Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende het door de Gemeenschap in te nemen standpunt in het Associatiecomité dat is opgericht krachtens de Europa-Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Letland, anderzijds, inzake de vaststelling van de regionale-steunkaart op basis waarvan de door Letland toegekende overheidssteun zal worden beoordeeld - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Tekst

 

RAAD VANBrussel, 12 februari 2002 (15.02)

(OR. fr)

DE EUROPESE UNIE

6225/02

Interinstitutioneel dossier:

2002/0031 (ACC)

PECOS 46

INGEKOMEN DOCUMENT

van: de heer Bernhard ZEPTER, adjunct-secretaris-generaal van de Europese Commissie

ingekomen: 1 februari 2002

aan: de heer Javier SOLANA, secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger

Betreft: Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende het door de Gemeenschap in te nemen standpunt in het Associatiecomité dat is opgericht krachtens de Europa-Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Letland, anderzijds, inzake de vaststelling van de regionale- steunkaart op basis waarvan de door Letland toegekende overheidssteun zal worden beoordeeld

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument COM(2002) 36 def.

 

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

Brussel, 01.02.2002 COM(2002) 36 definitief

2002/0031 (ACC)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het door de Gemeenschap in te nemen standpunt in het Associatiecomité dat

is opgericht krachtens de Europa-Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen

en hun lidstaten, enerzijds, en Letland, anderzijds, inzake de vaststelling van de

regionale-steunkaart op basis waarvan de door Letland toegekende overheidssteun zal

worden beoordeeld

(door de Commissie ingediend)

TOELICHTING

  • 1. 
    Dit is een voorstel tot vaststelling van een regionale-steunkaart, aan de hand waarvan de door Letland verleende overheidssteun zal worden beoordeeld.

In artikel 64, lid 4, onder a), van de Europaovereenkomst zijn de partijen overeengekomen dat gedurende de eerste vijf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst alle door Letland toegekende overheidssteun wordt beoordeeld met inachtneming van het feit dat Letland wordt beschouwd als een regio overeenkomend met de in artikel 87, lid 3, onder a), van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap bedoelde streken van de Gemeenschap.

Op 20 maart 2001 hechtte de Associatieraad EU Letland zijn goedkeuring aan Besluit 3/2001 tot verlenging met vijf jaar van de periode dat Letland wordt gelijkgesteld met de streken van de Gemeenschap als bedoeld in artikel 87, lid 3, onder a), van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap. Dat besluit is van toepassing met ingang van 1 januari 2000 en vervalt op 31 december 2004.

Overeenkomstig artikel 2 van Besluit 3/2001 moet Letland binnen zes maanden na de datum van goedkeuring van het besluit de Europese Commissie gegevens verstrekken inzake het BBP per capita, aangepast aan het NUTS II-niveau. De Letse instantie voor toezicht op overheidssteun en de Europese Commissie hebben gezamenlijk geëvalueerd welke regio's in aanmerking komen voor steun en voor welke maximumbedragen, teneinde overeenkomstig de richtsnoeren van de Gemeenschap voor regionale overheidssteun een regionale-steunkaart te kunnen opstellen

1.

  • 2. 
    Volgens de richtsnoeren van de Gemeenschap voor regionale overheidssteun mag de hoogte van de regionale steun voor regio's die onder artikel 87, lid 3, onder a), van het verdrag vallen, in het algemeen niet meer zijn dan 50% nse, behalve voor ultraperifere gebieden, waarvoor 65% nse is toegestaan. In regio's van het niveau NUTS II die krachtens artikel 87, lid 3, onder a), voor steun in aanmerking komen, en waarvan het BBP per hoofd van de bevolking uitgedrukt in koopkrachtstandaard meer dan 60% is van het gemiddelde in de Gemeenschap, mag de steunintensiteit niet hoger zijn dan 40% nse, met uitzondering van de ultraperifere regio's, waar 50% nse is toegestaan. Het BBP in koopkrachtstandaard voor een regio en het gemiddelde in de Gemeenschap waarvan bij de analyse wordt uitgegaan, moeten betrekking hebben op het gemiddelde van de laatste drie jaar waarvoor statistieken beschikbaar zijn.
  • 3. 
    De Commissie legt bijgaand voorstel voor aan de Raad en verzoekt deze zijn goedkeuring te hechten aan het daaraan gehechte voorstel voor een besluit van het Associatiecomité.

2002/0031 (ACC)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het door de Gemeenschap in te nemen standpunt in het Associatiecomité dat

is opgericht krachtens de Europa-Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen

en hun lidstaten, enerzijds, en Letland, anderzijds, inzake de vaststelling van de

regionale-steunkaart op basis waarvan de door Letland toegekende overheidssteun zal

worden beoordeeld

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 133 juncto de eerste zin van artikel 300, lid 2,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gelet op artikel 64, lid 4, onder a) van de Europa-Overeenkomst,

Gelet op artikel 4, lid 2, van de voorschriften voor de uitvoering van de bepalingen inzake overheidssteun van de Europa-Overeenkomst,

Gelet op Besluit nr. 3/2001 van de Associatieraad EU/Letland van 20.03.01 met betrekking tot de verlenging met nog eens vijf jaar van de periode dat Letland wordt gelijkgesteld met de streken van de Gemeenschap als bedoeld in artikel 87, lid 3, sub a), van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap;

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Artikel 2 van besluit 3/2001 verplichtte Letland binnen zes maanden na de datum van goedkeuring van dit besluit gegevens in te dienen bij de Europese Commissie inzake het BBP per capita aangepast aan het NUTS II-niveau.

(4) Krachtens de communautaire richtsnoeren inzake nationale overheidssteun mag voor regio's die onder artikel 87, lid 3, onder a) van het Verdrag vallen, de steunintensiteit in het algemeen niet hoger zijn dan 50% nse, met uitzondering van de ultraperifere regio's waar zij 65 % nse mag bereiken.

(5) In de regio's van het NUTS II-niveau die krachtens artikel 87, lid 3, onder a), voor steun in aanmerking komen, en waarvan het BBP/KKS per capita meer dan 60% van het communautaire gemiddelde bedraagt, mag de steunintensiteit niet hoger zijn dan 40% nse, met uitzondering van de ultraperifere regio's waar zij 50 %nse mag bereiken.

(6) Het BBP/KKS van elke regio alsmede het communautaire gemiddelde waarvan bij de analyse moet worden uitgegaan, moeten betrekking hebben op het gemiddelde van de laatste drie jaar waarvoor statistieken beschikbaar zijn.

(7) Alle bovengenoemde maxima mogen met 15 bruto procentpunten worden verhoogd in het geval van overheidssteun aan kleine en middelgrote bedrijven

4 en vormen de

bovengrenzen die van toepassing zijn op de totale steun wanneer deze gelijktijdig wordt toegekend uit hoofde van diverse regionale steunregelingen, ongeacht of het lokale, regionale, nationale of communautaire bronnen betreft.

(8) Onder deze maxima wordt de regionale steun aangepast aan de ernst en de intensiteit van de regionale problemen waarop zij is gericht.

(9) De ernst en de intensiteit van de regionale problemen waarop de steun is gericht worden beoordeeld in de bredere context van alle landen die Europa-Overeenkomsten met de Europese Gemeenschappen hebben gesloten.

(10) Letland bestaat uit een enkele NUTS II-regio, en het BBP/KKS per capita bedraagt

niet meer dan 60% van het communautaire gemiddelde, volgens de beschikbare statistische gegevens voor de jaren 1996-1998;

(11) De relatieve situatie van elke NUTS III-regio vormt geen rechtvaardiging voor een

differentiatie van het niveau van regionale steun.

(12) De daarop van toepassing zijnde maximale steunniveaus, zoals gezamenlijk

geëvalueerd door de autoriteit van Letland die toezicht uitoefent op de overheidssteun en door de Europese Commissie, voldoen aan de eisen van de communautaire richtsnoeren inzake regionale steun,

Het door de Gemeenschap in te nemen standpunt in het Associatiecomité dat is opgericht krachtens de Europa-Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Letland, anderzijds, inzake de vaststelling van de regionale-steunkaart, wordt gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerp-besluit van het Associatiecomité.

Gedaan te Brussel, op [...]

Voor de Raad,

De Voorzitter -

BIJLAGE

ASSOCIATIE TUSSEN DE EUROPESE UNIE EN LETLAND

- Het Associatiecomité -

BESLUIT NR. .../2001 VAN HET ASSOCIATIECOMITÉ

TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

EN HUN LIDSTATEN, ENERZIJDS

EN LETLAND, ANDERZIJDS

van

tot de vaststelling van een regionale-steunkaart op basis waarvan de door Letland

toegekende overheidssteun zal worden beoordeeld

HET ASSOCIATIECOMITÉ,

Gelet op de Europa-overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Letland, anderzijds

5, inzonderheid

op artikel 64, lid 4, onder a),

Gelet op artikel 4, lid 2, van de voorschriften voor de uitvoering van de bepalingen inzake overheidssteun van de Europa-Overeenkomst,

Gelet op Besluit nr. 3/2001 van de Associatieraad EU/Letland van 20.03.01 met betrekking tot de verlenging met nog eens vijf jaar van de periode dat Letland wordt gelijkgesteld met de streken van de Gemeenschap als bedoeld in artikel 87, lid 3, sub a), van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap;

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Artikel 2 van besluit 3/2001 verplichtte Letland binnen zes maanden na de datum van

(4) Krachtens de communautaire richtsnoeren inzake nationale overheidssteun mag voor

regio's die onder artikel 87, lid 3, onder a) van het Verdrag vallen, de steunintensiteit in het algemeen niet hoger zijn dan 50% nse, met uitzondering van de ultraperifere regio's waar zij 65 % nse mag bereiken.

(5) In de regio's van het NUTS II-niveau die krachtens artikel 87, lid 3, onder a), voor steun

in aanmerking komen, en waarvan het BBP/KKS per capita meer dan 60% van het communautaire gemiddelde bedraagt, mag de steunintensiteit niet hoger zijn dan 40% nse, met uitzondering van de ultraperifere regio's waar zij 50 %nse mag bereiken.

(6) Het BBP/KKS van elke regio alsmede het communautaire gemiddelde waarvan bij de

analyse moet worden uitgegaan, moeten betrekking hebben op het gemiddelde van de laatste drie jaar waarvoor statistieken beschikbaar zijn.

(7) Alle bovengenoemde maxima mogen met 15 bruto procentpunten worden verhoogd in

het geval van overheidssteun aan kleine en middelgrote bedrijven7 en vormen de bovengrenzen

die van toepassing zijn op de totale steun wanneer deze gelijktijdig wordt toegekend uit hoofde van diverse regionale steunregelingen, ongeacht of het lokale, regionale, nationale of communautaire bronnen betreft.

(8) Onder deze maxima wordt de regionale steun aangepast aan de ernst en de intensiteit van

de regionale problemen waarop zij is gericht.

(9) De ernst en de intensiteit van de regionale problemen waarop de steun is gericht worden

beoordeeld in de bredere context van alle landen die Europa-Overeenkomsten met de Europese Gemeenschappen hebben gesloten.

(10) Letland bestaat uit een enkele NUTS II-regio, en het BBP/KKS per capita bedraagt niet meer dan 60% van het communautaire gemiddelde, volgens de beschikbare statistische gegevens voor de jaren 1996-1998;

(11) De relatieve situatie van elke NUTS III-regio vormt geen rechtvaardiging voor een differentiatie van het niveau van regionale steun.

(12) De daarop van toepassing zijnde maximale steunniveaus, zoals gezamenlijk geëvalueerd door de autoriteit van Letland die toezicht uitoefent op de overheidssteun en door de Europese Commissie, voldoen aan de eisen van de communautaire richtsnoeren inzake regionale steun,

Artikel 2

De in Artikel 1 bedoelde maximale steunniveaus mogen met 15 bruto procentpunten worden verhoogd in het geval van overheidssteun aan kleine en middelgrote bedrijven

  • 8. 
    Dit vormt de

bovengrens die van toepassing is op de totale steun, wanneer deze gelijktijdig wordt toegekend uit hoofde van diverse regionale steunregelingen, ongeacht of het lokale, regionale, nationale of communautaire bronnen betreft.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt aangenomen. Het verstrijkt op

31 december 2004, of, indien dit eerder is, op de datum van toetreding van Letland tot de EU.

Gedaan te Brussel,

Voor het Associatiecomité

De Voorzitter

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

1 feb
'02
COM(2002)36 - Standpunt in het Associatiecomité EG-Letland inzake de vaststelling van de regionale-steunkaart op basis waarvan de door Letland toegekende overheidssteun zal worden beoordeeld


 
publicatiedatum 12-02-2002
kenmerk 6225/02

Inhoud