RAAD VANStraatsburg, 16 mei 2001 Brussel, (21.05)
(OR. en)
DE EUROPESE UNIE
8748/01
Interinstitutioneel dossier:
2000/0021 (COD)LIMITE
CODEC 399EDUC 72SOC 184JEUN 36
INFORMATIEVE NOTA
Betreft:Voorstel voor een aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad inzake de mobiliteit binnen de Gemeenschap van studenten, personen in opleiding, jonge vrijwilligers, leerkrachten en opleiders
-
-Resultaat van de tweede lezing van het Europees Parlement (Straatsburg, 14 tot en met 17 mei 2001)
I.INLEIDING
Overeenkomstig de nieuwe aanpak die uitgaat van een constructieve dialoog tussen het Europees Parlement en de Raad in het kader van de gemeenschappelijke verklaring over de wijze van uitvoering van de nieuwe medebeslissingsprocedure
In zijn aanbeveling voor de tweede lezing verwijst de heer Evans naar het door de Europese Raad van Nice goedgekeurde actieplan voor mobiliteit, dat aan vele wensen van het Europees Parlement tegemoetkomt. Hij pleit ook voor follow-upmaatregelen van de lidstaten en vraagt om verduidelijking over de van de Commissie verwachte vervolgactie. De heer Evans heeft tevens onderzocht hoe de administratieve kosten voor de uitvoering van de aanbeveling kunnen worden gedrukt, en een tijdsbeperking in het gemeenschappelijk standpunt die hij overbodig en potentieel schadelijk achtte, geschrapt. (De heer Evans kondigde voorts aan dat hij enkele kleine technische wijzigingen zal aanbrengen om de verwijzing naar het actieplan te verduidelijken.)
Ook de vertegenwoordigers van de PPE-DE- en ELDR-fracties (mevrouw Martens en de heer Andreasen) achtten een grotere mobiliteit belangrijk en steunden het pakket amendementen. Mevrouw Martens en de heer Karas (PPE-DE) betreurden evenwel dat een aantal belemmeringen, zoals op het gebied van sociale zekerheid en ziekteverzekering, nog blijven bestaan. Mevrouw Martens verzocht de Commissie een soortgelijke aanbeveling voor onderzoekers in te dienen.
Namens de Commissie benadrukte mevrouw REDING het eminente belang van mobiliteit, en sprak zij haar voldoening uit over de samenwerking tussen de drie instellingen om tijdens de tweede lezing tot een akkoord te komen. Zij vond eveneens dat moet worden gezorgd voor de uitvoering van de maatregelen die worden beoogd met, en waarnaar wordt verwezen in het door de Europese Raad van Nice vorig jaar goedgekeurde actieplan, dat een nieuwe verbintenis van de lidstaten ten voordele van mobiliteit betekent. In antwoord op de vraag van mevrouw Martens betreffende onderzoekers, zei het Commissielid dat de heer BUSQUIN dezelfde gedachtegang als voor studenten wil volgen.
Mevrouw REDING verklaarde dat de Commissie alle zes de amendementen kan aanvaarden, mits in amendement 3 een kleine wijziging wordt aangebracht.
BIJLAGE
(15.05.2001)
Mobiliteit binnen de Gemeenschap ***II
A5-0115/2001
Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van een aanbeveling van het Europees Parlement en de Raad inzake de mobiliteit binnen de Gemeenschap van studenten, personen in opleiding, vrijwilligers, leerkrachten en opleiders (13258/1/2000 C5-0029/2001 2000/0021(COD))
(Medebeslissingsprocedure: tweede lezing)
Het Europees Parlement ,
gezien het gemeenschappelijk standpunt van de Raad (13258/1/2000 C5-0029/2001) 1,
gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt 2 inzake het voorstel van de Commissie aan
het Europees Parlement en de Raad (COM(1999) 708),
gezien het gewijzigde voorstel van de Commissie (COM(2000) 723),
gelet op artikel 251, lid 2 van het EG-Verdrag,
gelet op artikel 80 van zijn Reglement,
gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie cultuur, jeugd, onderwijs,
media en sport (A5-0115/2001),
Gemeenschappelijk standpunt van de RaadAmendementen van het Parlement
(Amendement 1)
Overweging 4 bis (nieuw)
(4 bis) De Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, hebben op 14 december 2000 een resolutie houdende een actieplan voor mobiliteit (1) aangenomen, een actieplan dat eveneens tijdens de Europese Raad van Nice werd goedgekeurd;
________
(1) PB C 371 van 23.12.2000, blz. 4.
(Amendement 2)
DEEL II
- om de twee jaar een verslag op te stellen over de uitvoering van de verschillende aspecten van deze aanbeveling en dit aan de Commissie voor te leggen; - om binnen twee jaar na de goedkeuring van deze Aanbeveling, en vervolgens elke twee jaar, een evaluatieverslag op te stellen en aan de Commissie voor te leggen over de maatregelen die zij genomen hebben ingevolge de hierboven en in het actieplan voor mobiliteit gedane aanbevelingen.
(Amendement 4)
DEEL III, sub c)
-
c)het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het
Comité van de Regio's aan de hand van de bijdragen van de lidstaten om de twee jaar verslag uit te brengen over de tenuitvoer- legging van de verschillende aspecten van deze aanbeveling; c) aan het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het
Comité van de Regio's uiterlijk twee jaar en zes maanden na de goedkeuring van deze aanbeveling en vervolgens elke twee jaar een overzicht voor te leggen van de hierboven in deel II genoemde verslagen van de lidstaten; en in dat overzicht een indicatie op te nemen van de activiteits- gebieden waarop Gemeenschaps- maatregelen dienen te worden genomen in aanvulling op die van de lidstaten;
(Amendement 5)
BIJLAGE, inleiding
De hieronder vermelde personen vallen slechts onder deze aanbeveling voorzover zij, gedurende een tijdelijk verblijf van in principe niet langer dan één jaar ervaring willen opdoen met mobiliteit tussen twee staten - de staat van oorsprong en de gaststaat - waarna de betrokkenen in principe naar hun land van oorsprong terugkeren. Die personen behouden hun wettelijke verblijfplaats, zoals vastgelegd in de wetgeving van elke lidstaat, in de staat van oorsprong.De hieronder vermelde personen vallen slechts onder deze aanbeveling voorzover zij, gedurende een tijdelijk verblijf, ervaring willen opdoen met mobiliteit tussen twee staten - de staat van oorsprong en de gaststaat - waarna de betrokkenen in principe naar hun land van oorsprong terugkeren. Die personen behouden hun wettelijke verblijfplaats, zoals vastgelegd in de wetgeving van elke lidstaat, in de staat van oorsprong.
(Amendement 6)
BIJLAGE, punt III
| 21 jan '00 |
COM(1999)708 - Mobiliteit binnen de EG van studenten, personen in opleiding, jonge vrijwilligers, leerkrachten en opleiders |
| publicatiedatum | 16-05-2001 |
|---|---|
| kenmerk | 8748/01 |
