Gemeenschappelijk standpunt door de Raad vastgesteld op 23 september 2002 met het oog op de aanneming van een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de loonkostenindex - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Tekst

 

RAAD VAN Brussel, 23 september 2002 (25.09)

DE EUROPESE UNIE(OR. en)

10803/2/02

Interinstitutioneel dossier: REV 2 ADD 1

2001/0166 (COD) -

ECOFIN 255 - -

SOC 348

CODEC 887

MOTIVERING VAN DE RAAD

Betreft: gemeenschappelijk standpunt door de Raad vastgesteld op 23 september 2002 met

het oog op de aanneming van een verordening van het Europees Parlement en de

Raad betreffende de loonkostenindex

MOTIVERING VAN DE RAAD

I. INLEIDING

1.

Op 26 juli 2001 heeft de Commissie bij de Raad een voorstel ingediend voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de loonkostenindex.

2.

Het voorstel is gebaseerd op artikel 285 van het Verdrag, volgens hetwelk de in artikel 251 van het Verdrag vastgestelde medebeslissingsprocedure met het Europees Parlement van toepassing is.

3.

Het Europees Parlement heeft het Commissievoorstel in eerste lezing zonder amendementen goedgekeurd op 28 februari 2002.

4.

Het Economisch en Sociaal Comité heeft op 29 november 2001 advies uitgebracht.

  • 5. 
    De Europese Centrale Bank heeft op 11 oktober 2001 advies uitgebracht.

6.

De Raad heeft op 23 september 2002, overeenkomstig artikel 251 van het Verdrag, zijn gemeenschappelijk standpunt vastgesteld.

II. DOEL VAN HET VOORSTEL

 

III. ANALYSE VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT

Het gemeenschappelijk standpunt sluit aan bij het Commissievoorstel, dat het Europees Parlement heeft goedgekeurd, met de volgende wijzigingen.

De Raad heeft een nieuwe overweging 6 toegevoegd om te wijzen op het algemeen kader dat is vastgesteld in Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad betreffende de communautaire statistiek.

In overweging 7 en artikel 12 is de door de Commissie voorgestelde beheersprocedure vervangen door de regelgevingsprocedure, die volgens de Raad geschikter is voor de soort maatregelen die moeten worden ingevoerd.

De Raad heeft artikel 2, lid 1, gewijzigd teneinde erin te voorzien dat bij de definitie van de index het sectie-niveau van de NACE Rev. 1 in aanmerking wordt genomen, waarbij verdere onderverdelingen plaatsvinden overeenkomstig artikel 4, lid 1. Zodoende worden de te verrichten onderverdelingen vastgesteld op de meest geschikte plaats, namelijk in het artikel betreffende de uitsplitsing van de variabelen, veeleer dan in het artikel inzake de definities.

De Raad heeft een nieuw artikel 3, lid 2, ingevoegd om erin te voorzien dat de secties L tot O van de NACE Rev. 1 worden opgenomen volgens de comitologieprocedure, en wel nadat de haalbaarheidsstudies van het nieuwe artikel 10 zijn verricht. Zulks wordt noodzakelijk geacht omdat sommige lidstaten nog geen gegevens over de secties L tot en met O kunnen verstrekken en de daartoe vereiste methodologie zullen moeten ontwikkelen vooraleer die gegevens met de nodige betrouwbaarheid in de index kunnen worden opgenomen.

De Raad heeft artikel 4 gewijzigd om tegemoet te komen aan de moeilijkheden die een aantal lidstaten ondervinden om gegevens te verstrekken op het gedetailleerde niveau dat was bepaald in het Commissievoorstel. Onderverdelingen verder dan het sectie-niveau van de NACE Rev. 1 worden vastgesteld volgens de comitologieprocedure en mogen niet verder gaan dan het niveau van de afdelingen (niveau met twee cijfers). Er mag ook worden onderverdeeld tot op het niveau van groepen afdelingen in plaats van afzonderlijke afdelingen indien daarmee ook een toereikend niveau van nauwkeurigheid maar met minder last kan worden gewaarborgd.

Het verstrekken van gegevens inzake loonkosten exclusief premies wordt in het nieuwe artikel 4, lid 2, gescheiden van de gegevensverstrekking voor de hoofdindex. Gelet op de ernstige moeilijkheden die een aantal lidstaten ondervindt bij het verstrekken van de betrokken gegevens worden zij verstrekt in de vorm van een geraamde index, waarbij de uitsplitsing wordt vastgesteld volgens de comitologieprocedure. Om dezelfde redenen als met betrekking tot de secties L tot en met O in artikel 3, lid 2, moet ook hier rekening worden gehouden met de in het nieuwe artikel 10 voorgeschreven haalbaarheidsstudies.

In de artikelen 5, 6 en 8 is de datum voor de eerste verzameling van gegevens gewijzigd van 2002 in 2003, de waarschijnlijke datum van inwerkingtreding van de verordening. De periode waarvoor oude gegevens beschikbaar zijn, is dienovereenkomstig aangepast.

In artikel 6, lid 1, zijn de woorden "gegevens" en "resultaten" verduidelijkt door specifiek te verwijzen naar de gegevens en resultaten "bedoeld in artikel 4".

De Raad heeft de redactie van artikel 7 gewijzigd teneinde te bepalen dat naast de verzamelde gegevens ook geschikte statistische schattingsprocedures mogen worden aangewend als bronnen.

Artikel 8 is gewijzigd teneinde te bepalen dat voor actuele gegevens andere kwaliteitscriteria moeten worden toegepast dan voor oude gegevens, zulks voor de redenen opgegeven met betrekking tot artikel 6.

In artikel 9 is het lid van het Commissievoorstel waarin uitdrukkelijk werd voorzien in overgangsperiodes voor de secties L tot en met O van de NACE Rev. 1 geschrapt, en in het nieuwe artikel 10 inzake de haalbaarheidsstudies is de procedure bepaald voor lidstaten die moeilijkheden ondervinden om voor die gebieden gegevens te verzamelen.

 

De Raad heeft een nieuw artikel 10 ingevoerd dat de uitvoeringsbepalingen bevat betreffende de haalbaarheidsstudies die moeten worden uitgevoerd door de lidstaten die moeilijkheden hebben met de levering van de gegevens voor NACE Rev. 1, secties L tot en met O of de uitsplitsing van de index voor de raming van de totale loonkosten, exclusief premies. In de leden 5 en 6 van dat artikel wordt bepaald dat in de uitvoeringsmaatregelen die na de haalbaarheidsstudies volgens de comitologieprocedure worden aangenomen, rekening moet worden gehouden met de kosten-effectiviteit en dat de uitvoering van die maatregelen het mogelijk moet maken om voor uiterlijk 2007 gegevens in te dienen voor de gebieden waarop de haalbaarheidsstudies betrekking hebben en die gegevens op te nemen in de index. Volgens de Raad kan aldus het best worden gewaarborgd dat de gegevens inzake de vereiste gebieden zo spoedig mogelijk beschikbaar zijn en tegelijkertijd tegemoet wordt gekomen aan de eisen inzake kosten-effectiviteit en gegevens van hoge kwaliteit.

Artikel 11 is gewijzigd om aan te geven dat de besluitvorming volgens de comitologie- procedure is uitgebreid tot een groter aantal elementen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de verordening.

Artikel 13 is gewijzigd om aan te geven dat het tijdschema voor de uitvoering van de verordening is veranderd en dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen de kwaliteit van gegevensreeksen en die van de oude gegevens. Het artikel is ook gewijzigd teneinde te bepalen dat het eerste verslag van de Commissie geen betrekking moet hebben op de kwaliteit van de gegevens die de lidstaten in een dergelijk vroeg stadium hebben toegezonden maar toegespitst moet zijn op de procedurele elementen van de uitvoering van de verordening door

de lidstaten.

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

23 jul
'01
COM(2001)418 - Loonkostenindex


10 mrt
'94
COM(1994)78 - Maatregelen van de gemeenschap op het gebied van de statistiek


 
publicatiedatum 23-09-2002
kenmerk 10803/2/02 REV 2 ADD 1

Inhoud