Mededeling van de Commissie Verslag aan de Europese raad over de maatregelen die moeten worden getroffen in verband met de gevolgen van de ramp met de Prestige] - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Tekst

 

-

RAAD VAN

DE EUROPESE UNIE Brussel, 10 maart 2003 (11.03)

(OR. fr)

7235/03

-

MAR 33 ENV 148

INGEKOMEN DOCUMENT

van: de heer Sylvain BISARRE, directeur, namens de secretaris-generaal van de Europese Commissie

ingekomen: 6 maart 2003

aan: de heer Javier SOLANA, secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger

Betreft: Mededeling van de Commissie Verslag aan de Europese raad over de maatregelen die moeten worden getroffen in verband met de gevolgen van de ramp met de Prestige]

Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument COM(2003) 105 def.

________________________

Bijlage: COM(2003) 105 def.

 

COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN

Brussel, 5.3.2003 COM(2003) 105 definitief

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE

Verslag aan de Europese Raad over de maatregelen die moeten worden getroffen in

verband met de gevolgen van de ramp met de Prestige

INHOUD

  • 1. 
    Inleiding........................................................................................................................4
  • 2. 
    Preventie : civiele bescherming, veiligheid op zee en internationale aspecten ............5

2.1. Civiele bescherming .....................................................................................................5

2.1.1. Mechanismen voor samenwerking tussen de nationale autoriteiten.............................5

2.1.2. Wetenschappelijke expertise ........................................................................................5

2.2. Veiligheid op zee ..........................................................................................................6

2.2.1. Vervroegde toepassing van de reeds door het Europees Parlement en de Raad goedgekeurde maatregelen ...........................................................................................6

2.2.1.1. Versnelde oprichting van het Europees Agentschap voor maritieme

veiligheid ......................................................................................................................6

2.2.1.2. Zwarte lijst van schepen die niet aan de normen voldoen ............................................7

2.2.1.3. Toevluchtshavens .........................................................................................................7

2.2.1.4. Ongelijke omzetting van de pakketten ERIKA I en II door de lidstaten......................7

2.2.1.5. Staatssteun bij het zeevervoer.......................................................................................8

2.2.1.6. Vrijwillig convenant met de oliemaatschappijen .........................................................8

2.2.2. De nieuwe voorstellen van de Commissie....................................................................9

2.2.2.1. Vervoer van zware stookolie en het versneld uit de vaart nemen van

enkelwandige schepen ..................................................................................................9

2.2.2.2. Opleiding en kwalificaties van zeevarenden ................................................................9

3.2. Cohesiefonds...............................................................................................................13

3.3. Communautair initiatief INTERREG III (transnationaal gedeelte)............................13

3.4. FIOV/steun aan schelpdierencultuur, aquacultuur en visserij ....................................13

3.5. Solidariteitsfonds van de Europese Unie....................................................................14

3.6. Onderzoek naar nieuwe technologieën .......................................................................15

3.7. Proefprojecten en andere acties ..................................................................................15

3.8. Bestrijding van verontreiniging en sanering van het milieu .......................................16

3.8.1. Evaluatie van de milieueffecten..................................................................................16

3.8.2. Herstel en vergoeding van schade aan het milieu.......................................................16

3.8.3. Bundeling van de middelen voor de bestrijding van verontreiniging en uitwisseling van ervaringen ........................................................................................17

  • 4. 
    Conclusie ....................................................................................................................17

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE

Verslag aan de Europese Raad over de maatregelen die moeten worden getroffen

in verband met de gevolgen van de ramp met de Prestige

1. INLEIDING

Een grootschalige, meerdere naties omspannende ramp

Op 13 november 2002 liep de onder Bahamaanse vlag varende Prestige, een enkelwandige olietanker met 77 000 ton zware stookolie aan boord, buiten de westkust van Galicië averij op. Zeer slechte weersomstandigheden hebben de pogingen om het schip naar veilige haven te slepen belemmerd, met als gevolg dat de Prestige op 19 november is gezonken op een plek waard de oceaan bijna 4000 meter diep is. Op het tijdstip van de schipbreuk is er al een grote hoeveelheid zware stookolie in de zee terechtgekomen

1, maar later zijn er ook voortdurend diffuse lekken

geconstateerd. Behalve de Spaanse en Portugese kust, heeft ook de Franse kust - nog steeds - onder de vervuiling te lijden. Naar schatting is reeds circa 40.000 ton uit het tankschip ontsnapt.

Het wetenschappelijk comité dat de Spaanse regering moet adviseren over methoden om de olielekkages tot staan te brengen heeft verscheidene technische oplossingen aangedragen, waaronder het wegpompen van de in de tanks achtergebleven hoeveelheden olie en het bedekken van het wrak met een ondoordringbare laag beton. Hoewel de kosten van uitvoering van de verschillende oplossingen uiteenlopen, menen de Spaanse autoriteiten dat er met deze ramp in elk geval een bedrag in de orde van 150 tot 200 miljoen euro gemoeid zal zijn.

Snelle reacties en concrete antwoorden van de Europese Unie

het Europees Parlement en de Raad voorgelegde mededeling is bij beide instellingen over het algemeen goed ontvangen. De Raad "Vervoer" van 6 december en de Raad "Milieu" van 9 december hebben eveneens bevestigd dat de voorgestelde benadering goed gefundeerd is en dat de ten uitvoer te leggen maatregelen een bijzonder spoedeisend karakter hebben.

De Gemeenschap wordt bij haar optreden geleid door het solidariteitsbetoon van de Unie jegens haar lidstaten en haar burgers. Deze solidariteit mag echter niet in de plaats komen van de verantwoordelijkheid van derden die, krachtens het beginsel "de vervuiler betaalt", in eerste instantie aansprakelijk moeten worden gesteld voor de door hen veroorzaakte schade, noch remmend werken op preventiemaatregelen van zowel de Gemeenschap als de lidstaten.

Presentatie van een verslag aan de Europese Voorjaarsraad overeenkomstig het mandaat van de Europese Raad van Kopenhagen

Tijdens de Europese Raad van Kopenhagen van 12 en 13 december 20023, hebben de

staatshoofden en regeringsleiders nog eens gewezen op de conclusies die zij tijdens de Europese Raad van Nice in december 2000 hadden goedgekeurd met het oog op een vervroegde implementatie van de wetgevingspakketten ERIKA I en ERIKA II. Tevens hebben zij de Commissie gevraagd een verslag te presenteren over de bij hun volgende vergadering gemaakte vooruitgang (punt 34 van de conclusies).

Hieronder volgt een beschrijving van de talrijke reeds ondernomen of nog te ondernemen communautaire en nationale acties. In het bijzonder wordt verder ingegaan op de punten die voorzitter Prodi noemt in zijn schrijven van 17 januari 2003 aan de voorzitter van de Europese Raad, de heer Simitis, waarvan hij ook de andere staatshoofden en regeringsleiders een afschrift heeft doen geworden. Bij deze punten gaat het enerzijds om preventieaspecten en anderzijds om aspecten in verband met schadevergoeding en herstel van de aangerichte schade.

  • 2. 
    P : ,

bijna 20 km aan drijvende barrières en verscheidene gespecialiseerde verkenningsvliegtuigen zijn aldus ter beschikking gesteld.

Nog te doen: hulpmaterieel ter beschikking blijven stellen via het hiertoe speciaal opgerichte centrum van de Commissie.

Verantwoordelijk : Commissie en lidstaten.

2.1.2. Wetenschappelijk expertise

Het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek heeft zijn technische en wetenschappelijke expertise beschikbaar gesteld om aan de hand van de eerste door het Europees Ruimteagentschap ontvangen satellietbeelden de gevolgen van de ramp te analyseren. Voorts heeft het GCO een coördinatiestructuur gevormd om snel hulp te kunnen bieden bij zware ongelukken in het kader van de bevoegdheden van de Commissie op het vlak van civiele bescherming.

Anderzijds heeft de Commissie de Spaanse autoriteiten de namen medegedeeld van deskundigen die zich bij het wetenschappelijk comité kunnen voegen, dat door Spanje is ingesteld om op wetenschappelijk basis een lijst van te treffen maatregelen op te stellen.

Nog te doen : informatie over hetgeen gedaan is na de opstelling van de lijst van deskundigen waarover het wetenschappelijk comité kan beschikken.

Verantwoordelijk : lidstaat in kwestie.

2.2. Veiligheid op zee

2.2.1. Vervroegde toepassing van de reeds door het Europees Parlement en de Raad goedgekeurde maatregelen

of te huren die uitgerust zijn met geavanceerde technologie of andere interventiemiddelen waarmee in dienst van de Unie milieuverontreiniging kan worden bestreden. De meerwaarde van een dergelijk initiatief zou liggen in het feit dat men aldus, ten opzichte van de huidige situatie, een stuk extra interventiecapaciteit krijgt. Bij ieder besluit ter zake zal worden gestreefd naar maximale efficiëntie en een optimaal gebruik van begrotingsmiddelen.

Er is reeds in financiering voorzien in het kader van de APS 2004, welke de Commissie op 5 maart 2003 heeft goedgekeurd

  • 5. 
    Deze activiteiten zouden

worden ontplooid in coördinatie met het mechanisme voor civiele bescherming van de Commissie.

Nog te doen : een hoofdkantoor voor het Agentschap vinden en diens activiteiten intensiveren.

Verantwoordelijk : Raad.

De bevoegdheden van het Agentschap beter definiëren en vergroten.

Verantwoordelijk: Commissie (indiening van een voorstel).

2.2.1.2. Zwarte lijst van schepen die niet aan de normen voldoen

De Commissie heeft een begin gemaakt met de opstelling van een eerste zwarte lijst van schepen die in december 2002 niet aan de normen voldoen. Het betreft een indicatieve lijst van schepen die uit de vaart zouden zijn genomen, indien de bepalingen van het pakket ERIKA I van kracht waren geweest.

2.2.1.3. Toevluchtshavens

De Commissie heeft op 31 januari 2003 een eerste vergadering met de lidstaten belegd om spoed te kunnen zetten achter de aanwijzing van toevluchtshavens voor in nood verkerende schepen in onder de jurisdictie van de lidstaat in kwestie vallende wateren, als voorgeschreven in de nieuwe richtlijn over het volgen van het zeeverkeer. Bij deze vergadering heeft men kunnen bepalen welke inhoud aan de desbetreffende nationale plannen zou moeten worden gegeven en welke toevluchtshavens in nood verkerende schepen zouden kunnen binnenlopen.

II (december 2000) zijn. Indien de door de Europese Unie genomen maatregelen van kracht waren geweest, was de Prestige al twee maanden voor de schipbreuk uit de vaart genomen.

Er zij aan herinnerd dat de lidstaten, uit hoofde van deze wetsvoorstellen, de richtlijnen

over het toezicht door de havenstaat en over

classificatiemaatschappijen voor 22 juli 2003, en de richtlijn over het volgen van het zeeverkeer voor 5 februari 2004 in bepalingen van nationaal recht moeten omzetten. De verordening betreffende het uit de vaart nemen van de eerste enkelwandige tankschepen is sedert 1 januari 2003 van toepassing.

Voor zover de Commissie bekend, is dit omzettingsproces in de meeste lidstaten nog lang niet voltooid. De lidstaten hadden tijdens de Europese Raden van Nice en Kopenhagen toegezegd vaart achter deze maatregelen te zullen zetten, maar tot nog toe hebben slechts drie lidstaten - Duitsland, Denemarken en Spanje de Commissie medegedeeld welke nationale omzettingsmaatregelen er zijn genomen.

Nog te doen : bereiken dat de richtlijnen overal worden omgezet.

Verantwoordelijk : lidstaten.

2.2.1.5. Staatssteun bij het zeevervoer

Overheidssteun bij het zeevervoer kan onder bepaalde voorwaarden worden toegestaan

6, met name ter verbetering van de veiligheid aan boord van

schepen en om schepen beter uit te rusten dan op grond van de ter zake van milieu en veiligheid geldende normen vereist is

  • 7. 
    Staatssteun bij de

scheepsbouw is meer beperkt, omdat deze normaal gesproken strijdig met het Verdrag is.

Voor zover recht wordt gedaan aan het door de eigenaar geleden economische verlies, kan overheidssteun voor de vervroegde sloop van schepen eveneens worden toegestaan. Wat dit betreft, is er een precedent, Italië, dat met succes een systeem heeft ontwikkeld voor het vrijwillig uit de vaart nemen van - met name de oudste - enkelwandige schepen, dat in 2002 is goedgekeurd. Voor geïnteresseerde lidstaten zou dit een mogelijk te bewandelen weg kunnen zijn.

2.2.1.6. Vrijwillig convenant met de oliemaatschappijen

De Raad "Vervoer" van 6 december heeft de lidstaten gevraagd convenanten te sluiten met hun eigen bedrijfsleven om een vervoer van goede kwaliteit te verzekeren en te bereiken dat er voor het transport van zware stookolie geen oude enkelwandige tankschepen meer worden gebruikt. De Raad heeft de Commissie verder gevraagd een typeovereenkomst te ontwerpen. Hiertoe heeft de Europese Commissie sedert december 2002 met Europese aardoliebedrijven gesprekken gevoerd over de vaststelling van een « gedragscode ».

Met een dergelijk convenant zou de toepassing van maatregelen om paal en perk te stellen aan het transport van zware stookolie door enkelwandige tankschepen worden bespoedigd, zonder dat men moet wachten totdat het desbetreffende wetgevingsproces eindelijk is afgesloten. In het bijzonder zou aldus worden gegarandeerd dat ook schepen die de exclusieve economische zone van een lidstaat doorvaren, d.w.z. die welke niet door Europese oliemaatschappijen zijn bevracht, onder de regeling vallen, daar de communautaire wetgeving, op grond van internationale beperkingen, alleen toepasbaar is op schepen die havens van de Unie aandoen.

Vooralsnog hebben de Europese oliemaatschappijen blijk gegeven van hun grote reserves ten aanzien van vrijwillige convenanten en gaat hun voorkeur uit naar een oplossing in de vorm van regelgeving, waardoor zij en hun concurrenten in derde landen op gelijke voet zouden worden behandeld.

2.2.2. De nieuwe voorstellen van de Commissie

2.2.2.1. Vervoer van zware stookolie en het versneld uit de vaart nemen van

enkelwandige schepen

De Commissie heeft op 20 december 2002 het Europees Parlement en de Raad een ontwerp-verordening voorgelegd waarin met name het volgende wordt voorgesteld:

2.2.2.2. Opleiding en kwalificaties van zeevarenden

De Commissie heeft op 13 januari 2003 het Europees Parlement en de Raad een

ontwerp-richtlijn voorgelegd inzake de erkenning van

bevoegdheidscertificaten van zeevarenden, ten einde een minimaal opleidingsniveau te verzekeren, waarover de Raad "Vervoer" van maart 2003 een politiek akkoord zou moeten bereiken.

Dit voorstel voorziet in een communautair systeem voor de erkenning van vaardigheidscertificaten om ook bij niet-communautaire opvarenden van schepen die onder vlaggen van lidstaten varen, een behoorlijk opleidingsniveau te garanderen.

Nog te doen : goedkeuring van het voorstel voor een richtlijn inzake de erkenning van bevoegdheidscertificaten van zeevarenden.

Verantwoordelijk : Europees Parlement en Raad.

2.2.2.3. Strafrechtelijke maatregelen

Ingevolge het hiertoe strekkende verzoek van de Europese Raad van Kopenhagen en zonder eventuele andere wetgevingsinitiatieven te willen uitsluiten, staat de Commissie op het punt een voorstel voor een richtlijn aan het Europees Parlement en de Raad voor te leggen over de verontreiniging door schepen en de invoering van sancties, waaronder strafrechtelijke maatregelen. Het voorstel heeft betrekking op clandestiene lozingen van en grootschalige verontreiniging door koolwaterstoffen.

Dit voorstel zal betrekking hebben op de gehele verantwoordelijkheidsketen (reder, bevrachter, classificatiemaatschappij, enz.) en zal de leemtes vullen die er in het communautair recht bestaan op het stuk van opzettelijke of accidentele verontreiniging door schepen. De veroorzakers van een dergelijke

van olievlekken, en met name die welke, door goedkope vlaggen aan te bieden of door een gebrek aan controle, toelaten dat gevaarlijke en niet op hun taak berekende schepen de internationale wateren straffeloos onveilig maken. Hij suggereerde in het bijzonder dat de Commissie de Raad voorstelt onmiddellijk op te treden tegen deze landen, waarvan het merendeel nauwe betrekkingen met de Unie onderhoudt.

2.2.3.1. Actieve steun voor de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de

Internationale Maritieme Organisatie (IMO)

De Commissie heeft op 9 april 2002 een aanbeveling tot de Raad gericht met het oog op de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de IMO om zo te bereiken dat de Europese Unie de gelegenheid krijgt al haar gewicht in de schaal te leggen wanneer het op de uitwerking en goedkeuring van stringentere internationale regels op het gebied van de maritieme veiligheid aankomt. De Europese Raad van Kopenhagen heeft er nog eens op gewezen dat er voor de Unie een beslissende rol is weggelegd bij de inspanningen die men zich op internationaal niveau, en vooral bij de IMO, getroost om de doelstellingen van het maritieme-veiligheidsbeleid te kunnen verwezenlijken.

Nog te doen : snelle behandeling van dit voorstel.

Verantwoordelijk : Raad.

2.2.3.2. Verzoek om toepassing van de communautaire wetgeving inzake de

maritieme veiligheid op het internationale vlak

De Commissie heeft de aangrenzende landen, en met name Rusland en de mediterrane partners, in het kader van de overeenkomsten die hen aan de Europese Unie binden, gevraagd regels inzake het verbod op het vervoer van zware stookolie en het versneld uit de vaart nemen van enkelwandige tankschepen goed te keuren die gelijkwaardig zijn met die welke in de Europese Unie worden gehanteerd.

Verantwoordelijk : Commissie.

In de tussentijd zal een gecoördineerd optreden van de Europese Unie noodzakelijk zijn ter ondersteuning van de met name door Frankrijk geformuleerde verzoeken om een spoedige raadpleging van de IMO met het oog op de aanwijzing en bescherming van gebieden die, gezien hun natuurlijke hulpbronnen en het bijzondere karakter van het verkeer aldaar, extra kwetsbaar zijn .

Verantwoordelijk : lidstaten.

2.2.3.4. Een betere schadeloosstelling van de slachtoffers van de vervuiling

Van 12 t/m 16 mei 2003 wordt er bij de IMO een diplomatieke conferentie gehouden voor de vaststelling van een derde niveau van schadevergoeding ten behoeve van de slachtoffers van de olieramp.

De Commissie heeft deze organisatie, tezamen met Frankrijk en Spanje, een document doen toekomen waarmee de grens waarbeneden de reder het recht verliest zijn aansprakelijkheid te beperken van 185 miljoen euro moet worden opgetrokken tot 1 miljard euro.

Nog te doen : de steun van alle lidstaten verkrijgen wanneer deze kwestie bij de IMO wordt aangekaart .

Verantwoordelijk: lidstaten.

Anders onmiddellijke goedkeuring van het voorstel voor een verordening tot oprichting van een specifiek Europees fonds van 1 miljard euro, overeenkomstig de toezegging van de Raad van 6 december 2002 en instelling van dit fonds voor eind 2003.

Verantwoordelijk: Raad.

Anders zal de Commissie een systeem van schadevergoeding en aansprakelijkheid voor de uitgebreide Europese Unie voorstellen.

3. MOBILISERING VAN FINANCIERINGSBRONNEN EN TECHNISCHE MIDDELEN

VAN DE GEMEENSCHAP VOOR EEN ONMIDDELLIJK HERSTEL VAN DE

AANGERICHTE SCHADE EN DE HEROPBOUW VAN HET ECONOMISCH

POTENTIEEL

3.1. Europees Fonds voor regionale ontwikkeling

Wat betreft de maatregelen tot herstel van de schade die in de getroffen regio's door de olievervuiling is aangericht, kunnen de autoriteiten in kwestie terugvallen op cofinanciering door het EFRO, voorzover de voor de periode 2000-2006 toegewezen bedragen niet worden overschreden, een en ander met inachtneming van de economische ontwikkelingsprioriteiten en met uitzondering van de door de verzekeringsmaatschappijen gedekte kosten.

Doelstelling 1: De voor het operationeel programma Galicië (2000-2006) verantwoordelijke autoriteiten hanteren een bestaande maatregel van het programma voor de medefinanciering van de reiniging van bepaalde stranden. Gebruikmaking van andere maatregelen ter bestrijding van de gevolgen van de ramp - die niet alleen van ecologische aard zijn - is eveneens

mogelijk, aangezien de beheersautoriteit het

programmacomplement kan wijzigen om meer middelen te wijden aan dit type maatregelen, voorzover de in het programma per grote categorie toegewezen bedragen niet worden overschreden. De Commissie is bereid Spanje te helpen met een zeer snelle herprogrammering van de structuurfondsen. Deze beslissing zou pas kunnen worden genomen wanneer technische oplossingen voor zowel het wrak als de reiniging van bepaalde zeer moeilijk bereikbare kusten, en de respectieve kosten beter bekend zijn.

procedures van het Fonds, voor de werkzaamheden die moeten worden verricht op en rond het wrak, dat zich in de Spaanse exclusieve economische zone bevindt. Hoewel de Spaanse milieuprioriteiten voor het tijdvak 2000- 2006 beperkt blijven tot de sectoren afval, sanering en bevoorrading zijn er in dit land reeds eerder tal van projecten voor de regeneratie van kustgebieden gecofinancierd. Zo gezien, zou de Commissie, na de zaak te hebben onderzocht, akkoord kunnen gaan met een wijziging van het programma en de corresponderende projecten kunnen goedkeuren indien de Spaanse autoriteiten dit zouden vragen. Het uit hoofde van dit Fonds aan Spanje toegewezen bedrag voor de periode 2000-2006, dat nog niet is vastgelegd, beloopt circa 6 200 miljoen euro.

Nog te doen: Eventuele aanpassing van het programma door de Commissie, op verzoek van de betrokken lidstaat.

Verantwoordelijk: lidstaat in kwestie (verzoek) - Commissie (goedkeuring).

3.3. Communautair initiatief INTERREG III (transnationaal gedeelte)

De Commissie heeft de betrokken oever-lidstaten van de Atlantische Oceaan erop gewezen dat de preventie-, bestrijdings- en saneringsmaatregelen, bijvoorbeeld voor het dichten en leegpompen van de tanks van de Prestige, in aanmerking kunnen komen in het kader van (door het EFRO gefinancierde) transnationale INTERREG-programma's, daar deze activiteiten een duidelijk transnationaal karakter hebben. Deze programma's, die reeds een financiering van dergelijke activiteiten ten bedrage van 23 miljoen euro mogelijk maken, kunnen zonodig worden herzien.

Nog te doen: mogelijkheid om gebruik te maken van bestaande maatregelen ten bedrage van 23 miljoen euro.

Verantwoordelijk: betrokken lidstaten.

ontbreken van een visserijovereenkomst met Marokko, als aanvullende kredieten te gebruiken.

Nog te doen: indien de omvang van de schade wordt bevestigd, is de Commissie bereid bij de Raad een voorstel voor de getroffen gebieden in Frankrijk in te dienen zoals dat voor Galicië, teneinde het toepassingsgebied van de bestaande bepalingen in het kader van de bestaande toewijzingen van het FIOV uit te breiden.

Verantwoordelijk: betrokken lidstaat.

3.5. Solidariteitsfonds van de Europese Unie

Het solidariteitsfonds van de Europese Unie (SFEU) werd in 2002 opgericht om snel hulp te kunnen verlenen aan bevolkingsgroepen en gebieden die het slachtoffer zijn van natuurrampen. Nu moet nog worden nagegaan of de ramp met de Prestige in aanmerking komt voor steun uit dit fonds

8.

Om het gevraagde subsidiebedrag te kunnen verlenen, dient de rechtsgrondslag te worden gewijzigd en de Commissie is bereid een daartoe strekkend voorstel bij de Raad in te dienen. Deze wijziging zou de lijn volgen van het oorspronkelijke voorstel dat de Commissie in september 2002 had ingediend en kan met name voorzien in dekking door het solidariteitsfonds van calamiteiten van technologische of ecologische aard, verlaging van de interventiedrempel (momenteel 3 miljard euro of 0,6% van het BNI van de betrokken staat) en uitbreiding van de in aanmerking komende noodacties, zoals omschreven in artikel 3 van de verordening, tot preventieve maatregelen om de schade van een dreigende of aan de gang zijnde ramp te beperken.

Nog te doen: onderzoek van de ontvankelijkheid van het door de Spaanse autoriteiten ingediende verzoek en voorstel tot wijziging van de SFEU- verordening of anders voorstel tot instelling van een specifiek instrument.

modellen kunnen worden ontwikkeld om het effect van milieu- verontreiniging op water en mariene ecosystemen te meten.

Nog te doen: voorstel om in het werkprogramma voor 2004 nieuwe

onderzoekactiviteiten op te nemen met betrekking tot scheepswrakken die verontreinigende producten bevatten (prioriteit "duurzaam vervoer over land en zee") en het begrip levenscyclus van voertuigen uit te breiden tot het interventiestadium voor wrakken bij ongevallen (dit gebied omvat momenteel slechts het onderhoud en de inspectie van voertuigen voor vervoer over land).

Verantwoordelijk: Commissie 9 .

3.7. Proefprojecten en andere acties

Voorzitter Prodi heeft in zijn brief van 17 januari 2003 de mogelijkheid geopperd op korte en middellange termijn andere communautaire acties te ondernemen ter ondersteuning van de inspanningen van de betrokken lidstaten, zoals bijvoorbeeld proefprojecten of specifieke acties. Voor proef- projecten behoeft niet eerst een rechtsgrondslag te worden vastgesteld. Zij kunnen echter slechts gedurende maximaal twee begrotingsjaren in de begroting worden opgenomen en het totaalbedrag mag niet hoger zijn dan 32 miljoen euro per jaar voor alle rubrieken en alle gebieden samen.

De Commissie zal tevens initiatieven10 stimuleren ter verbetering van de

innovatie en het onderzoek op het gebied van scheepsbouw en -herstelling en ter bevordering van hogere normen inzake milieu en veiligheid.

Nog te doen: mogelijkheid voor een Europese instelling (Commissie, Europees Parlement, Raad) om proefprojecten op dit gebied voor te stellen.

3.8. Bestrijding van verontreiniging en sanering van het milieu

3.8.2. Herstel en vergoeding van schade aan het milieu

Voor juni 2003 zal de Commissie overgaan tot beoordeling van de huidige politieke en juridische instrumenten, met name op milieugebied, maar ook op het gebied van gezondheid, onderzoek, visserij en regionale ontwikkeling, teneinde na te gaan of zij moeten worden aangepast om het risico dat dergelijke ongevallen zich nog voordoen en de schade die zij veroorzaken (onmiddellijk of op langere termijn) tot een minimum te beperken. Aangezien de huidige internationale regelingen niet in een toereikende vergoeding voor milieuschade voorzien, kunnen andere maatregelen in verband met milieuschade noodzakelijk blijken.

De Commissie heeft op 23 januari 2002 een voorstel aangenomen voor een richtlijn betreffende de vergoeding van milieuschade, wanneer een ongeval niet wordt gedekt door een internationale overeenkomst die in de betrokken lidstaten van kracht is

11.

Nog te doen: beoordeling van de politieke en juridische instrumenten in het kader van de strategie voor bescherming en behoud van het mariene milieu

12 .

Verantwoordelijk: Commissie.

Goedkeuring van het voorstel voor een richtlijn betreffende de vergoeding van milieuschade, wanneer een ongeval niet wordt gedekt door een internationale overeenkomst die in de betrokken lidstaten van kracht is.

Verantwoordelijk: Europees Parlement en Raad.

3.8.3. Bundeling van de middelen voor de bestrijding van verontreiniging en uitwisseling van ervaringen

Overeenkomstig de conclusies van de Raad "Milieu" van 9 december ll. heeft de Commissie een begin gemaakt met de totstandbrenging van een netwerk voor uitwisseling van ervaringen op het gebied van verontreiniging door koolwaterstoffen. Dit in oprichting zijnde netwerk zal het mogelijk maken nationale deskundigen ter beschikking van andere lidstaten te stellen om hun deskundigheid te vergroten, de verschillende toegepaste technieken voor bestrijding van verontreiniging te vergelijken en de door hulpdiensten of andere bevoegde instanties gekozen methoden te bestuderen.

Nog te doen: goedkeuring van een besluit inzake de financiering van dit netwerk voor uitwisseling van ervaringen (maart-april 2003).

Verantwoordelijk: Commissie (maart-april 2003).

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

5 mrt
'03
COM(2003)83 - Jaarlijkse beleidsstrategie voor 2004


5 mrt
'03
COM(2003)105 - Verslag aan de Europese Raad over de maatregelen die moeten worden getroffen in verband met de gevolgen van de ramp met de Prestige


3 dec
'02
COM(2002)681 - Vergroting van de veiligheid op zee naar aanleiding van het vergaan van de olietanker "Prestige'


2 okt
'02
COM(2002)539 - Naar een strategie voor de bescherming en de instandhouding van het mariene milieu


18 sep
'02
COM(2002)514 - Solidariteitsfonds van de EU


23 jan
'02
COM(2002)17 - Milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade


24 feb
'93
COM(1993)66 - Gemeenschappelijk beleid inzake de veiligheid op zee


 
publicatiedatum 10-03-2003
kenmerk 7235/03

Inhoud