, omdat zij twijfelt aan de rechtsgrondslag van deze bepalingen;
-
Artikel 36, lid 2 (verkeers- en rekeninggegevens): voorbehoud van A en studievoorbehoud van B bij dit lid, dat bepaalt dat verkeers- en rekeninggegevens kunnen worden verwerkt met het oog op verkeers- en begrotingsbeheer, met inbegrip van verificatie van bevoegd gebruik van de telecommunicatiesystemen. A wenst een maximumduur voor het opslaan van deze gegevens en B vraagt zich af welk eventueel gebruik daarvan wordt gemaakt door de justitiële autoriteiten.
-
2.Overige vraagstukken
-
-Artikel 41, leden 6 en 7 (status van de Europese toezichthouder voor gegevensbescher-
ming): juridisch studievoorbehoud van B en F;
-
Artikel 45, punt k) (reglement van orde van de Europese toezichthouder): voorbehouden van A, F en I bij de goedkeuring van dit reglement van orde door het Europees Parle- ment);
-
Artikel 50, tweede alinea (inwerkingtreding van de verordening): voorbehoud van F bij de rechtstreekse toepassing in elke lidstaat.
UK bezorgde de groep voorts een reeks door haar Parlement ingediende voorstellen voor verbetering van de tekst van de verordening.
_____________
| publicatiedatum | 05-05-2000 |
|---|---|
| kenmerk | 8102/00 |
