Aanneming van verordeningen betreffende de hervorming van het GLB - Montesquieu Instituut

Montesquieu Instituut van wetenschap naar samenleving

Inhoud

enveloppe

Delen

1.

Tekst

 

-

RAAD VANBrussel, 26 september 2003

(OR. en)

DE EUROPESE UNIE

Interinstitutioneel dossier: 12977/03 ADD 1

2003/00006 (CNS) 2003/00007 (CNS) 2003/00008 (CNS) 2003/00009 (CNS) 2003/00010 (CNS) 2003/00011 (CNS) 2003/00012 (CNS)

AGRI 289 AGRIFIN 113 -

ADDENDUM BIJ NOTA A-PUNT

van:

het Speciaal Comité Landbouw

d.d.: 25 september 2003

aan: de Raad

nr. vorig doc.: 10961/03

nr. Comv.: 5586/03 - COM(2003) 23 def.

Betreft: Aanneming van verordeningen betreffende de hervorming van het GLB

VERKLARINGEN VOOR DE RAADSNOTULEN

De Commissie zal een voorstel indienen dat inhoudt dat het mechanisme van financiële

discipline en de modulatie niet van toepassing zijn in de nieuwe lidstaten totdat de geleidelijke invoering van de rechtstreekse betalingen het EU-niveau heeft bereikt."

2. Toepassing van het mechanisme van financiële discipline (artikel 11)

"Wanneer het mechanisme van financiële discipline voor het eerst moet worden toegepast, dient de Commissie bij de Raad een voorstel in dat naast het aanpassingspercentage ook een vrijstelling van 5000 euro behelst. Er kunnen extra vrijstellingen boven 5000 euro worden voorgesteld, met een gedeeltelijke afwijking van het aanpassingspercentage."

3.

Toepassing van modulatie en financiële discipline op de landbouwvereniging tot gezamenlijke exploitatie (G.A.E.C.) (artikel 12)

"De Commissie is van mening dat de bedrijven die deel uitmaken van een landbouwvereniging tot gezamenlijke exploitatie (groupements agricoles d'exploitation en commun ) als ingesteld bij de Franse "Code Rural", elk als één landbouwer moeten worden beschouwd voor de toepassing van het extra steunbedrag in het kader van modulatie en de vrijstellingen in het kader van het mechanisme van financiële discipline."

4. Stelsel voor de controle op de naleving van de randvoorwaarden (artikel 25)

"A. Verband tussen het GCBS en het stelsel voor de controle op de naleving van de

randvoorwaarden -

De uitvoeringsbepalingen voor artikel 25 betreffende de controles op de naleving van de randvoorwaarden zullen worden gebaseerd op de volgende beginselen:

I. Het GCBS blijft het controle-instrument ter zake. Dat betekent evenwel niet dat de naleving van de randvoorwaarden op precies dezelfde wijze moet worden gecontroleerd als de naleving van de regels voor het in aanmerking komen. "Geïntegreerde controle" betekent op het gebied van de randvoorwaarden dat de betaalorganen hun betalingen verrichten en de kortingen toepassen op basis van een volledig overzicht van de verschillende controleresultaten.

IV. Wat betreft de controle op de naleving van de randvoorwaarden, zou de volgende procedure

kunnen worden gevolgd, die de lidstaten de mogelijkheid biedt om het controlesysteem soepel toe te passen:

  • 1. 
    De lijst van geselecteerde landbouwers (5%-monster) wordt toegezonden aan de verschillende gespecialiseerde controle-instanties.
  • 2. 
    Elke gespecialiseerde controle-instantie mag vervolgens naar keuze één van beide onderstaande opties, of een combinatie daarvan, toepassen:

Optie 1: de gespecialiseerde controle-instantie verricht haar eigen risicoanalyse van het GCBS-monster, en licht daar ten minste 20% van de landbouwbedrijven uit waarop de desbetreffende normen van toepassing zijn (wat overeenstemt met een maximum- controlepercentage van 1%). In dit verband zij erop gewezen dat de normen die voor- zien in een verplichte kennisgeving van bepaalde ziekten, alleen "van toepassing zijn" zodra die verplichting ontstaat als gevolg van een uitbraak van de betrokken ziekte.

Optie 2: de gespecialiseerde controle-instantie ziet af van het GCBS-monster en stelt een eigen lijst op van te controleren landbouwbedrijven, op basis van haar eigen risico- criteria. Deze lijst omvat ten minste 1% van alle bedrijven (waaraan rechtstreekse steun wordt verleend) waarop de desbetreffende normen van toepassing zijn.

  • 3. 
    Met het oog op het meest efficiënte gebruik van de controlecapaciteit kunnen de controle-instanties besluiten om het controlepercentage van 1% van de ontvangers van rechtstreekse steun als volgt te bereiken:
  • a) 
    Indien uit de normale risicoanalyse van de controle-instantie op het niveau van de landbouwbedrijven blijkt dat landbouwers die geen rechtstreekse steun ontvangen, een groter risico inhouden dan de geselecteerde ontvangers van rechtstreekse steun, mag de controle-instantie de ontvangers van rechtstreekse steun vervangen door landbouwers die geen rechtstreekse steun ontvangen, voorzover het bewijs van het grotere risico dat deze laatste categorie zou inhouden kan worden geleverd.
  • c) 
    Wat betreft de eisen inzake randvoorwaarden waarvoor op het niveau van de Gemeenschap al een minimum controlepercentage bestaat (bijv. de identificatie en de registratie van dieren, zie normen nr. 7, 8 en 10) is dit controlepercentage van toepassing in plaats van het percentage van 1% uit de opties 1 en 2.
  • d) 
    In beide opties dienen de controleverslagen, vergezeld van een evaluatie van de ernst van de mogelijke overtredingen, te worden toegezonden aan de betaal- organen met het oog op de eventuele toepassing van sancties.

B. Aard van de door de Commissie verrichte controles

De door de Commissie uitgevoerde controles betreffende de toepassing van het controle- systeem voor de naleving van de randvoorwaarden, houden uitsluitend verband met de goede werking van het controlesysteem zoals dat onder A is omschreven. De kernelementen van die controles kunnen als volgt samengevat worden:

I. Toezending aan de gespecialiseerde controle-instanties door de bevoegde betaalorganen van alle passende en noodzakelijke informatie betreffende de ontvangers van recht- streekse betalingen (ofwel GCBS-monster ofwel een lijst van ontvangers op nationaal of regionaal niveau).

II. Toepassing van de risicoanalyse en van de selectiemethoden volgens optie 1 of optie 2 (met inbegrip van de eventuele vervanging van de vooraf geselecteerde ontvangers door andere marktdeelnemers en de eventuele toepassing van de controles op het niveau van de ondernemingen en niet op de landbouwbedrijven).

III. Opstelling van de controleverslagen, waarin onder andere melding wordt gemaakt van

geconstateerde gevallen van niet-naleving van de randvoorwaarden, van de ernst van de overtredingen en alle andere relevante informatie over de ter plaatse uitgevoerde controles.

IV. Toezending van de controleverslagen aan de bevoegde betaalorganen.

C. Toepassing van correcties in het kader van de procedure voor de goedkeuring van de rekeningen -

I. De basisregels inzake de goedkeuring van de rekeningen, zoals die zijn vast- gesteld in Verordening (EG) nr. 1258/1999 van de Raad zijn van toepassing op de naleving van de randvoorwaarden. De financiële correcties dienen derhalve in verhouding te staan tot de risico's voor het fonds, rekening houdend met het feit dat de normen inzake de naleving van de randvoorwaarden niet bepalend zijn voor het in aanmerking komen, maar wel een basis vormen voor de toepassing van sancties. Het risico voor het fonds zal daarom in principe niet worden geëvalueerd in het licht van het risico op onterechte betalingen, maar wel van het risico op financiële verliezen als gevolg van het niet opleggen van sancties.

II. Zowel wat betreft het in aanmerking komen als wat betreft de randvoorwaarden, blijft de procedure voor de goedkeuring van de rekeningen haar preventieve rol behouden. De Commissie zal daarom aanbevelingen en richtsnoeren blijven verstrekken, zoals zij dat nu ook al doet voor het GCBS. Zij zal daarbij in het bijzonder rekening houden met specifieke problemen die de lidstaten ondervinden bij de toepassing van het nieuwe controlesysteem voor de naleving van de rand- voorwaarden.

III. Het feit dat een aantal "normen inzake de naleving van de randvoorwaarden"

richtlijnen zijn, levert een specifiek probleem op in die gevallen waarin een lidstaat een richtlijn niet correct, onvoldoende of helemaal niet heeft omgezet. In een dergelijk geval is de betrokken norm vanuit juridisch oogpunt namelijk niet bindend voor de landbouwer. De lidstaat kan dan ook aan die landbouwer geen sancties opleggen. In die gevallen is er geen sprake van onterechte uitgaven, noch van het uitblijven van sancties, omdat dergelijke sancties op de betrokken land- bouwer niet kunnen worden toegepast. Goedkeuring van de rekeningen vormt bijgevolg geen passend antwoord op dergelijke situaties. De niet-omzetting van richtlijnen valt daarom onder de procedures van de artikelen 226 en 228 van het Verdrag."

  • b) 
    landbouwers die tijdens de referentieperiode of uiterlijk op [31 mei 2003] een bedrijf, of een deel daarvan, hebben gekocht waarvan de grond tijdens de referentieperiode werd gepacht;
  • c) 
    landbouwers die tijdens de referentieperiode of uiterlijk op [31 mei 2003] een meer- jarige pachtovereenkomst hebben gesloten voor een bedrijf of een deel daarvan, en waarvan de contractuele voorwaarden niet kunnen worden aangepast;
  • d) 
    landbouwers die investeringen hebben verricht of grond hebben gekocht tijdens de referentieperiode of uiterlijk op [31 mei 2003], om hun productie te verhogen;
  • e) 
    landbouwers die tijdens de referentieperiode hebben deelgenomen aan nationale programma's voor omschakeling van de landbouwproductie."

6. Aanbodbeheersing door braaklegging (artikel 54) -

"Opdat braaklegging zijn functie van flexibel instrument voor aanbodbeheersing zou kunnen behouden, wordt de mogelijkheid geschapen om meer braakleggingsverplichtingen in te voeren. Afgezien van de standaardaanpak inzake braaklegging gebaseerd op historische toeslagrechten voor braaklegging als de markt daarom vraagt, kan de Raad op voorstel van de Commissie besluiten om verdere braakleggingsverplichtingen toe te passen op alle grond waarop de begunstigde granen en oliehoudende zaden verbouwt. Die verplichting geldt ongeacht het ontvangen bedrag aan directe betalingen. Alle afwijkingen van de standaard- braakleggingsregeling zijn van toepassing."

7.

Sector groenten en fruit (artikel 60)

"De Commissie verbindt zich ertoe de ontwikkelingen in de sector groenten en fruit, waar- onder de sector aardappelen en fruit en groenten die vallen onder specifieke GMO zoals verwerkte tomaten, aandachtig te zullen volgen, met name wat betreft eventuele verstoringen van de concurrentie, en zo nodig passende voorstellen te zullen doen."

8.

9. Modulatie - regels voor de toewijzing van de bedragen (artikel 145, onder b))

"In het kader van de bevoegdheden die uit hoofde van artikel 145, onder b), aan de Commissie zijn verleend, zal de Commissie zich laten leiden door onderstaande beginselen:

De toewijzingssleutel wordt samengesteld door het aandeel van de lidstaten in landbouw- areaal en werkgelegenheid in de landbouw te nemen, met een gewicht van respectievelijk 65% en 35%. Het aandeel van iedere lidstaat in areaal en werkgelegenheid wordt vervolgens aangepast aan zijn relatieve BBP per inwoner, uitgedrukt in koopkrachtnorm, met gebruik- making van 1/3 van het (positieve of negatieve) verschil met het EU-gemiddelde.

Voor de werkgelegenheidsgegevens wordt de meest recente volledige jaarlijkse publicatie van Eurostat, d.w.z. de arbeidskrachtenenquête, gebruikt. Voor de BBP-gegevens wordt een gemiddelde over drie jaar gebruikt op basis van de meest recente volledige Eurostat-publicatie (nationale rekeningen). De areaalgegevens komen uit de meest recente enquête inzake de landbouwbedrijvenstructuur."

  • 10. 

    Ultraperifere gebieden (Artikel 149)

"Bij toepassing van artikel 149 zal de Commissie zich als volgt opstellen:

nr. 1454/2001 of (EG) nr. 2019/93 inzake de POSEI-landbouwregelingen, alsmede de desbetreffende toepassingsbepalingen van de Commissie; de door de lidstaten gepresen- teerde programma's kunnen ook andere maatregelen dan de voornoemde behelzen, en uitgaan van een andere steunfilosofie voor enkele of alle UPR's die onder hun soevereiniteit vallen.

  • wat betreft de toepassingsverslagen, zoals bedoeld in lid 4 van het nieuwe artikel 149; deze moeten, zoals ook volgens de momenteel geldende regeling, gegevens omvatten

betreffende:

Aan de hand van deze gegevens moet met name het subsidiesysteem kunnen worden gecontroleerd, alsmede de eventuele aanpassing van het jaarlijkse steunbedrag dat wordt toegekend, om rekening te kunnen houden met de productie-ontwikkeling. De jaarverslagen moeten ook cijfers bevatten inzake de door de autoriteiten van de lidstaten uitgevoerde controles en de resultaten daarvan. Zij kunnen ook opmerkingen van de lidstaat bevatten over de toepassing van het programma. De Commissie verwacht dat dit verslag, evenals het verslag dat de Commissie moet voorleggen aan het Europees Parlement en de Raad, ten laatste voor eind 2006 een structureler karakter aanneemt en ook cijfers zal bevatten inzake het effect van het programma op de landbouweconomie van de UPR's.

-

Wat de betreffende steungelden aangaat, die de jaarlijkse bijdrage vormen voor de toepassing van het programma, preciseert de Commissie dat het gaat om:

-

-

speciale premie, artikel 4

  • zoogkoeienpremie, artikel 6
  • slachtpremie, artikel 11
  • extensiveringspremie, artikel 13
  • aanvullende steun, artikel 14

-

-

premie per ooi en/of per geit, artikel 4

  • aanvullende premie, artikel 5
  • aanvullende steun, artikel 11

-

nr. 1453/2001 of (EG) nr. 1454/2001 toegekende aanvullende premies, meer in het

bijzonder:

-

OD, Madeira en Azoren, Canarische eilanden:

-

aanvulling - zoogkoeienpremie

  • slachtpremie
  • 11. 

    Overgang van de facultatieve modulatieregeling (artikel 4 van Verordening (EG)

nr. 1259/1999) naar de communautaire modulatieregeling (artikel 155) -

"Overeenkomstig artikel 155 zal de door de Commissie opgestelde overgangsregeling de volgende elementen bevatten:

  • mogelijkheid tot handhaving van een op nationaal of regionaal niveau toegepaste aanvullende vrijwillige modulatieregeling, tot het niveau dat nodig is om de kloof te dichten tussen de fondsen die beschikbaar zijn onder de nieuwe verplichte modulatie- regeling en de financiële behoeften die voortvloeien uit voor 2006 genomen "begeleidende maatregelen". Bij de toepassing van zo'n vrijwillige modulatieregeling hebben de lidstaten dezelfde manoeuvreerruimte als zij thans hebben uit hoofde van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1259/1999. Voor de aanvullende vrijwillige modulatieregeling moet een afzonderlijke boekhouding worden bijgehouden over de gehanteerde bedragen en het gebruik van de bijkomende modulatie-inkomsten;
  • een bepaling om van financieringsbron te kunnen veranderen als de modulatiefondsen van de facultatieve regeling zijn verbruikt, voor langlopende verplichtingen zoals vijfjarige agro-milieucontracten;
  • een bepaling om na 2006 het gebruik van resterend en nog niet toegewezen modulatie- geld van de facultatieve regeling uit te breiden tot alle maatregelen op het gebied van plattelandsontwikkeling, op voorwaarde dat het gebruik van dit geld afzonderlijk wordt bijgehouden;
  • een bepaling om modulatiegeld van de facultatieve regeling te gebruiken gedurende n+4 (in plaats van n+3) jaar, om de overgang tussen de twee programmeringstermijnen soepel te overbruggen."

12. Aanpassing van de financiële perspectieven 2000-2006 (artikel 156) -

"De Commissie verklaart dat de vroegere start van de modulatie een geringe aanpassing van de financiële vooruitzichten 2000-2006 vereist."

  • 12. 

    Crisisbeheer

"De Commissie zal specifieke maatregelen bestuderen om rekening te houden met risico's, crises en nationale calamiteiten op het gebied van landbouw. Voor eind 2004 zal aan de Raad een verslag worden voorgelegd dat vergezeld gaat van passende voorstellen.

De Commissie zal met name studeren op de financiering van die maatregelen via de 1% modulatiegeld die rechtstreeks naar de lidstaten wordt teruggesluisd en op de opname in elke gemeenschappelijke marktordening van een artikel waarbij de Commissie gemachtigd wordt om bij een crisis in de hele Gemeenschap op te treden volgens de lijnen die hiertoe in de gemeenschappelijke marktordening voor rundvlees zijn uitgestippeld."

B. Verklaring van België, Frankrijk en Nederland -

"België, Frankrijk en Nederland zeggen toe hetzelfde koppelingsniveau voor de slacht- premie voor kalveren toe te passen, te weten 100%, ongeacht de keuze die deze landen voor de andere dieren maken."

C.

Verklaring van Luxemburg, Oostenrijk en Finland -

"Luxemburg, Oostenrijk en Finland verwachten dat de toewijzing van financiële midde- len aan de lidstaten op basis van modulatie overeenkomstig de in artikel 12 neergelegde criteria geen precedent vormt voor de toekomstige toewijzing van financiële middelen op grond van Verordening nr. 1257/1999 van de Raad of enig wettelijk kader dat deze verordening vervangt. De bedoelde toewijzing heeft alleen betrekking op financiële middelen op basis van modulatie tussen 2004 en 2006. Oostenrijk, Finland en Luxem- burg zijn voorts van oordeel dat in het kader van de toekomstige financiële vooruit- zichten voor de periode 2007-2013 de toewijzing van Gemeenschapsmiddelen voor plattelandsontwikkeling de hoogste prioriteit is."

 

2. Vereenvoudiging van de toepassing van bepalingen inzake plattelands- ontwikkeling -

"Bij de aanpassing van de uitvoeringsmaatregelen voor de gewijzigde Verordening (EG) nr. 1257/1999 zal de Commissie andermaal met de lidstaten nagaan in hoeverre de administratieve bepalingen voor de uitvoering van de plattelands- ontwikkelingsprogramma's verder vereenvoudigd kunnen worden. Wat de controlebepalingen betreft, zal daarbij vooral worden gekeken naar verificaties ter plaatse in het kader van administratieve controles."

B. Verklaring van Oostenrijk over de toekomstige financiering van maatregelen voor plattelandsontwikkeling onder EOGFL-Garantie -

"De hervorming op lange termijn van het gemeenschappelijk landbouwbeleid bevat verscheidene maatregelen ter verbetering van de plattelandsontwikkeling die door EOGFL-Garantie worden gefinancierd. In het nieuwe financiële kader dat vanaf 2007 van toepassing wordt, moet rubriek 1b derhalve worden gehandhaafd en het bedrag daarvan worden verhoogd."

III. RIJST

Verklaring van het Verenigd Koninkrijk over het mandaat voor rijst uit hoofde van artikel XXVIII

"Het Verenigd Koninkrijk stemt ermee in de Commissie te machtigen onderhandelingen te openen met het oog op de wijziging van de geconsolideerde rechten voor rijst overeenkomstig de procedure volgens artikel XXVIII van de GATT 1994 maar blijft vasthouden aan zijn standpunt dat dit geen afbreuk mag doen aan bestaande preferentiële overeenkomsten die producenten uit ontwikkelingslanden ten goede komen, met name die betreffende basmati- rijst uit India en Pakistan.

Het Verenigd Koninkrijk onderstreept tevens zijn gehechtheid aan de reeds overeengekomen handelsliberalisering in het kader van "Alles behalve wapens" die bij nieuwe regelingen moet worden nageleefd."

2. Steun voor particuliere opslag

"De Commissie wijst op het derde punt van haar verklaring in de notulen van de 1185e vergadering van het Comité van beheer voor melk en zuivelproducten van

13 februari 2003:

"De Commissie verklaart zo snel mogelijk te zullen komen met passende voor- stellen om te zorgen voor een vloeiende overgang naar de situatie die ontstaat bij een verandering van de interventieprijs, hetzij ingevolge de in het kader van Agenda 2000 genomen besluiten, hetzij ingevolge een Raadsbesluit inzake de recente voorstellen ten aanzien van de melksector."

en deelt mee inzake de particuliere opslag van boter vóór eind 2003 te zullen komen met passende voorstellen."

V.

HERVORMINGEN INZAKE OLIJFOLIE, TABAK, KATOEN -

Raadsverklaring

"De Raad neemt er nota van dat de Commissie komend najaar een mededeling zal indienen over de hervorming van de gemeenschappelijke marktordeningen voor olijfolie, tabak en katoen, waarop zij wetgevingsvoorstellen zal laten volgen.

Evenals in haar mededeling van juli 2002 zal de Commissie, overeenkomstig de huidige begrotingslimieten en het door de Europese Raad van Brussel in oktober 2002 overeen- gekomen nieuwe landbouwuitgavenplafond, een beleidsperspectief op lange termijn voor deze sectoren bepalen.

De sectoren zullen worden hervormd met de doelstellingen en volgens de methode van de huidige hervorming."

2.

Originele weergave

afbeelding document
 
 

3.

Meer informatie

21 jan
'03
COM(2003)23 - Heffing in de sector melk en zuivelproducten


16 mei
'01
COM(2001)247 - Gemeenschappelijke marktordening in de sector schapen- en geitenvlees


29 nov
'00
COM(2000)791 - Specifieke maatregelen voor bepaalde landbouwproducten ten behoeve van de Franse overzeese departementen


18 mrt
'98
COM(1998)158 - Financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid


18 mrt
'98
COM(1998)158 - Instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen


18 mrt
'98
COM(1998)158 - Gemeenschappelijke voorschriften voor de regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid


18 mrt
'98
COM(1998)158 - Gemeenschappelijke marktordening in de sector rundvlees


18 mrt
'98
COM(1998)158 - Steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL)


24 dec
'92
COM(1992)569 - Specifieke maatregelen voor bepaalde landbouwprodukten ten behoeve van de kleinere eilanden in de Egeïsche Zee


 
publicatiedatum 26-09-2003
kenmerk 12977/03 ADD 1

Inhoud