RAAD VANBrussel, 11 maart 2002 (12.03)
(OR. fr)
DE EUROPESE UNIE
7018/02
FISC 77 -
INGEKOMEN DOCUMENT
van: voor de secretaris-generaal van de Europese Commissie, de heer Sylvain BISARRE, directeur
ingekomen: 7 maart 2002
aan: de heer Javier SOLANA, secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger
Betreft: Accijnzen op minerale oliën
-
-Verzoek om afwijking van Luxemburg (procedure van artikel 8, lid 4, van
Richtlijn 92/81/EEG)
-
=Gedifferentieerd accijnstarief op laagzwavelige gasolie
Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument COM(2002) 113 def.
________________________
Bijlage: COM(2002) 113 def.
COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN
Brussel, 07.03.2002 COM(2002) 113 definitief
Voorstel voor een
BESCHIKKING VAN DE RAAD
waarbij Luxemburg wordt gemachtigd in overeenstemming met de procedure van
artikel 8, lid 4, van Richtlijn 92/81/EEG een gedifferentieerd accijnstarief toe te passen
op laagzwavelige gasolie
TOELICHTING
1. INDIENING VAN HET VERZOEK
Bij schrijven van 3 december 2001 heeft Luxemburg de Commissie in kennis gesteld van zijn voornemen om overeenkomstig artikel 8, lid 4, van Richtlijn 92/81/EEG van de Raad betreffende de harmonisatie van de structuur van de accijns op minerale oliën
1 een
gedifferentieerd accijnstarief toe te passen op gasolie die ten hoogste 50 deeltjes per miljoen (ppm) zwavel bevat.
Onder laagzwavelige gasolie dient te worden verstaan gasolie die wat betreft het zwavelgehalte voldoet aan de milieutechnische specificaties (50 ppm) die voor deze brandstof zijn vastgesteld in Richtlijn 98/70/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 1998 betreffende de kwaliteit van benzine en dieselbrandstof
2.
Volgens Luxemburg heeft de voorgenomen accijnsverlaging tot doel het verbruik van milieuvriendelijker brandstof te bevorderen.
De accijns zou met 15 euro per 1000 liter worden verhoogd voor gasolie die meer dan 50 ppm zwavel bevat. Concreet betekent dit dat het huidige tarief van 246,65 euro/1000 l voor gasolie uitsluitend nog voor laagzwavelige gasolie zou worden toegepast, terwijl de gasolie voor het wegvervoer met meer dan 50 ppm zwavel aan een nieuw tarief van 261,65 euro zou worden onderworpen. De invoering van de gedifferentieerde accijns zou ertoe moeten leiden dat gasolie voor het wegvervoer met meer dan 50 ppm zwavel, waarvan de prijs aan de pomp met 0,7 LUF/l of 0,02 euro/l zou stijgen, snel van de markt zou verdwijnen.
Luxemburg vraagt dat de maatregel op 1 januari 2002 in werking treedt en op 1 januari 2004 verstrijkt.
Luxemburg is van oordeel dat de bedoelde accijnsverlaging geen staatssteun is omdat deze maatregel van algemene strekking is en van toepassing is op alle consumenten, ongeacht de economische sector.
2. EVALUATIE DOOR DE COMMISSIE
Overeenkomstig Richtlijn 92/81/EEG zijn de andere lidstaten in kennis gesteld van het verzoek van Luxemburg.
Het belastingverschil zal worden gerealiseerd door de accijns op gasolie voor het wegvervoer met meer dan 50 ppm zwavel met 15 euro per 1000 liter te verhogen. Het huidige tarief van 246,65 euro/1000 l voor gasolie zou nog uitsluitend op laagzwavelige gasolie worden toegepast, terwijl gasolie voor het wegvervoer met meer dan 50 ppm zwavel aan het nieuwe tarief van 261,65 euro zou worden onderworpen.
De Commissie stelt vast dat het gedifferentieerde accijnstarief de in artikel 5 van Richtlijn 92/82/EEG
3 bedoelde communautaire minima respecteert.
Na een grondig onderzoek heeft de Commissie, die het belang van belastingmaatregelen ter bevordering van het gebruik van verbeterde brandstoffen erkend, vastgesteld dat de accijnsverlaging een maatregel van algemene toepassing zal zijn, d.w.z. dat elke consument die zich in Luxemburg met laagzwavelige gasolie bevoorraad daadwerkelijk van deze verlaging kan profiteren. Bovendien zullen deze brandstoffen van toereikende kwaliteit zijn en in voldoende hoeveelheden beschikbaar zijn.
De afwijking is gunstig voor het milieu: de voordelen van de maatregel voor de luchtkwaliteit zijn bekend.
De toepassingsperiode van de accijnsverlaging is in de tijd beperkt. Bovendien dient de maatregel te verstrijken op 31 december 2003 terwijl het gebruik van dit soort brandstof door Richtlijn 98/70/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 1998 betreffende de kwaliteit van benzine en van dieselbrandstof normaal met ingang van 1 januari 2005 verplicht wordt gesteld. De in artikel 8, lid 4, van Richtlijn 92/81/EEG ingestelde regeling bepaalt echter dat de verzoeken betrekking moeten hebben op afwijkingen die in beginsel pas in werking kunnen treden nadat zij door de Raad zijn goedgekeurd, onverminderd de toepassing van andere elementen van het Gemeenschapsrecht. De Commissie is derhalve van plan voor te stellen dat de maatregel in werking treedt op een datum die de Raad de tijd laat die nodig is voor de goedkeuring van het voorstel voor een machtigingsbesluit, namelijk
1 april 2002.
Tenslotte merkt de Commissie op dat de Raad Nederland4 en Ierland5 heeft gemachtigd op
gasolie 50 ppm voor het wegvervoer een gedifferentieerd accijnstarief toe te passen. Daarnaast heeft de Raad soortgelijke afwijkingen toegestaan voor brandstoffen (benzine en gasolie) 50 ppm in Duitsland
3. BESLUIT
Overeenkomstig artikel 8, lid 4, van Richtlijn 92/81/EEG van de Raad stelt de Commissie de Raad voor te besluiten dat Luxemburg wordt gemachtigd om met ingang van 1 april 2002 tot en met 31 december 2003 een gedifferentieerde accijns van ten hoogste 15 euro per 1000 liter toe te passen op laagzwavelige gasolie (50 ppm) die als motorbrandstof wordt gebruikt.
Voorstel voor een
BESCHIKKING VAN DE RAAD
waarbij Luxemburg wordt gemachtigd in overeenstemming met de procedure van
artikel 8, lid 4, van Richtlijn 92/81/EEG een gedifferentieerd accijnstarief toe te passen
op laagzwavelige gasolie
(slechts de tekst in de Franse taal is authentiek)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
gelet op Richtlijn 92/81/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 betreffende de harmonisatie van de structuur van de accijns op minerale oliën
8, inzonderheid op artikel 8, lid 4,
gezien het voorstel van de Commissie9,
overwegende hetgeen volgt:
(1) Luxemburg heeft toestemming gevraagd om een gedifferentieerd accijnstarief te mogen toepassen op laagzwavelige gasolie (50 ppm) die als motorbrandstof wordt gebruikt.
(2) De overige lidstaten zijn in kennis gesteld van het verzoek van Luxemburg.
(3) Het belastingverschil wordt gerealiseerd door de accijns op gasolie voor het
wegvervoer met meer dan 50 ppm zwavel met 15 euro per 1000 liter te verhogen. De effectieve accijnstarieven blijven bijgevolg boven de van toepassing zijnde communautaire minimumtarieven, in overeenstemming met Richtlijn 92/82/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 betreffende de onderlinge aanpassing van de accijnstarieven voor minerale oliën
wijziging van Richtlijn 93/12/EEG van de Raad11. Overeenkomstig de bepalingen van
artikel 4 van deze richtlijn zal het gebruik van gasolie 50 ppm in beginsel met ingang van 1 januari 2005 verplicht zijn. De Luxemburgse regeling voor een gedifferentieerde accijns verstrijkt op 31 december 2003.
(6) De Commissie en alle lidstaten hebben op basis van de beschikbare informatie vastgesteld dat de toepassing van een gedifferentieerd accijnstarief op laagzwavelige gasolie niet zal leiden tot een met het gemeenschappelijk belang strijdige verstoring van de mededingingsverhoudingen en de werking van de interne markt niet zal belemmeren.
(7) De Commissie onderzoekt op gezette tijden de vrijstellingen en verlagingen teneinde zich ervan te vergewissen dat deze geen enkele concurrentieverstoring veroorzaken, de werking van de interne markt niet verstoren en niet onverenigbaar zijn met het milieubeleid van de Gemeenschap,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
Luxemburg wordt gemachtigd om van 1 april 2002 tot en met 31 december 2003 een gedifferentieerd accijnstarief toe te passen op laagzwavelige gasolie (50 ppm) die als motorbrandstof wordt gebruikt.
Artikel 2
Het in artikel 1 bedoelde belastingverschil mag ten hoogste 15 euro per 1000 liter brandstof bedragen.
Bij de toepassing van de accijnstarieven voor gasolie die als motorbrandstof wordt gebruikt moeten de verplichtingen worden nagekomen die voortvloeien uit Richtlijn 92/82/EEG, met name de in artikel 5 van die richtlijn bedoelde minimumtarieven.
Artikel 3
Deze beschikking verstrijkt op 31 december 2003.
Artikel 4
Deze beschikking is gericht tot het Groothertogdom Luxemburg.
Gedaan te Brussel, -
Voor de Raad
De voorzitter
| publicatiedatum | 11-03-2002 |
|---|---|
| kenmerk | 7018/02 |
