-
RAAD VAN Brussel, 17 maart 2003
DE EUROPESE UNIE(OR. en)
6705/03
-
COMER 45 -
WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN
Betreft: Verordening van de Raad tot instelling van een definitief antidumpingrecht op gewalste, platte producten van ijzer of van niet-gelegeerd staal, met een breedte van 600 mm of meer, niet geplateerd noch bekleed, opgerold, enkel warmgewalst, uit Egypte, Slowakije en Turkije, tot beëindiging van de procedure ten aanzien van dit product uit Hongarije, Iran en Libië, tot wijziging van Beschikking nr. 283/2000/EGKS van de Commissie tot instelling van een definitief anti- dumpingrecht op dit product uit, onder meer, Bulgarije en Zuid-Afrika en tot vastlegging van de verschuldigde antidumpingrechten in het geval bijkomende vrijwaringsrechten verschuldigd zijn
VERORDENING (EG) Nr. /2003 VAN DE RAAD
van
tot instelling van een definitief antidumpingrecht op gewalste, platte producten van ijzer
of van niet-gelegeerd staal, met een breedte van 600 mm of meer, niet geplateerd noch bekleed,
opgerold, enkel warmgewalst, uit Egypte, Slowakije en Turkije, tot beëindiging van de procedure
ten aanzien van dit product uit Hongarije, Iran en Libië,
tot wijziging van Beschikking nr. 283/2000/EGKS van de Commissie tot instelling van een
definitief antidumpingrecht op dit product uit, onder meer, Bulgarije en Zuid-Afrika en tot
vastlegging van de verschuldigde antidumpingrechten in het geval
bijkomende vrijwaringsrechten verschuldigd zijn
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende
maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap 1
("de basisverordening"), en met name op artikel 9 en artikel 11, lid 3,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 963/2002 van de Raad van 3 juni 2002 tot vaststelling van over-
gangsbepalingen voor de overeenkomstig de Beschikkingen nr. 2277/96/EGKS en
nr. 1889/98/EGKS van de Commissie genomen antidumping- en antisubsidiemaatregelen, evenals
voor de niet voltooide antidumping- en antisubsidieonderzoeken en de niet afgehandelde klachten
en verzoeken uit hoofde van deze beschikkingen 1,
Gelet op Verordening (EG) nr. .../2003 van de Raad *,
Gezien het voorstel dat de Commissie na overleg in het Raadgevend Comité heeft ingediend,
Overwegende hetgeen volgt :
A. PROCEDURE
1. Rechtsgrond
(1) Het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal (EGKS-
Verdrag) is op 23 juli 2002 opgehouden te bestaan. Producten die onder het EGKS-Verdrag
vielen, vallen vanaf 24 juli 2002 onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeen-
schap. Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 963/2002 is de basisverordening van toepassing
op alle antidumpingonderzoeken die op die datum niet waren afgesloten.
-
2.
Geldende maatregelen
(2) In februari 2000 heeft de Commissie, bij Beschikking nr. 283/2000/EGKS 1, definitieve anti-
dumpingrechten ingesteld op gewalste, platte producten van ijzer of van niet-gelegeerd staal,
enkel warmgewalst, uit Bulgarije, India, Taiwan, Zuid-Afrika en de Federale Republiek
Joegoslavië.
(3) De definitieve antidumpingrechten voor de producenten/exporteurs in Bulgarije en Zuid-
Afrika waren als volgt, in procenten van de cif-waarde grens Gemeenschap:
-
-Bulgarije 7,5%
Kremikovtzi Corporation, Sofia,
Botunetz
Alle andere ondernemingen 7,5%
-
-Zuid-Afrika 5,2%
Iscor, Ltd. Pretoria, en Saldanha
Steel (PTY) Ltd., Saldanha
Highveld, Steel and Vanadium 37,8%
Corporation Ltd., Witbank
Alle andere ondernemingen 37,8%
(4) Bij dezelfde beschikking heeft de Commissie ook een minimumprijsverbintenis aanvaard die
was aangeboden door de enige bekende producent/exporteur in Bulgarije en door een van de
twee bekende producenten/exporteurs in Zuid-Afrika, namelijk Highveld.
-
3.
Onderhavige onderzoeken
(5) Op grond van artikel 5 van Beschikking nr. 2277/96/EGKS 1 ('de EGKS-Beschikking') heeft
de Commissie op 20 december 2001, door middel van een bericht (`bericht van inleiding') in
het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen 2, de inleiding bekendgemaakt van een
antidumpingprocedure betreffende de invoer in de Gemeenschap van gewalste, platte
(6) Op grond van artikel 11, lid 3, van de EGKS-Beschikking heeft de Commissie op
20 december 2001, door middel van een bericht (`bericht van inleiding') in het Publicatieblad
van de Europese Gemeenschappen 1, de inleiding bekendgemaakt van een procedure voor de
eventuele herziening van de definitieve antidumpingrechten en de verbintenissen die bij
Beschikking nr. 283/2000/EGKS van de Commissie, gewijzigd bij Beschikking
nr. 2009/2000/EGKS van de Commissie, van warmgewalst breedband uit Bulgarije en Zuid-
Afrika waren vastgesteld.
(7) De procedures werden ingeleid naar aanleiding van een klacht en een verzoek om herziening
die in november 2001 waren ingediend door Eurofer (European Confederation of Iron and
Steel Industries) namens producenten die goed zijn voor een groot deel van de totale
productie van warmgewalst breedband in de Gemeenschap. De klacht bevatte bewijsmateriaal
dat dit product met dumping vanuit Egypte, Hongarije, Iran, Libië, Slowakije en Turkije werd
ingevoerd en dat de EG-producenten hierdoor aanmerkelijke schade leden. Het verzoek om
een herziening bevatte bewijsmateriaal dat de dumping van warmgewalst breedband uit
Bulgarije en Zuid-Afrika werd voortgezet en dat de bestaande maatregelen niet voldoende
waren om de schadelijke gevolgen van dumping teniet te doen. Het bij de klacht en het
verzoek gevoegde bewijsmateriaal werd toereikend geacht om tot de opening van anti-
dumpingonderzoeken over te gaan. Om redenen van administratieve efficiëntie werden beide
(9) Een aantal producenten/exporteurs alsmede de klagende en andere producenten, importeurs en
verwerkende bedrijven in de Gemeenschap hebben hun standpunt schriftelijk uiteengezet.
Alle partijen die het verzoek hadden ingediend te worden gehoord en hadden aangetoond dat
zij hiertoe bijzondere redenen hadden, werden gehoord.
(10) De Commissie heeft de haar bekende belanghebbende partijen en de ondernemingen die zich
binnen de in de berichten van inleiding vermelde termijn hadden bekendgemaakt vragenlijsten
toegezonden. Zij heeft een antwoord ontvangen van negen klagende EG-producenten, zeven
andere EG-producenten, negen producenten/exporteurs, elf importeurs die banden hadden met
de producenten/exporteurs, twee onafhankelijke importeurs, vier onafhankelijke
importeurs/verwerkende bedrijven en van een verwerkende bedrijf in de Gemeenschap.
(11) De Commissie heeft alle gegevens die zij voor de vaststelling van dumping, daaruit voort-
vloeiende schade en belang van de Gemeenschap nodig had ingewonnen en geverifieerd.
Voorts heeft de Commissie, in het kader van het tussentijdse herzieningsonderzoek ten aan-
zien van warmgewalst breedband uit Bulgarije en Zuid-Afrika, onderzocht of het waar-
schijnlijk was dat de schadeveroorzakende dumping zou worden voortgezet /opnieuw zou
optreden indien de antidumpingmaatregelen vervielen of werden gewijzigd, dat wil zeggen of
de gewijzigde omstandigheden redelijkerwijze beschouwd konden worden van blijvende aard
te zijn. Bij de volgende ondernemingen werd ter plaatse een controle verricht:
-
-Hongarije:
DUNAFERR SteelWorks Company Limited, Dunaujvaros
DUNAFERR Kereskedöház Kft.(Trading House), Boedapest
DWA Hideghengermü Kft., Dunaujvaro
-
-Iran:
Mobarakeh Steel Company, Esfahan
-
-Libië
Libyan Iron and Steel Company (Lisco), Misurata
-
-Slowakije
U.S. Steel Kosice, Kosice
-
-Zuid-Afrika
Highveld Steel and Vanadium Corporation Ltd, Witbank
Iscor Ltd, Pretoria and Saldanha Steel (PTY) Ltd, Saldanha
-
-Turkije
EreNli Demir ve Celik Fabrikalari T.A.O, Zonguldak
Borçelik Celik Sanayii Ticaret A.S., Bursa
-
b)EG-producenten
-
-Aceralia Corporacion Siderurgica, Madrid, Spanje
-
-Corus Staal B.V., IJmuiden, Nederland
-
-Corus U.K., Londen, Verenigd Koninkrijk
-
-ILVA Spa, Genova, Italië
-
-Salzgitter Flachstahl GmbH, Salzgitter, Duitsland
-
-Sidmar N.V., Gent, België
-
-Stahlwerke Bremen GmbH, Bremen, Duitsland
-
-Thyssen Krupp Stahl AG, Duisburg, Duitsland
-
c)Onafhankelijke importeur in de Gemeenschap
-
-Stemcor Europe Limited, Londen, Verenigd Koninkrijk
-
d)Onafhankelijke importeur/verwerkend bedrijf in de Gemeenschap
-
-Marcegaglia S.p.A., Gazoldo Ippoliti, Italië
(12) Het onderzoek naar dumping en schade had betrekking op de periode van 1 januari 2001 tot
en met 31 december 2001 ("het onderzoektijdvak"). Het onderzoek naar de ontwikkelingen
die relevant zijn voor de schadebeoordeling had betrekking op de periode van 1 januari 1998
tot en met het einde van het onderzoektijdvak ("de beoordelingsperiode"). Deze periodes
werden ook in aanmerking genomen in het kader van de herzieningsprocedure.
(13) Gezien de complexiteit van onderhavig onderzoek werden geen voorlopige maatregelen
genomen ingevolge artikel 5 van de basisverordening.
(14) Alle partijen werden in kennis gesteld van de voornaamste feiten en overwegingen op grond
waarvan de Commissie voornemens was de volgende aanbeveling te doen:
(i) definitieve antidumpingrechten in te stellen op warmgewalst breedband uit Egypte,
Slowakije en Turkije,
(ii) de procedure ten aanzien van warmgewalst breedband uit Hongarije, Iran en Libië te
beëindigen,
(iii) Beschikking nr. 283/2000/EGKS van de Commissie tot instelling van definitieve anti-
dumpingrechten op warmgewalst breedband uit, onder meer, Bulgarije en Zuid-Afrika,
te wijzigen en van enkele producenten/exporteurs verbintenissen te aanvaarden,
(15) De mondelinge en schriftelijke opmerkingen van de partijen werden in overweging genomen
en de definitieve bevindingen werden zonodig gewijzigd.
4. Opening van onderhavige onderzoeken
(16) Aangevoerd werd dat het feit dat de klacht geen betrekking had op warmgewalst breedband
uit Rusland een discriminatie inhoudt en een inbreuk vormt op artikel 9, lid 5, van de basis-
verordening. Over de invoer van warmgewalst breedband uit Rusland werd echter geen met
bewijsmateriaal gesteunde klacht ingediend op grond waarvan een antidumpingprocedure kon
worden ingeleid. Daar bij het onderzoek ook niet is gebleken dat de bedrijfstak van de
Gemeenschap schade lijdt door dumping vanuit andere derde landen werd geconcludeerd dat
de bewering van discriminatie niet was gegrond.
-
5.
Andere onderzoeken en bestaande maatregelen
(17) Op 28 september 2002 heeft de Commissie, bij Verordening (EG) nr. 1694/2002 1, definitieve
vrijwaringsmaatregelen genomen ten aanzien van de invoer van bepaalde ijzer- en staal-
producten, waaronder warmgewalst breedband. Op grond van deze verordening zijn op
warmgewalst breedband momenteel tariefcontingenten van toepassing, bij overschrijding
waarvan een aanvullend vrijwaringsrecht wordt geheven.
B. ONDERZOCHT PRODUCT EN SOORTGELIJK PRODUCT
-
1.
Onderzocht product
(20) De definitie van het onderzochte product is identiek aan deze die gebruikt werd in het onder-
zoek waarnaar werd verwezen in overweging (2).
(21) Het onderzochte product betreft gewalste, platte producten van ijzer of van niet-gelegeerd
staal, met een breedte van 600 mm of meer, niet geplateerd noch bekleed, opgerold, enkel
warmgewalst, ingedeeld onder de GN-codes 7208 10 00, 7208 25 00, 7208 26 00, 7208 27 00,
7208 36 00, 7208 37 10, 7208 37 90, 7208 38 10, 7208 38 90, 7208 39 10 en 7208 39 90.
(22) Warmgewalst breedband kan, al naar gelang de afwerking, worden ingedeeld in zwart warm-
gewalst breedband, dat het basisproduct is, en gebeitst warmgewalst breedband dat na het
warmwalsen nog een bewerking heeft ondergaan die beitsen wordt genoemd. Het onderscheid
tussen deze twee hoofdsoorten komt tot uiting in de GN-codes (gebeitst warmgewalst
breedband is ingedeeld onder de GN-codes 7208 25 00, 7208 26 00 en 7208 27 00).
(23) Bij het onderzoek bleek dat beide hoofdsoorten warmgewalst breedband uit de bij deze
procedures betrokken exportlanden worden ingevoerd, hoewel zwart warmgewalst breedband
de meerderheid vormt, wat ook het geval bleek te zijn in het kader van de eerdere procedure.
2. Soortgelijk product
(24) Zoals in het kader van de procedure, vermeld onder overweging (2), reeds werd vastgesteld
zijn er geen verschillen in de fysieke en technische basiskenmerken en gebruiksdoeleinden
van het uit de betrokken landen in de Gemeenschap ingevoerde warmgewalst breedband en
het door de bedrijfstak van de Gemeenschap geproduceerde warmgewalste breedband. Ook
werd vastgesteld dat er geen verschil was tussen het in de betrokken landen geproduceerde en
naar de Gemeenschap uitgevoerde warmgewalste breedband en het warmgewalste breedband
dat op de binnenlandse markt van die landen werd verkocht. Daarom werd geconcludeerd dat
het door de bedrijfstak van de Gemeenschap geproduceerde en in de Gemeenschap verkochte
warmgewalste breedband en het warmgewalste breedband dat in de betrokken landen werd
geproduceerd en aldaar verkocht, in de zin van artikel 1, lid 4, van de basisverordening,
producten waren van dezelfde soort als het warmgewalste breedband dat vanuit de betrokken
landen in de Gemeenschap werd ingevoerd.
C. DUMPING
1. Algemene werkwijze
(25) De hierna beschreven algemene werkwijze werd toegepast voor alle bij deze procedure
betrokken exportlanden. In de conclusies inzake dumping voor elk afzonderlijk land is dan
ook alleen beschreven wat specifiek is voor het betrokken land.
Normale waarde
(26) Om de normale waarde vast te stellen heeft de Commissie eerst voor elke producent/exporteur
onderzocht of diens totale binnenlandse verkoop van warmgewalst breedband representatief
was in vergelijking met diens totale uitvoer van warmgewalst breedband naar de Gemeen-
schap. Overeenkomstig artikel 2, lid 2, van de basisverordening werd de binnenlandse
verkoop representatief geacht indien de totale hoeveelheid die op de binnenlandse markt was
verkocht tenminste 5% bedroeg van de totale naar de Gemeenschap uitgevoerde hoeveelheid.
(27) Vervolgens is de Commissie nagegaan of de soorten die verkocht waren door ondernemingen
met een representatieve verkoop op de binnenlandse markt identiek of rechtstreeks vergelijk-
baar waren met de naar de Gemeenschap uitgevoerde soorten. Soorten werden als rechtstreeks
vergelijkbaar beschouwd wanneer zij, hoewel bijna identiek, niettemin enkele ondergeschikte
fysieke verschillen vertoonden, zoals lengte of breedte.
(28) Voor iedere door een producent/exporteur naar de Gemeenschap uitgevoerde soort die recht-
streeks vergelijkbaar was met een op de binnenlandse markt verkochte soort werd nagegaan
of de binnenlandse verkoop voldoende representatief was in de zin van artikel 2, lid 2, van de
basisverordening. De binnenlandse verkoop van een bepaalde soort werd voldoende
representatief geacht wanneer de totale op de binnenlandse markt verkochte hoeveelheid van
die soort in het onderzoektijdvak 5% of meer bedroeg van de totale naar de Gemeenschap
verkochte hoeveelheid van die soort.
(29) Overeenkomstig artikel 2, leden 3 en 4, van de basisverordening is de Commissie ook
nagegaan of de binnenlandse verkoop van iedere soort in het kader van normale handels-
transacties had plaatsgevonden; hiertoe ging zij per soort de verhouding na van de winst-
gevende verkoop aan onafhankelijke afnemers. Wanneer 80% of meer was verkocht tegen een
nettoprijs die gelijk was aan of hoger dan de berekende productiekosten en wanneer de
gewogen gemiddelde prijs gelijk was aan of hoger dan de productiekosten, werd de normale
waarde gebaseerd op de werkelijke op de binnenlandse markt betaalde prijs, dat wil zeggen de
gewogen gemiddelde prijs van de gehele binnenlandse verkoop in het onderzoektijdvak, ook
indien niet de gehele verkoop winstgevend was geweest. Wanneer minder dan 80%, maar wel
minstens 10% van de totale verkochte hoeveelheden met winst was verkocht, werd de
normale waarde gebaseerd op de werkelijke op de binnenlandse markt betaalde prijs, maar
dan uitsluitend van de winstgevende transacties.
(30) Wanneer van een soort minder dan 10% van de totale verkochte hoeveelheid met winst was
verkocht, werd geoordeeld dat deze soort niet in voldoende hoeveelheden was verkocht om de
binnenlandse prijs te gebruiken als basis voor de vaststelling van de normale waarde.
(31) Wanneer geen gebruik kon worden gemaakt van de binnenlandse prijzen van een bepaalde
soort om de normale waarde vast te stellen, werd gebruik gemaakt van een andere methode.
Dit was het geval voor Bulgarije, Egypte, Slowakije en Turkije. Op grond van artikel 2, lid 1,
van de basisverordening kan gebruik worden gemaakt van de prijzen van het betrokken
product van een andere producent op de binnenlandse markt. In Bulgarije, Slowakije en
Indien voor de vaststelling van de normale waarde de prijzen van andere producenten waren
gebruikt, zouden overigens veel op ramingen gebaseerde correcties nodig zijn geweest, omdat
het assortiment van het betrokken product zeer ruim is, afhankelijk met name van de kwaliteit
van het staal, breedte, lengte, bandbehandeling en -patroon. De normale waarde werd daarom,
overeenkomstig artikel 2, lid 3, van de basisverordening, vastgesteld door de fabricagekosten
van de uitgevoerde soorten te nemen en daaraan een redelijk percentage toe te voegen voor
verkoopkosten, administratiekosten en algemene kosten ("VAA-kosten") en de winst op de
binnenlandse markt.
(32) De Commissie onderzocht derhalve of de VAA-kosten en de winst van elk van de betrokken
producenten/exporteurs op de binnenlandse markt als betrouwbaar konden worden
beschouwd.
(33) Wanneer de op de binnenlandse markt verkochte hoeveelheden van de betrokken onder-
neming als representatief konden worden beschouwd, werd gebruik gemaakt van de feitelijke
VAA-kosten op de binnenlandse markt. De binnenlandse winst werd vastgesteld op basis van
de binnenlandse verkoop in het kader van normale handelstransacties. Indien niet aan deze
voorwaarden werd voldaan, onderzocht de Commissie of gebruik kon worden gemaakt van
gegevens van andere exporteurs of producenten. Zoals reeds vermeld was er in Bulgarije,
Slowakije en Turkije slechts één producent/exporteur, terwijl slechts een van de twee bekende
producenten/exporteurs in Egypte medewerking verleende. In Zuid-Afrika waren slechts twee
producenten/exporteurs tot medewerking bereid, zodat de gegevens van de enige andere
(34) Voor producenten/exporteurs in landen met hoge inflatie werd de normale waarde op maand-
basis vastgesteld om de vergelijking met de exportprijs zo billijk mogelijk te maken.
Exportprijs
(35) Wanneer het betrokken product naar onafhankelijke afnemers in de Gemeenschap was uit-
gevoerd, werd de exportprijs vastgesteld overeenkomstig artikel 2, lid 8, van de basis-
verordening, namelijk op basis van de werkelijk betaalde of te betalen exportprijzen.
(36) Indien via een gelieerde importeur was uitgevoerd, werd de exportprijs berekend overeen-
komstig artikel 2, lid 9, van de basisverordening en gecorrigeerd voor alle kosten tussen
invoer en wederverkoop en een redelijke marge voor VAA-kosten en winst van de gelieerde
importeur. In een dergelijk geval werd gebruik gemaakt van de eigen VAA-kosten van de
gelieerde importeur. De winstmarge werd vastgesteld aan de hand van de gegevens die
medewerkende onafhankelijke importeurs hadden verstrekt.
Vergelijking
(37) Om een eerlijke vergelijking te kunnen maken tussen de normale waarde en de exportprijs
werden, overeenkomstig artikel 2, lid 10, van de basisverordening, correcties toegepast om
rekening te houden met verschillen die van invloed zijn op de vergelijkbaarheid van de
prijzen. Correcties werden toegestaan in alle gevallen waarin deze gerechtvaardigd waren en
Dumpingmarge voor de onderzochte ondernemingen
(38) Voor iedere medewerkende producent/exporteur werd de gewogen gemiddelde normale
waarde per soort vergeleken met de gewogen gemiddelde exportprijs overeenkomstig
artikel 2, lid 11, van de basisverordening. -
Residuele dumpingmarge
(39) Voor niet-medewerkende ondernemingen werd een "residuele" dumpingmarge vastgesteld op
basis van de beschikbare gegevens overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening.
(40) Voor landen waarvan de opgegeven omvang van de uitvoer min of meer overeenstemde met
de Eurostat-gegevens, werd ervan uitgegaan dat het algemene niveau van medewerking hoog
was. Voor die landen was er geen reden om aan te nemen dat er een producent/exporteur was
die geen medewerking verleende. In die gevallen werd de residuele dumpingmarge vast-
gesteld op het niveau van de medewerkende onderneming met de hoogste dumpingmarge ten
einde de doeltreffendheid van de maatregelen te waarborgen.
(41) Voor landen met een laag niveau van medewerking, dat wil zeggen wanneer de opgegeven
omvang van de uitvoer door de medewerkende ondernemingen minder dan 80% bedroeg van
de totale omvang van de invoer volgens Eurostat, werd de residuele dumpingmarge vast-
gesteld op het niveau van de hoogste dumpingmarge die voor representatieve hoeveelheden
2. Bulgarije
(42) De enige bekende producent/exporteur heeft de vragenlijst beantwoord. Een deel van het
betrokken product werd op de binnenlandse markt aan een gelieerde onderneming verkocht
die het op de binnenlandse markt wederverkocht. Gegevens over de wederverkoop aan de
eerste onafhankelijke afnemers en over de kosten bij de wederverkoop werden bij de controle
ter plaatse ingewonnen en geverifieerd. - -
Normale waarde
(43) Omdat de binnenlandse verkoop niet representatief was vergeleken met de uitvoer naar de
Gemeenschap en omdat er geen andere bekende producenten van warmgewalst breedband in
Bulgarije waren, moest de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 3, van de basis-
verordening worden berekend.
(44) Wat de VAA-kosten en de winst betreft, werd onderzocht of deze overeenkomstig artikel 2,
lid 6, onder b) van de basisverordening konden worden vastgesteld, dat wil zeggen op basis
van de werkelijke VAA-kosten en winst bij de productie en de verkoop van dezelfde
algemene categorie producten. Omdat deze gegevens niet beschikbaar waren, ging de
Commissie voor haar berekening van de VAA-kosten en de winst uit van een andere redelijke
methode, overeenkomstig artikel 2, lid 6, onder c), van de basisverordening. Bij gebrek aan
meer betrouwbare gegevens is zij ervan uitgegaan dat de informatie die de bedrijfstak van de
Exportprijs
(45) Er was rechtstreeks naar onafhankelijke afnemers in de Gemeenschap uitgevoerd, zodat de
exportprijzen overeenkomstig artikel 2, lid 8, van de basisverordening werden vastgesteld.
Deze prijzen stemden overeen met de minimumprijsverbintenis die van kracht was.
Vergelijking
(46) Er vonden correcties plaats voor verschillen in binnenlandse vracht- en bankkosten. -
Dumpingmarge
(47) Bij vergelijking van de normale waarde met de exportprijs bleek dat het betrokken product
van de medewerkende producent/exporteur met dumping in de Gemeenschap was ingevoerd,
ondanks het feit dat de exporteur de minimumprijsverbintenis in acht had genomen. De
dumpingmarge, in procenten van de cif-invoerprijs, grens Gemeenschap, bedraagt voor
Kremikovtzi Corporation, Sofia, Botunetz en Kremikovtzi Trade EOOD, Sofia, Botunetz:
8,6%.
(48) Omdat het niveau van medewerking in Bulgarije hoog was, werd als residuele dumpingmarge
de dumpingmarge aangehouden die voor de medewerkende onderneming was vastgesteld,
Normale waarde
(50) Vrijwel de helft van de binnenlandse verkoop vond plaats in het kader van normale
handelstransacties en de normale waarde werd derhalve vastgesteld aan de hand van de
binnenlandse verkoopprijs, overeenkomstig artikel 2, lid 1, van de basisverordening. Voor de
andere naar de Gemeenschap uitgevoerde soorten waarvan onvoldoende hoeveelheden in het
kader van normale handelstransacties op de binnenlandse markt waren verkocht, werd de
normale waarde berekend, overeenkomstig artikel 2, lid 3, van de basisverordening.
(51) De normale waarde werd per soort berekend aan de hand van de bij het onderzoek vast-
gestelde fabricagekosten en de VAA-kosten bij verkoop op de binnenlandse markt. De
gebruikte winstmarge was die bij verkoop op de binnenlandse markt in het kader van normale
handelstransacties overeenkomstig artikel 2, lid 6, van de basisverordening.
(52) De normale waarde van het betrokken product dat via de gelieerde onderneming op de
binnenlandse markt was verkocht, werd vastgesteld aan de hand van de wederverkoopprijs
aan de eerste onafhankelijke afnemer. Om vast te stellen of deze verkoop in het kader van
normale handelstransacties had plaatsgevonden, werden de VAA-kosten van de gelieerde
onderneming die tijdens de controle ter plaatse waren vastgesteld, toegevoegd aan de
opgegeven productiekosten van de betrokken soorten. -
Vergelijking
(54) Er werden correcties toegepast voor verkoopkortingen, binnenlands vervoer, zeevrachtkosten,
bankkosten en kosten voor verpakking en krediet.
(55) De bankkosten bij uitvoer naar de Gemeenschap moesten worden gecorrigeerd naar aan-
leiding van de bevindingen bij de controle ter plaatse daar de kostenopgave fouten bevatte. De
kosten van kredietbrieven voor elke uitvoertransactie waren niet opgegeven en moesten
worden toegevoegd aan de hand van de cijfers die bij de controle ter plaatse waren verkregen.
(56) De onderneming verzocht tevens om een correctie voor de invoerrechten op grondstoffen die
waren gebruikt bij de productie van het betrokken product wanneer dit voor de binnenlandse
markt was bestemd en die bij uitvoer naar de Gemeenschap waren kwijtgescholden of terug-
betaald, op basis van artikel 2, lid 10, onder b) van de basisverordening. Hoewel per uit-
gevoerde ton platte producten, waaronder warmgewalst breedband, een bepaald bedrag was
ontvangen, waren geen exacte gegevens beschikbaar over de bedragen voor warmgewalst
breedband. Voorts kon niet worden aangetoond dat de rechten die bij uitvoer waren terug-
betaald in de normale waarde waren opgenomen. Dit verzoek moest derhalve worden
afgewezen. -
(58) De niveau van medewerking in Egypte was laag, zodat als residuele dumpingmarge de
gewogen gemiddelde dumpingmarge werd genomen van de productsoorten met de hoogste
dumpingmarge die naar de Gemeenschap waren uitgevoerd en die 10% uitmaakten van de
totale omvang van de uitvoer in het onderzoektijdvak. De aldus vastgestelde residuele
dumpingmarge bedraagt 58,6%.
4. Hongarije, Iran en Libië
(59) Om de in de overwegingen (130) en (186) vermelde redenen, werd de antidumpingprocedure
beëindigd ten aanzien van warmgewalst breedband uit Hongarije, Iran en Libië. De
dumpingmarge voor de enige Hongaarse producent/exporteur bleek, na vergelijking van de
normale waarde en de exportprijzen, ongeveer 20% te bedragen.
-
5.
Slowakije
(60) De enige bekende producent/exporteur en de vier importeurs die banden hebben met deze
producent/exporteur hebben de vragenlijst beantwoord. -
Normale waarde
(61) Bij vergelijking van de hoeveelheden die deze producent/exporteur op de binnenlandse markt
had verkocht met de uitgevoerde hoeveelheden bleek dat de binnenlandse verkoop niet
(63) De normale waarde werd derhalve berekend. Overeenkomstig artikel 2, lid 6, onder b), van de
basisverordening werd hierbij gebruik gemaakt van de VAA-kosten en winst van deze
producent/exporteur bij de productie en de verkoop van dezelfde algemene categorie
producten, dat wil zeggen warmgewalste producten (breedband, plaat en bandstaal), in
Slowakije. Op de binnenlandse markt werden beduidende hoeveelheden warmgewalste
producten verkocht.
(64) De producent/exporteur voerde aan dat de door de Commissie gebruikte VAA-kosten en de
winst waren beïnvloed door de hoge winst op een bepaald product dat tot dezelfde algemene
productcategorie behoorde die voor de vaststelling van de VAA-kosten en de winst was
gebruikt. Hij diende een verzoek in om een correctie voor fysieke verschillen op grond van
artikel 2, lid 10, onder a), van de basisverordening, welke correctie in overeenstemming moest
zijn met een redelijke raming van de marktwaarde van het verschil tussen het warmgewalst
breedband en het duurdere product. Ook werd om een correctie gevraagd voor andere factoren
in de zin van artikel 2, lid 10, onder k).
(65) Zoals vermeld in overweging (61) en overeenkomstig artikel 2, lid 6, van de basisverordening
kon in dit geval geen gebruik worden gemaakt van gegevens over de verkoop van het
betrokken product om de normale waarde te berekenen en werd gebruik gemaakt van de
VAA-kosten en de winst voor dezelfde algemene productcategorie. Deze algemene categorie
bestaat per definitie uit verschillende producten waarvan de VAA-kosten en de winst een
gemiddelde zijn en individuele waarden kunnen dus onder of boven het aldus bepaalde
(66) Artikel 2, lid 10, heeft betrekking op verschillen die van invloed zijn op de vergelijkbaarheid
van de normale waarde met de exportprijs. Ingevolge artikel 2, lid 10, is een verschil tussen
de winstmarges van het betrokken product en een van de producten van dezelfde algemene
productcategorie op zich niet relevant. Omdat geen vergelijking was gemaakt tussen warm-
gewalst breedband (het betrokken product) en de overige producten van dezelfde algemene
productcategorie, was een correctie niet nodig. Voorts komen verschillen in fysieke ken-
merken tussen producten van dezelfde algemene categorie ook tot uiting in kosten en prijzen.
Door gebruik te maken van de werkelijke kosten en prijzen van elk van de producten heeft de
Commissie rekening gehouden met eventuele verschillen. -
Exportprijs
(67) Ongeveer de helft van de uitvoer naar de Gemeenschap ging rechtstreeks naar onafhankelijke
afnemers en de exportprijs werd derhalve vastgesteld overeenkomstig artikel 2, lid 8, van de
basisverordening, namelijk op basis van de werkelijk betaalde of te betalen exportprijzen. De
overige uitvoer geschiedde via vier importeurs in de Gemeenschap waarmee de
producent/exporteur banden had.
(68) Voor uitvoer via de gelieerde importeurs werd de exportprijs berekend overeenkomstig
artikel 2, lid 9, van de basisverordening.
(69) De hoeveelheid (ongeveer 10%) die de producent/exporteur aan een gelieerde eindgebruiker
-
Vergelijking
(70) Er werden correcties toegepast voor verschillen in fysieke kenmerken, handelsstadium,
commissies, transport, laden, lossen, op- en overslag en aanverwante kosten, de kosten voor
verzekering, verpakking en krediet en voor bankkosten.
(71) De onderneming kon haar verzoek om een correctie voor verschillen in fysieke kenmerken
niet met cijfers onderbouwen. Bij gebrek aan meer betrouwbare gegevens werd de correctie
berekend aan de hand van het prijsverschil tussen producten van eerste kwaliteit en van
andere kwaliteit op de binnenlandse markt.
(72) De producent/exporteur voerde aan dat het betrokken product op de binnenlandse markt
uitsluitend aan eindgebruikers werd verkocht, terwijl bij uitvoer slechts ongeveer de helft aan
deze categorie afnemers werd verkocht en de andere helft aan distributeurs. Hij voerde verder
aan dat hij verschillende functies vervulde afhankelijk van de categorie afnemer: zo zou hij
technische bijstand en service verlenen aan gebruikers, maar niet aan distributeurs.
(73) De Commissie heeft in aanmerking genomen dat het betrokken product bij uitvoer naar
gelieerde importeurs in de Gemeenschap aan onafhankelijke gebruikers en distributeurs werd
wederverkocht. De exportprijs werd in dit geval berekend, zoals beschreven in over-
weging (36). Het handelsstadium na de exportprijs kon evenwel niet nauwkeurig worden
bepaald. Daarom werd besloten voor de vergelijking geen gebruik te maken van deze
(74) Het verzoek om een correctie voor de rechtstreekse uitvoer naar onafhankelijke distributeurs
werd gerechtvaardigd geacht. Daar de producent/exporteur dit product op de binnenlandse
markt niet in dit handelsstadium verkocht, werd de correctie op diens verzoek, overeen-
komstig artikel 2, lid 10, onder d) ii), vastgesteld op basis van 10% van de brutomarge (VAA-
kosten plus winst) bij productie en verkoop van dezelfde algemene productcategorie overeen-
komstig de vaste praktijk van de EG-instellingen. - -
Dumpingmarge
(75) Bij de vergelijking van de normale waarde met de exportprijs bleek dat het betrokken product
van de medewerkende producent/exporteur met dumping in de Gemeenschap was ingevoerd.
De dumpingmarge, in procenten van de cif-invoerprijs, grens Gemeenschap, bedraagt voor
U.S. Steel Kosice, s.r.o., Kosice, Slowakije: 25,8%
(76) Het niveau van de medewerking in Slowakije was hoog en als residuele dumpingmarge werd
de dumpingmarge aangehouden die voor de medewerkende producent/exporteur was vast-
gesteld, namelijk 25,8%.
-
6.
Zuid-Afrika
(77) De twee bekende producenten/exporteurs in Zuid-Afrika hebben de vragenlijst beantwoord.
(79) In het kader van het oorspronkelijk onderzoek was een verbintenis aanvaard van de tweede
producent/exporteur. Deze producent/exporteur bleek het betrokken product in het onder-
zoektijdvak niet naar de Gemeenschap te hebben uitgevoerd. Voor hem kon derhalve geen
dumpingmarge worden vastgesteld. Wel werd onderzocht of het waarschijnlijk is dat opnieuw
dumping zal plaatsvinden indien de maatregelen vervallen (zie de overwegingen (226) tot en
met (233)). - -
Normale waarde
(80) De normale waarde voor de twee producenten die deel uitmaken van de groep werd
afzonderlijk vastgesteld, omdat beiden het betrokken product in het onderzoektijdvak op de
binnenlandse markt hebben verkocht.
(81) Een producent van de groep heeft het betrokken product op de binnenlandse markt niet in het
kader van normale handelstransacties verkocht. De normale waarde moest derhalve worden
berekend, overeenkomstig artikel 2, lid 3, van de basisverordening. Voor de berekening van
de normale waarde werd gebruik gemaakt van de opgegeven fabricagekosten en de feitelijke
VAA-kosten.
(82) Eerst werd onderzocht of het redelijke bedrag voor winst overeenkomstig artikel 2, lid 6,
onder b) van de basisverordening kon worden vastgesteld. Omdat de onderneming geen
andere producten van dezelfde algemene categorie produceerde en verkocht, stelde de
(83) Omdat bijna 90% van de binnenlandse verkoop van de andere producent van deze groep in
het kader van normale handelstransacties had plaatsgevonden, werd de normale waarde vast-
gesteld aan de hand van de binnenlandse verkoopprijs, overeenkomstig artikel 2, lid 1, van de
basisverordening. Voor de soorten die naar de Gemeenschap waren uitgevoerd en die niet of
niet in voldoende hoeveelheden in het kader van normale handelstransacties waren verkocht,
werd de normale waarde berekend overeenkomstig artikel 2, lid 3, van de basisverordening.
Hiervoor werd gebruik gemaakt van de gegevens van de onderneming over de fabricage-
kosten en de VAA-kosten en de winst in verband met het betrokken product.
(84) Voor de tweede producent/exporteur in Zuid-Afrika die het betrokken product in het onder-
zoektijdvak niet heeft uitgevoerd, werd geen normale waarde berekend. -
Exportprijs
(85) Voor de producent/exporteur die het betrokken product in het onderzoektijdvak niet heeft
uitgevoerd, kon geen exportprijs worden vastgesteld.
(86) Voor de twee producenten van dezelfde groep werden de exportprijzen afzonderlijk voor elke
producent vastgesteld omdat beiden het betrokken product in het onderzoektijdvak naar de
Gemeenschap hadden uitgevoerd.
(87) Een van deze producenten heeft het betrokken product steeds naar onafhankelijke afnemers in
(88) Voor de gehele export via de gelieerde onderneming, moest de exportprijs worden berekend
overeenkomstig artikel 2, lid 9, van de basisverordening.
(89) Aangevoerd werd dat slechts de gelieerde onderneming van de groep in Zuid-Afrika bij de
verkoop via een gelieerde importeur aan onafhankelijke afnemers was betrokken en dat de
exportprijs derhalve niet moest worden berekend, doch worden vastgesteld aan de hand van
de werkelijk betaalde of te betalen prijzen overeenkomstig artikel 2, lid 8, van de basis-
verordening. Het onderzoek wees echter uit dat alle gelieerde importeurs in de Gemeenschap,
ook de betrokken importeur, zich regelmatig met de verkoop van het product bezig hadden
gehouden. De gelieerde importeur was derhalve wel degelijk betrokken bij de verkoop van het
betrokken product in de Gemeenschap en deze importeur maakte kosten bij de invoer en de
wederverkoop van dit product in de Gemeenschap, die derhalve overeenkomstig artikel 2,
lid 9, van de basisverordening in mindering moesten worden gebracht van de exportprijs. De
prijzen die de producent/exporteur in Zuid-Afrika zijn gelieerde importeur in de Gemeen-
schap in rekening bracht waren interne verrekenprijzen. Bijgevolg moesten ze als onbetrouw-
baar worden beschouwd. De prijs bij uitvoer via de gelieerde importeurs moest derhalve
worden berekend overeenkomstig artikel 2, lid 9, van de basisverordening. -
Vergelijking
(90) Er werden correcties toegepast voor commissies, de kosten van vervoer, laden, lossen, op- en
overslag en aanverwante kosten, verzekering, verpakking, krediet en voor bankkosten.
(91) De producent/exporteur stelde dat kosten voor de opstartfase in aanmerking moesten worden
genomen en dat de fabricagekosten voor het onderzoektijdvak daarom op de gegevens over
eind 2001 of begin 2002 moesten worden gebaseerd. Bij de controle ter plaatse bleek dat de
productie reeds in 1999 was gestart en dat de bezettingsgraad van 1999 tot het eind van het
onderzoektijdvak hoog was, d.w.z. de onderneming draaide vrijwel op volle capaciteit. In de
interne boekhouding van de onderneming waren de productiekosten sedert juli 1999 boven-
dien in de normale kostenberekening opgenomen. Het argument dat rekening moest worden
gehouden met de opstartkosten in het onderzoektijdvak kon dus niet worden aanvaard. - -
Dumpingmarge
(92) Een enkele individuele dumpingmarge werd berekend voor een producent/exporteur in Zuid-
Afrika, namelijk de groep waarvan de twee producenten van het betrokken product deel
uitmaakten, omdat deze als enige het product had uitgevoerd.
(93) Bij de vergelijking van de normale waarde met de exportprijs bleek dat het betrokken product
van deze producent/exporteur met dumping in de Gemeenschap was ingevoerd. De
dumpingmarge werd berekend op basis van de totale dumpingmarge die voor elke producent
van de groep was vastgesteld. De dumpingmarge, in procenten van de totale cif-invoerprijs,
grens Gemeenschap, bedraagt voor
Iscor Steel, Saldanha Steel, Macsteel International South Africa (Pty) Ltd, en Macsteel Inter-
(94) Zoals in overweging (79) vermeld, heeft een producent/exporteur in Zuid-Afrika het
betrokken product in het onderzoektijdvak niet uitgevoerd. Voor deze onderneming kon
derhalve geen nieuwe dumpingmarge worden vastgesteld.
(95) Het niveau van medewerking in Zuid-Afrika was hoog en als residuele dumpingmarge werd
daarom de dumpingmarge aangehouden van de medewerkende onderneming met de hoogste
dumpingmarge, namelijk 85,1%, ter waarborging van de doeltreffendheid van eventuele maat-
regelen.
7. Turkije
(96) De enige bekende producent/exporteur in Turkije heeft de vragenlijst beantwoord. Deze
producent/exporteur had banden met een afnemer die de aangekochte hoeveelheden hoofd-
zakelijk als grondstof gebruikte voor verdere verwerking, doch die in het onderzoektijdvak
ook zeer geringe hoeveelheden zowel op de binnenlandse markt heeft verkocht als naar de
Gemeenschap uitgevoerd. In beide gevallen waren de wederverkochte hoeveelheden minder
dan 1% van de totale verkoop van de producent/exporteur. De hoeveelheden die de
producent/exporteur rechtstreeks aan onafhankelijke afnemers op de binnenlandse markt heeft
verkocht en naar de Gemeenschap uitgevoerd werden derhalve voldoende representatief
geacht. Besloten werd de verkoop via de gelieerde afnemer niet in aanmerking te nemen. - -
(99) Voor de overige binnenlandse verkoop werd de normale waarde berekend overeenkomstig
artikel 2, lid 3, van de basisverordening.
(100) De onderneming had de fabricagekosten aan de verschillende soorten warmgewalst breedband
toegerekend op basis van een statistische coëfficiënt waarmee die de verschillende breedtes,
diktes en kwaliteiten van het product weergaf. Deze kostentoerekeningsmethode was evenwel
nooit daadwerkelijk gebruikt in de kostenadministratie van de onderneming, doch alleen voor
deze procedure voorgesteld. In de kostenadministratie van de onderneming waren de
fabricagekosten opgenomen per soort (productfamilies). Het was niet mogelijk na te gaan of
de kostentoerekening op basis van de statistische coëfficiënt nauwkeuriger was dan de
methode op basis van productfamilies. De Commissie oordeelde het derhalve passender
gebruik te maken van de toerekeningsmethode die de onderneming in haar boekhouding had
gebruikt, d.w.z. de maandelijkse fabricagekosten per productfamilie. De onderneming was het
met deze werkwijze eens.
(101) Wanneer de producent/exporteur geen informatie had verstrekt over de kosten in een bepaalde
maand werden de productiekosten voor productfamilies vastgesteld op basis van de beschik-
bare gegevens, d.w.z. op basis van de hoogste kosten voor een andere productfamilie in
dezelfde maand. De onderneming betwistte deze aanpak. De onderneming verstrekte echter
tegenstrijdige gegevens over de productie en de verkochte hoeveelheden en kon evenmin
aantonen dat de door de Commissie gehanteerde methode onredelijk was. De door de
Commissie gevolgde werkwijze werd derhalve de meest passende geacht.
(102) De normale waarde werd berekend door aan de fabricagekosten een redelijk bedrag voor
VAA-kosten en winst toe te voegen. De VAA-kosten op de binnenlandse markt waren vast-
gesteld bij de controle ter plaatse, d.w.z. op basis van een productfamilie (productsoort). De
winstmarge was die bij de binnenlandse verkoop in het kader van normale handelstransacties
overeenkomstig artikel 2, lid 6, van de basisverordening.
Exportprijs
(103) De waarde van door de onderneming opgegeven uitvoer was aanvankelijk omgezet van VS-
dollars in Turkse lira op basis van de door de diensten van de Commissie opgegeven maan-
delijkse wisselkoersen. Gezien de sterke inflatie van de Turkse lira in het onderzoektijdvak
werd het passender geacht gebruik te maken van de dagelijkse wisselkoersen van de Turkse
centrale bank die ter plaatse werden medegedeeld.
(104) De verkoop voor de uitvoer werd vastgesteld overeenkomstig artikel 2, lid 8, van de basis-
verordening. - -
Vergelijking
(105) Voor verschillen in de kosten van krediet, betalingen op termijn, laden, lossen, op- en over-
slag en verpakking werden correcties toegepast.
afnemer ondertekende een schuldbekentenis voor het bedrag op de factuur. Bij het verstrijken
van de termijn incasseerde de producent/exporteur het bedrag van de verkoopprijs,
vermeerderd met de rente. Voor dit onderzoek werd alleen het bedrag dat overeenkomt met de
verkoopprijs, dat wil zeggen het bedrag zonder rente, gebruikt voor de vergelijking. Een
correctie was derhalve niet nodig. De producent/exporteur was het hiermee niet eens, doch
kon niet aantonen dat deze werkwijze onjuist was. Het verzoek moest derhalve worden
afgewezen.
(107) De producent/exporteur heeft daarnaast controleerbare kredietkosten opgegeven voor uitvoer
naar de Gemeenschap die bij de berekening van de dumpingmarge op de exportprijs in
mindering werden gebracht. Na de bekendmaking van de conclusies beweerde deze
producent/exporteur echter dat geen rekening moest worden gehouden met deze kosten omdat
zij niet van invloed waren op de verkoopprijs. Dit nieuwe argument kon niet met bewijs-
materiaal worden gestaafd en moest derhalve worden afgewezen.
(108) De onderneming heeft tegenstrijdige gegevens verstrekt over de correctie voor betalingen op
termijn op de binnenlandse markt. Na zorgvuldig onderzoek van alle informatie en toe-
lichtingen werd vastgesteld dat het onmogelijk was een rechtstreeks verband te leggen tussen
de verleende kortingen en de verkoop van het betrokken product in het onderzoektijdvak.
Voorts was geen bewijsmateriaal ter staving van de kortingen die in dit verband zouden zijn
verleend. De onderneming had informatie verstrekt over betalingen op termijn bij de verkoop
van een volledige productcategorie (warmgewalste producten) met inbegrip van het betrokken
(109) De onderneming had geen kosten opgegeven voor laden, lossen, op- en overslag bij de
verkoop op de binnenlandse markt en bij uitvoer van het betrokken product, hoewel dit in de
vragenlijst was gevraagd. Bij de controle ter plaatse werd de onderneming opnieuw gevraagd
deze kosten op te geven: aan dit verzoek werd echter geen gevolg gegeven.
(110) Bij gebrek aan meer betrouwbare gegevens moest de Commissie bij de berekening van
correcties van ramingen uitgegaan, overeenkomstig artikel 18 van de basisverordening. Zij
was van oordeel dat zij redelijkerwijze kon uitgaan van de kosten die waren vastgesteld en
gecontroleerd voor de Egyptische onderneming die ook bij deze procedure is betrokken. Deze
Egyptische onderneming leek, wat de desbetreffende elementen betrof, veel op de Turkse
onderneming: beide ondernemingen zijn namelijk aan de kust gelegen en beschikken over
eigen havenfaciliteiten. De kosten voor laden, lossen, op- en overslag die voor deze onder-
neming waren vastgesteld, werden derhalve in mindering gebracht op de normale waarde en
de exportprijs.
(111) De onderneming heeft ook om een correctie gevraagd voor verschillen in fysieke kenmerken
tussen het op de binnenlandse markt verkochte en naar de Gemeenschap uitgevoerde product.
Het bedrag van de gevraagde correctie was gebaseerd op het jaarlijkse gemiddelde verschil
tussen de productiekosten afhankelijk van de breedte, dikte en staalkwaliteit van deze
productsoorten in het onderzoektijdvak. Zoals hierboven reeds vermeld werd vastgesteld dat
er geen verschillen waren in de kosten in verband met deze factoren.
(112) De onderneming verklaarde vervolgens dat de verschillen in fysieke kenmerken moesten
worden berekend op basis van de prijslijsten die bij het onderzoek waren voorgelegd. Dit
verzoek werd echter eerst in een zeer laat stadium van de procedure ingediend en de hierbij
verstrekte gegevens waren onvolledig en konden niet worden gecontroleerd. Tot slot wordt
opgemerkt dat de Commissie bij dit onderzoek gebruik heeft gemaakt van de interne product-
codes voor de verschillende productfamilies die de onderneming in haar boekhouding had
gehanteerd. Deze productsoorten waren identiek voor de binnenlandse en de exportmarkt,
zodat zij konden worden vergeleken zonder dat talrijke correcties nodig waren. -
Dumpingmarge
(113) De uitvoer naar de Gemeenschap geschiedde op FOB-basis. De kosten voor overzees vervoer
en verzekering werden vastgesteld op basis van de informatie die de Turkse
producent/exporteur had verstrekt.
(114) Bij de vergelijking tussen de normale waarde en de exportprijs bleek dat het betrokken
product van de medewerkende producent/exporteur met dumping in de Gemeenschap was
ingevoerd. De dumpingmarge, in procenten van de cif-invoerprijs, grens Gemeenschap
bedraagt voor:
EreNli Demir ve Celik Fabrikalari T.A.O, Zonguldak, Turkije: 11,5%
D. DEFINITIE VAN DE BEDRIJFSTAK VAN DE GEMEENSCHAP
1. Productie in de Gemeenschap
(116) Warmgewalst breedband werd in het onderzoektijdvak door de volgende ondernemingen in de
Gemeenschap geproduceerd:
-
-negen klagende producenten die aan het onderzoek medewerkten, waarvan één echter
niet alle voor dit onderzoek vereiste gegevens kon verstrekken;
-
-zeven niet-klagende producenten die slechts gedeeltelijk aan het onderzoek mede-
werkten, doch die algemene informatie hebben verstrekt; zes van hen steunden de klacht
en één heeft geen mening te kennen gegeven.
(117) Het door al deze ondernemingen vervaardigde warmgewalste breedband is de productie in de
Gemeenschap in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening
-
2.Definitie van de bedrijfstak van de Gemeenschap
(118) De acht EG-producenten die de klacht steunden, volledig medewerking verleenden en vol-
doende informatie verstrekten, waren in het onderzoektijdvak goed voor een groot deel,
namelijk 60,2%, van de totale productie van warmgewalst breedband in de Gemeenschap.
(120) Daar bovengenoemde acht EG-producenten het overgrote deel van het betrokken product in
de Gemeenschap hebben geproduceerd en slechts een klein percentage in de betrokken
exportlanden hebben aangekocht, beschouwt de Commissie deze acht EG-producenten als de
bedrijfstak van de Gemeenschap in de zin van artikel 4, lid 1, en 5, lid 4, van de basis-
verordening. Zij worden hierna de "bedrijfstak van de Gemeenschap" genoemd.
E. SCHADE
1. Omschrijving van de markt van de Gemeenschap
(121) Om vast te stellen of de bedrijfstak van de Gemeenschap schade heeft geleden en om het
verbruik in de Gemeenschap en andere economische indicatoren van de situatie van de
bedrijfstak van de Gemeenschap vast te stellen, moest worden onderzocht of en in hoeverre
bij de analyse rekening moest worden gehouden met het gebruik van de het betrokken product
dat door de bedrijfstak van de Gemeenschap was vervaardigd.
(122) Warmgewalst breedband wordt als halffabrikaat gebruikt bij de vervaardiging van andere
staalproducten (zoals brede en nauwe banden, koudgewalste producten en holle profielen) in
dezelfde staalfabriek of binnen dezelfde groep ondernemingen, of wordt als zodanig aan een
derde, al dan niet gelieerde partij verkocht. De eerste mogelijkheid wordt productie voor
intern gebruik genoemd. De verkoop aan andere ondernemingen kan verkoop op de vrije
markt zijn, maar is soms niet als verkoop op de vrije markt te beschouwen wanneer deze
(123) Voor dit onderzoek wordt onder productie voor intern gebruik de producten verstaan die
bestemd zijn voor een andere afdeling binnen dezelfde fabriek of een andere onderneming
binnen dezelfde groep om daar verder te worden verwerkt. Productie voor intern gebruik
houdt in dat er een interne verrekening plaatsvindt waarvoor geen facturen worden opgesteld,
dat de verkoop niet op marktvoorwaarden geschiedt of dat aan een onderneming wordt
verkocht die niet zelf haar leverancier kan kiezen. Onderzocht moest worden hoeveel voor
intern gebruik was geproduceerd en hoe groot deze hoeveelheid was in verhouding tot de
totale productie. Alle andere situaties werden beschouwd als verkoop op de vrije markt.
(124) Om een zo volledig mogelijk beeld te verkrijgen van de situatie van de bedrijfstak van de
Gemeenschap werden gegevens over de gehele productie van warmgewalst breedband bijeen-
gebracht en geanalyseerd en werd nagegaan of dit product voor intern gebruik dan wel voor
de vrije markt was bestemd. De productie van warmgewalst breedband voor intern gebruik
bleek geen rechtstreekse gevolgen te ondervinden van de invoer van warmgewalst breedband.
Het voor de vrije markt geproduceerde warmgewalst breedband bleek daarentegen recht-
streeks te concurreren met de invoer van dit product omdat dan normale marktvoorwaarden
golden, wat betekent dat de afnemer vrij zijn leverancier kan kiezen. De Commissie heeft haar
aandacht derhalve op de vrije markt geconcentreerd. Wanneer gegevens over de productie
voor de vrije markt en voor intern gebruik waren gecombineerd, werden deze voor de analyse,
zo nodig en indien mogelijk, gesplitst
(125) Bij dit onderzoek bleek dat bepaalde economische indicatoren van de situatie van de bedrijfs-
(126) Bij de analyse en de evaluatie van de overige economische indicatoren van de situatie van de
bedrijfstak van de Gemeenschap werd met name gelet op de situatie op de vrije markt, waar
de marktvoorwaarden meetbaar zijn en waar de verkoop op normale marktvoorwaarden
geschiedt, wat betekent dat de koper vrij is zijn leverancier te kiezen: met name de omvang
van de verkoop en verkoopprijzen op de EG-markt, de omvang van de uitvoer en de prijzen
werden in aanmerking genomen. Verbruik en marktaandeel werden vastgesteld aan de hand
van de omvang van de verkoop op de vrije markt en de omvang van de invoer.
2. Verbruik in de Gemeenschap
(127) Het verbruik in de Gemeenschap is vastgesteld aan de hand van de gegevens over de omvang
van de verkoop op de EG-markt door de bedrijfstak van de Gemeenschap en de andere EG-
producenten, de Eurostat-gegevens en de antwoorden op de vragenlijst betreffende de omvang
van de invoer uit de betrokken landen en andere derde landen.
Verbruik 1998 1999 2000 2001
(= onderzoektijdvak)
in ton 22.894.274 22.544.897 23.178.301 22.501.555
Index 100 98 101 98
(128) Het verbruik in de Gemeenschap was in de beoordelingsperiode vrijwel constant.
3. Invoer van warmgewalst breedband uit de betrokken landen
(129) De Commissie heeft onderzocht of invoer van warmgewalst breedband uit Bulgarije, Egypte,
Hongarije, Slowakije, Zuid-Afrika en Turkije cumulatief moest worden beoordeeld overeen-
komstig artikel 3, lid 4, van de basisverordening. Volgens dit artikel moet de invoer cumu-
latief worden beoordeeld indien de dumpingmarge bij invoer uit elk land meer dan minimaal
is in de zin van artikel 9, lid 3, van de basisverordening, de omvang van de invoer uit elk land
niet te verwaarlozen is en de gevolgen van de invoer cumulatief beoordeeld kunnen worden,
gezien de concurrentievoorwaarden tussen de ingevoerde producten onderling en tussen de
ingevoerde producten en het EG-product.
3.1. Te verwaarlozen invoer
(130) Uitgaande van de Eurostat-gegevens en de antwoorden op de vragenlijst bedroeg de invoer uit
Iran en Libië minder dan het bij artikel 5, lid 7, van de basisverordening vastgestelde
minimum van 1%. De procedure ten aanzien van deze twee landen dient dan ook te worden
beëindigd. Met de invoer uit deze landen zal echter wel rekening worden gehouden bij het
onderzoek naar het oorzakelijk verband wanneer andere factoren dan de invoer met dumping
worden onderzocht.
3.2. Cumulatieve beoordeling van de invoer
3.2.1. Hongarije
(132) De Hongaarse producent/exporteur voerde aan dat de gevolgen van de invoer van zijn
producten afzonderlijk beoordeeld moesten worden, gezien de ontwikkeling van zijn invoer in
de periode 1998-2001, zijn relatief constante marktaandeel en de daling van de invoer van zijn
producten in 2000 en het onderzoektijdvak tot een niveau dat iets meer dan minimaal was.
Hongarije 1998 1999 2000 2001
(= onderzoektijdvak)
Invoer (ton) 230.348 254.604 276.028 242.434
Index 100 111 120 105
Markaandeel 1,01% 1,13% 1,19% 1,08%
Index 100 112 118 107
(133) De omvang van de invoer uit Hongarije steeg in de periode 1998-2001 met 5%, terwijl het
marktaandeel schommelde tussen de 1 en 1,2%. Uit het onderzoek bleek echter ook dat de
invoer uit Hongarije, in tegenstelling tot de invoer uit de andere landen, in het onderzoek-
tijdvak met 12% was gedaald ten opzichte van 2000, waardoor het Hongaarse marktaandeel
tot iets meer dan 1% was gekrompen. De prijzen van een groot deel van het betrokken product
uit Hongarije waren bovendien de hoogste op de EG-markt (zowel ten opzichte van het
ingevoerde als het EG-product). Geoordeeld werd dat Hongarije het betrokken product op
andere concurrentievoorwaarden op de EG-markt had verkocht dan de andere landen, zodat
de gevolgen van de invoer uit Hongarije afzonderlijk moesten worden beoordeeld.
(134) De invoer van warmgewalst breedband uit Hongarije ontwikkelde zich dus heel anders dan de
invoer uit de andere betrokken landen. Het is derhalve gerechtvaardigd de gevolgen van de
invoer uit Hongarije afzonderlijk te beoordelen. Het verzoek werd derhalve ingewilligd. -
3.2.2. Egypte
(135) Aan de hand van de Eurostat-gegevens stelde een Egyptische producent/exporteur dat hij
afzonderlijk beoordeeld moest worden, gezien zijn hoge gemiddelde invoerprijs die in de
periode 2000-2001 constant was gebleven, wat erop wees dat hij een ander prijsbeleid voerde
dan de andere exporteurs.
(136) Bij de controle ter plaatse bleek dat de cif-prijzen van de medewerkende Egyptische
producent/exporteur bij uitvoer naar de Gemeenschap vergelijkbaar waren met die van de
andere bij dit onderzoek betrokken producenten/exporteurs. Deze rechtstreekse uitvoer naar
de EU in het onderzoektijdvak bedroeg 76,5% van de door Eurostat opgegeven uitvoer.
(137) De hoge gemiddelde invoerprijs volgens de Eurostat-cijfers kon worden toegeschreven aan
bijzondere leveringsvoorwaarden van een onafhankelijke handelaar. Deze EG-handelaar
leverde niet-ingeklaard warmgewalst breedband uit Egypte aan een belangrijke afnemer van
dat product in de Gemeenschap. Deze afnemer droeg zelf zorg voor de inklaring en gaf bij de
douane een cif-waarde en prijs per ton op die overeenkwam met de Eurostat-gegevens. Deze
invoerwaarde bevatte de handelsmarge van de EG-handelaar die de eerste onafhankelijke
(138) De omvang van de invoer van warmgewalst breedband uit Egypte steeg in de beoordelings-
periode met een factor 9 en van 2000 op het onderzoektijdvak met 66%. Het marktaandeel
van het Egyptische product bereikte 1,52% in het onderzoektijdvak, terwijl dit in 1998 0,17%
was en in 2000 0,88%.
(139) Omdat er derhalve geen belangrijke verschillen waren in de prijsontwikkeling, de hoeveel-
heden en het marktaandeel ten opzichte van de andere betrokken exportlanden werd het
verzoek om de gevolgen van de invoer uit Egypte afzonderlijk te beoordelen afgewezen. -
3.2.3. Zuid-Afrika
(140) Een Zuid-Afrikaanse producent/exporteur voerde aan dat een cumulatieve beoordeling voor
Zuid-Afrika niet gerechtvaardigd was, omdat zijn marktaandeel in de beoordelingsperiode een
afwijkende ontwikkeling liet zien, met name omdat dit marktaandeel te verwaarlozen zou zijn
en nog dalende was.
(141) Bij een herzieningsonderzoek wordt de waarschijnlijkheid van een voortzetting of herhaling
van schadeveroorzakende dumping onderzocht. Bij een dergelijk onderzoek is de kwestie van
het marktaandeel niet relevant. In ieder geval bleek het aandeel van het betrokken product uit
Zuid-Afrika op de vrije EG-markt in het onderzoektijdvak niet minimaal te zijn. In 1998,
1999 en 2000 daalde het marktaandeel inderdaad tot minder dan minimaal. Ondanks het
instellen van antidumpingmaatregelen in februari 2000, steeg de omvang van de invoer uit
(142) Het verzoek om de gevolgen van de invoer uit Zuid-Afrika afzonderlijk te beoordelen werd
daarom afgewezen. -
3.2.4. Slowakije
(143) De Slowaakse producent/exporteur voerde aan dat zijn uitvoer naar de Gemeenschap als te
verwaarlozen kon worden beschouwd, indien zijn verkoop aan EG-producenten van het
betrokken product buiten beschouwing werd gelaten. Hij stelde dat hij via andere distributie-
kanalen verkocht en een andere marketingstrategie volgde dan de andere betrokken export-
landen.
(144) De verkoop die volgens de Slowaakse producent/exporteur buiten beschouwing zou moeten
blijven vond echter met dumping op de vrije markt plaats. Er zijn derhalve geen redenen om
deze verkoop buiten beschouwing te laten.
(145) Deze producent/exporteur kon niet aantonen dat hij van andere distributiekanalen gebruik
maakte en een andere verkoopstrategie volgde waardoor hij op andere voorwaarden
concurreerde dan de producenten in de andere betrokken exportlanden.
(146) De invoer uit Slowakije ontwikkelde zich in overeenstemming met de invoer uit de andere
betrokken landen. Na de relatief stabiele periode 1998-2000 was er meer dan een
verdubbeling van de invoer uit Slowakije van 2000 op het onderzoektijdvak, waarbij het
3.2.5. Conclusie inzake de cumulatieve beoordeling van de invoer
(148) Gezien het bovenstaande wordt geconcludeerd dat aan alle voorwaarden is voldaan om de
gevolgen van de invoer uit Bulgarije, Egypte, Slowakije, Zuid-Afrika en Turkije cumulatief te
beoordelen.
(149) De situatie voor Hongarije was anders, met name gezien de ontwikkeling van de omvang van
de invoer van 2000 op het onderzoektijdvak en het niveau van de verkoopprijzen in het
onderzoektijdvak. De omvang van de invoer was in de beoordelingsperiode relatief constant
gebleven en was van 2000 op het onderzoektijdvak zelfs met 12% gedaald. De prijzen van de
belangrijkste soorten warmgewalst breedband uit Hongarije behoorden in het onderzoek-
tijdvak tot de hoogste op de EG-markt. De invoer uit Hongarije dient derhalve niet te worden
gecumuleerd met de invoer uit de overige betrokken exportlanden.
3.3. Cumulatieve ontwikkeling van de invoer uit Bulgarije, Egypte, Slowakije, Zuid-Afrika
en Turkije
Bulgarije Egypte Slowakije Zuid-Afrika Turkije 1998 1999 2000 2001
(= onderzoektijdvak)
Invoer (ton) 1.345.709 1.160.570 1.161.248 2.211.852
(150) De omvang van de invoer uit Bulgarije, Egypte, Slowakije, Zuid-Afrika en Turkije steeg in de
periode 1998-2001 aanzienlijk, namelijk met 64%. Nadat de invoer van 1999 op 2000 was
gedaald, was een sterke stijging waarneembaar van 2000 op 2001, toen de invoer met 90%
steeg.
(151) Uit de Eurostat-gegevens bleek dat de gemiddelde invoerprijs van warmgewalst breedband uit
Bulgarije, Egypte, Slowakije, Zuid-Afrika en Turkije in de periode 1998-2001 met 2% daalde.
De statistieken omvatten echter de hogere prijzen van warmgewalst breedband uit Egypte (zie
de overwegingen (135) tot en met (137)), hetgeen betekent dat het gemiddelde cumulatieve
prijsniveau in werkelijkheid lager is. De gemiddelde invoerprijs daalde in het onderzoek-
tijdvak met meer dan 12%.
(152) Het marktaandeel van Bulgarije, Egypte, Slowakije, Zuid-Afrika en Turkije steeg in de
periode 1998-2001 aanzienlijk en deze stijging was met name sterk van 2000 op 2001, toen
het marktaandeel vrijwel verdubbelde.
3.4. Prijsonderbieding
(153) Om de prijsonderbieding te kunnen vaststellen heeft de Commissie de prijzen in het onder-
zoektijdvak onderzocht. De verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Gemeenschap zijn
nettoprijzen na aftrek van kortingen. Deze prijzen zijn, indien nodig, gecorrigeerd tot prijzen
af fabriek, d.w.z. exclusief vrachtkosten in de Gemeenschap. De invoerprijzen waren ook
(154) De gewogen gemiddelde prijsonderbieding door de Slowaakse producent/exporteur bedroeg
in het onderzoektijdvak 3,7% van de verkoopprijzen van de bedrijfstak van de Gemeenschap.
Deze producent/exporteur bleek de prijzen van bepaalde soorten warmgewalst breedband met
17,7% te onderbieden.
(155) Voorts werd een sterke druk op de prijzen vastgesteld. Deze druk bleek uit het feit dat de
bedrijfstak van de Gemeenschap een aanzienlijk marktaandeel verloor (-3,7 procentpunten
van 2000 op het onderzoektijdvak) en zijn prijzen sterk moest verlagen (-10% van 2000 op
het onderzoektijdvak) om te voorkomen dat hij in het onderzoektijdvak nog meer orders zou
verliezen. De bedrijfstak van de Gemeenschap leed in het onderzoektijdvak niettemin aan-
zienlijke verliezen.
4. Situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap
4.1. Analyse van de factoren die relevant zijn voor de warmgewalste breedband-
productie in het algemeen
4.1.1. Productie, capaciteit en capaciteitsbenutting
1998 1999 2000 2001
(= onderzoektijdvak)
Productie 41.358.852 41.094.020 42.274.032 38.223.630
(156) De productie en de productiecapaciteit van de bedrijfstak van de Gemeenschap, wat warm-
gewalst breedband betreft, omvat zowel de productie voor de interne gebruik als voor de vrije
markt. De totale productie daalde in de beoordelingsperiode met 8%, terwijl de capaciteit
relatief constant bleef (zij steeg met 1%), zodat de bezettingsgraad als gevolg hiervan daalde
van 86,5% tot 79%.
(157) De productiefaciliteiten voor warmgewalst breedband kunnen ook worden gebruikt om
producten te vervaardigen die niet onder deze procedure vallen, zoals gelegeerd breedband of
bandstaal. Bij de beoordeling van de bezettingsgraad moet derhalve worden uitgegaan van de
capaciteit die officieel is opgegeven aan de Commissie in het kader van het EGKS-Verdragen,
waarbij rekening wordt gehouden met factoren zoals vakantieperiodes, opstarttijd en onder-
houd. Het is duidelijk dat een constante hoge bezettingsgraad voor de ijzer- en staalindustrie
van groot belang is.
(158) Omdat de productiecapaciteit aan een reeks producten kan worden toegeschreven, is deze
factor van minder belang voor het bepalen van de schade op het gebied van warmgewalst
breedband. De daling van de productie van warmgewalst breedband in het onderzoektijdvak
ten opzichte van 2000 en de overeenkomstige daling van de bezettingsgraad blijven echter
relevant.
(159) Over de gehele periode 1998-onderzoektijdvak daalde de productie voor de vrije markt met
11%. In de periode 1998-2000 bleef de productie min of meer gelijk, doch deze daalde met
ongeveer 10% in het onderzoektijdvak.
(160) De productie voor intern gebruik daalde over de gehele beoordelingsperiode met 6%, maar er
was een stijging met 4% in de periode 1998-2000, waarna in het onderzoektijdvak een daling
met 9% volgde.
(161) Dankzij de productie voor intern gebruik kon de bedrijfstak van de Gemeenschap zijn
bezettingsgraad handhaven. De verhouding tussen de productie voor intern gebruik en voor de
vrije markt bleef min of meer constant; beide daalden in het onderzoektijdvak sterk.
4.1.2. Voorraden
Voorraden 1998 1999 2000 2001
(= onderzoektijdvak)
in ton 2.382.295 2.891.011 2.977.430 2.545.798
index 100 121 125 107
% van totale 5,8% 7,0% 7,0% 6,7%
productie
(162) De voorraden omvat zowel warmgewalst breedband voor intern gebruik als voor de verkoop
op de vrije markt. Ondernemingen maken in de praktijk geen onderscheid tussen de
4.1.3. Productie- en loonkosten
1998 1999 2000 2001
(= onderzoektijdvak)
Productiekosten 250,93 245,62 263,48 288,07
per ton - - -
index 100 98 105 115
(163 De stijging van de productiekosten kan worden toegeschreven aan bijkomende afschrijvingen
na investeringen in nieuwe processen, hoofdzakelijk in 2000, en de lagere productie, zodat
bepaalde vaste kosten, zoals afschrijvingen, over geringere hoeveelheden moesten worden
omgeslagen waardoor de kosten per ton stegen.
(164) De gemiddelde loonsom per werknemer steeg in de periode 1998-onderzoektijdvak met 2,5%
per jaar, een percentage dat vergelijkbaar is met dat van de inflatie in die periode.
4.1.4. Investeringen
1998 1999 2000 2001
(= onderzoektijdvak)
Investeringen 505.321 481.852 793.414 535.485
(x 1000 ) - - -
(165) De investeringen van deze bedrijfstak zijn traditioneel aanzienlijk en hadden betrekking op de
vervanging van machines en uitrusting en de reeds genoemde nieuwe productieprocessen. De
tijdstip van deze laatstgenoemde investeringen, hoofdzakelijk in 2000, viel samen met de
vaststelling van antidumpingmaatregelen in het kader van de in overweging (2) vermelde
procedure, wat betekende dat een verbetering van de marktvoorwaarden werd verwacht.
4.1.5. Werkgelegenheid en productiviteit
1998 1999 2000 2001
(= onderzoektijdvak)
Arbeidsplaatsen 21.431 20.968 20.335 19.505
index 100 98 95 91
Productiviteit 1.930 1.960 2.079 1.960
ton per werknemer - - -
index 100 102 108 102
(166) De werkgelegenheid in verband met het betrokken product daalde in de beoordelingsperiode
met 9%; de sterkste daling, met 4%, deed zich voor in het onderzoektijdvak.
(167) De verbetering van de productiviteit van 1988 op 1999 was een gevolg van de vermindering
van het aantal arbeidsplaatsen. De sterkste stijging van de productiviteit in de beoordelings-
4.2. Beoordeling van de factoren die relevant zijn voor de verkoop op de vrije markt
4.2.1. Omvang van de verkoop, verkoopprijs, marktaandeel en groei
Verkoop op de vrije EG-markt 1998 1999 2000 2001
(= onderzoektijdvak)
in ton 11.934.472 11.641.842 11.899.864 10.701.589
index 100 98 100 90
verkoopprijs in 280,72 221,19 293,09 264,22
per ton 100 79 104 94
index
marktaandeel 52,1% 51,6% 51,3% 47,6%
index 100 99 98 91
(168) De omvang van de verkoop in de Gemeenschap bleef in de periode 1998-2000 relatief
constant, doch daalde in het onderzoektijdvak met 10%.
(169) De gemiddelde verkoopprijs daalde in de periode 1998-onderzoektijdvak met 6%. De prijzen
waren in 2000 iets hoger dan in 1998, na een zeer sterke daling in 1999 toen de gemiddelde
prijs 21% lager was dan in 1998. In het onderzoektijdvak gingen de prijzen echter opnieuw
met 9% omlaag.
(170) In de periode 1998-2001 verloor de bedrijfstak van de Gemeenschap 4,5 procentpunten
4.2.2. Factoren die van invloed waren op de binnenlandse prijzen
(171) Bij het onderzoek bleek dat de gemiddelde, gedrukte verkoopprijs van de bedrijfstak van de
Gemeenschap in het onderzoektijdvak ongeveer gelijk was aan de gemiddelde prijs van het
met dumping ingevoerde product. Bij een vergelijking per soort bleek echter dat de prijzen
van de betrokken producenten/exporteurs in sommige gevallen de prijzen van de bedrijfstak
van de Gemeenschap aanzienlijk onderboden. De combinatie van dit soort prijsonderbieding
met de toenemende invoer met dumping was zeker van invloed op de binnenlandse prijzen
van de bedrijfstak van de Gemeenschap. De binnenlandse prijzen begonnen in het onderzoek-
tijdvak juist te dalen toen zeer grote hoeveelheden warmgewalst breedband met dumping
werden ingevoerd, waardoor de verkoopprijzen op de EG-markt sterk onder druk kwamen te
staan.
4.2.3. Winstgevendheid
Winstgevendheid 1998 1999 2000 2001
(= onderzoektijdvak)
Verkoop op de 10,6% -11,0% 10,1% -9,0%
vrije markt
(172) Ondanks de stijging van de productiekosten in 2000 slaagde de bedrijfstak van de Gemeen-
schap erin opnieuw winst te boeken door een stijging van de verkoopprijzen als gevolg van de
antidumpingrechten die in het kader van de in overweging 2 vermelde procedure waren
4.2.4. Opbrengst van investeringen
(173) De verstrekte gegevens over investeringen hadden betrekking op de productiecapaciteit die
zowel voor intern gebruik als voor de vrije markt wordt ingezet. Het nettoresultaat van de
verkoop op de vrije markt heeft echter alleen betrekking op dat deel van de productie-
capaciteit dat in theorie met deze verkoop overeenstemt. De opbrengst van investeringen,
berekend door de netto-opbrengst van de verkoop op de vrije markt te delen door dat deel van
de acquisitiewaarde van de investeringen die in theorie met deze verkoop overeenstemt,
bedroeg -6,5% in het onderzoektijdvak, terwijl deze in 2000 + 9,6% was.
4.2.5. Kasstroom en het vermogen om kapitaal aan te trekken
(174) De kasstroom van de bedrijfstak van de Gemeenschap was in het onderzoektijdvak negatief,
hetgeen betekent dat de kasuitstroom hoger was dan de kasinstroom en dat de financiële
resultaten onvoldoende waren om afschrijvingen, herwaarderingen en voorzieningen te
dekken. De investeringen konden dan ook niet zonder aanvullende externe financiering
worden voortgezet.
(175) Het vermogen om kapitaal aan te trekken bleek niet te zijn beïnvloed door de negatieve
resultaten in het onderzoektijdvak, omdat in 2000 goede financiële resultaten werden geboekt.
De productie van warmgewalst breedband is bovendien slechts een van de activiteiten van de
staalproducenten, en is dus niet de enige factor die van invloed is op hun financiële vermogen.
(177) Gezien de kenmerken van de staalnijverheid en de inhoud van de overwegingen (165) en
(243), werd vastgesteld dat de bedrijfstak van de Gemeenschap zich nog steeds in het proces
bevindt van herstel van de negatieve gevolgen van in het verleden waargenomen dumping en
subsidiering.
4.3. Productie voor intern gebruik
1998 1999 2000 2001
(=onderzoektijdvak)
In ton 28.075.070 28.265.878 29.138.693 26.467.114
index 100 101 104 94
Aandeel in de - -
totale 67,88% 68,78% 68,93% 69,24%
productie
(178) Een aantal indicatoren met betrekking tot de productie voor intern gebruik maakt deel uit van
de analyse van alle activiteiten die verband houden met het betrokken product (d.w.z.
productiecapaciteit en bezettingsgraad, productiekosten, voorraden, investeringen, werk-
gelegenheid en productiviteit). Wat bepaalde, hierboven geanalyseerde factoren met
betrekking tot de vrije markt betreft (d.w.z. omvang van de verkoop, prijzen en winstgevend-
heid) kunnen de ontvangen gegevens, gezien hun aard, niet rechtstreeks en op objectieve
wijze worden vergeleken met de gegevens voor de vrije markt. Het bleek echter niet dat het
(179) Van 1998 op 2000 steeg de productie voor intern gebruik met meer dan 1 miljoen ton, ofwel
met 4%, zodat de totale productie van de bedrijfstak van de Gemeenschap steeg, ondanks het
feit dat de productie voor de vrije markt vrijwel constant bleef. In het onderzoektijdvak daalde
de productie voor intern gebruik echter met 9,2%, iets minder dan de daling van de productie
voor de vrije markt met 10,5%, zodat de totale productie daalde met meer dan 4 miljoen ton
ofwel 9,6%.
5. Conclusie inzake schade
(180) De omvang van de invoer uit Bulgarije, Egypte, Slowakije, Zuid-Afrika en Turkije steeg in de
beoordelingsperiode met 64%. Het marktaandeel van het betrokken product uit deze landen
steeg in die periode van 5,9% tot 9,8% en de gewogen gemiddelde invoerprijs daalde met 2%.
(181) De toename van het marktaandeel van het ingevoerde product, de stijging van de omvang van
de invoer en de daling van de verkoopprijs waren met name sterk in het onderzoektijdvak. De
omvang van de invoer verdubbelde bijna, het marktaandeel steeg van 5% tot 9,8% en de
invoerprijzen daalden met 12%. Voorts bleek dat de prijzen van de bedrijfstak van de
Gemeenschap op de vrije markt door de producenten/exporteurs uit de betrokken export-
landen met meer dan 10% werden onderboden, afhankelijk van het soort warmgewalste
breedband, en dat deze onderbieding druk uitoefende op de prijzen van alle soorten warm-
(183) Rekening houdend met alle hierboven genoemde factoren en met name de daling van de
productie, van de omvang van de verkoop, van de prijzen en het marktaandeel alsmede de
financiële verliezen in het onderzoektijdvak wordt geoordeeld dat de bedrijfstak van de
Gemeenschap aanmerkelijke schade heeft geleden.
F. OORZAAK VAN DE SCHADE
1. Inleiding
(184) Overeenkomstig artikel 3, leden 6 en 7, van de basisverordening heeft de Commissie onder-
zocht of de bedrijfstak van de Gemeenschap schade heeft geleden door de invoer met
dumping van warmgewalst breedband uit Bulgarije, Egypte, Hongarije, Slowakije, Zuid-
Afrika en Turkije. Ook andere bekende factoren waardoor de bedrijfstak van de Gemeenschap
in dezelfde periode schade zou kunnen hebben geleden werden onderzocht om te voorkomen
dat door deze factoren veroorzaakte schade aan de invoer met dumping uit genoemde landen
wordt toegeschreven.
-
2.
Gevolgen van de invoer met dumping
2.1. Hongarije
(185) Zoals in overweging (148) vermeld, bleek de invoer uit Hongarije in de periode 1998-2001
(186) Het is dan ook weinig waarschijnlijk dat de invoer uit Hongarije, op zich, in beduidende mate
heeft bijgedragen tot de aanmerkelijke schade die de bedrijfstak van de Gemeenschap in het
onderzoektijdvak heeft geleden. De procedure ten aanzien van warmgewalst breedband uit
Hongarije dient dan ook te worden beëindigd en met de gevolgen van deze invoer wordt
rekening gehouden bij de analyse van de gevolgen van de invoer uit de andere landen.
2.2. Invoer uit de overige betrokken landen
(187) Hoewel het verbruik in de Gemeenschap in de beoordelingsperiode constant bleef, steeg de
invoer met dumping uit Bulgarije, Egypte, Slowakije, Zuid-Afrika en Turkije in die periode
aanzienlijk en bereikte 2,2 miljoen ton in het onderzoektijdvak, hetgeen overeenkomt met een
stijging van het marktaandeel van 5,9% tot 9,8%. In die periode daalde het marktaandeel van
de bedrijfstak van de Gemeenschap van 52,1% tot 47,6%.
(188) Deze ontwikkeling zette zich nog sterker voort in het onderzoektijdvak. Terwijl het verbruik
in de Gemeenschap met 2,9% daalde, was er bijna een verdubbeling van de invoer met
dumping uit Bulgarije, Egypte, Slowakije, Zuid-Afrika en Turkije, hetgeen overeenkomt met
een stijging van het marktaandeel van die landen van 5% tot 9,8%. Het marktaandeel van de
bedrijfstak van de Gemeenschap daalde ondertussen van 51,3% tot 47,6%.
(189) De prijzen van de bedrijfstak van de Gemeenschap werden niet of niet in belangrijke mate
onderboden door de gemiddelde prijzen bij invoer uit Bulgarije, Egypte, Slowakije, Zuid-
(190) De EG-markt voor warmgewalst breedband is bijzonder transparant omdat warmgewalst
breedband een basisproduct is en de belangrijkste producenten bekend zijn. Verkopers van
warmgewalst breedband zijn op de hoogte van de behoeften van de kopers en houden de
prijzen meestal dagelijks bij. Als gevolg hiervan oefent ook een incidentele onderbieding van
uiteenlopende soorten warmgewalst breedband een aanzienlijke neerwaartse druk uit op het
algemene prijsniveau van dit product.
(191) De toename van de invoer met dumping van warmgewalst breedband uit Bulgarije, Egypte,
Slowakije, Zuid-Afrika en Turkije heeft dan ook bijgedragen aan gedrukte prijzen en op deze
wijze duidelijk ongunstige gevolgen gehad voor de situatie van de bedrijfstak van de
Gemeenschap.
3. Gevolgen van andere factoren
3.1. Ontwikkeling van het verbruik
(192) Het verbruik in de Gemeenschap bleef in de beoordelingsperiode vrij constant, hoewel het in
de jaren 1998 en 2000 respectievelijk 2% en 3% hoger was dan in 1999 en het onderzoek-
tijdvak. In normale omstandigheden, in afwezigheid van invoer met dumping, zou de daling
van het verbruik min of meer dezelfde gevolgen moeten hebben gehad voor iedereen die
warmgewalst breedband in de Gemeenschap verkoopt. Bij het onderzoek bleek echter het
tegendeel. Terwijl de invoer met dumping in het onderzoektijdvak met 90% toenam, daalde
(193) De daling van het verbruik in de Gemeenschap in het onderzoektijdvak zou mede de oorzaak
kunnen zijn geweest van de schade die de bedrijfstak van de Gemeenschap heeft geleden. Het
is echter waarschijnlijk dat een stijging van het verbruik vooral de exporteurs in de betrokken
exportlanden ten goede zou zijn gekomen en niet de bedrijfstak van de Gemeenschap. De
lichte daling van het verbruik in het onderzoektijdvak vormt derhalve geen verklaring voor de
daling van 10% van de verkoop van de bedrijfstak van de Gemeenschap op de vrije markt.
(194) Uitgaande van bovenstaande feiten en overwegingen is de Commissie dan ook van oordeel
dat indien schade is veroorzaakt door een daling van het verbruik, deze niet aanmerkelijk kan
worden genoemd.
3.2. Invoer uit andere derde landen
Invoer 1998 1999 2000 2001
in ton (= onderzoektijdvak)
Verbruik 22.894.274 22.544.897 23.178.301 22.501.555
Index 100 98 101 98
Invoer
Rusland 582.691 934.471 1.115.350 735.120
Index 100 160 191 126
Andere derde 2.888.386 1.748.714 2.552.179 2.063.933
(195) In het onderzoektijdvak was, afgezien van de bij deze procedure betrokken landen, alleen de
invoer uit Rusland beduidend hoger dan de drempelwaarde van 1% van het verbruik in de
Gemeenschap. Voor de invoer uit Rusland gold overigens een vrijwillige zelfbeperkings-
overeenkomst, dat wil zeggen dat dit land een bepaalde hoeveelheid niet zou overschrijden.
De "overige derde landen" zijn de landen die niet bij deze procedure betrokken zijn (met
inbegrip van Hongarije, Iran en Libië, daar de procedure ten aanzien van die landen wordt
beëindigd), met uitzondering van Rusland, dat afzonderlijk is vermeld.
(196) De invoer uit Rusland steeg over de gehele periode 1998-2001 met 26%. Na een zeer sterke
stijging in de periode 1998-2000 daalde de invoer uit Rusland met ongeveer een derde in
2001. De invoer uit de andere landen daalde in de beoordelingsperiode met 29%. De totale
invoer uit derde landen die niet onder een van onderhavige procedures vallen daalde in de
beoordelingsperiode met 19%.
Gemiddelde invoerprijs in per ton 1998 1999 2000 2001
(= onderzoektijdvak)
Rusland 255,5 191,4 303,4 240,2
Index 100 75 119 94
Andere derde 276,4 217,2 316,3 255,6
landen - - -
Index 100 79 114 92
Totaal van niet 272,9 208,2 312,4 251,5
(197) De prijzen bij invoer uit derde landen volgden in de beoordelingsperiode een soortgelijke
ontwikkeling als de prijzen bij invoer uit Bulgarije, Egypte, Slowakije, Zuid-Afrika en Turkije
en die van de bedrijfstak van de Gemeenschap. Uit de beschikbare gegevens bleek dat de lage
prijzen van warmgewalst breedband uit Rusland voortvloeien uit de ongelijkmatige en lage
kwaliteit van dit product, wat ook het historische verschil met de prijzen van andere landen
verklaart.
Marktaandeel 1998 1999 2000 2001 (= onderzoek- tijdvak)
Rusland 2,55% 4,14% 4,81% 3,27%
Index 100 162 189 128
Andere landen 12,62% 7,76% 11,01% 9,17%
Index 100 61 87 73
Totaal van niet 15,17% 11,90% 15,82% 12,44%
bij de procedure
betrokken landen
Index 100 78 104 82
(198) Het marktaandeel van het betrokken product uit Rusland steeg in de periode 1998-2001 met
28% of 0,72 procentpunten, in overeenstemming met de stijging van de invoer. Het
marktaandeel steeg tot 2000 met 2,26 procentpunten en in het onderzoektijdvak met 1,54
procentpunten. De andere landen verloren in de beoordelingsperiode 3,45 procentpunten aan
marktaandeel. Landen die niet bij een van onderhavige procedures zijn betrokken, verloren in
(199) Uitgaande van de daling van de invoer uit Rusland met 34% in het onderzoektijdvak, het
overeenkomstige verlies aan marktaandeel van 1,5% en de daling van de invoer uit de overige
landen werd geconcludeerd dat de invoer met dumping uit Bulgarije, Egypte, Slowakije,
Zuid-Afrika en Turkije in belangrijke mate heeft bijgedragen tot de schade die de bedrijfstak
van de Gemeenschap heeft geleden als gevolg van de sterke stijging van de omvang van de
invoer, het marktaandeel en de lage prijzen.
3.3. Uitvoer door de bedrijfstak van de Gemeenschap
1998 1999 2000 2001 (= onderzoektijdvak)
In ton 1.282.606 1.110.693 1.176.297 1.008.515
index 100 87 92 79
Prijs ( per ton) 283,15 245,72 303,66 265,04
index 100 87 107 94
(200) De export van de bedrijfstak van de Gemeenschap bedroeg in het onderzoektijdvak 8,6% van
de totale verkoop op de vrije markt, terwijl dit cijfer 9,7% was in 1998, 8,7% in 1999 en 9%
in 2000. Omdat de uitvoer van warmgewalst breedband naar derde landen derhalve een
relatief onbelangrijke, doch constante activiteit vormt, wordt geoordeeld dat geen schade is
geleden door de ontwikkeling van de export in de beoordelingsperiode. De exportprijzen
waren in het onderzoektijdvak bovendien vergelijkbaar met de verkoopprijzen op de vrije
3.4. Wereldwijde situatie en de cyclische aard van de ijzer- en staalindustrie
(201) De schade die de bedrijfstak van de Gemeenschap in het onderzoektijdvak heeft geleden kan
niet geheel los worden gezien van de omstandigheden op de wereldstaalmarkt. In veel
verslagen, met inbegrip van een recente studie van de OESO, werd gewezen op de noodzaak
om de ijzer- en staalindustrie te herstructureren en de overcapaciteit terug te dringen. Een
aantal belangrijke ijzer- en staalproducenten, zoals Japan en de Gemeenschap, zijn reeds tot
herstructureringen overgegaan, terwijl andere landen dit niet hebben gedaan.
(202) Hoewel niet kan worden ontkend dat de situatie op de wereldmarkt voor ijzer- en staal-
producten de prijzen heeft doen dalen en dat dit mede de oorzaak is geweest van de schade die
de bedrijfstak van de Gemeenschap heeft geleden, zou deze situatie voor alle marktdeel-
nemers gelijkaardige gevolgen moeten hebben gehad. De sterke stijging van de laag geprijsde
invoer van warmgewalst breedband uit Bulgarije, Egypte, Slowakije, Zuid-Afrika en Turkije
en de verschuiving van het marktaandeel ten gunste van die landen kunnen echter niet door de
situatie op de wereldmarkt voor ijzer- en staalproducten worden verklaard en had als gevolg
dat de bedrijfstak van de Gemeenschap zijn marktaandeel niet kon handhaven.
(203) Aangevoerd werd dat de prijzen van ijzer- en staalproducten een cyclisch verloop kennen,
zoals blijkt uit de relatief hoge prijzen in 1998 en 2000, die telkens werden gevolgd door
lagere prijzen in 1999 en 2001. De schade die de bedrijfstak van de Gemeenschap in het
onderzoektijdvak heeft geleden zou het gevolg zijn van een neergang in de cyclus en zou dan
(205) Om het lage prijsniveau tegen te gaan werden in 1999 antidumpingmaatregelen genomen ten
aanzien van Bulgarije, India, Zuid-Afrika, Taiwan en de Federale Republiek Joegoslavië. De
opwaartse prijsontwikkeling die bijdroeg tot de goede financiële resultaten in 2000 werd in
het onderzoektijdvak echter afgezwakt, toen warmgewalst breedband uit Bulgarije, Egypte,
Libië, Slowakije, Zuid-Afrika en Turkije de plaats begon in te nemen van warmgewalst
breedband uit Brazilië, China, India, Roemenië, Rusland en Thailand.
(206) Hoewel niet kan worden uitgesloten dat cycli enige invloed uitoefenen op de prijzen, worden
de gevolgen ervan voor de situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap, in vergelijking
met bovenbeschreven factoren, niet als aanzienlijk beschouwd.
3.5. Productie voor intern gebruik
(207) Tevens werd onderzocht of de bedrijfstak van de Gemeenschap zijn verkoop op de vrije markt
niet had geschaad door zich meer toe te leggen op de productie voor intern gebruik, waardoor
de productie voor de vrije markt in het onderzoektijdvak met 10,5% daalde ten opzichte
van 2000.
(208) Het aandeel van de productie voor intern gebruik in de totale productie steeg in de
beoordelingsperiode iets, namelijk van 67,9% tot 69,2%. De trends van zowel de productie
voor intern gebruik als die voor de vrije markt waren echter vergelijkbaar en daalden in het
onderzoektijdvak fors ten opzichte van 2000.
(209) In het onderzoektijdvak daalde de productie voor intern gebruik van de bedrijfstak van de
Gemeenschap met 9,2% ofwel met meer dan 3 miljoen ton. Zoals in overweging (157) is
vermeld, is een hoge bezettingsgraad voor de bedrijfstak van de Gemeenschap van belang.
Deze bedrijfstak is zich ervan bewust dat een vrijwillige verschuiving van de productie voor
de ene bestemming naar de andere geen voordelen biedt. Gezien de achteruitgang van de
productie voor intern gebruik moest deze bedrijfstak wel trachten deze daling goed te maken
door zijn productie voor de vrije markt te verhogen. Dit was echter onmogelijk door de aan-
wezigheid van met dumping ingevoerde producten op de markt. De bedrijfstak van de
Gemeenschap kon de slechtere voorwaarden op de vrije markt slechts gedeeltelijk
compenseren door meer te produceren voor intern gebruik. Het aandeel van deze productie
steeg van 68,9% in 2000 tot 69,2% van zijn totale productie in het onderzoektijdvak.
(210) Daarom wordt geoordeeld dat de ontwikkeling van de productie voor intern gebruik niet in
beduidende mate heeft bijgedragen tot de aanmerkelijke schade die de bedrijfstak van de
Gemeenschap heeft geleden.
3.6. Verhoging van de capaciteit
(211) De bedrijfstak van de Gemeenschap heeft zijn capaciteit in het onderzoektijdvak met
ongeveer 500.000 ton uitgebreid. Dit was een gevolg van de investeringen in 2000 die,
afgezien van onderhoud, waren bestemd voor de invoering van continugieten ter vervanging
van bepaalde traditionele productielijnen. Indien de bedrijfstak van de Gemeenschap de
(212) De stijging van de productiecapaciteit had op zich geen nadelige gevolgen voor de bedrijfstak
van de Gemeenschap. In normale marktomstandigheden, dat wil zeggen in afwezigheid van
invoer met dumping, zou een dergelijke investering de bedrijfstak van de Gemeenschap in
staat hebben gesteld zijn kosten te verlagen en schaalvoordelen te verwezenlijken die ten
goede zouden zijn gekomen aan de gehele productie van warmgewalst breedband. Bij het
onderzoek bleek echter dat met dumping ingevoerde producten een steeds groter markt-
aandeel verwierven op een in het algemeen krimpende markt en dat deze producten steeds
meer werden verkocht ten nadele van de producten van andere producenten, waaronder de
bedrijfstak van de Gemeenschap. De verhoging van de capaciteit heeft dan ook niet in
beduidende mate bijgedragen tot de aanmerkelijke schade die de bedrijfstak van de Gemeen-
schap in het onderzoektijdvak heeft geleden.
4. Conclusie inzake oorzakelijk verband
(213) De omvang van de invoer met dumping uit Bulgarije, Egypte, Slowakije, Zuid-Afrika en
Turkije bleek in de beoordelingsperiode en met name in het onderzoektijdvak aanzienlijk te
zijn gestegen, waardoor het voor de bedrijfstak van de Gemeenschap steeds moeilijker werd
de prijzen op de EG-markt op een aanvaardbaar niveau te handhaven, met name omdat hij
steeds minder van de schaalvoordelen kon profiteren. Gezien het aandeel van 9,8% dat warm-
gewalst breedband uit Bulgarije, Egypte, Slowakije, Zuid-Afrika en Turkije in het onderzoek-
tijdvak op de EG-markt had, had deze ontwikkeling aanmerkelijk ongunstige gevolgen voor
de bedrijfstak van de Gemeenschap.
(214) Andere factoren dan de invoer met dumping uit Bulgarije, Egypte, Slowakije, Zuid-Afrika en
Turkije, zoals de ontwikkeling van het verbruik in de Gemeenschap, de invoer uit andere
derde landen, de export door de bedrijfstak van de Gemeenschap, de situatie op de wereld-
markt voor ijzer- en staalproducten en de cyclische aard van de handel in warmgewalst breed-
band, de productie van de bedrijfstak van de Gemeenschap voor intern gebruik en de toename
van de productiecapaciteit van de bedrijfstak van de Gemeenschap werden onderzocht. De
ontwikkeling van het verbruik en de cyclische aard van de handel in warmgewalst breedband
bleken te hebben bijgedragen tot de aanmerkelijke schade die de bedrijfstak van de Gemeen-
schap heeft geleden. Zoals hierboven uiteengezet, hadden deze andere factoren evenwel geen
aanmerkelijke gevolgen en niet zodanig dat zij het oorzakelijk verband verbraken tussen de
aanmerkelijke schade en de invoer met dumping.
(215) Als conclusie wordt daarom bevestigd dat de aanmerkelijke schade die de bedrijfstak van de
Gemeenschap heeft geleden en die tot uiting is gekomen in de vermindering van de productie
en van de verkoop, een lagere bezettingsgraad, een daling van de verkoopprijzen, hogere
productiekosten, een kleiner marktaandeel, financiële verliezen, een negatieve kasstroom en
een verlies van arbeidsplaatsen, door de betrokken invoer met dumping is veroorzaakt. De
ontwikkeling van het verbruik in de Gemeenschap, de invoer uit andere derde landen, de
export door de bedrijfstak van de Gemeenschap, de situatie op de wereldmarkt voor ijzer- en
staalproducten en de cyclische aard van de handel in warmgewalst breedband, de productie
van de bedrijfstak van de Gemeenschap voor intern gebruik en de toename van de productie-
capaciteit van de bedrijfstak van de Gemeenschap hadden slechts een geringe invloed op de
(216) Op grond van bovenstaande analyse waarbij een duidelijk onderscheid werd gemaakt tussen
de gevolgen van alle bekende factoren voor de situatie van de bedrijfstak van de Gemeen-
schap en de schadelijke gevolgen van de invoer met dumping wordt bevestigd dat deze andere
factoren niet afdoen aan het feit dat de vastgestelde schade aan de invoer met dumping moet
worden toegeschreven.
G. WAARSCHIJNLIJKHEID VAN EEN VOORTZETTING/HERHALING VAN
SCHADEVEROORZAKENDE DUMPING
(217) In het kader van de tussentijdse herzieningsprocedure betreffende Bulgarije en Zuid-Afrika,
werd onderzocht of de ten opzichte van het oorspronkelijke onderzoek gewijzigde omstandig-
heden aangaande dumping en schade redelijkerwijze konden beschouwd worden als van
blijvende aard. Echter, met betrekking tot de Zuid-Afrikaanse producteur/exporteur die
gedurende het onderzoektijdvak het onderzochte product niet uitvoerde, werd onderzocht of
het waarschijnlijk was dat zich opnieuw dumping zou voordoen indien de maatregelen zouden
worden opgeheven.
-
1.
Bulgarije
(218) Bij de analyse werd rekening gehouden met het feit dat in het kader van het oorspronkelijke
onderzoek van deze producent/exporteur een verbintenis was aanvaard. De invloed van deze
verbintenis op de exportprijs werd onderzocht (zie overweging (221)).
(220) Voor de meest representatieve GN-codes (wat hoeveelheden betreft) en voor warmgewalst
breedband in het algemeen (alle GN-codes) werd vastgesteld dat de verkoopprijzen in de
Gemeenschap aanmerkelijk hoger waren dan in andere derde landen. Dit betekent dat warm-
gewalst breedband in die andere derde landen waarschijnlijk met dumping werd ingevoerd en
dat de dumpingmarges waarschijnlijk hoger zijn dan die welke in overweging (47) zijn
vermeld.
(221) Dit verschil in prijzen op de EG-markt en andere exportmarkten is voor een groot deel te
verklaren door de verbintenis van de Bulgaarse onderneming op grond waarvan zij bij
verkoop in de Gemeenschap minimumprijzen in acht neemt. De onderneming heeft deze
verbintenis in het onderzoektijdvak in acht genomen. Zij verkocht warmgewalst breedband
evenwel tegen prijzen die niet aanmerkelijk hoger waren dan de minimumprijzen, hoe de
omstandigheden op de markt ook waren. Dit wijst erop dat de prijzen van deze
producent/exporteur bij uitvoer naar de Gemeenschap niet door marktkrachten werden
bepaald, maar dat integendeel de prijzen vooral door de minimumprijsverbintenis werden
bepaald, waarbij de minimumprijs van toepassing bij invoer bijgevolg gold als een maatstaf
van invloed op de exportprijzen van de onderneming. Dat het voor deze producent/exporteur
mogelijk was bij uitvoer naar de Gemeenschap lagere prijzen toe te passen, blijkt verder uit de
prijzen die hij op andere markten toepaste. Er wordt aan herinnerd dat ondanks het feit dat de
minimumprijsverbintenis door de producent/exporteur in acht werd genomen, haar uitvoer
naar de Gemeenschap toch nog tegen dumpingprijzen plaatsvond. Dit toont aan dat de van
kracht zijnde minimumprijsverbintenis onvoldoende is om schadetoebrengende dumping
(223) Daarom moet de bestaande verbintenis worden aangepast door de minimumprijzen te
verhogen in overeenstemming met de conclusies inzake dumping van dit onderzoek, dat wil
zeggen met de bij overweging (47) vastgestelde dumpingmarge.
(224) Tenslotte, en om dezelfde als de in overweging (222) vermelde reden, moet een recht worden
vastgesteld voor het geval dat de onderneming de verbintenis niet naleeft of deze opzegt. Bij
het oorspronkelijke onderzoek was een dumpingmarge van 27,1 % vastgesteld en was de
schademarge 7,5%. De maatregelen waarop dit herzieningsonderzoek betrekking heeft,
maken slechts voor een deel een einde aan de oorspronkelijk vastgestelde dumping. Dit werd
bij dit onderzoek bevestigd: een deel van de dumping wordt door de verbintenis geëlimineerd,
maar daarnaast is er nog een dumpingmarge van 8,6%. In deze omstandigheden dient het
recht dat van toepassing zal zijn bij niet-inachtneming of opzegging van de verbintenis het
niveau van schade te verhelpen zoals vastgesteld in het oorspronkelijk onderzoek. Zoals in
overweging (221) uiteengezet, zijn de huidige Bulgaarse prijzen bij uitvoer naar de Gemeen-
schap sterk beïnvloed door de verbintenis die het onderwerp van het herzieningsonderzoek is.
De exportprijzen stemmen overeen met de bij de verbintenis vastgestelde minimumprijzen,
maar zijn niet aanmerkelijk hoger dan die prijzen. Indien er geen verbintenis is, zullen de
prijzen bij uitvoer naar de Gemeenschap zeer waarschijnlijk dalen en er zijn geen redenen om
aan te nemen dat de schadende dumpingmarge in dat geval lager zal zijn dan 16,1%, dat wil
zeggen 7,5% als oorspronkelijk vastgesteld en 8,6% zoals vastgesteld in dit onderzoek.
Bijgevolg moet onder de hierboven vermelde omstandigheden het recht worden vastgesteld
2. Zuid-Afrika
(226) Slechts één producent/exporteur in Zuid-Afrika heeft in het onderzoektijdvak warmgewalst
breedband naar de Gemeenschap uitgevoerd. Van de andere producent/exporteur, die in het
onderzoektijdvak geen warmgewalst breedband naar de Gemeenschap heeft uitgevoerd, werd
in het kader van het oorspronkelijke onderzoek een minimumprijsverbintenis aanvaard.
(227) Wat laatstgenoemde producent/exporteur betreft, die in het onderzoektijdvak dus geen warm-
gewalst breedband naar de Gemeenschap had uitgevoerd, werd onderzocht of de anti-
dumpingrechten die in het kader van het oorspronkelijke onderzoek waren vastgesteld en de
verbintenis die in het kader van het oorspronkelijke onderzoek was aanvaard op het oor-
spronkelijke niveau konden worden gehandhaafd. In dit verband heeft de Commissie de
productiecapaciteit, de omvang van de verkoop op de verschillende markten en het prijs-
niveau bij verkoop in binnen- en buitenland onderzocht. -
(i) Productiecapaciteit
(228) De productie van warmgewalst breedband is na de instelling van de maatregelen in 2000 met
bijna 40% gedaald, terwijl de productiecapaciteit gelijk is gebleven. Na 2000 is de productie
op een laag niveau vrijwel gelijk gebleven en de onbenutte productiecapaciteit bedroeg in het
onderzoektijdvak bijna 40%. Op te merken valt dat de onderneming volgens haar prognoses
haar productiecapaciteit in 2002 weer volledig zal benutten, dat wil zeggen dat deze op
stijgen, maar dat, indien men de maatregelen zou laten vervallen, deze stijging ook zeer waar-
schijnlijk is, omdat de onderneming zelf van een dergelijke toename uitgaat, ondanks de
geldende maatregelen. Naast de stijging van de productie door de benutting van de nu
onbenutte productiecapaciteit, kan de onderneming vrij gemakkelijk overschakelen van de
productie van plaat (die zij ook vervaardigt) op de productie van warmgewalst breedband,
daar beide producten op dezelfde productielijnen worden vervaardigd. Deze overschakeling is
technisch vrij eenvoudig en zonder veel kosten uit te voeren -
(ii) Omvang van de verkoop
(229) De binnenlandse markt is de afgelopen jaren relatief stabiel gebleven. Daar er geen indicaties
zijn om aan te nemen dat de omstandigheden op de binnenlandse markt in de toekomst aan-
merkelijk anders zullen zijn, werd geconcludeerd dat deze markt zeer waarschijnlijk niet een
hoger aanbod van warmgewalst breedband op zal nemen. De uitvoer naar andere landen dan
die van de Gemeenschap is in 2001 aanzienlijk afgenomen, voornamelijk als gevolg van de
antidumpingrechten die de Verenigde Staten en Canada in de tweede helft van het onderzoek-
tijdvak hebben vastgesteld ten aanzien van warmgewalst breedband uit Zuid-Afrika. Er zijn
dus weinig mogelijkheden om grotere hoeveelheden naar derde landen uit te voeren.
(230) Gelet op deze feiten en gezien de aanzienlijke reservecapaciteit die beschikbaar is, werd
geconcludeerd dat de uitvoer naar de Gemeenschap weer tot aanzienlijke hoeveelheden zal
toenemen indien de maatregelen vervallen en de toegang tot de EG-markt weer vrij zal zijn.
(iii) Verkoopprijzen
(231) Bij de analyse van de prijzen in het onderzoektijdvak bij uitvoer naar derde landen is gebleken
dat deze gemiddeld lager waren dan bij verkoop op de binnenlandse markt. Daar de verkoop
van warmgewalst breedband op de binnenlandse markt in het onderzoektijdvak winstgevend
was, hadden deze prijzen dus gebruikt kunnen worden als basis voor de vaststelling van de
normale waarde. Geconcludeerd werd dat de prijzen bij uitvoer naar derde landen waar-
schijnlijk dumpingprijzen waren.
(232) Voorts waren de prijzen bij uitvoer naar derde landen in het onderzoektijdvak ook lager dan
de minimumprijzen die in de verbintenis met betrekking tot uitvoer naar de Gemeenschap
waren vastgelegd. Dit betekent dat indien de maatregelen vervallen, de uitvoer naar de
Gemeenschap in alle waarschijnlijkheid tegen dumpingprijzen zal plaatsvinden. Bijkomend
bleken de interne streefprijs van de onderneming voor de exportverkoop en de kosten-
dekkende prijs van warmgewalst breedband aanmerkelijk lager te zijn dan de minimumprijs
die volgens de thans geldende verbintenis van kracht is. Verder werd ook vastgesteld dat de
onderneming tegen dumpingprijzen kan verkopen, terwijl zij ook nog winst op de verkoop
maakt.
(233) Samenvattend, op grond van de waarschijnlijkheid dat de productie zal stijgen, terwijl de
binnenlandse markt en de markt van derde landen het toegenomen aanbod zeer waarschijnlijk
niet kunnen absorberen, werd geconcludeerd dat een groot deel van de toegenomen productie
(234) Wat de producent/exporteur betreft, die tijdens het onderzoektijdvak niet naar de Gemeen-
schap heeft uitgevoerd, heeft de Commissie onderzocht of de gewijzigde omstandigheden
(hogere dumping) die voor hem werden vastgesteld van blijvende aard waren.
(235) Bedoelde producent/exporteur is verbonden met andere ondernemingen, in het bijzonder met
twee in Zuid-Afrika gevestigde producenten van warmgewalst breedband. Een van deze
producenten was in het oorspronkelijke onderzoek niet operationeel, want deze is eerst
medio 1999 met de productie begonnen. Deze producent produceerde voornamelijk voor de
export, gezien zijn ligging bij een zeehaven. Op de binnenlandse markt had deze producent
slechts één afnemer. De export van deze producent bedroeg ongeveer 80% van de omvang
van zijn totale verkoop. Er zijn aanwijzingen dat deze nieuwe onderneming voor de export
werd opgericht en dat deze situatie waarschijnlijk zal voortduren. -
(iv) Verkoopprijzen bij uitvoer
(236) Er zijn geen aanwijzingen dat de exportprijzen zullen stijgen in de nabije toekomst. -
(v) Waarschijnlijke ontwikkeling van de normale waarde
(237) Zoals in overweging (93) vermeld, werd voor deze groep een aanzienlijke dumpingmarge
vastgesteld. Deze werd voornamelijk veroorzaakt door de pas opgerichte onderneming (die
eerst in 1999 begon te produceren), waarvoor bij het huidige onderzoek een hoge normale
(238) Daar voor deze onderneming de normale waarde werd berekend, waren de productiekosten
van grote invloed op het niveau van de normale waarde. De productiekosten bleken hoog te
zijn. De onderneming beweerde dat deze hoge kosten het gevolg waren van het opstartproces,
maar dit werd niet aanvaard (zie overweging (91)). Daar niet kon worden aangetoond dat de
kosten in een afzienbare toekomst lager zouden zijn, was het niet onredelijk te concluderen
dat de normale waarde hoog zal blijven.
(239) Gezien het bovenstaande werd geconcludeerd dat de thans geldende maatregelen voor de
producent/exporteur, die gedurende het onderzoektijdvak naar de Gemeenschap heeft uit-
gevoerd, niet meer voldoende zijn om de gevolgen van schadeveroorzakende dumping tegen
te gaan. -
(vi) Conclusies voor Zuid-Afrika
(240) Voor de producent/exporteur, die tijdens het onderzoektijdvak naar de Gemeenschap heeft
uitgevoerd, werd vastgesteld dat het waarschijnlijk is dat opnieuw invoer met dumping zal
plaatsvinden indien de maatregelen worden weggenomen en dat daarom de maatregelen
dienen te worden behouden.
(241) Voor de andere producent/exporteur moet het niveau van de dumpingmarge worden vast-
gelegd op het niveau dat tijdens dit onderzoek werd vastgesteld, vermits de van kracht zijnde
maatregelen niet voldoende werden bevonden om aan de gevolgen van de schade-
3. Conclusie inzake de waarschijnlijkheid van een voortzetting/herhaling van
schadeveroorzakende dumping
(243) De maatregelen ten aanzien van warmgewalst breedband uit Bulgarije en met betrekking tot
één producent/exporteur uit Zuid-Afrika zijn niet toereikend om een einde te maken aan de
schadeveroorzakende gevolgen van dumping uit die landen. Daar het waarschijnlijk is dat de
invoer met dumping zal worden voortgezet of opnieuw zal optreden (voor de Zuid-Afrikaanse
producent die niet naar de Gemeenschap heeft uitgevoerd tijdens het onderzoektijdvak) indien
de maatregelen vervallen en overwegend dat de geldende maatregelen ten aanzien van
Bulgarije en Zuid-Afrika niet langer afdoende zijn om de schadeveroorzakende gevolgen van
de dumping te verhelpen, wordt geconcludeerd dat de schade die de bedrijfstak van de
Gemeenschap ondervindt nog zal verergeren indien de maatregelen in hun huidige vorm
worden gehandhaafd (of indien wordt toegelaten dat ze vervallen voor wat betreft één van de
Zuid-Afrikaanse producenten).
H. BELANG VAN DE GEMEENSCHAP
1. Inleiding
(244) De Commissie heeft onderzocht of er, ondanks de conclusie inzake dumping, schade en oor-
zakelijk verband, dwingende redenen zijn om in dit geval, gezien het algemene belang van de
Gemeenschap, geen maatregelen te nemen of deze niet te wijzigen. Te dien einde heeft zij,
2. Belang van de bedrijfstak van de Gemeenschap
(245) De situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap is achteruit gegaan als gevolg van de druk
op de prijzen door de invoer van goedkoop warmgewalst breedband uit Bulgarije, Egypte,
Slowakije, Zuid-Afrika en Turkije, met name in het onderzoektijdvak toen de omvang van
deze invoer bijna verdubbelde, waardoor de verkoop van de bedrijfstak van de Gemeenschap
sterker achteruitgang dan de daling van het verbruik op de vrije markt van de Gemeenschap,
en met verlies werd verkocht.
(246) Het marktaandeel dat de bedrijfstak van de Gemeenschap heeft verloren, werd overgenomen
door de bij deze procedure betrokken exportlanden. De productie van grote hoeveelheden is
voor de ijzer- en staalindustrie van groot belang: de bezettingsgraad moet hoog blijven om
van schaalvoordelen te kunnen profiteren. De dalende productie en verkoop had een
ongunstige invloed op de financiële situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap.
(247) Geoordeeld wordt dat de situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap in de afwezigheid
van antidumpingmaatregelen nog verder achteruit zal gaan, waardoor de financiële resultaten
nog zullen verslechteren en arbeidsplaatsen verloren zullen gaan.
(248) Daar de bedrijfstak van de Gemeenschap, in afwezigheid van schadeveroorzakende dumping,
in beginsel vitaal is, is het in het belang van de Gemeenschap antidumpingmaatregelen te
3. Belangen van importeurs
(249) De diensten van de Commissie hebben een antwoord op de vragenlijst ontvangen van zes
importeurs, waarvan twee handelaars waren en de overige vier tezelfdertijd industriële
gebruikers (meestal buizenfabrikanten). Deze importeurs waren in het onderzoektijdvak goed
voor 28,4% van de totale invoer van warmgewalst breedband uit Bulgarije, Egypte,
Slowakije, Zuid-Afrika en Turkije en voor 28,3% van de invoer van dit product uit alle andere
landen. Deze importeurs zijn:
-
-Arvedi Tubi Acciaio s.r.l., Cremona, Italië
-
-Eurostahl GmbH, Linz, Oostenrijk
-
-Marcegaglia S.p.A., Gazoldo Ippoliti, Italië
-
-Profiltubi P.P.A., Reggiolo, Italië
-
-Stemcor Europe Limited, Londen, Verenigd Koninkrijk
-
-Subergal-Trading Lda., Mozelos, Portugal
Deze belanghebbenden waren tegen de instelling van antidumpingrechten.
4. Belang van de bedrijven die het betrokken product verwerken
(251) De diensten van de Commissie hebben een antwoord op de vragenlijst ontvangen van vijf
verwerkende bedrijven, waarvan vier in het onderzoektijdvak ook warmgewalst breedband
hebben ingevoerd en die reeds in overweging (249) zijn genoemd. De andere gebruiker is:
Fabbrica Tubi Mobilio (F.T.M.), S.A., Trieste, Italië
(252) Deze vijf medewerkende ondernemingen waren in het onderzoektijdvak goed voor ongeveer
4% van het verbruik van warmgewalst breedband in de Gemeenschap en namen ongeveer 8%
af van het warmgewalst breedband dat door de bedrijfstak van de Gemeenschap op de vrije
markt werd verkocht. Zij waren goed voor ongeveer 28% van de gehele invoer (25% uit de
betrokken exportlanden en 29% uit andere derde landen). Gebaseerd op de ontvangen
antwoorden, was de invloed van de kosten van warmgewalst breedband op de volledige
productiekosten van de eindproducten van deze medewerkende bedrijven in het onderzoek-
tijdvak hoog (meer dan 60%). De verwerkende bedrijven, die in het onderzoektijdvak over het
geheel genomen slechts een winst van 0,8% op de verkoop maakten, stelden dat anti-
dumpingmaatregelen nadelig voor hen zouden zijn.
(253) Buizenfabrikanten in het algemeen, die tezamen ongeveer 12% afnemen van de hoeveelheden
die de bedrijfstak van de Gemeenschap op de vrije markt verkoopt, en die goed zijn voor 6%
van het verbruik in de Gemeenschap, kunnen nadeel ondervinden door een prijsstijging van
(255) Wat de bewering betreft dat prijsstijgingen niet aan afnemers kunnen worden doorberekend,
wordt erop gewezen dat de buizenfabrikanten hebben aangevoerd dat een verhoging van hun
verkoopprijzen verhinderd werd door de invoer van buizen tegen dumpingprijzen. In dit
verband wordt opgemerkt dat het "Defence Committee of the Welded Steel Tube Industry"
een klacht heeft ingediend betreffende de dumping van holle profielen uit Rusland en Turkije,
en dat op 16 oktober 20021 een bericht van inleiding van een antidumpingprocedure werd
gepubliceerd. Er zijn daarom redenen om aan te nemen dat de lage prijzen en geringe winsten
die de buizenfabrikanten in het onderzoektijdvak hebben gemaakt niet te wijten zijn aan de
prijzen van aangekocht warmgewalst breedband en dat, in overeenstemming daarmee, het
nemen van maatregelen aangaande warmgewalst breedband niet in aanzienlijke mate zal bij-
dragen tot de uitdagingen waarmee de buizenfabrikanten worden geconfronteerd.
(256) Gezien de grote invloed van de prijs van warmgewalst breedband op de productiekosten van
bepaalde gebruikers, zijn deze gebruikers bijzonder bezorgd over het prijsniveau van warm-
gewalst breedband na het instellen van antidumpingmaatregelen. Dit geldt in het bijzonder
voor gebruikers die hun warmgewalst breedband uit de betrokken exportlanden betrekken.
Geoordeeld wordt echter dat de nadelige gevolgen van de antidumpingmaatregelen voor
bepaalde gebruikers niet opwegen tegen de gunstige gevolgen voor alle andere bedrijven op
de EG-markt.
(258) De waarschijnlijke kosten voor enkele handelaars en gebruikers worden evenwel niet geacht
een dwingende reden te zijn om geen antidumpingmaatregelen te nemen.
I. DEFINITIEVE ANTIDUMPINGMAATREGELEN
1. Schademarge
(259) Gezien de conclusies inzake dumping, schade, oorzakelijk verband en belang van de Gemeen-
schap dienen definitieve maatregelen te worden genomen om te voorkomen dat de bedrijfstak
van de Gemeenschap door invoer met dumping nog meer schade lijdt.
(260) Bij het vaststellen van het niveau van de definitieve maatregelen werd rekening gehouden met
de vastgestelde dumpingmarges en de schade die de bedrijfstak van de Gemeenschap heeft
geleden.
(261) Het niveau van de maatregelen ten aanzien van Egypte, Slowakije en Turkije en van de
herziene maatregelen ten aanzien van Bulgarije en Zuid-Afrika moet voldoende hoog zijn om
een einde te maken aan de schade die door invoer uit die landen wordt veroorzaakt, maar
mogen niet hoger zijn dan de vastgestelde dumpingmarges. Bij de berekening van de hoogte
van het recht waarbij de gevolgen van de schadeveroorzakende dumping worden
geneutraliseerd, werd geoordeeld dat de maatregelen de bedrijfstak van de Gemeenschap in
staat moeten stellen zijn kosten te dekken en een winst voor belasting te maken die
(262) De noodzakelijke prijsverhoging werd berekend door de gewogen gemiddelde invoerprijs
(vastgesteld in het kader van de berekening van de onderbiedingsmarges) te vergelijken met
de niet-schadeveroorzakende prijs van de verschillende soorten warmgewalst breedband die
de bedrijfstak van de Gemeenschap in de Gemeenschap verkoopt, rekening houdend met het
handelsstadium, dat wil zeggen of aan handelaars en of aan gebruikers wordt verkocht. De
niet-schadeveroorzakende prijs per soort werd verkregen door aan de productiekosten per
soort bovengenoemde winstmarge van 8% toe te voegen. De bij deze vergelijking gevonden
verschillen werden vervolgens uitgedrukt in procenten van de totale cif-invoerwaarde.
(263) Hierbij blijkt dat de schademarges de volgende zijn:
Kremikovtzi Corporation, Sofia, Botunetz 21,3%
en Kremikovtzi Trade EOOD, Sofia,
Botunetz (Bulgarije):
Alexandria National Iron & Steel 13,8%
Company, Eldekheila (Egypte):
U.S. Steel Kosice, s.r.o., Kosice 18,6%
(Slowakije):
Iscor Steel, Saldanha Steel, Macsteel 20,8%
International South Africa (Pty) Ltd, en
Macsteel International UK Ltd. (Zuid-
(264) De residuele schademarges voor de niet-medewerkende producenten/exporteurs waren gelijk
aan die welke in overweging (263) zijn vermeld indien de medewerking in het betrokken land
in het algemeen hoog was of werden gebaseerd op de hoogste vastgestelde streefprijs-
onderbiedingsmarges per GN-code voor de medewerkende producenten/exporteurs in het
betrokken land.
2. Definitieve maatregelen
(265) Voor Bulgarije was de dumpingmarge lager dan de schademarge. Bulgarije werd in kennis
gesteld van de nieuwe bevindingen en van de blijvende aard van de gewijzigde omstandig-
heden, waardoor de geldende verbintenis moest worden gewijzigd, rekening houdend met de
aangepaste dumpingmarge.
(266) De Zuid-Afrikaanse producent/exporteur, waarvoor tijdens het onderzoektijdvak een op de
dumpingmarge gebaseerde verbintenis gold, heeft in het onderzoektijdvak niet naar de
Gemeenschap uitgevoerd. Besloten werd de bestaande verbintenis te verlengen, daar het
waarschijnlijk is dat opnieuw schadeveroorzakende dumping zal plaatsvinden.
(267) Het ad-valoremrecht voor de andere Zuid-Afrikaanse producent/exporteur moet worden
gewijzigd op grond van de bevindingen voor het onderzoektijdvak. De maatregel die in het
onderzoektijdvak van toepassing was, was gebaseerd op een streefprijsonderbiedingsmarge
van 5,2% en dient te worden aangepast aan een aanvullende streefprijsonderbiedingsmarge
(268) Voor Turkije was de dumpingmarge lager dan de schademarge. De in te stellen definitieve
maatregelen dienen daarom, overeenkomstig artikel 9, lid 4, van de basisverordening, overeen
te stemmen met de dumpingmarge. Voor Egypte en Slowakije was de schademarge lager dan
de dumpingmarges en daarom worden voor deze landen de in te stellen maatregelen
afgestemd op de schademarge.
3. Verbintenissen
(269) Producenten/exporteurs in Bulgarije, Slowakije, Zuid-Afrika en Turkije hebben prijs-
verbintenissen aangeboden overeenkomstig artikel 8, lid 1, van de basisverordening. De aan-
geboden prijsverbintenissen bevatten de gebruikelijke bepalingen maar voorzien daarnaast in
flexibiliteit in de vorm van verschillende minimumprijzen afhankelijk van de omvang van de
uitvoer, in plaats van prijsverhogingen voor elke uitgevoerde hoeveelheid. De Commissie is
van oordeel dat de aangeboden verbintenissen in dit bijzondere geval kunnen worden aan-
vaard, gezien het grote aantal vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van ijzer- en staalproducten
die door vele spelers op de wereldmarkt zijn vastgesteld en die op de exporteurs in Bulgarije,
Slowakije, Zuid-Afrika en Turkije van toepassing zijn of waarschijnlijk van toepassing zullen
worden. In dit verband wordt geoordeeld dat de verbintenissen voldoende flexibel zijn om
ervoor te zorgen dat de exporteurs in deze onzekere omgeving kunnen optreden en ook
voldoende om de bedrijfstak van de Gemeenschap tegen de schadelijke gevolgen van
(271) Om een doelmatig toezicht te kunnen uitoefenen op de naleving van de verbintenissen
wanneer een aangifte voor het vrije verkeer wordt ingediend voor goederen waarop de
verbintenissen betrekking hebben, kunnen de goederen eerst in het vrije verkeer worden
gebracht indien bij de douane van de betrokken lidstaat een geldige handelsfactuur wordt
overgelegd die de in de bijlage vermelde gegevens bevat zodat de douane over voldoende
nauwkeurige gegevens beschikt om te controleren dat de goederen met de handelsdocumenten
overeenstemmen. Indien een dergelijke factuur niet wordt overgelegd, of indien deze niet
overeenstemt met de aangeboden goederen, wordt het toepasselijke antidumpingrecht
verschuldigd.
(272) Indien een verbintenis niet wordt nagekomen, indien vermoed wordt dat zij niet wordt
nagekomen of indien zij wordt opgezegd, kan op grond van artikel 8, leden 9 en 10, van de
basisverordening een antidumpingrecht worden ingesteld.
4. Gecombineerde gevolgen van de antidumpingmaatregelen en de vrijwarings-
maatregelen
(273) Bij Verordening (EG) nr. 1694/2002 1 zijn definitieve vrijwaringsmaatregelen ingesteld ten
aanzien van een hele reeks ijzer- en staalproducten, waaronder warmgewalst breedband.
Terwijl bovengenoemde antidumpingmaatregelen de vorm hebben van een recht of een
verbintenis, hebben de vrijwaringsmaatregelen de vorm van tariefcontingenten die voor een
bepaalde tijdsduur van toepassing zijn. Worden de tariefcontingent overschreden, dan is een
(275) Bij Verordening (EG) nr. .......... 1 heeft de Raad overwogen dat de combinatie van anti-
dumpingmaatregelen of compenserende maatregelen met vrijwaringsmaatregelen zwaardere
gevolgen kan hebben dan die welke zij op grond van het handelsbeschermingsbeleid van de
Gemeenschap wenst te bereiken en bepaalde producenten die naar de Gemeenschap wensen
uit te voeren onevenredig kan belasten en hen verhinderen naar de Gemeenschap uit te
voeren. De Raad heeft daarom bepalingen vastgesteld om de Gemeenschap in staat te stellen
zo nodig maatregelen te nemen om te voorkomen dat een combinatie van antidumping-
maatregelen of compenserende maatregelen met vrijwaringsmaatregelen dergelijke gevolgen
heeft.
(276) In onderhavig geval is het onzeker of en wanneer een bij Verordening (EG) nr. 1694/2002
ingesteld tariefcontingent zal worden uitgeput. Het is mogelijk dat aan het eind van de
contingentperiode voor een kortere tijdsduur ook een vrijwaringsrecht verschuldigd zal
worden voor warmgewalst breedband waarop antidumpingrechten of verbintenissen van
toepassing zijn.
(277) In onderhavig geval, wanneer normalerwijze zowel een antidumpingrecht als een vrijwarings-
recht verschuldigd wordt en het antidumpingrecht lager is dan of gelijk aan het vrijwarings-
recht, wordt geen antidumpingrecht verschuldigd, doch uitsluitend het vrijwaringsrecht;
wanneer het antidumpingrecht hoger is dan het vrijwaringsrecht dient, naast het vrijwarings-
recht, slechts dat deel van het antidumpingrecht te worden betaald waarmee het antidumping-
recht het vrijwaringsrecht overschrijdt. Analoog daarmee, wanneer een prijsverbintenis werd
(278) Om de betrokken bedrijven rechtszekerheid te verschaffen wordt het in deze omstandigheden
passend geacht te bepalen welke antidumpingmaatregelen van toepassing zijn wanneer de
vrijwaringstariefcontingenten zijn uitgeput of wanneer geen toewijzing uit het tariefcontingent
wordt gevraagd door een producent/exporteur of importeur of geen toewijzing wordt toe-
gekend, bijvoorbeeld omdat de noodzakelijke formaliteiten niet werden nagekomen door de
importeur.
J. CONCLUSIE
(279) De in deze verordening vermelde individuele antidumpingrechten voor bepaalde onder-
nemingen zijn gebaseerd op de bevindingen in het kader van deze procedure. Zij weer-
spiegelen de situatie die tijdens het onderzoek voor die ondernemingen werd vastgesteld.
Deze rechten zijn dus uitsluitend van toepassing op producten uit het betrokken land die door
de genoemde ondernemingen (rechtspersonen) zijn geproduceerd. Producten die door andere
ondernemingen zijn geproduceerd die niet specifiek, met naam en adres, in het dispositief van
deze verordening zijn genoemd, met inbegrip van ondernemingen die banden hebben met de
specifiek genoemde ondernemingen, komen niet voor deze rechten in aanmerking. Op deze
ondernemingen is het recht van toepassing dat voor "alle overige ondernemingen" geldt.
(280) Verzoeken in verband met de toepassing van een specifiek voor een onderneming geldend
antidumpingrecht (bijv. na de naamswijziging van een onderneming of na de oprichting van
nieuwe productie- of verkoopmaatschappijen) dienen aan de Commissie 1 te worden gericht,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
-
1.Er wordt een definitief antidumpingrecht, zoals gespecificeerd in lid 3 van dit Artikel, ingesteld
op gewalste, platte producten van ijzer of van niet-gelegeerd staal, met een breedte van 600 mm of
meer, niet geplateerd noch bekleed, opgerold, enkel warmgewalst, ingedeeld onder de GN-codes
7208 10 00, 7208 25 00, 7208 26 00, 7208 27 00, 7208 36 00, 7208 37 10, 7208 37 90, 7208 38 10,
7208 38 90, 7208 39 10 en 7208 39 90 van oorsprong uit Egypte, de Republiek Slowakije en
Turkije.
-
2.De definitieve antidumpingrechten ingesteld op gewalste, platte producten van ijzer of van niet-
gelegeerd staal, met een breedte van 600 mm of meer, niet geplateerd noch bekleed, opgerold, enkel
warmgewalst, ingedeeld onder de GN-codes 7208 10 00, 7208 25 00, 7208 26 00, 7208 27 00,
7208 36 00, 7208 37 10, 7208 37 90, 7208 38 10, 7208 38 90, 7208 39 10 en 7208 39 90 van
oorsprong uit Bulgarije en Zuid-Afrika, ingesteld bij Beschikking 283/2000/EGKS van de
Commissie worden aangepast zoals vermeld in lid 3.
-
3.Het definitieve recht dat van toepassing is op de netto prijs, grens Gemeenschap, voor inklaring,
van het in lid 1 en 2 genoemde product dat door de hieronder vermelde ondernemingen is
Land Onderneming Recht Aanvullende TARIC-code
Bulgarije Kremikovtzi Corp. 1870 Sofia, Botunetz Kremikovtzi Trade EOOD 1870 Sofia, Botunetz 16,1 % A082
Overige ondernemingen 16,1 % A999
Egypte Alexandria National Iron and Steel Company, Eldekheila, Alexandria en Al Ezz Flat Steel Co, Kairo 13,8% A429
Overige ondernemingen 29,2% A999
Slowakije U.S. Steel Kosice, Vstupny areal US Steel, 044 54 Kosice 18,6% A430
Overige ondernemingen 18,6% A999
Zuid-Afrika Iscor, Ltd. PO Box 450 Pretoria 0001, Saldanha Steel (PTY) Ltd., Private Bag X11, Saldanha 7395, Mac Steel International South Africa (Pty) Ltd, PO
Box 8370, Johannesburg 2000 en Mac Steel International UK Ltd. Exchange Tower, 1 Harbour Exchange Square, London E14 9GE, Verenigd Koninkrijk 20,8% A079
Highveld Steel and Vanadium Corporation Ltd., Old Pretoria Road, Witbank, Mpumalanga 37,8% A085
Overige ondernemingen 37,8% A999
Turkije EreNli Demir ve Celik Fabrikalari
T.A.O, 67330 KDZ Eregli, Zonguldak 11,5% A431
Overige ondernemingen 11,5% A999
-
5.De bepalingen inzake de douanerechten zijn van toepassing, tenzij anders vermeld.
Artikel 2
-
1.Ingevoerde goederen die worden aangegeven voor het vrije verkeer onder de volgende aan-
vullende TARIC-codes en die worden vervaardigd en bij uitvoer rechtstreeks worden geleverd
(d.w.z. verzonden en gefactureerd) door de hieronder vermelde ondernemingen naar een onder-
neming binnen de Gemeenschap, die optreedt als importeur, zijn vrijgesteld van het bij artikel 1
ingestelde antidumpingrecht op voorwaarde dat de invoer plaatsvindt overeenkomstig lid 2 van dit
artikel.
Onderneming Land Aanvullende TARIC-
code
Kremikovtzi Corp. 1870 Sofia, Botunetz en Kremikovtzi Trade EOOD 1870 Sofia, Botunetz Bulgarije A082
U.S. Steel Kosice, Vstupny areal US Steel, 044 54 Kosice Slowakije A430
Iscor, Ltd. PO Box 450 Pretoria 0001, Saldanha Steel (PTY) Ltd., Private Bag X11, Saldanha 7395, Mac Steel International South Africa (Pty) Ltd, PO
Box 8370, Johannesburg 2000 en Mac Steel International UK Ltd. Exchange Tower, 1 Harbour Exchange Square, London E14 9GE, Verenigd Koninkrijk Zuid-Afrika A079
-
2.De in lid 1 bedoelde ingevoerde goederen zijn vrijgesteld van het antidumpingrecht op voor-
waarde dat:
(a) de douaneautoriteiten van de lidstaten bij de aangifte van de goederen voor het vrije verkeer
een handelsfactuur wordt voorgelegd die minstens de elementen van de bijlage bevat, en
(b) de goederen, die bij de douane worden aangebracht en aangegeven, exact overeenstemmen
met de omschrijving in de handelsfactuur.
Artikel 3
Indien op het in artikel 1, lid 1 en 2, omschreven product een aanvullend vrijwaringsrecht van toe-
passing is ingevolge artikel 1, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1694/2002, is op de nettoprijs, vrij
grens Gemeenschap, voor inklaring, van dit product, vervaardigd door de volgende ondernemingen,
in afwijking op artikel 1, lid 3, het volgende definitieve antidumpingrecht van toepassing:
Land Onderneming Toepasselijk antidumpingrecht (%) wanneer een aanvullend vrijwaringsrecht verschuldigd is Aanvullen
de TARIC- code
t/m
28.3.03 29.3.03 t/m 28.9.0329.9.03 t/m 28.3.0429.3.04 t/m 28.9.04 29.9.04 t/m 28.3.05
Bulgarije Kremikovtzi Corp. 1870 Sofia, Botunetz en Kremikovtzi Trade EOOD 1870 Sofia, Botunetz 0% 0,4% 0,4% 2% 2%
Overige ondernemingen 0% 0,4% 0,4% 2% 2%
Egypte Alexandria National Iron and Steel Company, Eldekheila, Alexandria en Al Ezz Flat Steel Co, Kairo 0% 0% 0% 0% 0%
Overige ondernemingen 11,7% 13,5% 13,5% 15,1% 15,1%
Slowakije U.S. Steel Kosice, Vstupny areal 1,1% 2,9% 2,9% 4,5% 4,5%
US Steel, 044 54 Kosice
Overige ondernemingen 1,1% 2,9% 2,9% 4,5% 4,5%
Zuid- Afrika Iscor, Ltd. PO Box 450 Pretoria 0001, Saldanha Steel (PTY) Ltd., Private Bag X11, Saldanha 7395, Mac Steel International South Africa (Pty) Ltd, PO Box 8370, Johannesburg 2000 en
Mac Steel International UK Ltd. Exchange Tower, 1 Harbour Exchange Square, London E14 9GE, Verenigd Koninkrijk 3,3% 5,1% 5,1% 6,7% 6,7%
Highveld Steel and Vanadium Corporation Ltd., Old Pretoria Road, Witbank, Mpumalanga 20,3% 22,1% 22,1% 23,7% 23,7%
Overige ondernemingen 20,3% 22,1% 22,1% 23,7% 23,7%
Turkije EreNli Demir ve Celik Fabrikalari T.A.O, 67330 KDZ Eregli, Zonguldak 0% 0% 0% 0% 0%
Artikel 4
De antidumpingprocedure betreffende de invoer van gewalste, platte producten van ijzer of van
niet-gelegeerd staal, met een breedte van 600 mm of meer, niet geplateerd noch bekleed, opgerold,
enkel warmgewalst, uit Hongarije, Iran en Libië wordt beëindigd.
Artikel 5
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de
Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter
BIJLAGE
GEGEVENS DIE MOETEN WORDEN VERMELD OP HANDELSFACTUREN
DIE BEHOREN BIJ GOEDEREN WAAROP EEN VERBINTENIS
VAN TOEPASSING IS (artikel 2, lid 2)
-
1.Het opschrift "COMMERCIAL INVOICE ACCOMPANYING GOODS SUBJECT TO AN
UNDERTAKING"
-
2.De naam van de onderneming die de handelsfactuur heeft opgesteld.
-
3.Het factuurnummer
-
4.De datum van afgifte van de factuur.
-
5.De aanvullende TARIC-code waaronder de op de factuur vermelde goederen aan de grens van
de Gemeenschap bij de douane worden aangegeven.
-
6.Een nauwkeurige omschrijving van de goederen, met inbegrip van:
-
-het 'productcodenummer' of PCN, zoals vermeld in de door de producent/exporteur
-
-de GN-code;
-
-de hoeveelheid (in ton);
-
7.De verkoopvoorwaarden, met inbegrip van:
-
-de prijs per kilo,
-
-de betalingsvoorwaarden,
-
-de leveringsvoorwaarden,
-
-het totaal van de kortingen.
-
8.De naam van de eerste koper die als importeur optreedt en die de rechtstreekse ontvanger is
van de factuur.
-
9.De naam van de werknemer van de onderneming die de factuur heeft opgesteld alsmede de
hiernavolgende ondertekende verklaring:
"Ondergetekende bevestigt dat de verkoop voor rechtstreekse uitvoer naar de Europese
Gemeenschap van de goederen waarop deze factuur betrekking heeft, plaatsvindt in het kader
| publicatiedatum | 17-03-2003 |
|---|---|
| kenmerk | 6705/03 |
