Gemeenschappelijk standpunt door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van kwaliteits- en veiligheidsnormen voor het doneren, verkrijgen, testen, bewerken, bewaren en distribueren van menselijke weefsels en cellen GEMEENSCHAPPELIJKE BELEIDSLIJNEN Aanvraagtermijn overleg:21.07.2003 - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Tekst

 

-

RAAD VANBrussel, 14 juli 2003

(OR. en)

DE EUROPESE UNIE

10133/03

Interinstitutioneel dossier:

2002/0128 (COD)

SAN 133 CODEC 783 OC 372 -

WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN

Betreft:

Gemeenschappelijk standpunt door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van kwaliteits- en veiligheidsnormen voor het doneren, verkrijgen, testen, bewerken, bewaren en distribueren van menselijke weefsels en cellen

GEMEENSCHAPPELIJKE BELEIDSLIJNEN Aanvraagtermijn overleg: 21.07.2003

RICHTLIJN 2003/.../EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van

tot vaststelling van kwaliteits- en veiligheidsnormen

voor het doneren, verkrijgen, testen, bewerken, bewaren en distribueren

van menselijke weefsels en cellen

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 152,

lid 4, onder a),

Gezien het voorstel van de Commissie 1,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 2,

Na raadpleging van het Comité van de Regio's 3,

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag 4,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Transplantatie van menselijke weefsels en cellen is een sterk groeiende sector van de

geneeskunde, waarin grote kansen voor de behandeling van tot dusverre ongeneeslijk ziekten

liggen. De kwaliteit en veiligheid van deze stoffen moeten gewaarborgd zijn, met name om de

overdracht van ziekten te voorkomen.

(2) De beschikbaarheid van menselijke weefsels en cellen voor therapeutische doeleinden is

afhankelijk van de bereidheid van de burgers van de Gemeenschap om deze af te staan. Om

de volksgezondheid te beschermen en de overdracht van infectieziekten door deze weefsels en

cellen te voorkomen moeten bij het doneren, verkrijgen, testen, bewerken, bewaren,

distribueren en gebruiken ervan alle veiligheidsmaatregelen worden genomen.

(3) Er moeten op nationaal en Europees niveau voorlichtings- en bewustmakingscampagnes over

weefsel-, cel- en orgaandonatie worden opgezet rond het uitgangspunt "wij zijn alle potentiële

donoren". Deze campagnes dienen erop gericht te zijn de Europese burger te helpen tijdens

zijn leven een besluit te nemen en zijn familieleden of wettelijke vertegenwoordiger hierover

in te lichten.

(4) Er is dringend behoefte aan een uniform raamwerk ter waarborging van hoge kwaliteits- en

veiligheidsnormen bij het verkrijgen, testen, bewerken, bewaren en distribueren van weefsels

en cellen in de hele Gemeenschap en ter vergemakkelijking van uitwisselingen ervan ten

behoeve van de patiënten die jaarlijks een dergelijke therapie ondergaan. Derhalve moeten er

communautaire bepalingen komen om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en veiligheid van

menselijke weefsels en cellen, ongeacht het beoogde gebruik, van vergelijkbaar niveau zijn.

Dankzij de opstelling van dergelijke normen zal de bevolking er meer vertrouwen in krijgen

dat weefsels en cellen van menselijke oorsprong die in een andere lidstaat worden verkregen,

met dezelfde waarborgen omringd zijn als die uit hun eigen land.

(5) Omdat de weefsel- en celtherapie een sector is met een intensieve wereldwijde uitwisseling,

moet naar wereldwijde normen worden gestreefd.

(6) Weefsels en cellen, bestemd voor op industriële wijze bereide producten, met inbegrip van

medische hulpmiddelen, moeten alleen binnen het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen

voorzover het de donatie, de verkrijging en het testen betreft. De verdere stappen in het

bereidingsproces vallen onder Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad

van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende

geneesmiddelen voor menselijk gebruik 1.

(7) Bloed en bloedproducten (met uitzondering van hematopoiëtische stamcellen), menselijke

organen en organen, weefsels en cellen van dierlijke oorsprong zijn echter van het toe-

passingsgebied uitgesloten. Bloed en bloedproducten vallen op dit moment onder Richtlijn

2001/83/EG 5, Richtlijn 2000/70/EG 1, Aanbeveling 98/463/EG van de Raad 2 en Richtlijn

2002/98/EG 3. Evenmin is deze richtlijn van toepassing op weefsels en cellen voor autologe

transplantatie tijdens een en dezelfde operatie (d.w.z. bij dezelfde persoon uitgenomen en

weer terug getransplanteerd), die niet in een bank worden opgeslagen. Voor deze procedure

gelden heel andere kwaliteits- en veiligheidsoverwegingen.

(8) Bij het gebruik van organen gaat het weliswaar ten dele om dezelfde problemen als bij het

gebruik van weefsel en cellen, maar toch zijn er grote verschillen, waardoor beide kwesties

niet in één richtlijn moeten worden geregeld.

(9) Onder deze richtlijn vallen weefsels en cellen bedoeld voor toepassing op de mens, met

inbegrip van menselijke weefsels en cellen die worden gebruikt voor de bereiding van

cosmetische producten. Vanwege het risico van overbrenging van overdraagbare ziekten, is

het gebruik van cellen, weefsels en producten van menselijke oorsprong in cosmetische

producten echter verboden bij Richtlijn 95/34/EG van de Commissie van 10 juli 1995 tot

aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van de bijlagen II, III, VI en VII van Richtlijn

76/768/EEG van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de

lidstaten inzake cosmetische producten. 4

(10) Deze richtlijn is niet van toepassing op onderzoek waarbij menselijke weefsels en cellen

worden gebruikt, bijvoorbeeld voor andere toepassingen dan in of op het menselijk lichaam,

dat wil zeggen onderzoek in vitro of diermodellen. Alleen als cellen en weefsels in klinische

trials in of op het menselijk lichaam worden gebruikt, moeten zij voldoen aan de kwaliteits-

en veiligheidsnormen van deze richtlijn.

(11) Deze richtlijn raakt niet aan besluiten van de lidstaten betreffende het al dan niet gebruiken

van specifieke soorten cellen van menselijke oorsprong, waaronder kiemcellen en embryonale

stamcellen. Is echter een bepaalde toepassing van dergelijke cellen in een lidstaat toegestaan,

dan moeten volgens deze richtlijn alle voorschriften toegepast worden die nodig zijn om de

volksgezondheid te beschermen en de eerbiediging van de grondrechten te waarborgen.

Voorts raakt deze richtlijn niet aan bepalingen van de lidstaten waarin het juridische begrip

persoon wordt gedefinieerd.

(12) Bij het doneren, verkrijgen, testen, bewerken, preserveren, bewaren en distribueren van

weefsels en cellen van menselijke oorsprong bedoeld voor toepassing op de mens moeten

hoge kwaliteits- en veiligheidsnormen worden aangehouden ter verzekering van een hoog

niveau van bescherming van de menselijke gezondheid in de Gemeenschap. Deze richtlijn

moet normen vaststellen voor elk onderdeel van het toepassingsproces van weefsels en cellen

van menselijke oorsprong.

(14) Weefsels en cellen voor allogene transplantatie kunnen zowel bij levende als bij overleden

donors worden verkregen. Om te waarborgen dat de gezondheidstoestand van een levende

donor niet door de donatie wordt beïnvloed, is een voorafgaand medisch onderzoek vereist.

De waardigheid van de overleden donor dient te worden gerespecteerd.

(15) Het gebruik van weefsels en cellen in het menselijk lichaam kan ziekten en ongewenste

effecten veroorzaken. De meeste hiervan kunnen worden voorkomen door de donor zorg-

vuldig te beoordelen en elke donatie te testen aan de hand van voorschriften die op grond van

de beste beschikbare wetenschappelijke adviezen worden opgesteld en bijgewerkt.

(16) Weefsel- en celtoepassingsprogramma's moeten principieel gebaseerd worden op de filosofie

van vrijwillige, onbetaalde donatie, anonimiteit van donor en ontvanger, het altruïsme van de

donor en de solidariteit tussen donor en ontvanger. De lidstaten wordt dringend verzocht

maatregelen te treffen om een krachtige bijdrage van de publieke en non-profitsector tot de

bevoorrading van diensten voor weefsel- en celtoepassing en de daarmee verbonden

onderzoeks- en ontwikkelingsinspanningen te bevorderen.

(17) Bij de verkrijging van menselijke weefsels en cellen moet rekening worden gehouden met de

algemene beginselen van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie 1 en van

het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de waardigheid van het menselijk

wezen met betrekking tot de toepassing van de biologie en de geneeskunde: Verdrag inzake

(19) Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende

de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoons-

gegevens en het vrije verkeer van die gegevens 1 is van toepassing op persoonlijke gegevens

die ter uitvoering van deze richtlijn worden verwerkt. Artikel 8 van genoemde richtlijn

verbiedt in principe de verwerking van gegevens die de gezondheid betreffen. Er zijn echter

enkele uitzonderingen op dit verbod opgenomen. Richtlijn 95/46/EG bepaalt ook dat de voor

de verwerking verantwoordelijke passende technische en organisatorische maatregelen ten

uitvoer dient te leggen om persoonsgegevens te beveiligen tegen vernietiging, hetzij per

ongeluk, hetzij onrechtmatig, tegen verlies, vervalsing, niet-toegelaten verspreiding of

toegang, dan wel tegen enige andere vorm van onwettige verwerking.

(20) In de lidstaten moet een systeem voor de erkenning van weefselinstellingen en een systeem

voor de melding van ongewenste voorvallen en bijwerkingen die verband houden met het

verkrijgen, testen, bewerken, preserveren, bewaren en distribueren van menselijke weefsels en

cellen worden ingevoerd.

(21) De lidstaten dienen regelingen te treffen voor inspecties en controlemaatregelen, die worden

uitgevoerd door ambtenaren die de bevoegde autoriteit vertegenwoordigen, teneinde ervoor te

zorgen dat de weefselinstellingen de bepalingen van deze richtlijn naleven. De lidstaten

moeten ervoor zorgen dat de ambtenaren die instaan voor de inspecties en controlemaat-

regelen naar behoren gekwalificeerd zijn en de passende opleiding krijgen.

(23) Er dient een adequaat systeem te worden ingevoerd om de traceerbaarheid van menselijke

weefsels en cellen te waarborgen en om aldus te voldoen aan de voorwaarden betreffende

gezondheidsveiligheid en -kwaliteit. De traceerbaarheid dient te worden verwezenlijkt door

middel van nauwkeurige identificatieprocedures voor stoffen, donors, ontvangers, weefsel-

instellingen en laboratoria, het bijhouden van registers en een adequaat etiketteringssysteem.

(24) Als algemeen beginsel geldt dat de identiteit van de ontvanger(s) niet aan de donor of zijn

familie mag worden bekendgemaakt, en andersom, onverminderd de geldende wetgeving in

de lidstaten betreffende de voorwaarden voor bekendmaking, op grond waarvan in bepaalde

gevallen de anonimiteit van de donor kan worden opgeheven.

(25) Om de effectiviteit van de uitvoering van de krachtens deze richtlijn vastgestelde bepalingen

te vergroten, dient te worden voorzien in sancties die door de lidstaten worden toegepast.

(26) Daar het doel van deze richtlijn, namelijk het vaststellen van hoge kwaliteits- en veiligheids-

normen voor menselijke weefsels en cellen in de hele Gemeenschap, niet voldoende door de

lidstaten kan worden verwezenlijkt en daarom vanwege zijn omvang en gevolgen beter door

de Gemeenschap wordt verwezenlijkt, kan de Gemeenschap, overeenkomstig het in artikel 5

van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het

in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan

nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(27) De Gemeenschap moet kunnen beschikken over het beste wetenschappelijke advies met

betrekking tot de veiligheid van weefsels en cellen, met name om de Commissie bij te staan

bij de aanpassing van de bepalingen van deze richtlijn aan de wetenschappelijke en technische

vooruitgang.

(28) Er is rekening gehouden met de adviezen van het Wetenschappelijk Comité voor genees-

middelen en medische hulpmiddelen en met dat van de Europese Groep ethiek van de exacte

wetenschappen en de nieuwe technologieën, alsmede met internationale ervaring op dit

terrein; indien nodig zullen deze instanties ook in de toekomst geraadpleegd worden.

(29) De voor de uitvoering van deze richtlijn vereiste maatregelen dienen te worden vastgesteld

overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de

voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegd-

heden 1,

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Doel

Deze richtlijn legt normen vast voor de kwaliteit en de veiligheid van menselijke weefsels en cellen

bestemd voor toepassing op de mens, teneinde een hoog niveau van bescherming van de gezond-

heid van de mens te waarborgen.

Artikel 2

Toepassingsgebied

  • 1. 
    Deze richtlijn is van toepassing op het doneren, verkrijgen, testen, bewerken, preserveren,

bewaren en distribueren van menselijke weefsels en cellen, bestemd voor toepassing op de mens, en

van bereide producten, afkomstig van weefsels en cellen, bestemd voor toepassing op de mens.

Wanneer dergelijke bereide producten onder andere richtlijnen vallen, is deze richtlijn alleen van

toepassing op het doneren, verkrijgen en testen.

  • 2. 
    Deze richtlijn is niet van toepassing op:
  • a) 
    weefsels en cellen die voor autologe transplantatie in een en dezelfde operatie gebruikt

worden;

voor dezelfde doeleinden als het gehele orgaan.

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

  • a) 
    cellen: afzonderlijke cellen van menselijke oorsprong of een verzameling cellen van

menselijke oorsprong die niet door bindweefsel met elkaar verbonden zijn;

  • b) 
    weefsel: alle delen van het menselijk lichaam die uit cellen bestaan;
  • c) 
    donor: elke menselijke bron, dood of levend, van menselijke cellen of weefsels;
  • e) 
    orgaan: een gedifferentieerd, vitaal deel van het menselijk lichaam, dat is opgebouwd uit

verschillende weefsels en zijn structuur, vascularisatie en vermogen om met een aanzienlijke

autonomie fysiologische functies te ontwikkelen behoudt;

  • f) 
    verkrijging: een proces waardoor weefsel of cellen beschikbaar komen;
  • g) 
    bewerking: alle handelingen die worden verricht bij de preparatie, manipulatie, preservatie en

verpakking van weefsels of cellen bedoeld voor toepassing op de mens;

  • h) 
    preservatie: het gebruik van chemische stoffen, wijzigingen in de omgevingscondities of

andere middelen tijdens de bewerking, bedoeld om biologische of fysieke achteruitgang van

de cellen of weefsels te voorkomen of vertragen;

  • i) 
    quarantaine: de status van uitgenomen weefsels of cellen, dan wel van weefsel dat fysisch of

op een andere doeltreffende wijze is geïsoleerd, in afwachting van een beslissing over de

vrijgave of afkeuring ervan;

  • j) 
    bewaren: het product onder de gepaste gecontroleerde omstandigheden handhaven tot de

distributie ervan;

  • k) 
    distributie: het transport en de aflevering van weefsels en cellen bedoeld voor toepassing op

de mens;

  • l) 
    toepassing op de mens: het gebruik van weefsels of cellen op of in een menselijke ontvanger,

alsook toepassingen buiten het lichaam;

  • m) 
    ernstig ongewenst voorval: een ongewenst voorval in verband met het verkrijgen, testen,

bewerken, bewaren en distribueren van weefsels en cellen dat voor een patiënt besmetting met

een overdraagbare ziekte, overlijden, levensgevaar, invaliditeit of arbeidsongeschiktheid tot

gevolg kan hebben, dan wel zou kunnen leiden tot opname in een ziekenhuis of de duur van

de ziekte verlengt;

  • n) 
    ernstige bijwerking: een onbedoelde reactie, met inbegrip van een overdraagbare ziekte, bij de

donor of de ontvanger in verband met het verkrijgen of het toepassen op de mens van

weefsels en cellen die dodelijk is, levensgevaar oplevert, invaliditeit of arbeidsongeschiktheid

veroorzaakt, dan wel leidt tot opname in een ziekenhuis of de duur van de ziekte verlengt;

  • o) 
    weefselinstelling: een weefselbank, een ziekenhuisafdeling of een andere instantie waar werk-

zaamheden met betrekking tot het bewerken, preserveren, bewaren of distribueren van

menselijke weefsels en cellen worden uitgevoerd. De weefselinstelling kan ook verantwoor-

delijk zijn voor de verkrijging of het testen van weefsels en cellen;

  • p) 
    allogeen gebruik: cellen of weefsels die uit de ene persoon worden verwijderd en bij een

andere persoon worden toegepast.

Artikel 4

Uitvoering

  • 1. 
    De lidstaten wijzen de bevoegde autoriteit of autoriteiten aan die belast is of zijn met de uit-

voering van de voorschriften van deze richtlijn.

  • 2. 
    Deze richtlijn belet niet dat een lidstaat strengere beschermende maatregelen handhaaft of treft,

op voorwaarde dat deze in overeenstemming zijn met het Verdrag.

Teneinde een hoog niveau van gezondheidsbescherming te waarborgen, kunnen de lidstaten in het

bijzonder, voorschrijven dat donaties vrijwillig en onbetaald moeten zijn en met name de invoer van

menselijke weefsels en cellen verbieden of beperken, mits de bepalingen van het Verdrag worden

geëerbiedigd.

  • 3. 
    Deze richtlijn laat de besluiten van de lidstaten waarbij het doneren, verkrijgen, testen, bewerken,

preserveren, bewaren, distribueren of gebruiken van bepaalde soorten menselijke weefsels of cellen

of van cellen uit een bepaalde bron verboden wordt, onverlet, ook indien die besluiten eveneens

betrekking hebben op de invoer van dergelijke menselijke weefsels en cellen.

  • 4. 
    Bij de uitvoering van de onder deze richtlijn vallende activiteiten kan de Commissie, in het

wederzijds belang van de Commissie en de begunstigden, een beroep doen op technische en/of

HOOFDSTUK II

VERPLICHTINGEN VAN DE AUTORITEITEN VAN DE LIDSTATEN

Artikel 5

Toezicht op de verkrijging van menselijke weefsels en cellen

  • 1. 
    De lidstaten zorgen ervoor dat de verkrijging en het testen van weefsels en cellen uitgevoerd

wordt door personen met een gedegen opleiding en ervaring, en plaatsvindt onder voorwaarden

waarvoor door de bevoegde autoriteit of autoriteiten een erkenning, aanwijzing, machtiging of

vergunning is verleend.

  • 2. 
    De bevoegde autoriteit of autoriteiten neemt of nemen de nodige maatregelen om ervoor te

zorgen dat de verkrijging van weefsels en cellen voldoet aan de in artikel 28, onder b), f) en g),

bedoelde voorschriften. De voor donors vereiste tests moeten worden uitgevoerd door een

laboratorium dat hiervoor van de bevoegde autoriteit of autoriteiten hiervoor een kwalificatie,

erkenning, aanwijzing, machtiging of vergunning heeft verkregen.

Artikel 6

Erkenning, aanwijzing, machtiging of vergunning van weefselinstellingen

en van de preparatietechnieken voor weefsels en cellen

  • 2. 
    Nadat de bevoegde autoriteit of autoriteiten heeft of hebben gecontroleerd of de weefselinstelling

voldoet aan de in artikel 28, onder a), bedoelde voorschriften, zorgt zij voor erkenning, aanwijzing,

machtiging of vergunning van de weefselinstelling en vermeldt zij welke werkzaamheden deze mag

verrichten en welke voorwaarden van toepassing zijn. Zij verleent of verlenen een machtiging of

vergunning voor de preparatietechnieken voor weefsels en cellen die de betrokken weefselinstelling

mag toepassen overeenkomstig de in artikel 28, onder h), bedoelde voorschriften. De in artikel 24

bedoelde overeenkomsten tussen een weefselinstelling en derden worden in het kader van die

procedure onderzocht.

  • 3. 
    De weefselinstelling mag haar werkzaamheden niet ingrijpend wijzigen zonder voorafgaande

schriftelijke toestemming van de bevoegde autoriteit of autoriteiten.

  • 4. 
    De bevoegde autoriteit of autoriteiten kan of kunnen de erkenning, aanwijzing, machtiging of

vergunning van een weefselinstelling of van een preparatietechniek voor weefsels en cellen

opschorten of intrekken, indien na inspectie of controle blijkt dat de weefselinstelling niet aan de

voorschriften van deze richtlijn voldoet.

  • 5. 
    Bepaalde cellen of weefsels - te bepalen volgens de in artikel 28, onder k), bedoelde voor-

schriften - kunnen, met toestemming van de bevoegde autoriteit of autoriteiten, rechtstreeks en met

het oog op onmiddellijke transplantatie aan de ontvanger worden gedistribueerd mits de verstrekker

daartoe over een erkenning, aanwijzing, machtiging of vergunning beschikt.

Artikel 7

Inspecties en controlemaatregelen

  • 1. 
    De lidstaten zien erop toe dat de bevoegde autoriteit of autoriteiten inspecties verricht of

verrichten en dat de weefselinstellingen passende controlemaatregelen treffen om ervoor te zorgen

dat de voorschriften van deze richtlijn nageleefd worden.

  • 2. 
    De lidstaten zien er voorts op toe dat passende controlemaatregelen worden genomen wat betreft

het verkrijgen van menselijke weefsels en cellen.

  • 3. 
    De inspecties en controles worden op gezette tijden door de bevoegde autoriteit of autoriteiten

uitgevoerd. Het tijdsverloop tussen twee inspecties mag niet meer dan twee jaar zijn.

  • 4. 
    Deze inspecties en controlemaatregelen worden uitgevoerd door ambtenaren die de bevoegde

autoriteit vertegenwoordigen en gemachtigd zijn om:

  • a) 
    inspecties te verrichten in de weefselinstellingen en in inrichtingen van de in artikel 24

bedoelde derden;

  • b) 
    de procedures en werkzaamheden te beoordelen en te controleren in de weefselinstellingen en

inrichtingen van derden voor zover zij onder deze richtlijn vallen;

  • 5. 
    Ingeval een ernstige bijwerking of een ernstig ongewenst voorval wordt gemeld, voert of voeren

de bevoegde autoriteit of autoriteiten de nodige inspecties en controlemaatregelen uit. Dergelijke

inspecties en controlemaatregelen worden tevens uitgevoerd op een met redenen omkleed verzoek

van de bevoegde autoriteit of autoriteiten van een andere lidstaat.

  • 6. 
    De lidstaten verstrekken op verzoek van een andere lidstaat of van de Commissie informatie over

de resultaten van de in verband met de voorschriften van deze richtlijn uitgevoerde inspecties en

controlemaatregelen.

Artikel 8

Traceerbaarheid

  • 1. 
    De lidstaten waarborgen dat alle op hun grondgebied verkregen, bewerkte, bewaarde en gedistri-

bueerde weefsels en cellen van donor tot ontvanger en omgekeerd kunnen worden getraceerd.

  • 2. 
    De lidstaten zien erop toe dat een donoridentificatiesysteem wordt toegepast waarbij elke donatie

en elk product dat ermee verbonden is, zijn voorzien van een unieke code.

  • 3. 
    Alle weefsels en cellen moeten worden geïdentificeerd met een etiket waarop de in artikel 28,

onder g) en i), bedoelde gegevens vermeld staan.

  • 4. 
    De procedures ter waarborging van de traceerbaarheid op communautair niveau worden door de

Artikel 9

Invoer en uitvoer van menselijke weefsels en cellen

  • 1. 
    De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat weefsels en cellen uit derde

landen uitsluitend worden ingevoerd door weefselinstellingen die in het bezit zijn van een

erkenning, aanwijzing, machtiging of vergunning voor die activiteiten. De ontvangers zien erop toe

dat die weefsels of cellen voldoen aan kwaliteits- en veiligheidsnormen welke gelijkwaardig zijn

aan die van deze richtlijn.

  • 2. 
    De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat weefsels en cellen uitsluitend

naar derde landen worden uitgevoerd door weefselinstellingen die in het bezit zijn van een

erkenning, aanwijzing, machtiging of vergunning voor die activiteiten. De exporteurs zien erop toe

dat die weefsels of cellen voldoen aan de voorschriften van deze richtlijn.

  • 3. 
    a) De in- of uitvoer van in artikel 6, lid 5, bedoelde weefsels en cellen kan rechtstreeks door de

bevoegde autoriteit(en) worden toegestaan.

  • b) 
    In noodgevallen kan de in- of uitvoer van bepaalde weefsels en cellen rechtstreeks door de

bevoegde autoriteiten worden toegestaan.

  • c) 
    De bevoegde autoriteit(en) neemt (nemen) alle noodzakelijke maatregelen om ervoor te
  • 4. 
    De procedures om na te gaan of er sprake is van gelijkwaardige kwaliteits- en veiligheidsnormen

als bedoeld in lid 1, worden door de Commissie vastgesteld volgens de procedure van artikel 29,

lid 2.

Artikel 10

Register van weefselinstellingen en rapportageplicht

  • 1. 
    De weefselinstellingen houden, volgens de in artikel 28, onder g), bedoelde voorschriften een

register van hun werkzaamheden bij, met informatie over de soorten en hoeveelheden weefsels

en/of cellen die verkregen, getest, gepreserveerd, bewerkt, bewaard en gedistribueerd of anderszins

gebruikt zijn, alsmede over de oorsprong en de bestemming van weefsels en cellen die bestemd zijn

voor toepassing op de mens. Zij leggen de bevoegde autoriteit of autoriteiten een jaarverslag van

deze werkzaamheden voor. Het jaarverslag is toegankelijk voor het publiek.

  • 2. 
    De bevoegde autoriteit of autoriteiten legt of leggen een openbaar register van weefsel-

instellingen aan, waarin de werkzaamheden worden vermeld waarvoor elke instelling een

erkenning, aanwijzing, machtiging of vergunning heeft ontvangen.

  • 3. 
    De lidstaten en de Commissie richten een netwerk op dat de registers van de nationale weefsel-

instellingen met elkaar verbindt.

Artikel 11

Melding van ernstige ongewenste voorvallen en bijwerkingen

  • 1. 
    De lidstaten voorzien in de invoering van een systeem voor het melden, onderzoeken, registreren

en doorgeven van gegevens over ernstige ongewenste voorvallen en bijwerkingen die van invloed

kunnen zijn op de kwaliteit en de veiligheid van weefsels en cellen en mogelijk toe te schrijven zijn

aan het verkrijgen, testen, bewerken, bewaren en distribueren van weefsels en cellen, en over

ernstige ongewenste bijwerkingen die tijdens of na de klinische toepassing worden vastgesteld en

die verband kunnen houden met de kwaliteit en de veiligheid van weefsels en cellen.

  • 2. 
    Alle personen of instellingen die gebruik maken van menselijke weefsels of cellen waarop de

bepalingen van deze richtlijn van toepassing zijn, geven alle relevante informatie door aan de

instellingen die betrokken zijn bij het doneren, verkrijgen, testen, bewerken, bewaren en distri-

bueren van menselijke weefsels en cellen, teneinde de traceerbaarheid te vergemakkelijken en de

kwaliteitsbewaking en de veiligheid te waarborgen.

  • 3. 
    De in artikel 17 bedoelde bevoegde persoon zorgt ervoor dat alle in lid 1 bedoelde ernstige

ongewenste voorvallen en bijwerkingen aan de bevoegde autoriteit of autoriteiten worden gemeld

en dat haar een analytisch verslag over de oorzaken en gevolgen ervan wordt voorgelegd.

  • 4. 
    De procedure voor het melden van ernstige ongewenste voorvallen en bijwerkingen wordt door
  • 5. 
    Iedere weefselinstelling zorgt voor een nauwkeurige, snelle en controleerbare procedure, aan de

hand waarvan zij producten waarmee ernstige ongewenste voorvallen of bijwerkingen in verband

kunnen worden gebracht, uit de distributie kunnen nemen.

HOOFDSTUK III

SELECTIE EN BEOORDELING VAN DONORS

Artikel 12

Beginselen voor weefsel- en celdonatie

  • 1. 
    De lidstaten nemen de nodige maatregelen om vrijwillige, onbetaalde donaties van menselijke

weefsels en cellen aan te moedigen, teneinde ervoor te zorgen dat weefsels en cellen zo veel

mogelijk uit dergelijke donaties afkomstig zijn.

De lidstaten brengen op ...... * en vervolgens om de drie jaar over deze maatregelen verslag uit aan

de Commissie. Op basis van die verslagen stelt de Commissie het Europees Parlement en de Raad

in kennis van de noodzakelijke aanvullende maatregelen die zij van plan is op communautair niveau

te nemen.

  • 2. 
    De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat promotie- en publiciteits-

acties ten behoeve van de donatie van menselijke weefsels en cellen in overeenstemming zijn met

door de lidstaten opgestelde richtsnoeren of wettelijke bepalingen. Dergelijke richtsnoeren of

wettelijke bepalingen moeten passende beperkingen of verbodsbepalingen bevatten betreffende

het onder de aandacht brengen van de behoefte aan of de beschikbaarheid van menselijke weefsels

en cellen teneinde financiële of vergelijkbare voordelen aan te bieden of te behalen.

  • 3. 
    De lidstaten stimuleren het verkrijgen zonder winstoogmerk van weefsels en cellen.

Artikel 13

Toestemming

  • 1. 
    Menselijke weefsels en cellen mogen slechts worden verkregen nadat aan alle in de lidstaat

geldende bindende voorschriften inzake toestemming, machtiging of vergunning is voldaan.

  • 2. 
    Conform hun nationale wetgeving nemen de lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen

dat de donors of hun naasten of de personen die namens de donors de machtiging verlenen, alle

passende in artikel 28, onder d), bedoelde informatie ontvangen.

Artikel 14

Gegevensbescherming en vertrouwelijkheid

  • 1. 
    De lidstaten treffen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in het kader van deze

richtlijn verzamelde gegevens die door derden kunnen worden geraadpleegd, met inbegrip van

genetische informatie, geanonimiseerd zijn zodat de donor en de ontvanger niet meer te

identificeren zijn.

  • 2. 
    Daartoe zien zij erop toe dat:
  • a) 
    er gegevensbeveiligingsmaatregelen worden getroffen en garanties worden ingebouwd tegen

ongeoorloofde toevoeging, schrapping of wijziging in donorbestanden of uitsluitingsregisters,

alsmede tegen overdracht van informatie;

  • b) 
    er procedures worden ingesteld voor het oplossen van discrepanties tussen de gegevens;
  • c) 
    ongeoorloofde bekendmaking van informatie wordt voorkomen, waarbij de donaties echter

wel traceerbaar moeten blijven.

  • 3. 
    De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de identiteit van de

ontvanger(s) niet aan de donor of zijn familie bekendgemaakt wordt, en andersom, onverminderd de

Artikel 15

Selectie, beoordeling en verkrijging

  • 1. 
    De werkzaamheden in verband met de verkrijging van weefsels worden zodanig uitgevoerd dat

donors worden beoordeeld en geselecteerd overeenkomstig de in artikel 28, onder e) en f), bedoelde

voorschriften en dat weefsels en cellen worden verkregen, verpakt en vervoerd overeenkomstig de

in artikel 29, onder g), bedoelde voorschriften.

  • 2. 
    In geval van autologe donatie wordt de naleving van de geschiktheidscriteria vastgesteld in

overeenstemming met de in artikel 28, onder e), bedoelde criteria.

  • 3. 
    De resultaten van de donorbeoordeling en de uitgevoerde tests worden vastgelegd en eventuele

afwijkende bevindingen worden meegedeeld overeenkomstig de in artikel 28, onder d), bedoelde

voorschriften.

  • 4. 
    De bevoegde autoriteit of autoriteiten zorgt of zorgen ervoor dat alle werkzaamheden met

betrekking tot de verkrijging van weefsels worden verricht met inachtneming van de in artikel 28,

onder g), bedoelde voorschriften.

  • 5. 
    Voor cellen die gebruikt worden voor reproductieve doeleinden worden de voorwaarden voor

donorselectie, evaluatie en verkrijging vastgesteld overeenkomstig de in artikel 28, onder j),

bedoelde voorschriften.

HOOFDSTUK IV

KWALITEITS- EN VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN

VOOR WEEFSELS EN CELLEN

Artikel 16

Kwaliteitsbewaking

  • 1. 
    De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat elke weefselinstelling een

kwaliteitssysteem opzet en bijhoudt, op basis van de beginselen van goede praktijken.

  • 2. 
    De Commissie stelt de in artikel 28, onder c), bedoelde communautaire normen en specificaties

vast voor de werkzaamheden met betrekking tot een kwaliteitssysteem.

  • 3. 
    Weefselinstellingen nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het kwaliteitssysteem

ten minste de volgende documentatie omvat:

  • standaardpraktijkvoorschriften;
  • richtsnoeren;
  • handboeken en handleidingen;
  • rapportageformulieren;
  • donordossiers;
  • 4. 
    De weefselinstellingen nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze documenten

beschikbaar zijn bij inspecties door de bevoegde autoriteit of autoriteiten.

  • 5. 
    De weefselinstellingen bewaren de voor een volledige traceerbaarheid vereiste gegevens

gedurende ten minste 30 jaar. Deze gegevens kunnen ook elektronisch worden bewaard.

Artikel 17

Verantwoordelijke persoon

  • 1. 
    De weefselinstellingen wijzen een verantwoordelijke persoon aan die aan de volgende minimum-

eisen en -kwalificaties voldoet:

  • a) 
    houder van een diploma, certificaat of ander bewijsstuk van afsluiting van een universitaire

opleiding op het gebied van geneeskunde of biologie, of van een opleiding die door de

betrokken lidstaat als gelijkwaardig wordt erkend;

  • b) 
    ten minste twee jaar praktijkervaring op de relevante gebieden.
  • 2. 
    De overeenkomstig lid 1 aangewezen persoon is er verantwoordelijk voor dat:
  • a) 
    bij het verkrijgen, testen, bewerken, bewaren en distribueren van menselijke weefsels en

cellen, bestemd voor toepassing op de mens, in de instelling waarvoor hij verantwoordelijk is,

de bepalingen van deze richtlijn en de in de lidstaat geldende wetgeving worden nageleefd;

  • b) 
    de bevoegde autoriteit of autoriteiten overeenkomstig artikel 6 de nodige informatie ontvangt

of ontvangen;

  • c) 
    de bepalingen van de artikelen 7, 10, 11, 15, 16 en 18 tot en met 24 in de weefselinstelling

worden toegepast.

  • 3. 
    De weefselinstellingen delen de bevoegde autoriteit of autoriteiten de naam van de in lid 1

bedoelde verantwoordelijke persoon mee. Bij permanente of tijdelijke vervanging van de

verantwoordelijke persoon deelt de weefselinstelling de bevoegde autoriteit onmiddellijk de naam

van de nieuwe verantwoordelijke persoon en de datum van zijn infunctietreding mee.

Artikel 18

Personeel

Het personeel dat rechtstreeks betrokken is bij het verkrijgen, bewerken, preserveren, bewaren en

distribueren van weefsels en cellen in een weefselinstelling dient over de nodige vakbekwaamheid

Artikel 19

Ontvangst van weefsels en cellen

  • 1. 
    De weefselinstellingen zorgen ervoor dat alle donaties van menselijke weefsels en cellen

overeenkomstig de in artikel 28, onder f), bedoelde voorschriften worden getest, en dat bij de

selectie en acceptatie van weefsels en cellen wordt voldaan aan de in artikel 28, onder g), bedoelde

voorschriften.

  • 2. 
    De weefselinstelling zorgt ervoor dat menselijke weefsels en cellen en de daarbij behorende

documentatie, voldoen aan de in artikel 28, onder g), bedoelde voorschriften.

  • 3. 
    De weefselinstelling zorgt ervoor dat de verpakking van de ontvangen menselijke weefsels en

cellen voldoet aan de in artikel 28, onder g), bedoelde voorschriften en noteert dit. Weefsels en

cellen die niet aan deze voorschriften voldoen, worden afgevoerd.

  • 4. 
    De acceptatie of afkeuring van de ontvangen weefsels en cellen wordt schriftelijk vastgelegd.
  • 5. 
    De weefselinstellingen zorgen ervoor dat menselijke weefsels en cellen altijd juist geïdentificeerd

zijn. Elke levering of partij weefsels of cellen krijgt een identificatiecode, overeenkomstig artikel 8.

  • 6. 
    De weefsels of cellen worden in quarantaine gehouden totdat aan de voorschriften inzake onder-

zoek en informatie van de donor is voldaan, overeenkomstig artikel 15.

Artikel 20

Bewerking van weefsels en cellen

  • 1. 
    De weefselinstelling neemt in haar standaardpraktijkvoorschriften alle bewerkingen op die van

invloed zijn op de kwaliteit en de veiligheid en zorgt ervoor dat deze onder gecontroleerde

omstandigheden worden verricht. De weefselinstelling zorgt ervoor dat de gebruikte apparatuur, de

omgeving, de procesopzet, de validatie en de controlevoorwaarden in overeenstemming zijn met de

in artikel 28, onder i), bedoelde voorschriften.

  • 2. 
    Alle wijzigingen in de voor de preparatie van de weefsels en cellen toegepaste procédés moeten

eveneens voldoen aan de in lid 1 vastgestelde criteria.

  • 3. 
    De weefselinstelling neemt in haar standaardpraktijkvoorschriften speciale regels op voor het

hanteren van weefsels en cellen die moeten worden afgevoerd, teneinde besmetting van andere

weefsels of cellen, de bewerkingsomgeving en het personeel te voorkomen.

Artikel 21

Bewaarcondities voor weefsels en cellen

  • 1. 
    De weefselinstellingen zorgen ervoor dat alle procedures voor het bewaren van weefsels en

cellen in de standaardpraktijkvoorschriften staan beschreven en dat de bewaarcondities voldoen aan

de in artikel 28, onder i), bedoelde voorschriften.

  • 2. 
    De weefselinstellingen zorgen ervoor dat alle bewaarprocédés onder gecontroleerde omstandig-

heden plaatsvinden.

  • 3. 
    De weefselinstellingen stellen procedures vast voor het controleren van de verpakkings- en

bewaarruimten en passen die procedures toe, teneinde elke omstandigheid die de functionaliteit of

integriteit van de weefsels en cellen nadelig kan beïnvloeden, te voorkomen.

  • 4. 
    Er vindt geen distributie van bewerkte weefsels of cellen plaats zolang niet aan alle voorschriften

van deze richtlijn is voldaan.

Artikel 22

Etikettering, documentatie en verpakking

De weefselinstellingen zorgen ervoor dat bij de etikettering, documentatie en verpakking de in

artikel 28, onder g), bedoelde voorschriften in acht worden genomen.

Artikel 23

Distributie

De weefselinstellingen dragen zorg voor de kwaliteit van de weefsels of cellen gedurende de

distributie. Bij de distributie worden de in artikel 28, onder i), bedoelde voorschriften in acht

genomen.

Artikel 24

Betrekkingen van weefselinstellingen met derden

  • 1. 
    Telkens wanneer een handeling buiten de instelling moet plaatsvinden en die handeling van

invloed is op de kwaliteit en de veiligheid van de weefsels en cellen, sluit de weefselinstelling een

schriftelijke overeenkomst met een derde, met name in de volgende gevallen:

  • a) 
    wanneer de weefselinstelling de verantwoordelijkheid voor een deel van de bewerking van

weefsels of cellen aan een derde overdraagt;

  • b) 
    wanneer een derde goederen en diensten levert die van invloed zijn op de waarborging van de

kwaliteit en veiligheid van de weefsels of cellen;

  • c) 
    wanneer een weefselinstelling diensten verleent aan een niet-erkende weefselinstelling;
  • d) 
    wanneer een weefselinstelling door derden bewerkte weefsels of cellen distribueert.
  • 2. 
    De weefselinstelling evalueert en selecteert derden aan de hand van hun vermogen om aan de

normen van deze richtlijn te voldoen.

  • 3. 
    De weefselinstellingen houden een volledige lijst bij van de in lid 1 bedoelde overeenkomsten die
  • 4. 
    In de overeenkomst tussen een weefselinstelling en een derde worden de verantwoordelijkheden

van de derde alsmede de te volgen procedures nauwkeurig gepreciseerd.

  • 5. 
    De weefselinstellingen verstrekken de bevoegde autoriteit of autoriteiten op verzoek een afschrift

van de overeenkomsten met derden.

HOOFDSTUK V

INFORMATIE-UITWISSELING, VERSLAGEN EN SANCTIES

Artikel 25

Codering van informatie

  • 1. 
    De lidstaten voeren een systeem in voor de identificatie van menselijke weefsels en cellen

teneinde de traceerbaarheid van alle weefsels en cellen te waarborgen overeenkomstig artikel 10.

  • 2. 
    De Commissie zet in samenwerking met de lidstaten een uniform Europees coderingssysteem op

voor de basisbeschrijving en de eigenschappen van weefsels en cellen.

Artikel 26

Verslagen

  • 2. 
    De Commissie zendt de door de lidstaten ingediende verslagen over de ervaring met de uit-

voering van deze richtlijn door aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en

Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.

  • 3. 
    Uiterlijk op ..... * en vervolgens om de drie jaar legt de Commissie aan het Europees Parlement,

de Raad, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's een verslag voor over de

uitvoering van de voorschriften van deze richtlijn, met name van de voorschriften inzake inspecties

en controles.

Artikel 27

Sancties

De lidstaten stellen de regels vast inzake de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op de

krachtens deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen en treffen alle maatregelen om ervoor te

zorgen dat zij worden toegepast. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op ..... ** van deze bepalingen in kennis en delen haar

onmiddellijk alle latere wijzigingen van die bepalingen mee.

HOOFDSTUK VI

RAADPLEGING VAN COMITÉS

Artikel 28

Technische voorschriften en aanpassing daarvan aan de vooruitgang van wetenschap en techniek

De technische voorschriften en de aanpassing daarvan aan de vooruitgang van wetenschap en

techniek worden met betrekking tot de hieronder genoemde punten vastgesteld volgens de

procedure van artikel 29, lid 2:

  • a) 
    Voorschriften voor de erkenning, aanwijzing, machtiging of vergunning van weefsel-

instellingen

  • b) 
    Voorschriften voor de verkrijging van menselijke weefsels en cellen
  • c) 
    Kwaliteitssysteem met inbegrip van opleiding
  • d) 
    Over de donatie van cellen en/of weefsels te verstrekken informatie
  • e) 
    Selectiecriteria voor donors van weefsels en/of cellen
  • g) 
    Procedures voor de verkrijging van cellen en/of weefsels en ontvangst in de weefselinstelling
  • h) 
    Voorschriften inzake de preparatietechnieken voor weefsels en cellen
  • i) 
    Bewerking, bewaring en distributie van weefsels en cellen
  • j) 
    Vaststelling van de voorwaarden voor de selectie, evaluatie en verkrijging van cellen die

gebruikt worden voor reproductieve doeleinden

  • k) 
    Voorschriften voor de rechtstreekse distributie aan de ontvanger van specifieke weefsels en

cellen.

Artikel 29

Comité

  • 1. 
    De Commissie wordt bijgestaan door een comité.
  • 2. 
    In de gevallen waarin naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit

1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

Artikel 30

Raadpleging van een of meer wetenschappelijke comités

De Commissie kan bij de vaststelling van de in artikel 28 bedoelde technische voorschriften of bij

de aanpassing daarvan aan de vooruitgang van wetenschap en techniek het of de ter zake bevoegde

wetenschappelijke comité of comités raadplegen.

HOOFDSTUK VII

SLOTBEPALINGEN

Artikel 31

Omzetting

  • 1. 
    De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om

uiterlijk op ... * aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in

kennis.

Wanneer de lidstaten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële

bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden

vastgesteld door de lidstaten.

  • 2. 
    De lidstaten kunnen besluiten de voorschriften van deze richtlijn gedurende een jaar na de in

lid 1, eerste alinea, vastgelegde datum niet toe te passen op weefselinstellingen die vóór de

inwerkingtreding van deze richtlijn volgens nationale voorschriften werkzaam waren.

  • 3. 
    De lidstaten delen de Commissie de tekst van de bepalingen van intern recht mee die zij op het

onder deze richtlijn vallende gebied hebben vastgesteld of vaststellen.

Artikel 32

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de

Europese Unie.

Artikel 33

Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Luxemburg,

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

19 jun
'02
COM(2002)319 - Kwaliteits- en veiligheidsnormen voor het doneren, verkrijgen, testen, bewerken, bewaren en distribueren van menselijke weefsels en cellen


13 dec
'00
COM(2000)816 - Kwaliteits- en veiligheidsnormen voor de inzameling, het testen, de bewerking, de opslag en de distributie van bloed en bloedbestanddelen van menselijke oorsprong


28 jun
'99
COM(1999)315 - Gemeenschappelijk wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik -


24 jun
'98
COM(1998)380 - Voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden


19 apr
'95
COM(1995)130 - Medische hulpmiddelen voor in vitro diagnose


23 aug
'91
COM(1991)287 - Medische hulpmiddelen


18 jul
'90
COM(1990)314 - Bescherming van personen in verband met de behandeling van persoonsgegevens


Aanpassing aan de technische vooruitgang van de bijlagen II, III, VI en VII van Richtlijn 76/768/EEG betreffende de harmonisatie van nationale wetgeving inzake kosmetische produkten


 
publicatiedatum 14-07-2003
kenmerk 10133/03

Inhoud