-
RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE Brussel, 12 maart 2003 (13.03)
(OR. fr)
7072/03
-
COMER 46
INGEKOMEN DOCUMENT
van: de heer Sylvain BISARRE, directeur, namens de secretaris-generaal van de Europese Commissie
ingekomen: 11 maart 2003
aan: de heer Javier SOLANA, secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger
Betreft: Voorstel voor een verordening van de Raad tot beëindiging van de antidumpingprocedure betreffende ruw, niet-gelegeerd magnesium uit de Volksrepubliek China
Hierbij gaat voor de delegaties Commissiedocument COM(2003) 106 def.
________________________
Bijlage: COM(2003) 106 def.
COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN
Brussel, 10.03.2003 COM(2003) 106 definitief
Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
tot beëindiging van de antidumpingprocedure betreffende ruw, niet-gelegeerd
magnesium uit de Volksrepubliek China
TOELICHTING
In november 1998 werd een definitief antidumpingrecht ingesteld op ruw, niet-gelegeerd magnesium uit de Volksrepubliek China.
In juni 2002 werd een procedure ingeleid voor een gedeeltelijke herziening van de antidumpingmaatregelen op grond van artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 384/96. Deze procedure was beperkt tot een onderzoek naar de gepastheid van de ingestelde antidumpingrechten.
Op 18 juni 2002 heeft de indiener van de klacht de Commissie medegedeeld dat de enige producent van het betrokken product in de Gemeenschap de productie van dit product heeft gestaakt en zijn klacht heeft ingetrokken. De Commissie heeft vervolgens een bericht bekendgemaakt dat zij voornemens was de antidumpingmaatregelen in te trekken. Geen van de betrokkenen heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
Daarom wordt voorgesteld onderhavige antidumpingprocedure te beëindigen, de thans geldende antidumpingmaatregelen in te trekken en bijgaande verordening van de Raad in het
Publicatieblad van de Europese Unie
Voorstel voor een
VERORDENING VAN DE RAAD
tot beëindiging van de antidumpingprocedure betreffende ruw, niet-gelegeerd
magnesium uit de Volksrepubliek China
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap
1 ('de basisverordening'), met name op de artikelen 9 en 11,
Gelet op het voorstel dat de Commissie2 na raadpleging van het Raadgevend Comité heeft
ingediend,
Overwegende hetgeen volgt:
A. PROCEDURE
(1) In november 1998 heeft de Raad, bij Verordening (EG) nr. 2402/983, definitieve
antidumpingrechten ingesteld op ruw, niet-gelegeerd magnesium uit de
Volksrepubliek China.
(2) Deze rechten werden ingesteld als resultaat van een onderzoek naar aanleiding van een klacht van het "Comité de Liaison des Industries de Ferro-Alliages ("Euro Alliages") namens de enige producent in de Gemeenschap van ruw, niet-gelegeerd magnesium ("het betrokken product").
de Gemeenschap de productie van dit product heeft gestaakt waardoor het niet langer noodzakelijk leek de antidumpingmaatregelen te handhaven.
(5) Overeenkomstig artikel 9, lid 1, van de basisverordening kan de procedure worden beëindigd wanneer de klacht wordt ingetrokken, tenzij dit niet in het belang van de Gemeenschap is.
(6) Op 27 september 20025 is het bericht gepubliceerd dat de Commissie wilde
onderzoeken of de antidumpingmaatregelen konden worden ingetrokken.
Belanghebbenden werden uitgenodigd zich bekend te maken en de Commissie informatie en bewijsmateriaal te doen toekomen. De Commissie heeft van zeven bedrijven die het betrokken product verwerken een reactie ontvangen. De bedrijven waren allen voorstander van het intrekken van de maatregelen. Voorts heeft de enige producent van het betrokken product in de Gemeenschap bevestigd dat de maatregelen niet langer nodig waren. Daarom heeft de Commissie de belanghebbenden medegedeeld dat zij voornemens was de Raad het voorstel te doen het antidumpingrecht in te trekken en de procedure te beëindigen, omdat de klacht niet langer werd gesteund. Er werden geen andere argumenten aangevoerd betreffende het belang van de Gemeenschap. Daarom wordt geoordeeld dat de beëindiging van de procedure niet in strijd is met het belang van de Gemeenschap.
(7) Enkele bedrijven verzochten om de intrekking van de maatregelen met terugwerkende kracht, daar voor deze maatregelen geen rechtsgrond meer bestond sinds de indiener van de klacht zijn klacht had ingetrokken.
(8) Opgemerkt wordt dat de resultaten van een herzieningsonderzoek op grond van artikel 11 normalerwijze van toepassing zijn vanaf de datum van afsluiting van het onderzoek. Het is de vaste praktijk van de EG-instellingen dat antidumpingrechten van kracht blijven tot wordt vastgesteld dat zij kunnen worden beëindigd (of gewijzigd).
De bedrijven hadden in onderhavig geval geen gewettigde verwachting dat de maatregelen met terugwerkende kracht zouden worden ingetrokken. Geoordeeld werd dat de juridische benadering van dergelijke zaken consequent moest zijn om te voorkomen dat bedrijven hun activiteiten in een onstabiele on onvoorspelbare omgeving moeten uitoefenen. Een beëindiging van de antidumpingmaatregelen met terugwerkende kracht zou bovendien een discriminatie doen ontstaan op de markt van niet-gelegeerd magnesium. Bedrijven die dit product hadden aangekocht in landen waarvoor geen antidumpingrechten golden zouden, indien de maatregelen met terugwerkende kracht werden ingetrokken, ondervinden dat hun omzichtigheid overbodig was geweest. Daarentegen zouden bedrijven die het betrokken product in China hadden aangekocht van een onverwachte meevaller profiteren, indien geen antidumpingrechten werden geheven indien dit product was ingevoerd tussen de staking van de productie in de Gemeenschap en de publicatie van deze verordening.
Om deze redenen moest het verzoek om een beëindiging met terugwerkende kracht worden afgewezen.
C. TUSSENTIJDS ONDERZOEK
(10) Gezien het bovenstaande moet het tussentijdse onderzoek betreffende dezelfde antidumpingmaatregelen ook worden beëindigd.
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
De antidumpingprocedure, met inbegrip van de herzieningsprocedure, betreffende ruw, niet- gelegeerd magnesium, ingedeeld onder de GN-codes 8104 11 00 en ex 8104 19 00, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, wordt beëindigd.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, -
Voor de Raad -
De Voorzitter -
| publicatiedatum | 12-03-2003 |
|---|---|
| kenmerk | 7072/03 |
